Tekst
Beleidsregel kostenvergoeding bezwaarfase en beroepsfase
De heffingsambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onderdeel b, Gemeentewet, van Zwolle
Gelet op artikel 1:3, vierde lid, Awb, artikel 1, aanhef en onderdeel b Besluit proceskosten bestuursrecht, artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Besluit proceskosten bestuursrecht juncto onderdeel C.1. van de bij dat Besluit behorende bijlage,
Besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:
1Voor de toekenning van een vergoeding voor kosten als genoemd in artikel 1, aanhef en onderdeel b Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt uitgegaan van het volgende:
a.taxatierapport woningen: maximaal 4 uren, inclusief bezichtiging ter plaatse;
b.taxatierapport niet-woningen: 4 uren, inclusief bezichtiging ter plaatse;
c.reiskosten en extra uren bij inschakeling van een niet in de gemeente gevestigde deskundige worden niet vergoed;
d.het uurtarief wordt bij woningen bepaald op € 40,61 en bij niet-woningen op € 50,00.
2Voor de toepassing van de wegingsfactoren, die zijn genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht , wordt een zaak in beginsel aangemerkt als
a.zeer licht indien:
1.het om een pro-forma bezwaarschrift zonder aanvulling gaat;
2.het bezwaarschrift summier gemotiveerd is;
3.de inhoud van het bezwaarschrift is gebaseerd op een bijgevoegd taxatierapport;
4.het om een onjuiste tenaamstelling gaat.
b.gemiddeld indien de werkzaamheden bestaan uit:
1.een juiste vaststelling van de feiten;
2.een onderzoek naar de waarde;
3.een opgeworpen rechtsvraag.
3Voor de toepassing van de wegingsfactoren geldt in andere gevallen dan die genoemd onder 2 een per geval aan te wijzen categorie.
4Indien het bezwaarschrift alleen over de tenaamstelling gaat, wordt geen vergoeding voor kosten toegekend, omdat er dan geen sprake is van redelijkerwijs gemaakte kosten.
5Tot toekenning van een vergoeding voor kosten wordt alleen overgegaan indien van de kosten een factuur of een kostenoverzicht wordt overgelegd.
6Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking op de in art. 3:42 Awb voorgeschreven wijze.