Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 december 2021

ECLI:NL:CBB:2021:1073Zaaknummer 21/320

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
21/320
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 14 december 2021.

w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] B.V., te [plaats] , appellante
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/320

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2021 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] , appellante

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 16 februari 2021.

Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft tegen de uitspraak van 17 augustus 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.

2. In het verzetschrift heeft appellante het volgende vermeld: “Uiteraard ben ik bereid de griffiekosten te betalen, waarbij ik echter wel van mening ben dat eigenlijk onze onderneming de zaak zou moeten kunnen voeren zonder opnieuw extra kosten te maken.”

3. Bij brief van 14 september 2021 heeft het College appellante medegedeeld dat aan echtspersonen, zoals haar besloten vennootschap, geen vrijstelling van het wettelijk verschuldigde griffierecht kan worden verleend. Vervolgens heeft het College appellante opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen.

4. Het College stelt vast dat het griffierecht wederom niet is betaald. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 14 december 2021.

w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.