Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 augustus 2020
ECLI:NL:CBB:2020:572Zaaknummer 18/2756
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2020
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2020
- Zaaknummer
- 18/2756
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van 17 maart 2020 met kenmerk 18/2756, ECLI:NL:CBB:2020:170
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 17 maart 2020 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. J.M.M. van Dalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2020.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 18/2756
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2020 tot rectificatie van de uitspraak van 17 maart 2020 in de zaak tussen
maatschap [naam], te [plaats], appellante,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.E. Loontjens).
Procesverloop
Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 17 maart 2020 met zaaknummer 18/2756 (ECLI:NL:CBB:2020:170) een kennelijke onjuistheid bevat.
Het College heeft bij brief van 20 juli 2020 partijen bericht voornemens te zijn de uitspraak te rectificeren.
Verweerder heeft op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
Het College overweegt dat in het procesverloop ten onrechte een gemachtigde in de uitspraak is vermeld. Als gevolg hiervan is verweerder ten onrechte veroordeeld de door appellante in beroep gemaakte proceskosten te vergoeden. Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak van 17 maart 2020, met zaaknummer 18/2756, als volgt.
“ maatschap [naam] , te [plaats] , appellante,”
(….)
“7.2. Gezien het geconstateerde gebrek ziet het College aanleiding te bepalen dat het door appellante betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.”
(…)
“ Het College:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 338,- aan appellante vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 17 maart 2020 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. J.M.M. van Dalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2020.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.