Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht

Gemeente Zwijndrecht · geldt sinds 29 juni 2023

Aanhef

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht maken bekend dat zij op 22 juni 2021, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, hebben vastgesteld:

Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht

Binnen vijf jaren worden deze beleidsregels geëvalueerd en waar nodig aangepast en/of geactualiseerd.

Deze beleidsregels worden aangehaald als de ‘Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht’.

BIJLAGE 1: OVERIGE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN, NOTA'S, RICHTLIJNEN EN HANDREIKINGEN

1OVERIGE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Hieronder worden in aanvulling op de korte opsomming en beschrijving in hoofdstuk 1.2: 'Overige wettelijke voorschriften', verschillende wettelijke voorschriften nader toegelicht. Dit zijn wettelijke voorschriften, die relevant zijn voor evenementen.

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT (AWB)

In de Algemene wet bestuursrecht zijn de algemene regels van het bestuursrecht terug te vinden. De Awb bevat algemene regels die de verhouding tussen de overheid en inwoners en ondernemers beschrijft en regelt. Deze wet biedt, onder andere, een kader voor de procedure voor de aanvragen voor een evenementenvergunning, geluidsontheffing en een evenementenontheffing. In de Awb is bijvoorbeeld ook geregeld hoe een evenementenvergunning bekend gemaakt moeten worden. De Awb regelt verder op welke wijze en volgens welke procedure een belanghebbende een zienswijze, bezwaar- of beroepschrift tegen een evenementenvergunning in kan dienen. In titel 4.3 van de Awb zijn, als laatste voorbeeld, ook specifieke ‘spelregels’ voor (opstellen van) beleidsregels opgenomen.

ALCOHOLWET

Als er tijdens een evenement zwak-alcoholhoudende drank (buiten een horecabedrijf) wordt verstrekt, moet een evenementenontheffing worden aangevraagd. Deze ontheffing geldt alleen voor:

•de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank. De verstrekking en aanwezigheid van sterke drank is binnen de ontheffing niet toegestaan;

•een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard (een evenement zoals een jaarlijkse kermis of braderie);

•een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Als het evenement langer dan twaalf aaneengesloten dagen duurt, dan is een vergunning op basis van artikel 3 van de Alcoholwet vereist; en

•de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank, onder onmiddellijke leiding plaatsvindt van een persoon (leidinggevende) die de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt en niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

AANVULLENDE EIS

Verder stelt de gemeente Zwijndrecht de aanvullende eis dat de leidinggevende, die zwak-alcoholhoudende drank tijdens een evenement verstrekt, in het bezit moet zijn van een Verklaring Sociale Hygiëne. Deze verplichting geldt uitsluitend voor B- en C-evenementen.

WARENWET (WAW)

De Warenwet is een raamwet, waaronder een groot aantal uitvoeringsbesluiten valt. Deze wet richt zich op de deugdelijkheid van levensmiddelen en andere producten voor consumenten. Uitvoeringsbesluiten van de Warenwet in relatie tot de organisatie van evenementen zijn bijvoorbeeld:

•het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen;

•het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen;

•het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen.

WEGENVERKEERSWET, BESLUIT ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN INZAKE HET WEGVERKEER (BABW), REGLEMENT VERKEERSREGELS EN VERKEERSTEKENS 1990 (RVV 1990), REGELING VERKEERSREGELAARS 2009 EN WEGSLEEPVERORDENING ZWIJNDRECHT

De Wegenverkeerswet 1994 schrijft de wegbeheerders in Nederland voor om bij het uitvoeren van bepaalde verkeersmaatregelen, verkeersbesluiten te nemen. Voor evenementen betekent dit dat een verkeersbesluit in bepaalde omstandigheden nodig kan zijn. Bijvoorbeeld als een weg wordt afgesloten of een inrij- en/of parkeerverbod wordt ingesteld. Vaak worden dan alternatieve parkeerplaatsen aangewezen of wordt een omleiding ingesteld. Als dergelijke maatregelen van toepassing zijn, wordt dit in de evenementenvergunning opgenomen.

VERKEERSMAATREGELEN/-BESLUITEN

In het BABW is aangegeven dat de eigenaar van de weg verkeerstekens kan plaatsen en/of verkeersmaatregelen kan nemen. Deze tekens en/of maatregelen kunnen in bepaalde omstandigheden, zoals tijdens evenementen, geplaatst of genomen worden. In het BABW is verder aangegeven dat verkeerstekens geplaatst en/of verkeersmaatregelen getroffen kunnen worden, zonder een daaraan ten grondslag liggend verkeersbesluit. Het betreft bijvoorbeeld tijdelijke verkeersmaatregelen voor een periode korter dan vier maanden. In de gemeente Zwijndrecht volgen we het BABW en nemen we geen verkeersbesluit bij kleine en middelgrote evenementen, waarbij weinig belangen betrokken zijn. Er is namelijk sprake van een ‘andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard’. We zetten wel extra in op communicatie. Onze handelswijze is conform de Handreiking Verkeersbesluiten van de VNG. In deze handreiking is het volgende opgenomen: "Algemeen uitgangspunt is dat wanneer de maatregelen geen permanent karakter hebben, maar bijvoorbeeld verband houden met al dan niet geplande onderhoudswerkzaamheden aan de weg die maximaal vier maanden in beslag nemen, het nemen van een verkeersbesluit in beginsel achterwege kan blijven. In verband met het tijdelijke karakter van dergelijke maatregelen en de vaak noodzakelijke werkzaamheden, bestaat er ook minder behoefte aan een verkeersbesluit op grond waarvan bezwaar en beroep kan worden aangetekend. In deze gevallen zouden de bestuurslasten bovendien onevenredig hoog worden."

Bij grote jaarlijks terugkerende evenementen waarbij veel (verkeers)belangen betrokken zijn, moet op grond van het BABW een verkeersbesluit genomen worden. Om een verkeersbesluit te kunnen nemen moet het college een advies aan de politie vragen.

Wanneer er verkeersmaatregelen getroffen moeten worden op een weg(en) die geen eigendom van de gemeente is, moet de organisator/aanvrager zelf toestemming aan de eigenaar van de betreffende weg vragen.

(EVENEMENTEN)VERKEERSREGELAARS

Bij een evenement op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers moet worden geregeld, kan het RVV 1990 en de Regeling verkeersregelaars 2009 (nadere uitwerking van de Wegenverkeerswet) vereisen dat (evenementen)verkeersregelaars worden ingezet tijdens dit evenement. Deze verkeersregelaars worden aangesteld door de burgemeester. Deze aanstelling is alleen mogelijk voor personen die 16 jaar of ouder zijn en die de e-instructie van de politie gevolgd hebben. De burgemeester kan evenementenverkeersregelaars aanstellen voor één evenement of ten behoeve van meerdere evenementen in een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden. Deze aanstelling geldt uitsluitend voor eenvoudige verkeersregelende taken.

WEGSLEEPVERORDENING ZWIJNDRECHT

Binnen de gemeente Zwijndrecht is de Wegsleepverordening Zwijndrecht van kracht. Tijdens evenementen, zoals de kermis op het Raadhuisplein en Koningsdag op de Burgemeester de Bruïnelaan, bestaat de mogelijkheid voor het college om op een weg of weggedeelte een parkeerverbod (bord E1) in te stellen. Op deze weg of weggedeelte is het (tijdelijk) niet toegestaan om te parkeren. Staat een voertuig toch op een weg of een weggedeelte waarvoor een parkeerverbod is ingesteld, dan heeft het college op grond van de Wegenverkeerswet en de Wegsleepverordening de mogelijkheid om het voertuig weg te (laten) slepen.

WET BEVORDERING INTEGRITEITSBEOORDELINGEN DOOR HET OPENBAAR BESTUUR (WET BIBOB)

Het belangrijkste doel van de Wet Bibob is het voorkomen dat de overheid door het verlenen van vergunningen (waaronder een evenementenvergunning) of subsidies, het gunnen van overheidsopdrachten of het aangaan van vastgoedtransacties, onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Door de Wet Bibob kunnen malafide of criminele organisaties buiten de deur worden gehouden. Door het invullen van een Bibob-vragenformulier met verplichte bijlagen (onder andere de bedrijfsadministratie, belastingaanslagen en financieringsstukken) en het houden van intakegesprekken met aanvragers voor een vergunning, subsidie en dergelijke kan de gemeente onderzoeken of er sprake is van malafide/criminele praktijken. Als uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van een mindere mate van gevaar, kan het college of de burgemeester voorschriften aan de vergunning of subsidie verbinden. Bij een ernstig (gebleken) gevaar, kan het college of de burgemeester de vergunning of subsidie weigeren. Ten aanzien van het gunnen van overheidsopdrachten of het aangaan van vastgoedtransacties, kan de gemeente (als privaatrechtelijke rechtspersoon) weigeren een overeenkomst aan te gaan.

BELEIDSLIJN WET BIBOB GEMEENTE ZWIJNDRECHT 2016 (BELEIDSLIJN BIBOB)

1Per 12 mei 2016 past de gemeente Zwijndrecht de Wet Bibob onder andere toe op evenementenvergunningen. In de Beleidslijn Wet Bibob Gemeente Zwijndrecht 2016 staat dat de Bibob-toets in beginsel plaatsvindt voor de volgende evenementen-vergunningaanvragen:

a.een vechtsportgala, tenzij de nadruk ligt op de sport en de organisator van het gala is aangesloten bij het NOC*NSF;

b.een evenement waarbij een outlaw motor cycle gang (OMG) is betrokken; of

c.een voor de gemeente Zwijndrecht nieuw grootschalig evenement (zoals dance-evenementen).

WET DIEREN

De Wet Dieren is een raamwet . De wet stelt een beperkt aantal regels en biedt daarnaast de mogelijkheid allerlei zaken te regelen in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB´s) en ministeriële regelingen. De aanvullende regelingen kunnen betrekking hebben op het verstrekken en verkopen van diergeneesmiddelen, het vervoeren van dieren, het fokken van dieren, welke dieren wel en niet mogen worden gehouden (positieflijst) en het doden van dieren. Daarnaast geldt voor de gemeente Zwijndrecht ook de Dierenwelzijnsnota uit 2013.

EVENEMENTEN EN DIEREN

Door invoering van de Wet Dieren zijn enkele regels veranderd die ook voor beurzen en evenementen van toepassing zijn. Het is nu verplicht dat alle dieren die samenkomen op één locatie, zoals op beurzen of evenementen, voor aanvang van het evenement veterinair gekeurd zijn. De gezondheidsverklaring moet voor aanvang van het evenement ingevuld en afgegeven worden aan de desbetreffende organisatie. Deze verklaring moet getekend zijn door iemand met een veterinaire bevoegdheid. Om dieren te mogen verhandelen moet de standhouder vakbekwaam zijn.

WET LUCHTVAART

Voor het gebruik van het luchtruim gelden regels. Bijvoorbeeld voor het opstijgen met een helikopter of luchtballon, het oplaten van ballonnen en het gebruik van drones tijdens evenementen.

AANVRAAG ONTHEFFING OPSTIJGEN OF LANDEN BUITEN LUCHTHAVEN VOOR HELIKOPTERS

Het is verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen buiten een luchthaven. Luchtvaartuigen zijn bijvoorbeeld helikopters, paragliders en zweefvliegtuigen. Voor bijvoorbeeld helikoptervluchten tijdens evenementen kan de provincie Zuid-Holland in sommige gevallen een ontheffing verlenen. Deze ontheffing voor het gebruik van het luchtruim heet een TUG-ontheffing ('tijdelijk en uitzonderlijk gebruik') en wordt bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aangevraagd. De Milieudienst Rijnmond DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland de vergunning- en ontheffingverlenende taken op het gebied van luchtvaart uit.

VERKLARING VAN GEEN BEZWAAR VRIJE BALLON

Voor het oplaten van een vrije ballon (zoals een reclameballon aan een kabel of een hete luchtballon voor het vervoer van tenminste één persoon) schermzweeftoestel of een zeilvliegtuig tijdens bijvoorbeeld een evenement in onze gemeente, is geen TUG-ontheffing vereist. Er is wel een verklaring van geen bezwaar van de burgemeester van de gemeente Zwijndrecht nodig. Bovendien moet de gebruiker de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) inlichten voor welk terrein een verklaring van geen bezwaar is afgegeven.

VLIEGEN MET EEN DRONE

Vanwege de veiligheid en privacy, mag een gebruiker niet overal met een drone vliegen. In de handleiding drones en privacy (Handleiding voor een gebruik van drones dat voldoet aan de waarborgen voor bescherming van de privacy) is een algemeen kader beschreven welke privacy afspraken voor het gebruik van drones gelden. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de privacy van derden niet in het geding komt. Het vliegen boven mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing en gebieden rondom vliegvelden en andere no-flyzones is niet toegestaan. Een gebruiker mag wel vliegen in het vrije deel van het luchtruim. Dit deel wordt niet gecontroleerd door de luchtverkeersleiding. Op de website van de Rijksoverheid zijn de regels voor het vliegen met een drone te vinden. Voor het 'bedrijfsmatig' vliegen met drones gelden aanvullende regels. Zie voor de regels voor het vliegen met een drone, de volgende link: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/drone .

WET MILIEUBEHEER EN ACTIVITEITENBESLUIT MILIEUBEHEER

Een locatie waar een evenement plaatsvindt, kan een inrichting (bijvoorbeeld een horecabedrijf) in de zin van de Wet milieubeheer zijn. Dit kan een binnen locatie betreffen, maar ook een buitenterrein kan deel uitmaken van een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer.

Activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden georganiseerd en die binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen, zijn geen evenement als bedoeld in de APV. Daarvoor is geen evenementenvergunning nodig. Wat als normale bedrijfsvoering wordt gezien, is vastgelegd in de vergunning(aanvraag) in het kader van de Wet Milieubeheer of in de melding van een meldingplichtige inrichting als bedoeld in het Activiteitenbesluit. Voor deze activiteiten gelden dan de vergunningvoorschriften respectievelijk de voorschriften van het Activiteitenbesluit.

WET NATUURBESCHERMING

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is goede bescherming van de biodiversiteit, zonder stijging van lasten voor bedrijven en burgers. De nieuwe Wet natuurbescherming is een samenvoeging van drie bestaande natuurwetten: de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Deze wet zegt dat alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, verboden is. Bepaalde planten mogen bijvoorbeeld niet worden geplukt of vernield. Beschermde diersoorten mogen niet verstoord, verjaagd of gedood worden en ook hun eieren, nesten en holen mogen niet verstoord of vernield worden.

Er kan voor locaties die voor evenementen gebruikt worden, gevraagd worden dat de organisator de risico’s en effecten voor de natuur in beeld brengt. Het gaat daarbij ook om de nadelige effecten voor de Natura 2000 gebieden die in de nabijheid van de gemeente Zwijndrecht liggen. Heeft een ecologisch deskundige bepaald dat er beschermde planten- en/of diersoorten aanwezig zijn op de locatie, dan moet de organisator preventieve maatregelen nemen om schade te voorkomen. Lukt het niet met preventieve maatregelen om schadelijke effecten te voorkomen, dan kan een vergunning bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aangevraagd worden. Als dit college geen toestemming verleent, dan kan een eventueel verleende evenementenvergunning niet gebruikt worden voor het evenement. In hoofdstuk 4 van het Evenementenbeleid is de Wet natuurbescherming nader uitgewerkt. Tijdens de vooroverleggen met evenementenorganisatoren, worden deze organisatoren gewezen op de mogelijk effecten en gevolgen van de Wet natuurbescherming voor hun evenementen(aanvragen). In deze overleggen wordt ook aandacht besteed aan de Programma Aanpak Stikstof (PAS) - Natura 2000.

WET PARTICULIERE BEVEILIGINGSORGANISATIES EN RECHERCHEBUREAUS (WPBR)

Een evenementenbeveiliger is een beveiliger die zich beroepsmatig bezighoudt met de beveiliging van publieksevenementen. Op alle beveiligingsorganisaties in Nederland is de Wpbr van toepassing en daarvoor geldt onder andere het volgende:

•onder beveiligingswerkzaamheden wordt het bewaken van de veiligheid van personen en goederen of het waken tegen verstoring van de orde en rust op terreinen en in gebouwen verstaan ;

•het zonder vergunning verboden is een beveiligingsorganisatie in stand te houden en beveiligingswerkzaamheden aan te bieden;

•een particuliere beveiligingsorganisatie alleen medewerkers te werk mag stellen die toestemming hebben van de korpschef van de Nationale Politie. Aan het verkrijgen van deze toestemming worden vakbekwaamheidseisen en betrouwbaarheidseisen gesteld;

•een beveiligingsorganisatie de wettelijke bepalingen rond inhuur van personeel, het dragen van uniformen en dergelijke in acht moet nemen;

•een beveiligingsbedrijf de werkzaamheden ten behoeve van een evenement tijdig bij de politie moet aanmelden; en

•iedere evenementenbeveiliger in het bezit van een geldig legitimatiebewijs particuliere beveiligingsorganisatie moet zijn.

WET PUBLIEKE GEZONDHEID (WPG)

In de Wpg zijn de taken van de gemeente op het gebied van publieke gezondheidszorg vastgelegd. De wet regelt onder andere:

•de organisatie van de openbare gezondheidszorg;

•de bestrijding van infectieziektecrises; en

•de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren.

DIENST GEZONDHEID EN JEUGD (DG&J) EN GENEESKUNDIGE HULPVERLENINGSORGANISATIE IN DE REGIO (GHOR)

Voor de regio Zuid-Holland Zuid zijn de gezondheidstaken bij de DG&J belegd. De GHOR, als onderdeel van VRZHZ, vervult voor, onder andere evenementen ook een deel van deze taak. De GHOR draagt zorg voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises. Ook adviseert de GHOR andere overheden en organisaties op dat gebied. De vergunning voor een evenement wordt door de organisatie aangevraagd bij de gemeente. Wanneer een organisator bij de gemeente voor een evenementenvergunning aanklopt, kan de burgemeester, voordat een beslissing op de aanvraag wordt genomen, via de GHOR/de GGD om hygiëne- en gezondheidsadvies vragen. Ten aanzien van B- en C-evenementen geldt het uitgangspunt dat de GHOR een risicogericht advies geeft. Ten aanzien van A- en 0-evenementen kan de GHOR ook (on)gevraagd een advies geven. Het advies van de GHOR heeft betrekking op het inschatten en verminderen van gezondheidsrisico’s. Zo nodig brengt de GHOR (GGD) vooraf of tijdens het evenement een bezoek aan de ‘evenementenlocatie’.

WET RUIMTELIJKE ORDENING (BESTEMMINGSPLAN)

Evenementen kunnen een behoorlijke invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving. Op locaties waar meerdere meerdaagse evenementen georganiseerd kunnen worden, is op grond van de Wet ruimtelijke ordening sprake van ruimtelijke relevantie. Deze ‘evenementenlocaties’ moeten expliciet mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan. Daarnaast moet het bestemmingsplan een motivering bevatten over de aanvaardbaarheid van de evenementen in relatie tot de omgeving. Een incidenteel klein evenement heeft normaal gesproken geen invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Meerdaagse evenementen kunnen dat onder bepaalde omstandigheden wel hebben. Op het moment dat evenementen significante invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit, moeten dergelijke evenementen in een ruimtelijk besluit beoordeeld en geborgd worden. Voor het bepalen of een evenement ruimtelijk relevant is, kan onderscheid worden gemaakt in de volgende categorieën:

1incidenteel, kortdurend, maximaal een paar keer per jaar (verschillende) evenementen;

2jaarlijks terugkerende evenementen, meerdere evenementen;

3incidentele grote evenementen.

De eerste categorie evenementen heeft normaal gesproken weinig effect op de leefomgeving en hoeft in beginsel niet planologisch geborgd te zijn. Categorieën twee en drie zijn normaliter wel ruimtelijk relevant en moeten dus in het bestemmingsplan geborgd zijn/worden. Ten aanzien van alle categorieën geldt wel dat de locatie van belang is. In een woonomgeving zijn eerder negatieve effecten te verwachten, dan op een bedrijventerrein.

In onze gemeente hanteren wij het uitgangspunt dat evenementenlocaties waar evenementen met een op- en afbouwtijd van drie of meer dagen worden georganiseerd, planologisch geborgd moeten worden. Naast de aanwijzing van een evenemententerrein als bestemming, gaat het dus ook om een aantal aanvullende regels. Te denken valt aan het maximumaantal toegestane evenementen, maximale bezoekersaantallen en andere voorschriften, voor zover deze vanuit het oogpunt van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van hinderaspecten op een locatie van belang zijn.

OMGEVINGSVERGUNNING PLANOLOGISCH AFWIJKEN

Als organisatoren een evenement willen organiseren op een locatie waar evenementen volgens het bestemmingsplan niet mogelijk zijn, moet ook beoordeeld worden of het evenement ruimtelijk relevant is. Bij deze beoordeling moeten eventuele andere evenementen op die locatie, die op een ander tijdstip in het jaar plaatsvinden, betrokken worden. Is het evenement ruimtelijk relevant, dan heeft de organisator naast een evenementenvergunning, ook een omgevingsvergunning voor het planologisch afwijken nodig. Een omgevingsvergunning kan via het Omgevingsloket online (OLO) aangevraagd worden: https://www.omgevingsloket.nl/

WET VEILIGHEIDSREGIO’S EN BESLUIT BRANDVEILIG GEBRUIK EN BASISHULPVERLENING OVERIGE PLAATSEN (BESLUIT BGBOP)

Op 1 januari 2018 trad het Besluit bgbop in werking. Met de komst van dit besluit gelden er voor het hele land dezelfde regels met betrekking tot de brandveiligheid bij evenementen. In dit besluit wordt onder andere beschreven waaraan een verblijfsruimte/bouwsel, zoals een tent bij een evenement, moet voldoen. Ook zijn indieningsvereisten opgenomen om een verblijfsruimte/bouwsel aan deze voorwaarden te kunnen toetsen.

Het Besluit Bgbop kent alleen een gebruiksmeldingplicht. Er geldt geen gebruiksvergunningplicht. De situaties waarin een meldingplicht geldt, komen in belangrijke mate overeen met de eisen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Alleen bij een verblijfsruimte wordt in dit besluit een groter aantal personen gehanteerd (meer dan 150 personen), omdat aan het gebruik van een dergelijke ruimte overwegend minder risico’s zijn verbonden dan aan het gebruik van bouwwerken in de zin van het Bouwbesluit 2012. Een melding voor onder andere een evenement, is noodzakelijk in de volgende gevallen:

•in een tijdelijke verblijfsruimte op een plaats of een gedeelte van een plaats waar bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf wordt geboden aan meer dan 10 personen;

•of in een verblijfsruimte op een plaats of een gedeelte van een plaats waar verzorging wordt geboden aan meer dan tien personen onder 12 jaar, of aan meer dan tien lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen;

•een tijdelijke verblijfsruimte op een plaats of een gedeelte van een plaats die bestemd is voor meer dan 150 personen tegelijk.

Vooral het laatste geval kan tijdens een evenement spelen. Denk bijvoorbeeld aan een feesttent voor 500 bezoekers.

Een melding is in de volgende gevallen niet nodig:

•als een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik bouwwerken vereist is voor de activiteit; of

•als de indieningsvereisten brandveilig gebruik, zoals gesteld in het Besluit bgbop, in de aanvraag voor een evenementenvergunning geïncorporeerd zijn. Ten aanzien van dit onderdeel wordt met de herziening van de nieuwe APV een aanvullend artikel 2:25, tweede lid, in de APV opgenomen.

WONINGWET, BOUWBESLUIT EN BOUWVERORDENING

Het Bouwbesluit 2012 geeft algemene regels ten aanzien van het brandveilig gebruik van ‘bouwwerken’ als bedoeld in de Woningwet/de Bouwverordening. Voor een inpandig evenement, in een gebouw of bouwwerk, waarbij meer dan 50 personen tegelijkertijd aanwezig zijn, moet op basis van het Bouwbesluit een gebruiksmelding worden gedaan. Voor een evenement in een gebouw of bouwwerk is, bij afwijkend gebruik, op basis van het Bouwbesluit eveneens een gebruiksmelding nodig. Als het gebouw of bouwwerk wordt gebruikt waarvoor deze bestemd is, is geen gebruiksmelding vereist. Voorbeelden hiervan zijn een filmfestival in een bioscoop of een dansfeest(je) in een dansgelegenheid. Als een gebouw of bouwwerk anders gebruikt wordt dan waarvoor het bestemd is, dan moet mogelijk een gebruiksmelding gedaan worden of een gebruiksvergunning worden aangevraagd. Afhankelijk van de activiteit die wordt georganiseerd, kan ook een melding voor een 0-evenement of een evenementenvergunning vereist zijn. Voorbeelden hiervan zijn een openbaar (personeels)feest in een kantinegebouw, oud- en nieuwfeest in een sporthal of een open dag in een bedrijfspand. De melding voor een 0-evenement of een evenementenvergunning is onder andere noodzakelijk om de openbare orde en (brand)veiligheid te kunnen waarborgen.

ZONDAGSWET

In Zondagswet zijn ‘spelregels’ opgenomen om de zondagsrust te respecteren. Deze regels gelden ook voor evenementen. De belangrijkste ‘spelregels’ voor evenementen zijn dat:

•het niet toegestaan is om in de nabijheid van kerken of vergelijkbare gebouwen zonder strikte noodzaak gerucht te verwerken (geluidsoverlast te veroorzaken), waardoor de godsdienstoefening wordt gehinderd (artikel 2 van de Zondagswet);

•het niet toegestaan is om op zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken (geluidsoverlast te veroorzaken), dat op meer dan 200 meter afstand te horen is (artikel 3 van de Zondagswet);

•het niet toegestaan is om op zondag voor 13:00 uur 'openbare vermakelijkheden' (waaronder evenementen) te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen (artikel 4 van de Zondagswet);

•het niet toegestaan is om op zondag zonder genoegzame reden de openbare rust door arbeid in beroep of bedrijf te verstoren (artikel 6 van de Zondagswet). Deze verbodsbepaling is bijvoorbeeld relevant voor opbouwwerkzaamheden die op zondag ten behoeve van een evenement worden uitgevoerd. Wat zonder genoegzame reden is, moet van geval tot geval door de burgemeester beoordeeld worden.

ONTHEFFING ZONDAGSWET

De burgemeester is bevoegd een ontheffing van de verbodsbepalingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, van de Zondagswet te verlenen. De beoordeling van een aanvraag voor een ontheffing vindt per geval plaats. Uitgangspunt is dat de burgemeester terughoudend omgaat met zijn bevoegdheid om een ontheffing te verlenen.

VUURWERKBESLUIT

Voor het tot ontbranding brengen (afsteken) van professioneel vuurwerk moet een ontbrandingstoestemming worden aangevraagd of volstaat een melding. Dit volgt uit het Vuurwerkbesluit. De meldingsplicht voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk ligt bij 20 kg theatervuurwerk en 200 kg consumentenvuurwerk (professioneel toegepast). Onder deze grenzen kan worden volstaan met een melding; erboven moet een aanvraag voor een beschikking (toestemming) worden ingediend.

Het ontbranden van vuurwerk valt onder het bevoegd gezag van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland. In geval van een ontbrandingstoestemming kan de burgemeester binnen twee weken verklaren wel of geen bedenkingen te hebben tegen de toestemming. Dit kan de burgemeester met het oog op veiligheid doen. Als de burgemeester niet binnen deze termijn verklaart dat hij bedenkingen heeft, wordt hij geacht geen bedenkingen te hebben. Bij een melding is dit niet mogelijk.

2HANDBOEKEN, RICHTLIJNEN, HANDREIKINGEN, NOTA'S, PLANNEN EN NORMEN

Onderstaand worden, in aanvulling op de korte opsomming en beschrijving in hoofdstuk 1.3: 'Handboeken, richtlijnen, handreikingen, nota's, plannen en normen ', verschillende 'beleidsmatige' documenten nader beschreven. Dit zijn beleidsmatige documenten, die relevant zijn voor evenementen.

NEDERLANDS HANDBOEK EVENEMENTEN VEILIGHEID 1.0 (NHEV)

Het NHEV wil de partijen (waaronder onze gemeente) die betrokken zijn bij een evenement, hierbij een gemeenschappelijk denkkader bieden. Het doel daarbij is om terminologie en overwegingen van de diverse betrokkenen bij een evenement inzichtelijk te maken en met elkaar te delen. Het handboek is een bundeling van voorheen versnipperde kennis, regelgeving, normen en ervaringen.

Het NHEV biedt een handvat om in gezamenlijkheid de inrichting en risico’s van evenementen zoveel mogelijk te analyseren en te realiseren. Het ondersteunt bij het voeren van de goede discussie, het helpt bij de totstandkoming van de juiste dialoog tussen private en publieke partijen.

De Stichting Evenementen Handboek geeft aan dat het NHEV geen op zichzelf staand wettelijk kader, noch een handhavingsnorm of richtlijn is. De stichting richt zich in het handboek primair op de veiligheid en gezondheid van mensen die op en rond een evenement aanwezig zijn. Zowel bezoekers als medewerkers, en zowel tijdens het evenement zelf, als ook in de op- en afbouw. De stichting heeft in het handboek geprobeerd om de thema’s van ieder hoofdstuk primair te herleiden tot de veiligheid van personen.

Het handboek kan gebruikt worden door (semi-)overheden, diensten, organisatoren, leveranciers en andere betrokkenen en geïnteresseerden. Het NHEV is uitdrukkelijk een dynamisch document, dat regelmatig updates krijgt.

RICHTLIJN VOOR CONSTRUCTIEVE TOETSINGSCRITERIA BIJ EEN AANVRAAG VOOR EEN EVENEMENTENVERGUNNING

Alle evenementen kennen hun eigen publiek en eigen specifieke randvoorwaarden en voorzieningen. Het is niet efficiënt dat elk plaatselijk bestuur zijn eigen regels opstelt voor de technische eisen aan constructieve onderdelen.

Objecten (bouwsels), zoals podia, tribunes, tenten en decor-schermen moeten getoetst worden aan duidelijke en eenduidige regels. In 2015 is door de vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en het Centraal Overleg Bouwconstructies de Richtlijn voor constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een Evenementenvergunning vastgesteld. Deze, in 2018 aangepaste, richtlijn geeft eenduidige veiligheidseisen op basis waarvan op een verantwoorde manier (beheersbaar risico) een evenement kan worden voorbereid en een vergunning kan worden verleend. Bij de opzet van deze richtlijn is rekening gehouden met het feit dat het niet proportioneel is om te eisen dat een kortstondig aanwezig object, bijvoorbeeld een tent, moet voldoen aan de nieuwbouweisen van een permanent bouwwerk met een ontwerplevensduur van 50 jaar. Daarom is voor dit doel een specifiek veiligheidsniveau toegestaan, gerelateerd aan de tijdsduur van het evenement. Verder geeft de richtlijn mogelijkheden tot het nemen van beheersmaatregelen.

De Richtlijn voor Constructieve Toetsingscriteria bij een aanvraag voor een Evenementenvergunning is een handreiking voor onze gemeentelijke organisatie. De gemeente Zwijndrecht is verantwoordelijk voor het afgegeven van een goed onderbouwde en aan alle veiligheidsaspecten getoetste evenementenvergunning. Verder is deze handreiking bedoeld voor organisatoren van evenementen en ontwerpende constructeurs, zodat zij hun aanvragen op deze richtlijn kunnen afstemmen. Uit het oogpunt van veiligheid en landelijke uniformiteit is deze richtlijn een onderdeel van deze beleidsregels.

HANDLEIDING METEN EN REKENEN INDUSTRIELAWAAI 1999 (HIERNA: DE HMRI))

De HMRI geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop de Wet milieubeheer (Wm) en de APV van toepassing zijn. De gemeente Zwijndrecht hanteert de HMRI ook als basis voor onze metingen tijdens evenementen. Het hanteren van deze handleiding is algemeen geaccepteerd, zo blijkt ook uit de jurisprudentie. Het college (OZHZ) voert de metingen en berekeningen volgens de HMRI uit. De HMRI maakt onderdeel uit van deze beleidsregels.

WIJZE VAN METEN

De metingen, berekeningen en beoordeling van de geluidsniveaus vinden plaats conform de HMRI. Voor de beoordeling van het geluidsniveau is, in afwijking van deze handleiding, geen strafcorrectie voor muziekgeluid van toepassing. Voor de beoordeling van het geluidsniveau wordt geen bedrijfscorrectie of gevelcorrectie toegepast.

ONNAUWKEURIGHEIDSCORRECTIE

Elke meting kent een bepaalde onnauwkeurigheid. Gedacht kan worden aan onnauwkeurigheden in afstand, geometrieën, tijdperioden en aflezingen van de apparatuur die de geluidgegevens afleest. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij de beantwoording of sprake is van een overtreding van een geluidsvoorschrift, een meettolerantie van 1 dB in aanmerking kan worden genomen. Alleen dan kan met voldoende zekerheid vastgesteld worden of zich een overtreding heeft voorgedaan.

HYGIËNERICHTLIJNEN PUBLIEKSEVENEMENTEN

De volksgezondheid van deelnemers en bezoekers moet tijdens het evenement zijn gewaarborgd. De organisator moet maatregelen nemen, welke aansluiten bij de te verwachten risico’s en het aantal te verwachten bezoekers. Dit kan variëren van inzet van EHBO-ers tot meer professionele hulpverlening bij evenementen met een verhoogd risico op alcohol- , drugsgebruik en/of lachgasgebruik. De GHOR adviseert de gemeente bij aandachtevenementen en risicovolle evenementen over te nemen maatregelen. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag toetst de GHOR deze aan de door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) opgestelde ’Hygiënerichtlijnen evenementen’. Deze richtlijnen maken onderdeel uit van deze beleidsregels.

REGIONALE HANDREIKING PUBLIEKSEVENEMENTEN EN GEBRUIKSWIJZER HANDREIKING PUBLIEKSEVENEMENTEN

In 2013 heeft het bestuur van VRZHZ de Regionale Handreiking Publieksevenementen vastgesteld. De Regionale Handreiking Publieksevenementen is een multidisciplinair veiligheidsbeleid op het gebied van de werkwijze, advisering en afstemming van vergunningverlening bij publieksevenementen. Het belangrijkste doel hiervan is om een betere afstemming tussen de verschillende evenementen in de regio te krijgen en om de risico’s en de passende belasting van de hulpverleningsdiensten in te schatten. Via een regionale evenementenkalender wordt hiervan het overzicht geboden.

De Regionale Handreiking Publieksevenementen en nadere uitwerkingen van deze handreiking, maken onderdeel uit van deze beleidsregels.

GEBRUIKSWIJZER HANDREIKING PUBLIEKSEVENEMENTEN

In de Gebruikswijzer Handreiking Publieksevenementen zijn onder andere aanvullende uitgangspunten voor sanitaire voorzieningen, eten en drinkwatervoorziening(en) en extreem weer opgenomen. Hieronder zoomen wij kort in op deze aspecten.

SANITAIRE VOORZIENINGEN BIJ EVENEMENTEN

Op elk evenement moeten voldoende toiletten aanwezig zijn met toiletpapier. Factoren die van belang zijn voor het bepalen van het benodigde aantal toiletvoorzieningen zijn:

-het aantal te verwachten bezoekers;

-de samenstelling van het publiek (mannen/vrouwen/jeugd enzovoorts);

-de gemiddelde verblijfstijd (dag evenement of meerdaags evenement);

-het soort evenement (vanwege het gedragspatroon);

-het type toiletten (toiletten op waterspoeling of mobiele toiletten);

-de verwachte piekdrukte (bijvoorbeeld showpauzes);

-het consumptieve gedrag (wordt er veel gedronken?).

VUISTREGEL

Ten aanzien van het benodigde aantal toiletten geldt de volgende vuistregel: minimaal 2 toiletten en één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers. In de Gebruikswijzer Handreiking Publieksevenementen zijn aanvullende uitgangspunten voor de bepaling van het aantal toiletten opgenomen.

ETEN EN DRINKWATERVOORZIENING BIJ EVENEMENTEN

Een organisator is wettelijk verplicht om maatregelen te nemen die de kans verkleinen dat medewerkers en bezoekers ziek of onwel worden. Met behulp van (een) goedgekeurde Hygiënecode(s) kunt de evenementenorganisator voldoen aan de wettelijke voorschriften voor voedselveiligheid. De hygiënecode(s) is door organisatoren via www.nvwa.nl te raadplegen.

Sommige terreinen hebben bestaande drinkwatervoorzieningen, maar het kan ook voorkomen dat een organisator tijdelijke drinkwatervoorzieningen moet plaatsen, die na het evenement weer verwijderd worden. De organisatoren moeten bij zowel bestaande als bij tijdelijke drinkwatervoorzieningen op de volgende regels letten:

•het drinkwater in de waterinstallaties moet van drinkwaterkwaliteit zijn;

•de waterinstallatie moeten voldoen aan de algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties van het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN 1006) en de aansluitvoorwaarden van het waterleidingsbedrijf (Evides).

EXTREEM WEER

Bij de voorbereiding van een evenement moeten organisatoren in hun veiligheidsplan/draaiboek extra aandacht besteden aan extreem weer. De locatie, het publiek, de omgeving van het evenement en tal van andere factoren spelen mee bij het bepalen van de aanpak. Een aantal aandachtspunten dat kan helpen bij het voorbereiden van een extreem weer scenario zijn:

1organisatoren moeten het extreem weer scenario met behulp van een risicoanalyse uitwerken;

2organisatoren moeten vaststellen welke maatregelen genomen moeten worden genomen als er sprake is van harde wind, bliksem, harde regen of hagelbuien. Voorbeelden zijn het naar beneden halen van tijdelijke constructies, het leegmaken van tenten, het afzetten van delen van het evenemententerrein, communicatie op het evenemententerrein en het bereiken van publiek dat nog onderweg is;

3organisatoren moeten een uitvoerbare ontruimingsstrategie formuleren. Dit kunnen ze met behulp van de onderstaande vragen opstellen:

•wat zijn de belangrijkste kijklocaties?

•hoe snel moeten deze locaties leeg kunnen zijn?

•naar welke veilige plaatsen er wordt ontruimd?

•welke strategie is er nodig om geheel of gedeeltelijk te ontruimen?

•welke mensen en middelen zijn daarbij nodig?

•hoe zal de ontruiming aangestuurd worden?;

4organisatoren moeten de beslispunten van het extreem weer scenario beschrijven. Deze punten moeten gebaseerd worden op weermonitoring en kennis en kunde van adviseurs op het gebied van crowd management, tijdelijke constructies en gezondheidsrisico’s bij extreem weer. De beslispunten moeten ook aan een bepaald moment in de tijd gekoppeld worden. Gedacht kan worden aan:

•de start van preventieve communicatie over verwacht slecht weer;

•de beslissing om later open te gaan;

•het gereguleerd ontruimen van het terrein;

•een noodontruiming.

VELDNORM EVENEMENTENZORG (VNEZ)

In de VNEZ staan de randvoorwaarden voor goede evenementenzorg beschreven. Evenementenzorg heeft als doel deelnemers, bezoekers en medewerkers van een evenement te voorzien van adequate eerste hulp en medische zorg. Eventueel in afwachting van reguliere zorgverleners. Goede zorg is de juiste zorg op het juiste moment, op de juiste manier, aan de juiste persoon om de best mogelijke resultaten te behalen. De evenementenzorg is afgestemd op de specifieke omstandigheden en risico’s van het evenement en de afspraken die in de evenementenvergunning zijn opgenomen. Als aandoeningen en letsels op of tijdens het evenement behandeld kunnen worden, betekent dit een ontlasting van de reguliere zorgcapaciteit. Bij risicovolle evenementen biedt evenementenzorg de mogelijkheid om in een vroeg stadium zorg te verlenen. Hiermee kan verergering van letsel, invaliditeit en overlijden beperkt of voorkomen worden. Goede evenementenzorg sluit in feite naadloos aan op de reguliere zorgketen.

In de VNEZ zijn de volgende aspecten opgenomen:

-definiëren wat goede evenementenzorg is;

-vaststellen termen en definities rondom evenementenzorg;

-normen stellen voor zorg op evenementen;

-helderheid verschaffen over verantwoordelijkheden;

-kaders stellen rondom bevoegd- en bekwaamheid;

-borgen van patiëntveiligheid; en

-kwaliteit en veiligheid toetsbaar maken.

De VNEZ maakt onderdeel uit van deze beleidsregels.

BIJLAGE 2: REGIONAAL SCHOUWFORMULIER

Het regionaal schouwformulier is via de volgende link terug te vinden: https://www.zhzveilig.nl/vrzhz/evenementen/documenten-met-betrekking-tot-evenementen/

BIJLAGE 3: REGIONAAL EVALUATIEFORMULIER

Het regionaal evaluatieformulier is via de volgende link terug te vinden: https://www.zhzveilig.nl/vrzhz/evenementen/documenten-met-betrekking-tot-evenementen/

BIJLAGE 4: REGIONAAL AANVRAAGFORMULIER EVENEMENTENVERGUNNING

Het regionaal aanvraagformulier is via de volgende link terug te vinden: https://www.zhzveilig.nl/vrzhz/evenementen/documenten-met-betrekking-tot-evenementen/

BIJLAGE 5: PROCESBESCHRIJVING AANVRAAG

APV - EVENEMENTEN

STAPPENPLAN VERGUNNINGAANVRAAG SCHEMATISCH

Indieningstermijnen

Indieningstermijnen

A-evenement

Uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement

B- of C-evenement

Uiterlijk tien weken voor aanvang van het evenement

Publicatie aanvraag;

Indieningstermijnen

A-evenement

Uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement

B- of C-evenement

Uiterlijk tien weken voor aanvang van het evenement

Toets op ontvankelijkheid

Is de aanvraag compleet?

Aan de hand van de onderstaande indieningsvereisten en vervolgstappen wordt getoetst of de aanvraag compleet, dus ontvankelijk is.

Indieningsvereisten aanvragen evenementenvergunning

A--evenement

B- of C-evenement

Evenementenontheffing

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

Draaiboek

Draaiboek

Kopie van een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager en de leidinggevenden

Situatietekening op schaal (schaal minimaal 1:500), met daarop aangegeven:

alle te plaatsen bouwsels (podia, tenten, schermen etc.);

eerstelijns bebouwing rondom het evenemententerrein;

begrenzing publieksgedeelte;

legenda, waarin de getekende objecten worden omschreven;

noordpijl en schaalaanduiding

Veiligheids-, calamiteitenplan, verkeers-/mobiliteitsplan en gezondheidsplan

Situatietekening met tap-/uitgiftepunten

(mag een onderdeel zijn van de situatietekening behorende bij de aanvraag voor een evenementenvergunning.)

Tijdelijk bouwsel van meer dan 25 tot 50 m2*:

tentenboek conform NEN 8020-41/NEN 13782 (of tentbeschrijving);

verklaring tentveiligheid op basis van checklist NEN 8020-41;

verklaring leverancier voor het bouwsel dat deze voldoet aan NEN-EN1990 ev., NEN-EN 1991-1-4, EN13814;

constructie:

bouwboeken van de constructie:

aangehouden max. windbelasting vermelding op tekening;

omschrijving van de samenstelling en belastbaarheid

ondergrond;

stabiliteit van de (tent)constructie;

overzicht van de verankeringen en ballast.

een beschrijving van de beheersmaatregelen, eventueel opgenomen in bijv. een veiligheidsplan of een ontruimingsplan;

technisch constructiedossier op basis van documenten NPR 8020-50/51 / NEN-EN 1990/1991.

Tent van meer dan 50 m2*:

tentenboek conform NEN 8020-41/NEN 13782 (of tentbeschrijving);

verklaring tentveiligheid op basis van checklist NEN 8020-41;

aanwezigheid van constructietekeningen en berekeningen conform NEN 13782 opgesteld door onafhankelijk deskundig constructeur.

Situatietekening op schaal (schaal minimaal 1:500), met daarop aangegeven:

alle te plaatsen bouwsels (podia, tenten, schermen etc.);

eerstelijns bebouwing rondom het evenemententerrein;

begrenzing publieksgedeelte;

legenda, waarin de getekende objecten worden omschreven;

noordpijl en schaalaanduiding.

Aanvullend B- of C-evenement: kopie van een Verklaring Sociale Hygiëne van alle leidinggevenden

Overzicht RAS-nummers kermis- of speeltoestellen*

Kopie verzekeringspolis

Tijdelijk bouwsel van meer dan 25 tot 50 m2*:

tentenboek conform NEN 8020-41/NEN 13782 (of tentbeschrijving);

verklaring tentveiligheid op basis van checklist NEN 8020-41;

verklaring leverancier voor het bouwsel dat deze voldoet aan NEN-EN1990 ev., NEN-EN 1991-1-4, EN13814;

constructie:

bouwboeken van de constructie:

aangehouden max. windbelasting vermelding op tekening;

ondergrond;

stabiliteit van de (tent)constructie;

overzicht van de verankeringen en ballast.

een beschrijving van de beheers-maatregelen, eventueel opgenomen in bijv. een veiligheidsplan of een ontruimingsplan;

technisch constructiedossier op basis van documenten NPR 8020-50/51/NEN-EN 1990/1991.omschrijving van de samenstelling en belastbaarheid

Tent van meer dan 50 m2*:

tentenboek conform NEN 8020-41/NEN 13782 (of tentbeschrijving);

verklaring tentveiligheid op basis van checklist NEN 8020-41;

aanwezigheid van constructietekeningen en berekeningen conform NEN 13782 opgesteld door onafhankelijk deskundig constructeur.

Overzicht RAS-nummers kermis- of speeltoestellen*

*indien van toepassing

Ontvankelijkheidstoets

Soort aanvraag

Aanvraag volledig

Verzoek aanvullende gegevens

Aanvullende gegevens (tijdig) ontvangen

Buiten behandeling stellen

Vervolgprocedure

Volledige aanvraag voor een evenementen-vergunning A-, B of C-evenement

Ja

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Inhoudelijke beoordeling

Onvolledige aanvraag voor een evenementen-vergunning A-, B of C-evenement

Nee

Ja, binnen twee of vier weken aanleveren. De beslistermijn wordt twee of vier weken opgeschort.

Ja

N.v.t.

Inhoudelijke beoordeling

Onvolledige aanvraag voor een evenementen-vergunning A-, B of C-evenement

Nee

Ja, binnen twee of vier weken aanleveren. . De beslistermijn wordt twee of vier weken opgeschort.

Nee

Ja

N.v.t.

Inhoudelijke toets aanvraag

Wet- en regelgeving

De aanvraag voor een evenementenvergunning wordt getoetst aan de APV, de daarop gebaseerde beleidsregels en aan de overige relevante wetgeving. Daarbij geldt het uitgangspunt dat de evenementenvergunning verleend wordt, tenzij sprake is van één of meer weigeringsgrond(en).

Toetsings- en weigeringsgronden

Een aanvraag kan worden geweigerd in het belang van:

-de openbare orde;

-de openbare veiligheid;

-de volksgezondheid; en

-de bescherming van het milieu

Adviezen (hulp)diensten

Soort aanvraag

Soort advies

Welke hulpdiensten?

A-evenement

Mono-disciplinair advies

Politie

B-evenement

Mono-disciplinair advies

Politie en brandweer

Risicogericht advies

GHOR

C-evenement

Multidisciplinair-advies

VRZHZ (politie, brandweer GHOR en Voorbereiding op Rampen & Crises (VRC))

A-, B-, of C-evenement

(On)gevraagd (risicogericht) advies

GHOR, brandweer, OZHZ, het Waterschap, Rijkswaterstaat)

Adviesmatrix evenementen Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ)

Besluit

Uitkomst beslissing op de aanvraag

Soort aanvraag

Soort besluit

Beslistermijn

A-evenement

Vergunning met voorschriften en beperkingen

Acht weken (als de aanvraag tenminste tien weken voor aanvang van het evenement is ingediend, anders geldt een kortere beslistermijn)

Weigering aanvraag

Acht weken (als de aanvraag tenminste tien weken voor aanvang van het evenement is ingediend, anders geldt een kortere beslistermijn)

B- of C-evenement

Vergunning met voorschriften en beperkingen

Acht weken

Weigering aanvraag

Acht weken

Publicatie van het besluit

Publicatie besluit en rechtsbescherming

Soort besluit

Publicatie en bekendmaking door verzending besluit

Mogelijkheid bezwaar

Mogelijkheid voorlopige voorziening

Evenementen-vergunning A-, B of C-evenement met voorschriften en beperkingen

Ja

Ja, binnen zes weken na bekendmaking (verzending) van het besluit

Ja en onder de voorwaarde dat ook een bezwaarschrift is ingediend

Weigering aanvraag

Ja

Ja, binnen zes weken na bekendmaking (verzending) van het besluit

Ja en onder de voorwaarde dat ook een bezwaarschrift is ingediend

BIJLAGE 6 INTEGRALE COVID-19 EVENEMENTEN WERKWIJZE

De Integrale COVID-19 evenementen werkwijze is via de volgende link terug te vinden en in het schema opgenomen: https://www.ifv.nl/kennisplein/evenementenveiligheid/publicaties/integrale-covid-19-evenementen-werkwijze

BIJLAGE 7 VOORBEELD VOORSCHRIFTEN EN BEPERKINGEN

ALGEMEEN EVENEMENTENVERGUNNING

Voorschriften of beperkingen die in de evenementenvergunning, evenementenontheffing en geluidsontheffing opgenomen kunnen worden:

-de vergunninghouder is belast met en verantwoordelijk voor het waarborgen van de orde en veiligheid op het evenemententerrein;

-de vergunninghouder dient de ontwikkelingen van het weer te volgen. Indien de ontwikkelingen reden geven tot zorg omtrent de veiligheid van personen en/of goederen, dient hij/zij een besluit te nemen over het wel/niet geheel/gedeeltelijk door laten gaan van de vergunde activiteit(en);

-bij een minimale buitentemperatuur van 25 ̊C graden of hoger, dient de hitteplanprocedure opgevolgd te worden. Deze is als bijlage bijgevoegd;

-er dient uitvoering gegeven te worden aan het programma, zoals in de ontvangen documenten is aangegeven en is afgebeeld;

-omwonenden en omliggende bedrijven die direct verkeershinder van het evenement zullen ondervinden, als gevolg van bijvoorbeeld een wegafsluiting, omleiding of ontneming van parkeergelegenheid, dienen minimaal twee weken voorafgaand aan het evenement schriftelijk te worden geïnformeerd. Zij dienen in ieder geval geïnformeerd te worden over de dag(en), de tijden, de verkeersgevolgen en de eventuele alternatieve opties;

-het evenemententerrein dient op de situatietekening op duidelijk zichtbare wijze te zijn afgebakend en indien mogelijk in de praktijk te zijn afgezet teneinde de grens tussen het evenemententerrein en de openbare weg aan te duiden;

-voor elk B-evenement en C-evenement dient de organisatie alcohol- en drugsbeleid te hebben. Deze eis geldt ook voor A-evenementen wanneer het bezit van drugs of het gebruik van alcohol onder bijvoorbeeld jongeren is te verwachten, mede gelet op de aard van het evenement en/of type publiek wat op het evenement afkomt. De organisatie dient bij drankverstrekking op het evenement onder meer op toe te zien dat alcoholmisbruik wordt voorkomen, zoals drankdoorgifte aan jongeren onder de leeftijd van 18 jaar;

-het alcoholbeleid en drugsbeleid dienen in de huisregels te staan;

-de organisatie dient haar huisregels zichtbaar op te hangen bij de ingangen van het evenemententerrein en/of op punten waar alcoholverstrekking kan plaatsvinden;

-personen die kennelijk onder invloed zijn van een verboden middel, dienen van het evenemententerrein te worden verwijderd, tenzij een of meer een of meer strafbare feiten zijn geconstateerd. In dat laatste geval dient de organisatie eerst melding te doen bij de politie en dient daarbij de aanwijzingen van de politie af te wachten;

-personen die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren en die door hun gedrag aanstoot geven, moeten worden geweerd of worden verwijderd;

-drankuitgifte dient uitsluitend te plaats te vinden middel van een plastic of composteerbare verpakking. Dit geldt ook voor de horeca-inrichtingen die vanaf het evenemententerrein vrij toegankelijk zijn voor bezoekers van het evenement;

-de organisatie, de vrijwilligers, de deelnemende of ingehuurde professionele partijen, en het barpersoneel, dan wel bedienend personeel, nuttigt zelf geen alcoholhoudende dranken gedurende het evenement en zij mogen niet onder invloed zijn van alcohol;

-minimaal een half uur voor sluitingstijd dient een cooling down plaats te vinden, inhoudende muziek uit en direct stoppen met het schenken van in ieder geval alcoholhoudende dranken;

-de organisatie en de door de organisatie ingehuurde partijen dienen te voldoen aan de Hygiënerichtlijn voor Evenementen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid;

-bij incidenten, dreigende escalatie of strafbare feiten dient de organisatie deze te melden bij de politie;

-panden, routes en het evenemententerrein, dienen te allen tijde bereikbaar te blijven voor de nood- en hulpverleningsdiensten;

-de veiligheid en gezondheid van kinderen dienen te allen tijde gewaarborgd te blijven;

-er dienen voldoende verkeersregelaars te worden ingezet teneinde de verkeersveiligheid te waarborgen. Dit dient onder toezicht van de politie plaats te vinden. Bij inzet van verkeersregelaar dient u tijdig melding te doen bij de politie i.v.m. de capaciteitsaanvraag voor politionele inzet;

-de evenementenverkeersregelaars dienen door of namens de gemeente Zwijndrecht te worden aangesteld voor dit evenement, na gebleken geschiktheid (e-learning);

-een eventuele tijdelijke afsluiting van een weg dient niet langer plaats te vinden dan noodzakelijk;

-een eventuele wegafzetting dient plaats te vinden middels een of meer hekken met daarop een bord van de categorie C1 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. De organisatie dient er voor zorg te dragen dat de vooraankondigingsborden tijdig worden geplaatst op de daarvoor in aanmerking komende wegen, van de tijdelijk(gedeeltelijke) stremming/afsluiting;

-bij elk B- en C-evenement dient vooraf een voorschouw en/of een inspectie plaats te vinden. De organisator dient met de vergunningverlener hierover nadere afspraken te maken. Bij A-evenementen wordt per geval bekeken of een voorschouw en/of inspectie benodigd is;

-de eerstehulpverleners en beveiligers mogen geen andere neventaken hebben tijdens het evenement;

-op elk B- en C-evenement dienen minimaal een aantal zichtbaar gecertificeerde evenementenbeveiligers aanwezig te zijn. Deze beveiligers mogen niet in opleiding zijn;

-voor in ieder geval elk B- of C-evenement dient een veiligheidsplan te zijn opgesteld. In dit plan dienen reële risico's van het evenement op de betreffende locatie te zijn beschreven. Ook dienen taken en bevoegdheden van beveiligers en andere betrokken vrijwilligers of ingehuurde partijen in het plan te worden beschreven;

-de (elektriciteit)kabels die over, van en naar het evenemententerrein lopen, moeten worden afgedekt met beschermmatten;

-wanneer toiletwagens/toiletcabines ingezet moeten worden, dan moeten deze minimaal elk uur worden schoongemaakt. Er dient daarnaast voldoende wasgelegenheid en desinfectie aanwezig en in voorraad te zijn;

-direct na afloop van het evenement, doch uiterlijk 48 uur na afloop van het evenement, dient het terrein in de oorspronkelijke staat te zijn teruggebracht. Op genoemd tijdstip dienen alle door de organisatie - of door de organisatie ingehuurde partijen - aangebrachte voorwerpen, objecten en materialen verwijderd te zijn en dient het terrein schoon achtergelaten te zijn;

-de organisatie dient na afloop het terrein te controleren. Eventuele schade aan gemeentelijke eigendommen, dient direct gemeld te worden.

CONSTRUCTIEVE VEILIGHEIDSVOORWAARDEN BIJ PLAATSING MACHINES EN CONSTRUCTIES

Een voorschrift/beperking dat in de evenementenvergunning opgenomen kan worden:

-de geplaatste constructies en/of machines dienen te voldoen aan de 'NEN-EN 13814 Machines en constructies' en de Richtlijn 'constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een Evenementenvergunning’.

DRUGS EN EVENEMENTEN

Voorschriften of beperkingen die in de evenementenvergunning opgenomen kunnen worden:

-gerichte controle op drugsgebruik en -handel bij de toegangspoorten tot het evenemententerrein en op het evenemententerrein zelf;

-organisatoren hebben huisreglementen waarin is opgenomen dat zij alle medewerking zullen verlenen aan de bovengenoemde controles;

-de aanwezigheid van EHBD (eerste hulp bij drugsgebruik), EHBO of een andere vergelijkbare opleiding is vereist;

-bij evenementen waarbij drank- en drugsgebruik wordt verwacht, kan het inrichten van een chill-out ruimte worden voorgeschreven;

-middelen voor gebruik of verkoop van lachgas, welke naar verwachting een gevaar vormen voor de gebruiker of potentiële gebruikers, worden in beslag worden genomen en zijn dus niet toegestaan op het evenemententerrein.

HUISREGELS IN RELATIE TOT DRUGS OF LACHGAS

-De vergunninghouder moet zijn huisregels naleven en handhaven. In deze huisregels staat dat het bij je hebben of verhandelen van drugs niet toegestaan is. In de huisregels staat ook dat het bij je hebben of verhandelen van lachgas niet toegestaan is.

GELUID

Wanneer bezoekers worden blootgesteld aan hard geluid kunnen zij gehoorschade oplopen. Om bezoekers van muziekevenementen in staat te stellen en te stimuleren op een gehoorveilige manier van muziek te genieten wordt een organisator geacht zich te conformeren aan het Convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector 2018. Aanvullend op dit convenant en ongeacht de opgelegde geluidnormen op de gevels van omliggende woningen, mag het geluidsniveau op alle voor bezoekers toegankelijke plaatsen nergens hoger zijn dan 100 dB(A) (LAeq 15 minuten).

Bij geluidsniveaus vanaf gemiddeld 92,5 dB(A) (LAeq gemeten over 15 minuten), neemt het risico op gehoorschade snel toe en moet de organisatie een aantal aanvullende maatregelen nemen. In de evenementenvergunning en geluidsontheffing kunnen ter voorkoming van gehoorschade de volgende voorschriften of beperkingen opgenomen worden:

-u moet bezoekers informeren over (preventie van) gehoorschade;

-u moet bezoekers informeren over actuele geluidsniveaus door decibeldisplays of geluidsplattegrond;

-u moet geluidsboxen tenminste 2 meter rondom/aan voorkant voor het publiek afschermen;

-u moet gehoorbescherming met een muziekfilter (>SNR 15) beschikbaar stellen;

-u moet geluidsluwe ruimtes inrichten.

DUURZAAMHEID

Stimulerende maatregelen

Ten aanzien van de evenementenvergunning kan de burgemeester hieraan standaard een overzicht met maatregelen koppelen, die toegepast moeten worden:

-geef bij de communicatie rondom het evenement mogelijkheden voor duurzaam vervoer aan, zoals het stimuleren van lopen, fietsen, carpoolen en het gebruik van het openbaar vervoer en de veerdienst;

-zorg voor ruimte, waar mensen fietsen ordelijk kunnen stallen;

-gebruik herbruikbare bekers met statiegeld;

-zorg voor zo min mogelijk afval bij de etenstenten;

-regel het transport van materialen naar evenementen zo efficiënt mogelijk, zodat zo min mogelijk transportkilometers gemaakt worden.

ALCOHOL EN EVENEMENTEN

Voorschriften of beperkingen die in de evenementenontheffing opgenomen kunnen worden:

-bij de toegang tot evenementen controleren op leeftijd en of bezoekers (overmatig) onder invloed zijn;

-op het evenemententerrein controleren op leeftijd en wederverstrekking van alcohol en of bezoekers overmatig onder invloed zijn van alcohol;

-communicatie richting bezoekers:

1informeren over wettelijke kaders en huisregels in verband met alcoholgebruik;

2informeren over risico’s van rijden onder invloed / alcohol in het verkeer (met als doel dit te voorkomen);

-het risico op alcoholmisbruik wordt door de organisatie van het evenement opgenomen in het draaiboek/veiligheidsplan en de veiligheidsanalyse;

-personen die leiding geven aan alcoholverstrekking bij een B- of C-evenement dienen over een Verklaring Sociale Hygiëne te beschikken.

CORONA DISCLAIMER EVENEMENTENVERGUNNING (EVENEMENTEN DIE IN 2021 AANGEVRAAGD EN VERLEEND WORDEN)

Deze evenementenvergunning wordt verleend op het moment dat nog onzeker is of en zo ja, welke landelijke maatregelen nog van kracht zijn of genomen worden. Als blijkt dat het belang van de volksgezondheid daarom vraagt, wordt de verleende vergunning alsnog ingetrokken. Daarvoor kunt u de gemeente niet aansprakelijk stellen noch de gemaakte kosten verhalen.

Tevens wijs ik u er op dat, ook bij het doorgaan van het evenement, van u maatregelen verwacht kunnen worden in het belang van de volksgezondheid, ook als deze u niet voorgeschreven zijn. U kunt immers ook door uw bezoekers aansprakelijk gesteld worden voor door hen geleden schade, wegens het onvoldoende nemen van maatregelen.

BIJLAGE 8 INSPRAAKREACTIES

Notitie inspraakreacties ‘Evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’

Inspraakreactie 1

1Algemeen

Het ontwerp evenementenbeleid geeft onvoldoende waarborgen voor een economisch rendabele voortzetting van de activiteiten van cliënt. Zeker in combinatie met het feit dat er ook twee ontwerp bestemmingsplannen ter inzage zijn gelegd voor het gebied van het Develpark, welke invloed zullen hebben op de exploitatie.

Sinds 1967 is het restaurant en partycentrum Develpaviljoen in het Develpark gevestigd. Ooit gestart door de ouders van cliënt en inmiddels is de derde generatie in de exploitatie actief. Los van de problemen die de horeca ondervindt van de Lock down vanwege de coronacrisis is het een succesvolle onderneming die populair is bij de inwoners van Zwijndrecht en ver daarbuiten. Het Develpaviljoen is een restaurant maar ook een geliefde plek voor bruiloften en andere feesten, en vergaderingen. Ook worden condoleancebijeenkomsten georganiseerd rond een uitvaart. Het terras is bij bezoekers al vanaf de oprichting een populaire plek.

Het terrein ten zuiden van de Parklaan dat voor het overgrote deel van het jaar voor parkeren wordt gebruikt, zal op grond van de bestemmingsplanwijziging de functie van evenemententerrein krijgen. Als die plannen door gaan, heeft cliënt er een groot belang bij dat het vast te stellen evenementenbeleid voldoende waarborgen geeft voor de ongestoorde voortzetting van zijn activiteiten. Dit ter onderbouwing van zijn belang. Vanzelfsprekend geldt daarbij enig ondernemersrisico, maar dat neemt niet weg dat het gemeentebestuur bij haar plannen rekening dient te houden met de verworven rechten en plichten van cliënt. Als dat in het geding komt, zal cliënt een beroep moeten doen op nadeelcompensatie.

Reactie

Het evenementenbeleid houdt, gelet op de motieven in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zwijndrecht rekening met de motieven openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu. De economische rendabele voorzetting is geen onderdeel van deze afweging. Deze inspraakreactie is meegenomen in de Notitie zienswijzen bestemmingsplan "2.e herziening HOA-Develpark".

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

2Verantwoordelijkheid moet bij de overheid blijven

In het ontwerpbeleid legt u de primaire verantwoordelijkheid bij de organisatoren van de evenementen. Voor u zelf ziet u vooral een rol om de algemene kaders en de spelregels vast te stellen. Bij een evenement is de organisator als eerste verantwoordelijk en aansprakelijk voor een zorgvuldige voorbereiding, een goed en veilig verloop van het evenement. De organisator is ook verantwoordelijk voor een zorgvuldige nazorg van het evenement. Het gevolg voor cliënt is dat hij in die gevallen waarbij blijkt dat de organisatoren hun verantwoordelijkheid niet nemen, nergens terecht kan met zijn klachten. Alleen achteraf kan hij zijn beklag doen. In de weekeinden, wanneer de meeste evenementen worden gehouden, is er niemand aanwezig op het gemeentehuis waar hij terecht kan met zijn klachten. Zelf houdt hij zich strikt aan alle regels en voorschriften. Er is geen enkele garantie dat de organisator van eenmalige evenementen, die geen of weinig risico loopt wat betreft de continuïteit van zijn activiteiten, de verantwoordelijkheid aankan. Daarom is toezicht door medewerkers van de gemeente of de Omgevingsdienst ter plekke voor, tijdens en na het evenementen essentieel voor een zorgvuldige naleving van alle regels.

Reactie

Het uitgangspunt is dat de primaire verantwoordelijkheid bij de organisatoren van evenementen ligt. Deze organisatoren zijn de initiatiefnemers van een evenement. Het uitgangspunt is gebaseerd op vertrouwen. Van evenementenorganisatoren mag verwacht worden dat zij als eerste verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor een zorgvuldige voorbereiding en een goed en veilig verloop van het evenement. Vanuit de gemeente (het college en de burgemeester) stellen wij algemene kaders en de ‘spelregels’ vast. Deze kaders en regels worden tijdens de behandeling van de aanvragen voor een evenementenvergunning als uitgangspunt gehanteerd. Op basis van de ‘spelregels’ maakt de gemeente, samen met de hulpverleningsdiensten, in de evenementenvergunning goede afspraken over een goed en veilig verloop van een evenement. Wij delen niet uw standpunt dat organisatoren van eenmalige evenementen, die geen of weinig risico wat betreft de continuïteit van de activiteiten lopen, de verantwoordelijkheid niet aan kunnen. Wij zijn het wel met u eens dat toezicht door medewerkers van de gemeente of de Omgevingsdienst ter plekke voor, tijdens en na evenementen essentieel zijn voor een zorgvuldige naleving van alle regels. Dit geldt uiteraard als sprake is van het niet naleven van regels. Zoals eerder is aangegeven is de organisator is in eerste instantie verantwoordelijk voor een goed en veilig verloop van het evenementen. Op het moment dat wij signalen krijgen dat een organisator deze verantwoordelijk niet neemt, kunnen toezichthouders van de gemeente en/of de politie waarschuwend, dan wel handhavend optreden. Dit aspect is in hoofdstuk 6 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht duidelijk beschreven.

Tot slot merken wij op dat uw cliënt het telefoonnummer van de evenementencoördinator heeft. Deze coördinator is, als dat noodzakelijk is, tijdens evenementen bereikbaar. In het verleden maakte uw cliënt ook tijdens evenementen gebruik van de mogelijkheid om vragen, meldingen of anderszins aan de evenementencoördinator voor te leggen.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

3Bij geluidsontheffing wordt geen rekening gehouden met het Develpaviljoen

Bij het verlenen van een geluidsontheffing wordt dus alleen met omwonenden rekening gehouden, en dus niet met personeel en bezoekers van het Develpaviljoen. Dat klemt te meer, omdat het college een ontheffing kan verlenen voor muziekevenementen met een hogere geluidsbelasting doormuziek- en/of geluidsinstallatie. Bij de weigeringsgronden voor de ontheffing staan alleen de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. De belangen van personeel en bezoekers van het Develpaviljoen spelen daarbij dus geen enkele rol.

Reactie

De (aanvraag voor een) geluidsontheffing en de toetsingsgronden daarbij zijn op de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zwijndrecht (artikel 1:8 en 4:6) gebaseerd. Dit betekent dat het college ook het aspect bescherming van het milieu in zijn belangafweging meeneemt. In hoofdstuk 4.2 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht zijn aanvullende ‘spelregels’ opgenomen over de geluidsnormen. Deze normen gelden als uitgangspunt voor aanvragen voor een evenementenvergunning, inclusief een geluidsontheffing. Op basis van de aanvraag maakt het college een belangenafweging of een geluidsontheffing voor een evenement verleend kan worden. In deze belangafweging worden de belangen van omwonenden, maar ook omliggende ondernemingen en overige belanghebbenden meegenomen. Het college deelt niet uw standpunt dat de belangen van personeel en bezoekers van het Develpaviljoen geen enkele rol spelen.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

4Het aanstellen van een Evenementencoördinator

Het aanstellen van een coördinator is een goede suggestie. Wat echter ontbreekt in het plan is dat de coördinator in zijn rol ook proactief contacten heeft met anderen dan met de interne organisatie en de organisator van een evenement. In het Develpaviljoen worden zakelijke bijeenkomsten georganiseerd maar ook bruiloft feesten. Deze bruiloft feesten worden soms al twee jaar voor het feest ingepland. Niet alleen kan een evenement voor geluidsoverlast zorgen waardoor de feestelijkheden niet de gedroomde

afsluiting van hun huwelijk zullen vormen, maar er kunnen ook knelpunten ontstaan rond parkeren door de gasten waardoor ook bij incidenten de hulpdiensten het park minder goed kunnen bereiken. Indien de coördinator bij de planning van evenementen contact opneemt met mijn cliënt kan dat voorkomen worden. Het is daarom van belang in het beleid ook op te nemen dat de coördinator ook proactief contact zoekt met andere belanghebbenden.

Reactie

In hoofdstuk 6 van het concept Evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht en hoofdstuk 7 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht is opgenomen dat: “goede communicatie cruciaal is voor het hebben en houden van draagvlak voor evenementen. Organisatoren mogen een ‘evenementenlocatie’ alleen gebruiken, als ze omwonenden en andere partijen daarover ruim van te voren informeren. Organisatoren richten hun communicatie op omwonenden, ondernemers en instellingen rondom de ‘evenementenlocatie’.”.

De gemeente stelt in overleg met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid een (regionale) evenementenkalender op. Dit is in hoofdstuk 2.1 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht opgenomen. Op basis van de evenementenkalender heeft de exploitant van het Develpaviljoen jaarlijks inzicht in de evenementen die in het Develpark worden georganiseerd.

De afstemming over het evenement ligt primair bij de organisator van een evenement. In de vooroverleggen met de evenementenorganisatoren stemt de evenementencoördinator (nadrukkelijk) dat deze organisatoren contact opnemen met omwonenden, omliggende ondernemers en overige belanghebbenden. Zie ook weer hoofdstuk 7 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

5Primaire verantwoordelijkheid moet altijd bij de overheid liggen/de openbare veiligheid

U schrijft enerzijds dat een toename van het aantal evenementen meer zorg over de openbare orde en veiligheid oplevert, maar legt toch de verantwoordelijkheid daarvoor bij de organisator. U gebruikt daarbij zelfs het woord “dus”, wat ik in dit kader niet goed kan plaatsen. De openbare orde en veiligheid dienen altijd de primaire verantwoordelijkheid te zijn van de overheid. Dat garandeert ook dat bij problemen duidelijk is wie aangesproken kan worden. Daarbij is het van essentieel belang dat de gemeente ook voor, tijdens en na het evenementen rechtstreeks bereikbaar is bij klachten. Het kan niet zo zijn dat na een evenement op vrijdagavond pas maandag iemand aanspreekbaar is als de organisator in strijd met de verleende vergunning het terrein niet opgeruimd achterlaat. De politie kan

die verantwoordelijkheid niet dragen en de boa's van de gemeente zijn slechts tijdens kantoortijden bereikbaar. Daar moet dan een oplossing voor gevonden worden. Het beleid voorziet daar niet in.

Reactie

In het concept evenementenbeleid wordt het uitganspunt gehanteerd dat organisatoren primair verantwoordelijk zijn voor een goed en veilig verloop van hun evenementen. Dit uitgangspunt is gebaseerd op vertrouwen. Aan de voorkant (procedure vergunningaanvraag) worden goede afspraken met de evenementenorganisator gemaakt. Deze afspraken worden in de evenementenvergunning vastgelegd. Een aantal van deze afspraken is gericht op duidelijke communicatie met omwonenden en ondernemers, een aanspreekpunt tijdens het evenement en na afloop van het evenement. Mocht tijdens of na het evenement sprake zijn van een overtreding van de voorschriften of beperkingen in de evenementenvergunning, heeft de gemeente (college of burgemeester) een rol als toezichthouder/handhaver. De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, maar de primaire verantwoordelijk voor het evenement zelf ligt, op basis van vertrouwen, bij de organisator. Los van het evenementbeleid wordt intern gekeken of uw stellingname dat de gemeente in het weekend niet bereikbaar is klopt en of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Eerder is beschreven dat uw cliënt het telefoonnummer van de evenementencoördinator heeft. Deze coördinator is tijdens evenementen bereikbaar, als dat noodzakelijk is. In het verleden maakte uw cliënt ook tijdens evenementen gebruik van de mogelijkheid om vragen, meldingen of anderszins aan de evenementencoördinator voor te leggen. Tot slot merken wij op dat uw cliënt het telefoonnummer van de evenementencoördinator. Deze coördinator is tijdens evenementen bereikbaar, als dat noodzakelijk is. In het verleden maakte uw cliënt ook tijdens evenementen gebruik van de mogelijkheid om vragen, meldingen of anderszins aan de evenementencoördinator voor te leggen. Zie boven. Bij bepaalde evenementen zijn ook tijdens het evenement toezichthouders/BOA´s aanwezig, welke aanspreekbaar zijn.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

6Draaiboek verkeersplan voorziet niet in overleg met belanghebbenden

Hoewel het verstandig is om door een organisator een verkeersplan op te laten stellen waarin maatregelen worden uitgewerkt, die de organisator neemt om de bereikbaarheid voor bezoekers (OV, fiets en auto) en voor de hulpdiensten te waarborgen. Daarin is echter niet voorzien in de verplichting om dat in overleg met andere belanghebbenden zoals mijn cliënt te doen. Daarmee is er geen waarborg ingebouwd die kan voorkomen dat los van elkaar twee festiviteiten zijn gepland, zoals bijvoorbeeld een bruiloftsfeest in het Develpaviljoen en een muziekevenement worden georganiseerd, waardoor het verkeersplan in de praktijk niet zal werken. Daarmee is de verkeersveiligheid niet voldoende gewaarborgd.

Reactie

Hierbij gaat het ook weer om goede communicatie tussen de organisator van een evenement en de exploitant van het Develpaviljoen (zie ook de reactie bij inspraak 5). Door aan de voorkant via de evenementenkalender (in contact met de evenementencoördinator) de activiteiten goed op elkaar af te stemmen en de omstandigheid dat de evenementenorganisator actief over het evenement communiceert, kunnen een hoop onduidelijkheden en mogelijke problemen rondom het verkeer voorkomen worden. De evenementencoördinator

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

7Toezicht en handhaving gaat te veel uit van vertrouwen

Bij het toezicht- en handhavingsbeleid bij evenementen wilt u uitgaan van vertrouwen in de organisatoren. U vertrouwt erop dat de vergunninghouder evenementenorganisator de

vergunningvoorschriften of -beperkingen en de andere op het evenement van toepassing zijnde regels maximaal naleeft. Deze houder/organisator is voor u verantwoordelijk voor een veilig, ordelijk en rustig verloop van het evenement. Via private diensten zoals beveiliging, verkeersregelaars, EHBO en dergelijke, kan een vergunninghouder/ evenementenorganisator ervoor zorgen dat vóór, tijdens en na het evenement de veiligheid en orde gewaarborgd wordt, zo stelt u.

U onderbouwt niet waarop dit vertrouwen is gebaseerd en zoals ik al eerder aangaf is dit voor de gemeente vooral financieel gezien een begrijpelijke invulling van uw verantwoordelijkheid. Zeker bij éénmalige evenementen is de betrokkenheid van een organisator niet vergelijkbaar met een ondernemer zoals mijn cliënt die een structurele invulling dient te geven aan zijn verantwoordelijkheid om het bedrijf voort te kunnen zetten.

U geeft weliswaar aan dat de gemeente en haar partners de verplichting hebben om toezicht te houden en indien nodig te handhaven, maar dat zijn dan maatregelen achteraf die onvoldoende waarborgen geven voor zijn bedrijfsvoering. Het niet kunnen uitvoeren van een bruiloftsfeest zoals is afgesproken en zoals de gasten van het Develpaviljoen gewend zijn en mogen verwachten, is niet te herstellen.

Reactie

Het uitgangspunt vertrouwen is gebaseerd op alle evenementen die in de gemeente Zwijndrecht plaatsvinden. In de regel vinden evenementen op een goede en veilige manier plaats. Op het moment dat dit niet het geval is, houdt de gemeente toezicht en treedt het waar nodig handhavend op. Daarnaast worden tijdens de evaluatiegesprekken aangestuurd op het doorvoeren van verbeteringen (indien van toepassing), zodat deze verbeteringen tijdens de voorbereiding van een nieuwe editie meegenomen kunnen worden. U geeft aan dat de betrokkenheid van organistoren bij eenmalige evenementen niet vergelijkbaar is met ondernemingen die een structurele invulling aan hun bedrijf geven. Het college deelt niet het voorgaande standpunt. Op het moment dat een organisator zich niet aan de afspraken houdt, kan dit aanleiding zijn om dit toekomst geen evenementenvergunning meer te verlenen. Ook evenementenorganisatoren hebben belang bij een goed en veilig verloop van een evenement.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

8Criteria voor evenementen in inrichtingen niet duidelijk

Het is u ongetwijfeld bekend dat in het Develpaviljoen regelmatig evenementen worden georganiseerd waarbij een tent achter het paviljoen wordt geplaatst en waar feesten worden georganiseerd zoals de Q music party. Dat voorziet in een grote behoefte bij vooral wat jongere gasten. Voor cliënt behoort dat gezien de regelmaat waarmee het wordt georganiseerd tot de reguliere activiteiten en daarom valt het voor hem binnen de normale bedrijfsvoering van de inrichting. Hij maakt zich er echter zorgen over dat het tot discussie kan leiden. Wanneer is iets een reguliere activiteit en wanneer niet?

Vast staat echter wel dat deze feesten een andere sluitingstijd kennen dan de andere reguliere activiteiten van het horecabedrijf. Ook wordt er een tent geplaatst. Voor cliënt is niet duidelijk of er dan sprake is van een vergunning plichtige activiteit, hoewel hij er vooralsnog van uit gaat dat dat niet het geval is. Mocht dat anders zijn, dan zijn de beleidsregels zo ruim geformuleerd dat niet bij voorbaat duidelijk is of het bedrijf in aanmerking komt voor de vergunning. Omdat het de voortzetting van bestaande activiteiten betreft, zou er ook sprake moeten zijn van een overgangsregeling om bestaande rechten en plichten te waarborgen. Daarbij moet met name worden gedacht aan de sluitingstijden bij de zogenaamde “verlaatjes”. Daar is een deel van de bedrijfsvoering op gericht, wat ook noodzakelijk is om de levensvatbaarheid niet in gevaar te brengen. Om de continuïteit niet in gevaar te brengen wenst hij hier duidelijkheid over te krijgen.

Reactie

In hoofdstuk 5.2 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht is het volgende opgenomen: “Activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden georganiseerd en die binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen, merken wij niet aan als een evenement als bedoeld in de APV (zie voor een nadere uitwerking bijlage 1, het onderdeel: 'Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit milieubeheer'). Dit betekent dat activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden georganiseerd en die niet binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen, wel een evenement zijn. Een organisator heeft voor dergelijke evenementen een evenementenvergunning nodig.” Voor de beoordeling of een activiteit wel of niet tot de normale bedrijfsvoering behoort, kunnen onder andere de volgende aspecten en factoren een rol spelen:

-de omvang van de activiteit is anders dan bij de reguliere activiteiten;

-de activiteit trekt een ander soort publiek dan tijdens de reguliere activiteiten;

-de activiteit heeft een andere sluitingstijd(en) dan de reguliere activiteiten;

-de activiteit wordt georganiseerd door een andere organisator dan de exploitant van de inrichting;

-de exploitant van de inrichting heeft geen kennis van de precieze activiteiten in zijn inrichting;

-de uitbreiding van de bestaande inrichting (bijvoorbeeld met een tent);

-er is extra politie-inzet nodig om de openbare orde te handhaven. Deze inzet is voor de reguliere activiteiten niet nodig.

In aanvulling hierop hebben de burgemeester en het college op basis van verschillende uitspraken (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 11-01-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AU9388 (‘The Royce’) en ABRvS 11-01-2006, LJN-nr. AU9388 (Ghostship/Ghosthouse)) een aantal aanvullende criteria geformuleerd. Deze criteria zijn niet cumulatief en uitputtend bedoeld. De criteria helpen bij het bepalen of een evenementenvergunning voor een activiteit nodig is. Ze beantwoorden niet de vraag of een activiteit op voorhand wel of niet is toegestaan. De reikwijdte van de toegestane activiteiten wordt mede bepaald door het Activiteitenbesluit milieubeheer en het bestemmingsplan.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

9Cliënt vraagt u het concept evenementenbeleid niet vast te stellen

In ieder geval vraagt hij u rekening te houden met deze inspraakreactie en het plan aan te passen.

Reactie

Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

Inspraakreactie 2

1) Er worden vier thema's aangewezen als beeldbepalende evenementen voor Zwijndrecht (binnenvaart, water, bedrijfsleven en sport). Wij vragen ons af wat het verschil is tussen binnenvaart en bedrijfsleven. Is het niet zo dat binnenvaart een vorm van het bedrijfsleven in Zwijndrecht is? Om welke reden wordt deze vorm apart benoemd? Dat zou beter toegelicht moeten worden.

Reactie

Binnenvaart kan inderdaad een vorm van bedrijfsleven zijn. Gelet op de ligging van de gemeente Zwijndrecht, maar ook de aanwezige binnenvaart (zie ook het evenement Binnenvaartdagen), kan de gemeente Zwijndrecht onderscheidend zijn op dit onderdeel. Dit is de reden waarom binnenvaart ook expliciet wordt beschreven.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

2) Wij merken op dat een zeer belangrijk thema ontbreekt, namelijk cultuur. We vinden het bijzonder jammer dat dit thema kennelijk niet wordt gezien als beeldbepalend. Het thema cultuur is zo breed en we kunnen ons niet voorstellen dat daar niet iets beeldbepalends mee gedaan zou kunnen worden in Zwijndrecht.

Reactie

Vanuit het college is gekozen om binnenvaart, water, bedrijfsleven en sport als beeldbepalend aan te merken. Hierbij is vooral gekeken naar het bestaande evenementenaanbod. Daarnaast is ook gekeken welke evenementen onze gemeente op de kaart kunnen. Op basis hiervan heeft het college voor de vier thema’s gekozen. Het blijft altijd een arbitraire keuze. Hoewel cultuur een mooi thema is, vindt het college dat dit te algemeen is. Niet alle culturele activiteiten zijn immers evenementen in de zin van het concept evenementenbeleid. Tot slot wordt opgemerkt dat de gemeenteraad afzonderlijke beleidsstukken voor cultuur heeft vastgesteld. Een concreet voorbeeld is de Kunst- en Cultuurnota. In het concept Evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht (inleiding) is het volgende opgenomen:

“Daarnaast is in de 'Kunst- en Cultuurnota het volgende over evenementen beschreven: "Evenementen brengen gezelligheid, zijn goed voor de lokale economie en kunnen het imago van een gemeente ten goede komen. Kleinschalige activiteiten worden gestimuleerd (en gefaciliteerd) om uit te groeien naar sterke (terugkerende) evenementen en grotere evenementen kunnen doorgroeien naar beeldbepalende Zwijndrechtse evenementen. De gemeente ondersteunt, stimuleert en subsidieert evenementen, initiatieven en culturele instellingen."

Onze inwoners krijgen een kwalitatief volwaardig aanbod aan voorzieningen op het gebied van sport, welzijn, cultuur en evenementen aangeboden. Ter verbetering van het evenementenklimaat in de gemeente Zwijndrecht, is onder andere een evenementencoördinator aangesteld en geven wij ruimte en bieden wij ondersteuning aan initiatieven waar onze gemeente trots op kan zijn.

Het Evenementenbeleid is een nadere uitwerking van het raadsprogramma en de kunst- en cultuurnota.”

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

3) Er ligt bij de vier thema's vooral de focus op Zwijndrecht. Waarom wordt er niet iets gezegd over een thema dat belangrijk is voor Heerjansdam?

Reactie

In het concept Evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht zijn thema’s opgenomen die voor de gehele gemeente Zwijndrecht gelden. Bedrijfsleven, water en sport gelden ook voor Heerjansdam. In Heerjansdam worden verschillende evenementen georganiseerd die zowel met water als met sport te maken hebben. Een concreet voorbeeld is de Heerjansdam Challenge. Dit evenement trekt naast lokale, ook regionale en landelijke bezoekers en deelnemers.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

4) Er wordt een aantal maal gerefereerd aan herzieningen e.d. (bijvoorbeeld van de APV en een preventief handhavingsplan Alcohol) die in 2020 worden voltrokken. Uit de omschrijving blijkt dat 2020 in de toekomst ligt. In werkelijkheid ligt het jaar 2020 echter al achter ons, zodat de tekst moet worden herzien. Bovendien is onduidelijk of deze herzieningen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, of dat deze inderdaad conform de tekst nog achter deze beleidsstukken aan komen, maar dan in 2021 of 2022.

Reactie

De herzieningen zouden, ten tijde van het opstellen van het concept ‘evenementenbeleid’ gemeente Zwijndrecht in 2020, nog opgesteld worden. Vanwege het coronavirus zijn bepaalde beleidsstukken, waaronder de actualisatie van de APV en het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol niet vastgesteld. Het voornemen bestaat om dit in 2021 alsnog op te pakken. Dit passen wij in het concept evenementenbeleid aan.

Deze inspraakreactie geeft aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

5) Ten aanzien van drugs en lachgas ligt de nadruk op het verbod voor bezoekers van evenementen. Op welke manier wordt duidelijk gemaakt dat ook de organisatie niet mag handelen in deze middelen?

Reactie

In de Opiumwet is bepaald dat drugshandel niet toegestaan is. Dit geldt ook voor evenementenorganisatoren. In het concept evenementenbeleid wordt met name de nadruk gelegd op de bezoekers van evenementen en de controleplicht van organisatoren om drugshandel tegen te gaan. Dit blijkt ook uit de standaard-voorschriften en beperkingen die in een evenementenvergunning opgenomen worden (zie bijlage 7 van de concept Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Zwijndrecht). Voorbeelden zijn:

DRUGS EN EVENEMENTEN

Voorschriften of beperkingen die in de evenementenvergunning opgenomen kunnen worden:

1gerichte controle op drugsgebruik en -handel bij de toegangspoorten tot het evenemententerrein en op het evenemententerrein zelf;

2organisatoren hebben huisreglementen waarin is opgenomen dat zij alle medewerking zullen verlenen aan de bovengenoemde controles;

3middelen voor gebruik of verkoop van lachgas, welke naar verwachting een gevaar vormen voor de gebruiker of potentiële gebruikers, worden in beslag worden genomen en zijn niet toegestaan op het evenemententerrein.

HUISREGELS IN RELATIE TOT DRUGS OF LACHGAS

1De vergunninghouder moet zijn huisregels naleven en handhaven. In deze huisregels staat dat het bij je hebben of verhandelen van drugs niet toegestaan is. In de huisregels staat ook dat het bij je hebben of verhandelen van lachgas niet toegestaan is.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

6). Wat de locatieprofielen betreft: deze moeten blijkbaar nog opgesteld worden. Het zou echter wel handig zijn om in onderhavige stukken de locaties wat preciezer aan te duiden, bijvoorbeeld door middel van een bij te voegen kaart. Voor de locatie 'Molenweg' in Heerjansdam geldt bijvoorbeeld dat deze het gebied van bovenaan de kerkstoep t/m het zwembad en restaurant Het Waaltje bestrijkt. Waar heeft de gemeente precies de evenementenlocatie in gedachte?

Reactie

In de locatieprofielen worden te zijner tijd exacte locaties en situatietekeningen opgenomen. Op basis van de vastgestelde bestemmingsplannen worden de locatieprofielen op- en vastgesteld. Zonder het bestemmingsplan hebben deze locatieprofielen geen juridische status. De Molenweg gaat om de locatie waar de ijsbaan in de winter (als sprake is van vorst) plaatsvindt.

Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om het concept ‘evenementenbeleid gemeente Zwijndrecht’ te wijzigen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.