Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht;
Gelet op het bepaalde in artikel 1.3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994, paragraaf 4 van de BABW, de artikelen 25 en 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens;
Gezien het advies van 29 mei 2017;
B e s l u i t
vast te stellen de volgende beleidsregels:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
1bedrijfsontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2.2 van deze beleidsregels;
2bewonersontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2.1 van deze beleidsregels;
3bezoekersontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2.3 van deze beleidsregels;
4blauwe zone: een parkeerschijfzone als bedoeld in artikel 25 van het RVV 1990; Aangeduid met bord E10 uit bijlage 1 van het RVV 1990;
5houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;
6motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
7ontheffing: een door het college verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan zonder tijdsduurbeperking in een blauwe zone te parkeren;
8ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend;
9parkeerschijf: een vastgesteld model parkeerschijf als bedoeld de artikelen 1 tot en met 5 van het besluit parkeerschijf.
10parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
11RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);
Artikel 2 Geldigheid en parkeerduur ontheffingen
1Een bewonersontheffing is geldig voor de blauwe zone waar de bewoner woonachtig is en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
2Een bedrijfsontheffing is geldig voor de blauwe zone waar het bedrijf is gevestigd en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
3Een bezoekersontheffing is geldig voor de blauwe zone waar de bewoner woonachtig is en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
4De ontheffingen voor alle blauwe zones zijn geldig voor de duur tot maximaal 1 jaar.
5Parkeren met een ontheffing is van toepassing op de daarvoor vastgestelde parkeertijden, zonder tijdslimiet.
Artikel 3 Regels aanvragen en verlenen bewoners- en bezoekersontheffingen
1Een ontheffing moet schriftelijk worden aangevraagd op een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier.
2De aanvrager staat bij de gemeente ingeschreven op een woonadres dat ligt in één van de blauwe zones (bewoners-/bezoekersontheffing).
3Het autokenteken van de aanvrager staat geregistreerd op naam en woonadres (registratie Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) (bewonersontheffing) Indien de auto op een andere naam staat (bijvoorbeeld bij een lease- of bedrijfsauto) moet bij het aanvraagformulier een contract / verklaring worden gevoegd. Hieruit moet blijken dat de aanvrager de contracthouder / vaste gebruiker is van het opgegeven autokenteken.
Artikel 4 Regels aantal te verlenen bewoners- en bezoekersontheffingen
1Per bewoner wordt maximaal 1 ontheffing verleend.
2Per adres worden maximaal 2 bezoekersontheffingen verleend.
Artikel 5 Regels aanvragen en verlenen bedrijfsontheffingen
1Een ontheffing moet schriftelijk worden aangevraagd op een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier.
2De ondernemer is de aanvrager.
3Het bedrijf moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en eigendom hebben of gevestigd zijn binnen één van de blauwe zones.
Artikel 6 Regels aantal te verlenen bedrijfsontheffingen
1Per bedrijf worden maximaal 3 ontheffingen verleend.
Artikel 7 Nadere regels bewoners-, bezoekers en bedrijfsontheffingen
1De bewonersontheffing wordt verleend op een autokenteken.
2De bezoekersontheffing wordt verleend met de tekst 'BEZOEKER'.
3De bedrijfsontheffing wordt verleend op de bedrijfsnaam.
Artikel 8 Tijdelijke ontheffing in het kader van werkzaamheden
1Het college kan in het kader van werkzaamheden een tijdelijke ontheffing verlenen onder de volgende voorwaarden:
a.Per kenteken wordt één ontheffing verleend;
b.Een tijdelijke ontheffing is één maand geldig.
2De aanvrager toont aan dat het bedrijf werkzaamheden uit moet voeren in een blauwe zone;
3Het bedrijf is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
4De aanvrager toont aan dat deze werkzaamheden alleen uitgevoerd kunnen worden door het voertuig in de betreffende zone te parkeren.
Artikel 9 Kosten
1Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing worden leges in rekening gebracht bij de aanvrager.
2De hoogte van de leges is vastgelegd in de Legesverordening.
Artikel 10 Algemene regels ontheffingen
1Er wordt geen duplicaat verleend van een bezoekersontheffing of een bedrijfsontheffing.
2Een ontheffing wordt niet automatisch verlengd. De houder is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een nieuwe ontheffing.
3Bekende ontheffinghouders krijgen tijdig vóór afloop van de geldigheidstermijn een nota toegestuurd ter verkrijging van een nieuwe ontheffing.
4Een ontvangen betaling wordt beschouwd als aanvraag voor een nieuwe ontheffing.
5Betaling kan plaatsvinden per automatische incasso dan wel middels het voldoen van de ontvangen nota voor het verkrijgen van de ontheffing.
6Een ontheffing (ook bij verlenging) wordt verstrekt na ontvangst van de betaling voor de ontheffing.
Artikel 11 Intrekken ontheffingen
Het college kan een ontheffing intrekken:
1wanneer de ontheffinghouder van de ontheffing niet (meer) voldoet aan de gestelde regels;
2wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;
3wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen;
4wanneer de ontheffinghouder van de ontheffing in strijd handelt met de aan de ontheffing verbonden regels of beperkingen;
5wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
6om redenen van algemeen belang.
Artikel 12 Hardheidsclausule
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, in gevallen waarin toepassing van dit besluit naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van het bepaalde in dit besluit.
Artikel 13 Slotbepalingen
1Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel ontheffing Blauwe Zone’.
2Deze beleidsregel treedt inwerking de dag na bekendmaking.