Aanhef
Intitulé
Beleidsregels artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) gemeente Zwijndrecht 2026.
De burgemeester van de gemeente Zwijndrecht;
Overwegende dat
Het gewenst is om beleidsregels vast te stellen in het kader van de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet, ook wel de Wet Damocles genoemd;
Gelet op
Artikel 172 Gemeentewet;
Artikel 2 van de Opiumwet;
Artikel 2a van de Opiumwet;
Artikel 3 van de Opiumwet;
Artikel 10a van de Opiumwet;
Artikel 10c van de Opiumwet
Artikel 11a van de Opiumwet;
Artikel 13b van de Opiumwet;
Aanwijzing Opiumwet
Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, lijst I en lijst IA (2025R005)
Artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht;
Artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht;
Artikel 5:31d van de Algemene wet bestuursrecht;
Artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht;
Artikel 4:81, eerste lid, 4:83 en artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Besluit,
Onder intrekking van de op 5 juni 2019 vastgestelde ‘beleidsregels artikel 13b Opiumwet’, vast te stellen de “Beleidsregels artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) gemeente Zwijndrecht 2026”.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Drugshandel: Het verkopen, afleveren of verstrekken of het daaraan behulpzaam zijn van harddrugs of softdrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan. Onder handel wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de levering elders plaatsvindt.
b.Handelshoeveelheid: Een hoeveelheid drugs die groter is dan de hoeveelheid die wordt aangemerkt als geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik zoals bepaald in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie;
c.Harddrugs: Een middel als bedoeld op lijst I van de Opiumwet, dan wel aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
d.Psychoactieve stoffen: een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld op lijst IA van de Opiumwet of een preparaat daarvan;
e.Lokaal: Een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf zoals een loods, garage, magazijn of kantoor- of bedrijfsruimte.
f.Softdrugs: Een middel als bedoeld op lijst II van de Opiumwet, dan wel aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
g.Voorbereidingshandelingen: Het in een woning of lokaal voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet of artikel 11a van de Opiumwet;
h.Bewoonde woning: een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte. Daar waar dus feitelijk sprake is van het hebben van woongenot. Onder woning kan derhalve ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan;
i.Onbewoonde woning: een woning die niet (hoofdzakelijk) voor woondoeleinden wordt gebruikt. De vraag of een woning daadwerkelijk als woning in gebruik is, wordt – zoals hierboven beschreven –beoordeeld aan de hand van de waargenomen feiten en omstandigheden. Soms is sprake van schijnbewoning. Er wordt dan de indruk van bewoning gesimuleerd;
j.Pand: Woning of lokaal en het daarbij behorende erf.
Hoofdstuk 2 Handhavingsarrangement
Artikel 2.1 Overtreding
Bij drugshandel in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a Opiumwet, in een pand, dan wel bij de constatering van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b Opiumwet, wordt in beginsel het handhavingsarrangement toegepast zoals vastgelegd in de onderstaande matrix.
Artikel 2.2 Waarschuwing
Indien een woning op het moment dat de overtreding wordt geconstateerd daadwerkelijk wordt bewoond en voor (die) bewoning noodzakelijk blijft, dan wordt bij een eerste overtreding van de Opiumwet in beginsel eerst een waarschuwingsbrief verstuurd aan de overtreder en de rechthebbenden op het gebruik van de woning, tenzij er sprake is van een ‘ernstig geval’.
Artikel 2.3 Ernstig geval
Op basis van onder andere één of meer van de hieronder genoemde omstandigheden kan sprake zijn van een voldoende ernstige situatie om direct over te gaan tot sluiting:
a.Indien er sprake is van de aanwezigheid van harddrugs, substanties behorende tot de stofgroepen van lijst IA, dan wel voorbereidingshandelingen ten aanzien van harddrugs;
b.De hoeveelheid aangetroffen middelen bedoeld in lijst I, IA, dan wel lijst II van de Opiumwet;
c.De inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het in standhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt);
d.Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I, IA en lijst II Opiumwet (ook bij minder dan een handelshoeveelheid harddrugs);
e.De wijze waarop de aangetroffen middelen zijn verpakt;
f.Het aantreffen van handelsgeld en/of aanwezigheid van (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;
g.De omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert (dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen etc.);
h.Er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);
i.Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet vooral gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);
j.Aannemelijk is dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;
k.Er sprake is van overlast vanuit de woning, waaronder gewelds- en openbare orde delicten in of rond de woning;
l.Er sprake is van ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en personen die niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen;
m.Er sprake is van recidive binnen drie jaar, daaronder wordt in ieder geval begrepen eerdere overtredingen door de gebruikers of eigenaren van het pand van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen van één of meerdere pandeigenaren op grond van artikel 13b Opiumwet;
n.De mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan gedacht worden aan de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit).
Artikel 2.4 Handelshoeveelheid
Bij de aanwezigheid van een middel als genoemd in lijst I, lijst IA en/of lijst II van de Opiumwet in een woning of lokaal die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik is in beginsel aannemelijk dat sprake is van een handelshoeveelheid bestemd voor verkoop, aflevering, verstrekking. Qua hoeveelheden is aansluiting gezocht bij de “Richtlijn voor strafvordering Opiumwet” vanuit het OM.
Bewoonde woningen en bijbehorende erven/opstallen
Overtreding
Handelshoeveelheid softdrugs (>5 gram, 5 hennepplanten, 1 ampul) of voorbereidingshandelingen daartoe
Handelshoeveelheid harddrugs of substanties behorende tot de stofgroepen van lijst IA (>0,5 gram of >2 miligram fentanyl-achtigen) of voorbereidingshandelingen daartoe
1econstatering
Waarschuwing, tenzij sprake is van een ernstig geval, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, dan 3 maanden sluiting
Sluiting 3 maanden
2econstatering binnen drie jaar na voorgaande waarschuwing of besluit tot sluiting
Sluiting 3/6 maanden*
Sluiting 6 maanden
3econstatering binnen drie jaar na voorgaande besluit tot sluiting
Sluiting 9 maanden
Sluiting 12 maanden
* Bij een eerste sluiting wordt in beginsel gesloten voor 3 maanden. Bij een tweede overtreding wordt in beginsel gesloten voor zes maanden.
Onbewoonde woningen en bijbehorende erven/opstallen
Overtreding
Handelshoeveelheid softdrugs (>5 gram, 5 hennepplanten, 1 ampul)
Handelshoeveelheid harddrugs of substanties behorende tot de stofgroepen van lijst IA (>0,5 gram of >2 miligram fentanyl-achtigen)
1econstatering
Sluiting 3 maanden
Sluiting 3 maanden
2econstatering binnen drie jaar na voorgaande waarschuwing of besluit tot sluiting
Sluiting 6 maanden
Sluiting 6 maanden
3econstatering binnen drie jaar na voorgaande besluit tot sluiting
Sluiting 9 maanden
Sluiting 12 maanden
Lokalen en bijbehorende erven/opstallen
Overtreding
Handelshoeveelheid softdrugs (>5 gram, 5 hennepplanten, 1 ampul)
Handelshoeveelheid harddrugs of substanties behorende tot de stofgroepen van lijst IA (>0,5 gram of >2 miligram fentanyl-achtigen)
1econstatering
Sluiting 3 maanden
Sluiting 6 maanden
2econstatering binnen drie jaar na voorgaande waarschuwing of besluit tot sluiting
Sluiting 6 maanden
Sluiting 12 maanden
3econstatering binnen drie jaar na voorgaande besluit tot sluiting
Sluiting 12 maanden
Sluiting 18 maanden
Hoofdstuk 3 Indicatoren strafbare voorbereidingshandelingen
Artikel 3.1 Algemeen
1Naast sluiting voor het aantreffen van soft- en harddrugs, kan de burgemeester ook overgaan tot sluiting bij strafbare voorbereidingshandelingen. Dit kan als voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die bestemd zijn voor grootschalig of bedrijfsmatig bereiden of vervaardigen van softdrugs, of het bereiden of vervaardigen van harddrugs. Deze verruiming heeft alleen betrekking op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a of 11a Opiumwet.
2Van voorbereidingshandelingen kan volgens artikel 13b eerste lid sub b Opiumwet alleen sprake zijn bij het voorhanden hebben van bepaalde voorwerpen of stoffen die, vanwege de aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om harddrugs te vervaardigen of voor grootschalige illegale hennepteelt (zie voor een nadere uitwerking onderdeel 3.1 en 3.2 van deze beleidsregels). Dit kan al blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stoffen of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie (drugslaboratorium of hennepkwekerij in aanbouw), maar ook uit tapgesprekken of observaties uit een opsporingsonderzoek.
3De burgemeester moet aan de hand van een analyse van de politie of andere ter zake deskundigen beoordelen in hoeverre daadwerkelijk sprake is van een strafbare voorbereidingshandeling, zoals bedoeld in artikel 13b eerste lid sub b Opiumwet.
Artikel 3.2 Grootschalig of professioneel
1In geval van voorbereidingshandelingen die te maken hebben met harddrugs is de aanwezigheid van stoffen of voorwerpen die gebruikt worden voor het voorbereiden van harddrugsdelicten voldoende om een pand te kunnen sluiten. Gaat het om softdrugs dan moet er sprake zijn van voorbereidingshandelingen die beroeps- of bedrijfsmatig van aard zijn of die betrekking hebben op een grote hoeveelheid. In geval van een hennepkwekerij is dit af te leiden uit de aanwezigheid van professionele voorwerpen en de schaalgrootte.
2De Aanwijzing Opiumwet geeft een (niet limitatieve) opsomming van indicatoren die duiden op de professionaliteit van een hennepkwekerij. Daarnaast is er volgens het OM sprake van grootschalige hennepteelt vanaf 200 planten of 500 gram hennep. Aan de hand van de aangetroffen goederen kan een inschatting worden gemaakt hoeveel hennepplanten er met de goederen gekweekt zouden kunnen worden. Als gemiddelde wordt een kwekerij gehanteerd met 15 planten per m2. Een plant levert gemiddeld een opbrengst op van 28,2 gram hennep. Tenslotte speelt hier het doel van de teelt mee. Als er sprake is van teelt om geldelijk gewin te verkrijgen is er sprake van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
Artikel 3.3 Weet of ernstig vermoeden
1Om gebruik te kunnen maken van de sluitingsbevoegdheid bij een strafbare voorbereidingshandeling is tevens vereist dat degene die de stof of het voorwerp in het pand voorhanden heeft ook weet of een ernstig vermoeden heeft dat de stof of het voorwerp onder andere bestemd is voor de grootschalige of professionele illegale hennepteelt of drugsproductie.
2Deze wetenschap of dit ernstig vermoeden, moet steeds blijken uit concrete feiten en omstandigheden. Hierbij is het afwegingskader dat een redelijk denkend mens niet anders had kunnen vermoeden dan dat hij met zijn handelen een Opiumwetdelict zou faciliteren. Bij een bepaalde combinatie van goederen kan het niet anders dan dat iemand zich bewust is van de criminele bestemming van de goederen. Als het gaat om een persoon met antecedenten op het gebied van de Opiumwet dan is de vereiste wetenschap al grotendeels aannemelijk.
3De burgemeester hoeft dus niet aannemelijk te maken dat de aangeschreven persoon zelf wetenschap dan wel een ernstig vermoeden had dat de in het pand aanwezige stoffen of voorwerpen bestemd zijn voor het bereiden, bewerken, verwerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of beroeps- of bedrijfsmatige illegale hennepteelt.
4Als hij/zij op basis van de feitelijke situatie voldoende aannemelijk maakt dat voorwerpen aanwezig waren waarvan kan worden geweten of ernstig worden vermoed dat deze bestemd waren voor – kort gezegd – het bereiden van drugs.
Artikel 3.4 Indicatoren
1In de beoordeling of er sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen wordt rekening gehouden met één of meer van de volgende indicatoren:
a.De combinatie van aangetroffen stoffen (hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, dan wel aanwezig hebben van goederen die voor verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn, zoals grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen, etc.);
b.De aard van de stoffen of goederen (hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs);
c.De mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten verkocht, verhandeld, gebruikt of geproduceerd kunnen worden;
d.De mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan naast de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit gedacht worden aan brandgevaar, risico’s verbonden aan het gebruik van chemicaliën, etc.);
e.Vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van een elektriciteitsnetwerk.
Hoofdstuk 4 Afwijkingsbevoegdheid
Artikel 4.1 Verzwarende omstandigheden - zwaardere maatregel
Als de burgemeester van mening is dat een zwaardere maatregel moet worden toegepast in een specifieke casus, dan hanteert de burgemeester in beginsel een sluitingstermijn die in de handhavingsmatrix bij de eerstvolgende overtreding toegepast zou worden. Voorbeelden zijn:
•Combinatie van een overtreding van de Opiumwet met bepaalde ernstige strafbare feiten, zoals verboden (vuur)wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;
•De mate van overlast rondom het pand;
•Recidive binnen een termijn van drie jaar;
•Geweldsdelicten;
•Mensenhandel;
•Kwetsbare woonwijk;
•Grote mate van beroeps- of bedrijfsmatigheid.
Artikel 4.2 Bijzondere omstandigheden - lichtere maatregel
De burgemeester kan besluiten om een lichtere maatregel op te leggen in onder meer de volgende situaties:
•Minderjarige kinderen;
•Medische omstandigheden.
Hoofdstuk 5 Sluiting en toepassen bestuursdwang
Artikel 5.1 Huurovereenkomst
Indien de gemeente verhuurder is, geldt bij sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet dat zal worden bezien of ontbinding van de huurovereenkomst civielrechtelijk haalbaar en/of proportioneel is.
Artikel 5.2 Vervangende woonruimte
In beginsel wordt bij het sluiten van een woning geen vervangende woonruimte aangeboden.
Artikel 5.3 Toepassen spoedeisende bestuursdwang
1Tot een spoedeisende bestuursdwang, zoals bedoeld in de Awb, wordt overgegaan indien sprake is van een zodanige inbreuk op de openbare orde en veiligheid dat een spoedsluiting een proportioneel en subsidiair middel is. Daarvan is in ieder geval sprake indien:
a.Voorwerpen worden aangetroffen die kunnen worden aangemerkt als wapens in de zin van de Wet wapens en munitie;
b.(Het vermoeden bestaat dat) een middel van lijst I, lijst IA en/of lijst II behorende bij de Opiumwet wordt of is verkocht aan een minderjarige;
c.Ernstige geweldsincidenten aan het gebruik van het pand zijn gerelateerd of als sprake is van ernstige incidenten waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid in het geding is.
Artikel 5.4 Verzoek opheffen sluiting
1Een belanghebbende kan de burgemeester schriftelijk verzoeken om de sluiting tussentijds op te heffen.
2In het verzoek wordt gemotiveerd aangegeven dat op grond van nieuwe feiten en omstandigheden het aannemelijk is dat niet opnieuw de Opiumwet wordt overtreden. Hierbij is in ieder geval vereist dat:
a.De nieuwe eigenaar of huurder de Opiumwet niet heeft overtreden; en
b.Er sinds de overtreding een nieuwe eigenaar of huurder is.
3Indien het verzoek betrekking heeft op een lokaal, wordt in aanvulling op het tweede lid, een ondernemingsplan overgelegd waaruit blijkt welke invulling aan het gebruik van het lokaal wordt gegeven en op welke wijze toekomstige overtredingen worden voorkomen.
4De burgemeester beoordeelt bij een verzoek of en in welke mate de genoemde doelstellingen met de sluiting zijn bereikt.
5De burgemeester kan voor de beoordeling van het verzoek de politie vragen om advies en/of een bevraging doen bij de Justitiële Informatiedienst (Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens).
Artikel 5.5 Kenbaarheid sluiting
1De sluiting wordt geregistreerd in het WKPB-register zoals dat is voorgeschreven in de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke beperkingen.
2Na het verstrijken van de sluitingstermijn wordt de beperking uitgeschreven uit het WKPB-register
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Artikel 6.1 Hardheidsclausule
De burgemeester kan in bijzondere en dringende gevallen (een deel van) deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan, gelet op het belang van de belanghebbende, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 6.2 Overgangsbepalingen
1Procedures die zijn gestart onder de geldigheid van de op 5 juni 2019 inwerking getreden Beleidsregels artikel 13b Opiumwet worden voortgezet op basis van die beleidsregels als voorafgaand aan de inwerkingtreding van de onderhavige beleidsregel het voornemen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom is verzonden.
2Constateringen van overtredingen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel blijven, met inachtneming van de verjaringstermijn, meetellen voor een eventuele volgende stap in de handhavingsmatrix zoals opgenomen in artikel 2.4.
Artikel 6.3 Slotbepalingen
1Deze beleidsregel treedt in werking de dag na publicatie.
2Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) gemeente Zwijndrecht 2026”.