Aanhef
Gemeente Zwolle, bekendmaking Beleidsregels deelfietsen en deelscooters gemeente Zwolle 2025.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,
Besluiten op 10 juni 2025
De beleidsregel deelfietsen en deelscooters gemeente Zwolle 2025 vast te stellen.
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
Artikel 1 definities
1Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zwolle.
b.Commerciële doeleinden: het bedrijfsmatig aanbieden van deelvoertuigen of diensten met winstoogmerk.
c.(Elektrische) Deelfiets: fietsen met een maximale lengte van 2 meter met of zonder trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ea, van de Wegenverkeerswet 1994, zijnde fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen. De deelfiets wordt herhaaldelijk voor korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder;
d.Deelscooter: snorfiets, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, zijnde een bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur en is voorzien van een elektromotor dan wel een bromfiets, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, zijnde een motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW. De deelscooter wordt herhaaldelijk voor korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder;
e.Deelvoertuig: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990), die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden, op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of één of meerdere aanbieder(s) al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. In de Beleidsregels deelfietsen en deelscooters gemeente Zwolle 2025 is dit een verzamelterm voor (elektrische) deelfiets en deelscooter.
f.Hub: Een plek in de openbare ruimte waar deelmobiliteit wordt aangeboden en waar voertuigen weer naar terug gebracht moeten worden. De plek kan zowel fysiek worden aangeduid als digitaal worden afgebakend.
g.Openbare plaats: Definitie conform artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.
h.Verboden gebied: het gebied binnen welke grenzen het college heeft bepaald dat deelvoertuigen niet geparkeerd en niet aangeboden mogen worden. Het gebied is opgenomen op een dynamische kaart.
i.Vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
j.Vergunninghouder: degene aan wie op basis van zijn aanvraag vergunning is verleend.
k.Verordening: Algemene plaatselijke verordening Zwolle 2024 (APV).
l.Wachtlijst: Lijst van niet vergunde aanvragers voor een vergunning om deelvoertuigen op een openbare plaats aan te bieden.
Hoofdstuk 2 Aanvragen en weigeren vergunning
Artikel 2.1 Algemeen
1Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats deelvoertuigen bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden.
2Het college verleent uitsluitend vergunningen voor elektrische deelscooters en (elektrische) deelfiets.
3Het college kan voor dezelfde periode een vergunning verlenen voor de volgende voertuigen:
a.1 vergunninghouder voor de uitgifte van elektrische deelscooters
b.1 vergunninghouder voor de uitgifte van (elektrische) deelfietsen;
4Een vergunning wordt verstrekt voor een periode van 4 jaar en 7 maanden.
5De vergunning is niet overdraagbaar.
6Het college kan bij het tussentijds vrijkomen van de vergunning voor de resterende tijd van de vrijgekomen vergunning andere aanvragers, op basis van de volgorde op een wachtlijst, een vergunning verlenen. Mits de resterende tijd van de vrijgekomen vergunning langer is dan zes maanden. De wachtlijst vervalt bij een nieuwe openbare inschrijving.
7De vergunninghouder heeft als hoofdactiviteit het aanbieden van (deel)mobiliteit. Dit moet blijken uit de statuten en het feitelijk handelen van de vergunninghouder.
8Het servicegebied is het gehele daarvoor aangegeven gebied, zoals aangegeven in artikel 3.4 lid 4 en 5, van de gemeente Zwolle binnen de bebouwde kom. Het is vergunninghouder toegestaan om het servicegebied te vergroten buiten de bebouwde kom van Zwolle en tevens buiten de gemeentegrenzen. Mits andere gemeenten hier toestemming voor verlenen.
Artikel 2.2 Aanvraagvereisten (toelatingsvoorwaarden) en procedure
1De aanvrager dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:
a.een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of bij een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat;
b.Kopie ID/paspoort en contactgegevens van de zaakvoerder(s), bestuurders(s) en/of vennoten;
c.Contactgegevens van minstens twee contactpersonen;
d.een implementatieplan;
e.een herverdelingsplan van de deelvoertuigen;
f.een onderhoudsplan;
g.een beschikbaarheidsplan;
h.een veiligheidsplan;
i.een dataplan;
j.een voorbeeld evaluatierapportage;
k.een klachtenplan.
2In het implementatieplan moet in elk geval ingegaan worden op de visie van de aanbieder om deelmobiliteit te plaatsen in Zwolle.
3Een herverdelingsplan biedt inzicht in hoe en in welke frequentie de aanvrager zijn deelvoertuigen zal (her)verdelen over de aangewezen gebieden binnen de gemeente waar de deelvoertuigen mogen worden aangeboden. Het gaat dan om het (her)verdelen van hinderlijk geparkeerde voertuigen alsmede een ingroeipad voor de introductie van de deelvoertuigen.
4Een onderhoudsplan bevat in ieder geval de beschrijving van de processen van onderhoud van de deelvoertuigen.
5Een beschikbaarheidsplan geeft in ieder geval inzicht in hoe de aanvrager het aanbod laat aansluiten op de (potentiële) vraag van de gebruiker en hoe de benuttingsratio van zijn deelvoertuigen wordt inricht en vastgesteld. Er mag onderscheid gemaakt worden tussen de winter en zomerperiode. Hierbij is artikel 3.2 van toepassing.
6In het veiligheidsplan moet ingegaan worden op welke wijze de veiligheid van de gebruiker en andere verkeersdeelnemers te allen tijde wordt gewaarborgd.
7In het dataplan moet ingegaan worden op hoe de aanbieder van deelmobiliteit betrouwbaar en veilig omgaat met de data en hoe deze de dienstverlening kan verbeteren en tegelijkertijd bijdraagt aan de ambities van de gemeente Zwolle.
8In een voorbeeld “evaluatie rapportage” moet duidelijk gecommuniceerd worden over een aantal zaken over het gebruik en de ervaring van de deelmobiliteit.
9In een klachtenplan moet duidelijk worden aangegeven hoe de vergunninghouder omgaat met klachten van inwoners.
10De wijze van aanvragen is bijgevoegd in de procedureregels deelfietsen en deelscooters gemeente Zwolle 2025. De aanvraag is vergezeld van documenten die betrekking hebben op lid 1 a t/m k.
11Indien een aanvraag voor een vergunning onvolledig is, stelt het college de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen.
12Aanvragen die niet voldoen aan de indieningsvereisten zoals genoemd in het eerste lid, worden buiten behandeling gesteld.
13Per deelvoertuig categorie dient er een aparte aanvraag te worden ingediend.
Artikel 2.3 Procedurebepaling
1Het college beslist binnen acht weken na de uiterste indieningstermijn van de aanvraag.
2De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd.
3Van het besluit in het tweede lid doet het college voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.
Artikel 2.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
1In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 2.2, lid 12 en artikel 5:3, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening, kan het college een vergunning weigeren of intrekken indien:
a.de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen dan bedoeld in artikel 3.2, eerste lid;
b.in strijd wordt gehandeld met de aanvraagvereisten.
2Indien een aanvraag buiten het aanvraagtijdvak wordt ingediend, wordt deze niet in behandeling genomen.
Hoofdstuk 3 Vergunningsvoorwaarden
Artikel 3.1 Eisen aan deelvoertuigen
1De deelvoertuigen waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoen aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorwaarden.
2De deelvoertuigen zijn visueel herkenbaar als deelvoertuig met een merkaanduiding van de aanbieder en een contactmogelijkheid.
3Reclame-uitingen op deelvoertuigen mogen het functioneel gebruik van die voertuigen niet belemmeren.
4De deelvoertuigen hebben een uniek ID en zijn op ieder moment te lokaliseren met een trackingsysteem.
5De deelvoertuigen zijn nul-emissie voertuigen.
6Deelvoertuigen in de openbare ruimte die niet meer als zodanig in gebruik zijn bij de vergunninghouder moeten zijn ontdaan van de visuele en virtuele kenmerken als deelvoertuig. Dit betreft in ieder geval de merkaanduiding, de identificatienummers, de contactgegevens en het trackingsysteem.
7De voertuigen zijn met een app te openen zonder tussenkomst van de vergunninghouder.
Artikel 3.2 Aantallen en beschikbaarheid deelvoertuigen
1Een vergunning wordt verleend voor de in onderstaande tabel genoemde aantallen deelvoertuigen per voertuigcategorie. Hierin is verschil tussen zomer en winter.
Voertuigcategorie
Aantal deelvoertuigen per vergunning
Winter
Zomer
(Elektrische) Deelfiets
150-300
150-350
Deelscooter (onder te verdelen in bromfietsen en/of snorfietsen)
150-300
150-350
2De zomerperiode vangt aan op 1 april, de winterperiode op 1 oktober.
3De vergunninghouder handelt overeenkomstig met het bij de aanvraag ingediende beschikbaarheidsplan, waarin is opgenomen hoe de vergunninghouder bij benutting rekening houdt met de behoefte van klanten.
4De vergunninghouder kan in bijzondere omstandigheden na overleg met het college tijdelijk afwijken van het eerste lid.
5De vergunninghouder stelt de deelvoertuigen dag en nacht beschikbaar aan gebruikers.
Artikel 3.3 Onderhoud en verwijdering defecte voertuigen
1De vergunninghouder handelt in overeenstemming met het bij de aanvraag ingeleverde onderhoudsplan.
2De vergunninghouder verwijdert defecte deelvoertuigen binnen de in de tabel aangegeven uur norm.
Voertuigcategorie (aan te vullen)
Maximaal duur verwijdering
(Elektrische) Deelfiets
12uur
Deelscooter (te verdelen in bromfietsen en/of snorfietsen)
12uur
Artikel 3.4 Parkeren van deelvoertuigen
1De vergunninghouder wijst een gebruiker van een deelvoertuig voor aanvang van het gebruik op specifiek voor dat deelvoertuig in de gemeente geldende parkeerregels en parkeerinstructies, zoals bedoeld in lid 4 en lid 5.
2De vergunninghouder is ten alle tijden verantwoordelijk voor het correct stallen van de deelvoertuigen (door haar klanten) en neemt de nodige maatregelen om hinderlijk of foutief geparkeerde deelvoertuigen correct te stallen of te verwijderen. De vergunninghouder corrigeert de gevaarlijk, hinderlijk of onjuist geparkeerde deelvoertuigen binnen de in het derde lid genoemde tabel aangegeven uur normen.
3Tabel:
Voertuigcategorie
Gevaarlijk
Hinderlijk
Onjuist
Deelfiets
Onmiddellijk
12uur
24uur
Deelscooter
Onmiddellijk
12uur
24uur
In de tabel zijn 3 vormen van ‘verkeerd’ parkeren onderscheiden:
•Gevaarlijk parkeren: bijvoorbeeld een geparkeerde scooter op de openbare weg. Ook wanneer deelvoertuigen op blindengeleidestroken staan of wanneer de toegankelijkheid voor mensen in een rolstoel in het geding komt. Deze situatie vergt onmiddellijk optreden.
•Hinderlijk parkeren: bijvoorbeeld als een deelvoertuig geparkeerd is in een voetgangersgebied of op het trottoir en een obstructie vormt voor voetgangers.
•Onjuist maar niet gevaarlijk parkeren: bijvoorbeeld parkeren van deelvoertuigen buiten de aangewezen parkeerplekken of hubs.
4De bij deze beleidsregel behorende kaart van service- (o.a. hubs) en verbodengebieden is dynamisch en de actuele versie, zoals bekendgemaakt is op www.zwolle.nl/deelvoertuigen, is geldend. De service- en verbodsgebieden voor voertuigen zijn tevens te raadplegen middels het Dashboard Deelmobiliteit. Het college kan de service- en verbodsgebieden aanpassen gedurende looptijd van de vergunning indien de ontwikkelingen in de openbare ruimte en de ervaringen met het aanbod van de vergunninghouder daar aanleiding toe geven.
5Indien geen hub is aangewezen binnen het servicegebied, mogen deelvoertuigen binnen de wet- en regelgeving in de openbare ruimte worden gestald (zgn. freefloating).
Artikel 3.5 Verwijdering deelvoertuigen bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
1De vergunninghouder dient bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen één maand zijn in de gemeente aanwezige deelvoertuigen te verwijderen.
Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de vergunninghouder is sprake als:
a.De vergunninghouder zijn activiteiten binnen de gemeente beëindigt. In dat geval brengt de vergunninghouder de gemeente daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte.
b.De vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien;
c.De vergunninghouder in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard;
d.De gemeente de vergunning intrekt.
2Indien de vergunninghouder de deelvoertuigen niet adequaat verwijdert, zoals aangegeven in artikel 3.5 lid 1, kan de gemeente overgaan tot verwijdering en de daarmee gemoeide kosten in rekening brengen bij de vergunninghouder, alsmede kosten van noodzakelijke herstel van de openbare ruimte in originele staat.
3Indien een vergunning wordt beëindigd of ingetrokken zal deze overgaan naar de eerstvolgende inschrijver op wachtlijst.
Artikel 3.6 Communicatie en klachtenprocedure
1De vergunninghouder biedt één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente, die bevoegd is namens de vergunninghouder afspraken te maken en die telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 u.
2De vergunninghouder biedt een vast telefoonnummer dat specifiek is bestemd voor medewerkers Handhaving van de gemeente en dat bereikbaar is op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur.
3De vergunninghouder is voor klanten 24 uur online bereikbaar en telefonisch bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 u. Buiten kantooruren is communicatie zowel online als telefonisch in de Engelse taal toegestaan.
4De vergunninghouder behandelt en registreert klachten en rapporteert in kwartaal evaluaties of op verzoek van de gemeente; het aantal, type en locatie van de klachten aan de gemeente alsmede de wijze van afhandeling.
Artikel 3.7 Gebruikersvoorwaarden
1De vergunninghouder informeert de gebruiker, voorafgaand aan het gebruik van het deelvoertuig, volledig en transparant in taalniveau B1 over de van toepassing zijnde gebruiksvoorwaarden.
2De vergunninghouder noemt hierbij in ieder geval de hoogte van de eventuele waarborgsom, het eigen risico bij schade aan het deelvoertuig dan wel bij diefstal daarvan, de geldende parkeerregels voor het deelvoertuig, het gevolg van fout parkeren daarvan en te hard rijden daarmee.
3De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de verhuur aan een gebruiker die wettelijk bevoegd is voor het gebruik van zijn deelvoertuigen.
Artikel 3.8 Dataverkeer gebruik deelvoertuigen voor evaluatie en monitoring
1Vergunninghouder verklaart met diens aanvraag van een Vergunning tevens in te stemmen met de bepalingen van het Afsprakenstelsel van het DMI-ecosysteem en zich binnen 2 kalenderweken na datum toekenning Vergunning te zullen aanmelden als deelnemer in het DMI-ecosysteem en deelnemer te blijven gedurende de volledige periode dat diens Vergunning van kracht is. (Afsprakenstelsel is als bijlage bijgevoegd). Toelichting: Het Dutch Metropolitan Innovations (DMI)-ecosysteem voor mobiliteitsvernieuwing en slimme, duurzame verstedelijking brengt een digitale koppeling aan tussen mobiliteit, ruimte en verduurzaming. Zie ook www.dmi-ecosysteem.nl.
2De vergunninghouder doet mee aan de periodieke, landelijke enquête onder gebruikers van de deelmobiliteit, en levert indien van toepassing aan de uitvoerend onderzoekspartij de relevante ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten.
3De vergunninghouder dient gegevens over haar deelvoertuigen in de gemeente, geautomatiseerd aan te leveren aan de gemeente of aan de door gemeente aangewezen derden, op basis van het Nederlands Profiel Datadelen Deelmobiliteit, dat is ontwikkeld aan de hand van de CDS-M werkwijze ten behoeve van een zorgvuldige, veilige en effectieve data-uitwisseling.
Hoofdstuk 4 Ontheffing
Artikel 4.1 Hardheidsclausule
1In afwijking van de beleidsregels voor de stadsbrede vergunning voor deelscooters en elektrische deelfietsen, zoals vastgesteld door de gemeente Zwolle, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om in individuele gevallen af te wijken van deze regels. Dit kan indien strikte toepassing van de beleidsregels leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
2Aanvragen voor afwijkingen op basis van deze hardheidsclausule dienen gemotiveerd te worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Het college zal per geval beoordelen of de afwijking gerechtvaardigd is en in lijn is met de doelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzame mobiliteit.
Hoofdstuk 5 Slotbepaling
Artikel 5.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Artikel 5.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels deelfietsen en deelscooters gemeente Zwolle 2025.