Gemeentelijke regelgeving

Grondstoffenbeleidsplan 2022 – 2025

Gemeente Zwijndrecht · geldt sinds 1 augustus 2022

Aanhef

"Van afval naar grondstof met recycle-tarief"

4. Doel en kaders

4.8. Afbakening

4.8.1. Huishoudelijk afval

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de (gescheiden) inzameling en duurzame verwerking van afval dat ontstaat bij particuliere huishoudens. De zorgplicht geldt ook voor afval dat ontstaat als gevolg van de inzameling bij particuliere huishoudens. Deze zorgplicht is vastgelegd in de wet milieubeheer. Dit grondstoffenbeleidsplan richt zich daarom op huishoudelijk afval.

4.8.2. Afval in de openbare ruimte ontstaan als gevolg van de inzameling van huishoudelijk afval

Dit afval bevat de volgende elementen en zijn onderdeel van dit beleidsplan:

•Verwaaivuil, bijvoorbeeld door omgevallen minicontainers

•Morsvuil bij de inzameling

•Afval dat inwoners naast de inzamelcontainers zetten, wat er niet in hoort (karton, apparaten, plastic) of er niet in past (meubels, grofvuil)

4.8.3. Bedrijfsafval

Bedrijfsafval is afval van bedrijven, scholen en verenigingen. Bedrijven, scholen en verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor hun afval en hebben net als de gemeente de verplichting om daar op een milieuverantwoorde wijze mee om te gaan. Ze worden daar door het bevoegd gezag op gecontroleerd. Bedrijfsafval is geen onderdeel van dit grondstoffenbeleidsplan, met uitzondering van:

•De verordening reinigingsrecht

•Afvalvrije scholen

4.8.4. Zwerfafval

Zwerfafval is afval dat ontstaat in de openbare ruimte. Het betreft bijvoorbeeld verpakkingsmateriaal, sigarettenpeuken, kauwgom, hondenpoep, etc. Wanneer inwoners of bezoekers van Zwijndrecht dit afval niet in een prullenbak gooien of bij zich houden, ontstaat hierdoor zwerfafval.

Het grondstoffenbeleidsplan gaat over huishoudelijk afval en niet over zwerfafval. De aanpak van zwerfafval valt onder het "schoon, heel en veilig" houden van de openbare ruimte.

De volgende ontwikkelingen vormen de achtergrond voor het opstellen van het grondstoffenbeleidsplan.

5. Ontwikkelingen

5.1. Landelijk

5.1.1. Nederland Circulair in 2050

In de traditionele economie worden producten steeds opnieuw aangeschaft. Na gebruik worden de producten weggegooid. Deze wegwerp- en vervangcultuur heeft een enorme impact op de aarde. Veel grondstoffen die we nu gebruiken raken deze eeuw op. Dat betekent dat iemand die in 2000 geboren is tijdens zijn leven mee gaat maken dat allerlei grondstoffen niet meer uit de aarde te winnen zijn.

We moeten dus anders gaan kijken naar de grondstoffen die we nu gebruiken. Hoe kunnen we grondstoffen die overal opgeslagen zijn in producten, gebouwen en afval weer terugwinnen zodat we geen nieuwe grondstoffen hoeven te delven? Producten van nu zijn de grondstoffen voor later. Na gebruik kunnen producten gedemonteerd worden, waarna de materialen weer opnieuw gebruikt kunnen worden. Behoud van grondstoffen is de kern van het circulaire model.

De rijksoverheid heeft als doel gesteld dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie heeft ontwikkeld. Dit is uitgewerkt in het programma "Nederland Circulair in 2050". Nederland wil als tussendoelstelling in 2030 al 50% minder primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) gebruiken.

Goede afvalscheiding en gescheiden inzamelen van grondstoffen bij huishoudens draagt in belangrijke mate bij aan de ambitie om van een traditionele (lineaire) naar een circulaire economie te komen.

5.1.2. VANG-beleid

Het programma Van Afval naar Grondstof (VANG Huishoudelijk Afval) is een landelijk programma dat tot doel heeft om de hoeveelheid restafval te verminderen. Het is onderdeel van het landelijke beleidsprogramma Circulaire Economie, dat in 2016 van start ging en dat is uitgewerkt in een vijftal landelijke transitie agenda's. Door het afval niet langer te verbranden, maar opnieuw te gebruiken als grondstoffen, draagt afvalscheiding bij aan zowel de circulaire ambitie als het verminderen van de CO2 uitstoot in Nederland.

Binnen het programma VANG zijn twee mijlpalen benoemd:

•Maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar in 2020 en 75% hergebruik van grondstoffen

•Maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar in 2025 en 90% hergebruik van grondstoffen

Het programma is tot nu toe succesvol. Een groot deel van de Nederlandse gemeenten heeft de doelstellingen in lokaal beleid overgenomen en de afvalscheiding in Nederland is sindsdien verbeterd.

In het beleidsplan 2016 heeft ook Zwijndrecht de VANG doelstelling voor 2020 overgenomen. Op basis van dit beleidsplan is deze doelstelling niet haalbaar gebleken. Deze doelstelling biedt nog voldoende uitdaging voor Zwijndrecht. Daarom houdt het nieuwe grondstoffenbeleidsplan vast aan het doel om maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar te produceren, maar nu gericht op 2025. In de periode 2025-2030 richten we ons op het verder verbeteren van de resultaten en stappen richting het doel van maximaal 30 kilogram restafval per inwoner per jaar. Daarvoor zal t.z.t. vervolgbeleid worden opgesteld.

5.1.3. Landelijke producentenverantwoordelijkheid

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op diverse afvalstromen een zogenaamde producentenverantwoordelijkheid ingesteld. Dit betekent dat producenten of importeurs (mede) verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van de producten die zij op de markt brengen.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor elektrische apparaten en verpakkingen. Voor deze stromen is een landelijk dossier, waarin onder meer de volgende afspraken staan.

•De kosten voor de inzameling en recycling worden (deels of gedeeltelijk) gedragen door de producenten

•Producenten kunnen daardoor eisen stellen aan de vorm van inzameling, de registratie en aan de acceptatiecriteria. De stroom valt niet meer onder de zorgplicht van de gemeenten. Gemeenten verzorgen nog wel de inzameling indien de producenten hierover met de gemeenten afspraken maken, zoals bijvoorbeeld voor verpakkingen en elektrische apparaten. De gemeenten ontvangen hiervoor een vergoeding van de producenten.

•Overheid (rijkswaterstaat) en de producenten maken samen afspraken over de toekomst van de producten, waarbij wordt gestuurd op preventie of circulariteit van de producten. Voorbeelden hiervan zijn het verdwijnen van cadmium uit batterijen, cfk's uit koelkasten en meer recent steeds andere vormen van verpakkingen die in het eindproduct beter recyclebaar zijn.

•Overheid en bedrijfsleven en bedrijfsleven onderling maken afspraken over de hoeveelheid gerecycled materiaal dat door de overheid en de producenten zelf weer wordt verwerkt. Zo worden de producenten en de overheden ook zelf afnemers van de gerecyclede producten.

De minister onderzoekt de mogelijkheden om producentenverantwoordelijkheid in te stellen voor producten als matrassen en luiers.

De VNG is namens de Nederlandse gemeenten partij in deze "ketenbesprekingen". Tijdens het laatste VNG congres is een motie (zie bijlage 1) aangenomen die de VNG oproept om zich namens de gemeenten sterk te maken voor een uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid voor consumptiegoederen en verpakkingen. Het doel daarvan is om producenten te stimuleren om al bij het ontwerp rekening te houden met hergebruik en recycling na de levensduur van het product.

5.1.4. Nieuwe wettelijke scheidingsverplichting

Sinds 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om gfte, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze verplichting in per 1 januari 2025.

In 2023 verandert bovendien het LAP3 (Landelijk Afvalbeheerplan 3) naar Circulair Materialen Plan 1. We zien dat in steeds meer landelijke wetgeving de circulaire gedachte prominent wordt ingevoerd.

5.1.5. COVID-19

De covid-19 pandemie heeft sinds het begin van 2020 een fors effect gehad op het afvalaanbod. Veel mensen werkten thuis en lieten boodschappen, thuiswerkhulpmiddelen en dergelijke aan huis bezorgen. Dit heeft voor een stijging gezorgd van de hoeveelheid restafval en grondstoffen.

De totale hoeveelheid huishoudelijk afval is landelijk in 2020 met bijna 30 kilogram per inwoner toegenomen. Dat is de sterkste toename sinds 1997. Vooral de hoeveelheid huishoudelijk restafval en groente-, fruit- & tuinafval en etensresten is flink gegroeid. Dit beeld is ook in Zwijndrecht zichtbaar.

Hoewel de covid-19 maatregelen, waaronder (verplicht) thuiswerken, op het moment van schrijven worden afgebouwd, is het moeilijk te voorspellen wat het effect van "het nieuwe normaal" op het afvalaanbod gaat zijn.

5.1.6. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Sinds juni 2018 is de nieuwe wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in heel Europa ingevoerd. Deze wetgeving is ook geïntegreerd in het afvalbeleid. Gemeenten hebben de verplichting om aan te tonen dat er op een verantwoorde wijze met de privacygegevens van inwoners wordt omgegaan. Dit betekent onder meer dat de gemeente moet aangeven met welk doel zij informatie van haar inwoners registreert. De gemeente heeft vanuit de milieuwetgeving de verplichting om op een zo duurzaam mogelijke manier de inzameling van het huishoudelijk afval van haar inwoners in te zamelen. Hiervoor is registratie nodig. Enerzijds om een efficiënte inzameling te kunnen inrichten en anderzijds om een financiële afrekening te kunnen doorvoeren. De inzameling van het afval valt binnen de afspraken zoals deze zijn vastgelegd binnen het gemeentelijk privacy reglement. De gemeente bewaart de persoonsgegevens niet langer dan nodig is voor de uitvoering van gemeentelijke taken of zoals vastgesteld in regelgeving. Indien er voor specifiek maatwerk (bijvoorbeeld voor medisch afval) aanvullende kaders en/of registraties gelden, wordt binnen de aanvullende regeling extra aandacht besteed aan de privacywetgeving.

HVC verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval voor de gemeente Zwijndrecht. HVC treedt daarmee op als "verwerker" en de gemeente Zwijndrecht als "verwerkingsverantwoordelijke". Op grond van art. 28 AVG wordt een verwerkersovereenkomst tussen de gemeente en HVC afgesloten, waarin wordt vastgelegd welke persoonsgegevens HVC mag verwerken, voor welke doeleinden en hoe deze beveiligd worden.

5.2. Financieel

5.2.1. Rijksbelasting op verbranding van restafval

De rijksoverheid heeft per 1 januari 2015 een rijksbelasting op het verbranden van restafval in het leven geroepen. Dit om het ambitieuze VANG-programma kracht bij te zetten en om gemeenten aan te zetten om de hoeveelheid restafval te gaan terugdringen.

Alle gemeenten betaalden vanaf dat moment, naast de reguliere inzamelings-, verbrandings- en transportkosten, een extra belasting van € 13,21 voor het verbranden van 1.000 kilo restafval aan het rijk. Sinds 1 januari 2020 is deze verbrandingsbelasting met ruim € 18,00 verhoogd naar € 32,63 per ton restafval. In 2021 betalen alle gemeenten € 33,15 per ton verbrand restafval. De verwachting is dat deze "verbrandingstaks" in de toekomst verder zal stijgen.

5.2.2. Vergoedingen voor grondstoffen nemen af

De handel van grondstoffen vindt veelal plaats op wereldniveau. Dit betekent dat de wereldhandel effect heeft op de prijzen van grondstoffen. Dit heeft er in de periode 2005-2015 toe geleid dat de vergoedingen van veel grondstoffen spectaculair gestegen zijn. Sinds 2016 is er echter sprake van een neergaande trend. De opbrengsten van metaal, oud papier en karton en textiel dalen, terwijl de kosten voor hout en matrassen fors stijgen. Een belangrijke reden hiervoor is dat China er momenteel voor kiest de grenzen gesloten te houden voor grondstoffen uit Europa. Een andere belangrijke factor is dat de landen in Oost Europa hun eigen afval zijn gaan recyclen. Hierdoor hebben ze minder grondstoffen en (afgedankte) producten uit West Europa nodig.

5.2.3. Afvalstoffenheffing stijgt

Beide bovenstaande ontwikkelingen zorgen ervoor dat ook bij gelijkblijvend beleid de afvalstoffenheffing in de meeste gemeenten fors stijgt. Gemeenten die een grote afvalstoffenreserve hebben, kunnen deze stijging in het begin nog opvangen. Gemeenten zonder reserve, of waar de reserve fors is afgenomen, zien de afvalstoffenheffing stijgen, of de dekkingsgraad afnemen.

In 2020 steeg de afvalstoffenheffing in Nederland met gemiddeld 8,5% en in 2021 ging hier nog gemiddeld 10% overheen.

5.3. Inwoners

5.3.1. Interesse voor duurzaamheid groeit

De aandacht voor duurzaamheid en het klimaat groeit. Lokale overheden ondersteunen duurzame energie-initiatieven en gaan over op gasloos wonen. Er zijn subsidies en faciliteiten voor elektrisch rijden. De verkopen van duurzaam voedsel stijgen en er wordt vaker biologisch en vegetarisch gegeten. Inwoners (met name de jonge generatie) vragen aandacht voor de plastic soep en protesteren voor een beter klimaat. Deze aandacht voor duurzaamheid zien we ook terug in afvalscheiding. Steeds meer inwoners doen graag mee. Maatschappelijk is steeds meer aandacht voor de rol van producenten in de ambitie om afvalpreventie te stimuleren en verpakkingen te reduceren.

5.3.2. Communicatie verandert

De tijd dat iedereen de (lokale) krant las is voorbij. Sociale media, podcasts, vlogs, nieuwsshows, realiteitenprogramma's en (buurt)apps hebben de functie van informatieverspreiding grotendeels overgenomen. Het voordeel is dat de informatie veel sneller en toegankelijker gebracht kan worden. Het nadeel is dat er geen controle meer lijkt te zijn op het waarheidsgehalte van de informatie die verspreid wordt. Een mening wordt met net zoveel zekerheid verkondigd als een feit en beiden zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Dit maakt communicatie over het nut en de inhoud van afvalscheiding een uitdaging.

5.3.3. Inwoners wonen langer zelfstandig

Nederlanders worden gemiddeld steeds ouder en blijven langer vitaal. Maar ook de inwoners die minder vitaal zijn wonen in veel gevallen nog zelfstandig, al dan niet met externe ondersteuning. Deze groep is vaak minder mobiel en heeft niet altijd toegang tot moderne communicatiekanalen. Bij het opstellen van nieuw beleid houden we met de groep die minder mobiel is rekening door het inrichten van maatwerk.

5.3.4. Druk op de ruimte in huis en in de openbare ruimte neemt toe

De behoefte aan huizen, parkeerplekken en ruimte om te recreëren groeit. De gescheiden inzameling van afval en grondstoffen legt beslag op ruimte in huizen, schuren, tuinen en in de openbare ruimte. De afvalinzameling concurreert hierdoor met andere vormen van ruimtebeslag die voor inwoners vaak hoger op de prioriteitenlijst staan. De afvalinzameling en – voorzieningen kunnen een bron van vervuiling zijn. Tegelijk is het belang van een schone openbare ruimte steeds groter. Alle keuzes voor toekomstige vormen van inzameling worden tegen deze achtergrond van schaarste in de privésfeer en in de openbare ruimte genomen.

In dit hoofdstuk staat weergegeven hoe de gemeente Zwijndrecht presteert op het gebied van afvalscheiding.

6. De huidige situatie

6.2. Restafval

6.2.1. Samenstelling van het fijn huishoudelijk restafval

Onze inzamelaar HVC monitort niet alleen de hoeveelheden, maar ook de samenstelling van het ingezamelde fijn huishoudelijk restafval. Voor 2020 heeft dat het volgende beeld opgeleverd.

Grondstof

Gemiddeld percentage steekproeven 2020

Samenstelling fijn restafval - per kg per inwoner 2020

GFT en etensresten

35%

76

Restafval

21%

46

Overige stromen

15%

32

Plastic, metaal/blik en drinkpakken

10%

21

Textiel

6%

13

Oud papier en karton

5%

12

Luiers

5%

10

Glas

4%

9

Totaal

100%

219

Maar 21% van het afval dat inwoners in de ondergrondse container is ook echt restafval (ca. 46 kg per inwoner per jaar). Dat betekent dat 79% van het restafval bestaat uit grondstoffen die gerecycled kunnen worden wanneer ze gescheiden worden aangeboden.

7. Gamechanger: recycle-tarief

7.5. Wat levert recycle-tarief op?

7.5.1. Benchmark

De NVRD (Nederlandse Vereniging van Reinigingsdiensten) en Rijkswaterstaat brengen jaarlijks de milieu- en kosteneffectiviteit van het gemeentelijk afvalbeheer in beeld in de Benchmark Huishoudelijk Afval. De inzamelprestaties van deelnemende gemeenten worden daarin gerelateerd aan gemeentelijke kenmerken (bv. aandeel hoogbouw), toegepaste inzamelstrategie (bv. servicedifferentiatie, diftar/recycle-tarief of een combinatie) of toegepast type inzamelmiddelen (bv. minicontainers, zak, verzamelcontainers).

Uit de benchmark blijkt dat gemeenten die een combinatie van servicedifferentiatie en diftar/recycle-tarief toepassen het beste presteren op de hoeveelheid restafval en de kosten.

In onderstaand overzicht uit de benchmark 2019 worden de resultaten (milieu en kosten) van deelnemende gemeenten uit stedelijkheidsklasse B, waarin ook Zwijndrecht valt, weergegeven op basis van de inzamelstrategie.

7.5.2. Verwacht milieuresultaat

De inzamelsystemen die in Nederland worden toegepast zijn grofweg te categoriseren in drie profielen, waarin in meer of mindere mate een serviceprikkel wordt toegepast. Deze drie profielen kunnen ook worden gecombineerd met een prijsprikkel. De meest in Nederland voorkomende inzamelsystemen zijn dan ook op te delen in zes profielen.

Het bedrijf Eureco doet jaarlijks in veel gemeenten in Nederland (bij 80% van NL gemeenten) metingen naar de hoeveelheid grondstoffen in het restafval. Op basis van de informatie die zij verzamelen en analyseren, kan globaal worden voorspeld welke resultaten gemeenten kunnen behalen met de gekozen inzamelmethode. Onderstaande grafiek laat zien welke resultaten gemeenten gemiddeld bereiken binnen de profielen. Ook is zichtbaar dat alleen gemeenten met een prijsprikkel (recycle-tarief) het restafval onder de 100 kg per inwoner per jaar krijgen in combinatie met een servicemaatregel (profiel 5 of 6).

De gemeente Zwijndrecht valt op dit moment onder profiel 3, waarbij de inzameling van restafval op afstand via ondergrondse verzamelcontainers plaatsvindt en de inzameling van GFTE, oud papier & karton en verpakkingen van plastic, metaal/blik & drankenkartons via minicontainers aan huis (laagbouw) of in de directe woonomgeving (hoogbouw). Na invoering van recycle-tarief maakt Zwijndrecht de stap naar profiel 6. De verwachting is dat daarmee de doelstelling van maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar kan worden gehaald.

7.5.3. Effect op kosten afvalbeheer

De invoering van recycle-tarief gaat impact hebben op de hoeveelheid restafval en daarmee ook op de kosten voor afvalbeheer. De afname van het restafval leidt tot lagere inzamel- en verwerkingskosten en een lagere verbrandingsbelasting op restafval. Daarnaast stijgt de inzamelvergoeding voor verpakkingen van plastic, metaal/blik & drankenkartons door betere afvalscheiding.

In onderstaand staatje is het effect op de kosten van de maatwerkoplossingen voor senioren al (zie ook Hoofdstuk 9) meegenomen.

Recycle-tarief

2022

2023

2024

2025

Inzamelkosten (-40.399)

-40.399

-40.399

-40.499

Kapitaallasten (9.722)

9.722

9.722

9.722

Onderhoudskosten (13.200)

13.200

13.200

13.200

Verwerkingskosten (-359.096)

-359.096

-359.096

-359.096

Inzamelvergoeding PMD (-130.095)

-130.095

-130.095

-130.095

Verbrandingsbelasting restafval (-155.009)

-155.009

-155.009

-155.009

Eénmalige kosten (183.000)

183.000

Effect op kosten afvalbeheer

-478.677

-661.677

-661.677

10. Neveneffecten

10.2. Ontwijkgedrag

10.2.1. Vervuiling van grondstoffen

Het gescheiden inzamelen van grondstoffen heeft weinig zin, wanneer deze grondstoffen ongeschikt zijn voor recycling, omdat ze te veel vervuild zijn. Er is sprake van vervuiling wanneer verschillende afval-/grondstofstromen onjuist worden aangeboden. Denk daarbij aan luiers of restafval in het textiel, plastic bij het GFTE, restafval in het PMD, etc.). Deze stromen worden afgekeurd en vervolgens als restafval verwerkt (verbrand). Bewuste vervuiling van grondstoffen met restafval leidt tot mindere milieuprestaties en hogere kosten.

10.2.2. Dumpingen en bijplaatsingen

Bij dumpingen en bijplaatsingen plaatsen inwoners afval in de openbare ruimte. In het geval van een dumping is dit vaak een afgelegen plek in een plantsoen of afgelegen terrein. Bijplaatsingen vinden plaats bij (ondergrondse) verzamelcontainers.

12. Flankerend beleid

12.1. Communicatie & Voorlichting

12.1.1. Kernboodschap van het grondstoffenbeleid

Afval is grondstof!

We willen grondstoffen maximaal benutten en dat kan het best door het afval thuis goed te scheiden. Het overige afval zijn grondstoffen die goed te verwerken zijn in nieuwe producten. Om deze ambitie kracht bij te zetten moeten gemeenten belasting betalen over het ingezamelde restafval. De verwerking van restafval is daardoor veel duurder geworden. Via de afvalstoffenheffing worden deze kosten doorberekend aan de inwoners.

Eerlijke verdeling kosten restafval

In de huidige situatie worden alle kosten in gelijke mate verdeeld over alle huishoudens. Met het recycle-tarief wordt de hoogte van de afvalstoffenheffing bepaald door het aanbod van restafval. Inwoners die goed afval scheiden en daardoor weinig restafval produceren zijn met het recycle-tarief goedkoper uit dan inwoners die hun afval minder goed scheiden. Onze inwoners krijgen dus zelf invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing.

De invoering van recycle-tarief zal voor degenen die al goed afval scheiden weinig verandering teweeg brengen. Inwoners die nog niet gewend zijn om afval op een goede manier te scheiden zullen hun routine moeten aanpassen. Onze communicatie-inzet is erop gericht om ook deze groep te stimuleren om afval te scheiden en hen daarbij te helpen.

12.1.2. Strategie

We zetten in op kennis en bewustwording, draagvlak (neutrale tot positieve houding ten opzichte van recycle-tarief) en gedragsverandering. Het gaat om het actief, tijdig en begrijpelijk informeren van onze inwoners over de introductie van recycle-tarief.

De strategie is niet alleen gericht op informatieoverdracht. Een campagne die alleen gericht is op informatieoverdracht bereikt niet dat mensen hun gedrag veranderen. Het grootste deel van beslissingen wordt namelijk gemaakt op de automatische piloot. Om inwoners tot ander gedrag aan te zetten is het nodig om instrumenten te ontwikkelen die gericht zijn op:

•het veranderen van sociale normen: zoals laten zien dat de meerderheid het al doet

•motiveren tot ander gedrag: zoals een beloning

•weerstand verminderen: belangrijke strategieën hierbij zijn, erkennen, keuzes bieden en eenvoudig maken.

•capaciteit en kennis: heeft de doelgroep de juiste informatie om het gewenste gedrag te vertonen?

•gelegenheid: zijn er barrières, zoals gebrek aan ruimte om te scheiden?

•veranderen van gewoontes: door iets aan de situatie te veranderen moet de situatie opnieuw beoordeeld worden.

12.1.3. Algemene campagne en maatwerk per buurt en doelgroep

Bij de overgang naar recycle-tarief spelen bovenstaande componenten een rol. Het gaat dus niet alleen om goede communicatie. Voor de campagne moet in kaart gebracht worden wat er speelt. Dit zal verschillen per doelgroep. Waar veel ouderen wonen spelen andere gedragscomponenten een rol dan in een wijk met veel gezinnen of een wijk met veel allochtonen. Naast de algemene campagne worden daarom specifieke elementen ontwikkeld die passen bij een bepaalde wijk of buurt om gedragsverandering te bereiken. Daarbij wordt de kennis benut van onder andere buurtaanpak, woningcorporaties en welzijnsinstellingen. Speciale aandacht is er voor de doelgroep anderstaligen en laaggeletterden.

12.1.4. Campagne in vogelvlucht

De campagne gaat uit van de volgende fases in de communicatie.

1Informeren en weerstand reduceren: na besluitvorming grondstoffenbeleidsplan

•wat gaat er veranderen?

•wanneer?

•waarom?

•uitleg systeem recycle-tarief, hoe werkt het?

2Vergroten kennis en bewustwording: afval scheiden en grondstoffen (reeds gestart)

•afval is grondstof!

•wat hoort waar?

•wat gebeurt er met ingezamelde grondstoffen?

•welk effect heeft vervuiling?

•etc.

3Oefenperiode met feedback: 2e helft 2022

•inwoners voorbereiden op recycle-tarief: helpen met aanpassen "routine"

•m.b.v. HVC-app

•d.m.v. persoonlijk contact, afvalcoaches

4Na implementatie recycle-tarief: per 1 januari 2023

•feedback blijven geven (o.a. HVC-app)

•periodiek terugkoppelen resultaten

•gerichte communicatie en inzet afvalcoaches om eventueel bij te sturen.

12.2. Educatie

12.2.1. Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE)

De gemeente Zwijndrecht volgt de drie grote landelijke duurzaamheidsambities voor 2050, te weten Klimaatadaptief, Energieneutraal en Circulair. In het programma duurzaamheid wordt beschreven hoe Zwijndrecht vorm wil geven aan deze ambities.

Natuur- en Duurzaamheidseducatie speelt daarin een belangrijke rol. Er wordt, in vergelijking met het "vroegere" natuur- en milieueducatie (NME), een bredere scope voor duurzaamheidseducatie ontwikkeld, die aansluit bij de drie pijlers "klimaat", "energie" en "circulaire economie". Ook wordt de doelgroep uitgebreid van alleen het (basis)onderwijs naar jongeren, volwassenen, ondernemers en organisaties. De beschikbare NDE-locaties (Kiboehoeve, 't Weetpunt en natuureducatiecentrum Hooge Nesse) worden gebruikt voor lessen, activiteiten en voorbeeldprojecten.

Daarnaast gebruiken we de website www.zwijndrechtgaatduurzaam.nl om onze inwoners (vooral de volwassenen) tips te geven over circulariteit en afvalscheiding & -preventie. Op deze manier proberen we de hoeveelheid afval te reduceren.

Het grondstoffenbeleidsplan draagt bij aan de ambitie om geheel circulair te zijn in 2050 en is daarmee onderdeel van de pijler Circulaire Economie van het programma Duurzaamheid. Via natuur- en duurzaamheidseducatie kan de kennis en bewustwording ten aanzien van (de waarde van) grondstoffen, het voorkomen van afval (preventie), afvalscheiding, hergebruik en recycling van de inwoners van Zwijndrecht worden vergroot.

12.2.2. Afvalvrije scholen

Jong geleerd is oud gedaan! Vanuit die gedachte hecht de gemeente Zwijndrecht er waarde aan om de nieuwe generatie al vroeg bewust te maken van de waarde van grondstoffen. Kinderen die op de basisschool leren over grondstoffen en afval scheiden, en dat daar ook toepassen, nemen deze kennis en ervaring mee naar huis, zodat ook daar goed afval gescheiden wordt.

Het belang van afvalscheiding op scholen wordt weliswaar breed gedragen, maar er zijn nog enkele financiële en wettelijke barrières die dit belemmeren. Afval van scholen is bedrijfsafval. Gemeenten hebben geen zorgplicht voor afval van bedrijven en mogen zich formeel ook niet op die markt begeven. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor hun afval en sluiten daar inzamelcontracten met commerciële inzamelaars voor af.

De rijksoverheid wil de hoeveelheid restafval in de dienstensector (waar scholen onder vallen) terugdringen en onderzoekt in het kader van het programma "VANG Buitenshuis" (onderdeel van het rijks brede programma Nederland Circulair 2050) de opschalingsmogelijkheden voor gescheiden inzamelen en afvalpreventie op basisscholen. De afgelopen jaren is er daarom voor gemeenten iets meer ruimte ontstaan om ook basisscholen te faciliteren in het scheiden van afval. De gemeente Zwijndrecht heeft bijvoorbeeld samen met HVC een pilot georganiseerd voor basisscholen.

In 2016 heeft één basisschool uit Zwijndrecht meegedaan aan een korte regionale pilot Afvalvrije School. Gedurende het schooljaar 2018-2019 is speciaal voor scholen uit Zwijndrecht en Heerjansdam vervolg gegeven aan deze pilot. Een vijftal basisscholen (op 6 locaties) hebben deelgenomen aan deze pilot. Deze scholen hebben tijdens de pilot oud papier & karton, groente-, fruit- & tuinafval en etensresten en verpakkingen van plastic, metaal/blik & drankenkartons van het restafval gescheiden. Hierin zijn de scholen gefaciliteerd door HVC. Na afloop van de pilot hebben alle deelnemende scholen aangegeven graag door te gaan met het scheiden van afval.

Wij werken toe naar een definitieve situatie, waarin alle basisscholen in Zwijndrecht de keuze kunnen maken om ook afvalvrije school te worden. Daarvoor moeten enkele juridische zaken worden geregeld.

12.4. Preventie

12.4.1. Oud papier: Ja-Ja sticker

Volgens cijfers van Milieu Centraal krijgt elk huishouden in Nederland jaarlijks gemiddeld ca. 30 kilo aan ongeadresseerd reclamedrukwerk door de brievenbus. Veel van dit drukwerk belandt ongelezen bij het oud papier. Iedere ongewenste folder zorgt voor verspilling van energie voor productie en transport en voor onnodig papiergebruik.

In Nederland kennen we daarom al geruime tijd de NEE-NEE en de NEE-JA sticker voor oud papier. Wanneer de NEE-NEE sticker op de brievenbus zit, mag er niet langer ongeadresseerd drukwerk op dat adres worden bezorgd. De NEE-JA sticker geeft aan dat huis-aan-huisbladen wel bezorgd mogen worden. Inwoners van de gemeente Zwijndrecht kunnen deze stickers gratis afhalen bij de receptie van het gemeentehuis of tegen betaling online bestellen op diverse websites.

In een aantal grote gemeenten loopt momenteel een experiment om dit systeem om te draaien. In deze gemeenten is het verboden om ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen, tenzij de bewoner expliciet (via een JA-JA sticker) aangeeft dat hij/zij daar wel prijs op stelt. De rechter heeft zich positief uitgesproken over de rechtsgeldigheid van deze sticker. De folderbranche is hiertegen in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De uitspraak van de Hoge Raad wordt in het najaar van 2021 verwacht.

De JA-JA sticker is mogelijk interessant voor Zwijndrecht om de hoeveelheid aangeboden papier terug te dringen en papierverspilling tegen te gaan. Daarom volgen we deze rechtszaak. Na de uitspraak van de Hoge Raad maken we de afweging over de invoering van de JA-JA sticker in Zwijndrecht.

12.4.2. Voedselverspilling en thuiscomposteren

In Nederland wordt jaarlijks gemiddeld 34 kilogram voedsel per persoon weggegooid. Inwoners kunnen er zelf voor zorgen dat er minder bioafval in de cyclus komt.

Voorkomen van voedselafval is de eerste manier. De hoeveelheid bioafval kan al aanzienlijk gereduceerd worden door gerichter in te kopen, afgepast te koken en kliekjes te gebruiken.

De tweede manier die inwoners hebben om te zorgen dat er geen of minder bioafval vrijkomt is het thuiscomposteren. Dit kan door middel van een composthoop, een compostton of een bokashi systeem. Natuurlijk maakt HVC van het ingezamelde bioafval ook groene energie en compost. Het voordeel van thuiscomposteren is dat hiermee de logistieke beweging wordt voorkomen. De duurzaamheidscirkel sluit zich direct en het bioafval kan direct ingezet worden ter verrijking van de eigen tuin.

Op de website www.zwijndrechtgaatduurzaam.nl besteden we aandacht aan voorkomen van voedselverspilling en aan thuiscomposteren. Met thuiscomposteren wordt ook de relatie gelegd met het thema klimaat, waarin het vergroenen van privé tuinen een belangrijk aspect is.

12.4.3. Oude kapotte spullen: Repair Café Zwijndrecht

Spullen die kapot zijn hoeven niet per sé direct te worden vervangen. Na een reparatie kunnen spullen vaak nog een tijdje mee. Hiermee wordt voorkomen dat spullen onnodig snel weggegooid en vervangen worden.

Door gebrek aan kennis en kunde zijn we vaak niet meer zelf in staat om deze spullen te repareren. Inwoners van de gemeente Zwijndrecht kunnen hiervoor twee keer per maand terecht bij het Repair Café Zwijndrecht, in het Hart van Meerdervoort. Het Repair Café bestaat uit een groep vrijwilligers die inwoners assisteren met het repareren van kapotte spullen, zoals kleding, elektrische apparaten, fietsen, gebruiksvoorwerpen, speelgoed, etc.

12.4.4. Oude herbruikbare spullen: Kringloopbedrijf Opnieuw & Co

Het Kringloopbedrijf Opnieuw & Co zorgt er voor dat afgedankte spullen die nog bruikbaar zijn via de kringloopwinkel een nieuwe eigenaar krijgen. In de werkplaats kunnen fietsen en meubels worden opgeknapt. Op het afvalbrengstation Noordpolder staat ook een kringloopcontainer, zodat een deel van het afval dat naar het afvalbrenstation wordt gebracht weer een nieuwe gebruiker krijgt.

Inwoners van Zwijndrecht kunnen goederen die geschikt zijn voor hergebruik (niet te vuil, kapot of incompleet) op afspraak gratis door Opnieuw & Co laten ophalen of zelf naar de kringloopwinkel brengen (zonder afspraak).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.