1 Beleidsregel “Parkeren Stationskwartier”
Tekst
In de ontwikkeling van de gehele Spoorzone is Transit Oriented Development (TOD) als uitgangspunt genomen om te komen tot een duurzame, inclusieve, gemengde, compacte en geïntegreerde stedelijke omgeving rond het transportknooppunt. Doelstelling op de lange termijn is een beter gebruik van het openbaar vervoer en bijbehorende mobiliteitsshift. Dit betekent ook dat in het Stationskwartier ook gezocht gaat worden naar andere vormen van (auto)mobiliteit, waarbij deelgebruik (zie paragraaf 1.3) als een van de mogelijkheden wordt gezien.
In het kader van Transit Oriented Development zijn de volgende onderdelen betrokken:
•Ontmoedigen van autogebruik en stimuleren van andere vormen van mobiliteit;
•Het gebied krijgt een verblijfskwaliteit met een goede bereikbaarheid middels langzaam verkeer en openbaar vervoer;
•Het doorgaande autoverkeer wordt om het Stationskwartier heen geleid.
Deze onderdelen hebben ook effect op de beleidsregel “Parkeren Stationskwartier”.
Deze beleidsregel geeft een uitwerking van de in artikel 3.2 van het bestemmingsplan Stationskwartier Zwijndrecht opgenomen regel: “In geval van het aanvangen of intensiveren van een activiteit of het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1 moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets”.
Of sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets als bedoeld in dit artikel wordt bepaald aan de hand van deze beleidsregel.
Er wordt in voldoende mate in parkeergelegenheid voorzien indien wordt voldaan aan de parkeernormen zoals gesteld in het ‘Parkeerbeleidsplan 2020’ van de gemeente Zwijndrecht. In het parkeerbeleidsplan zijn de parkeernormen beschreven. In het algemeen geldt dat aangesloten wordt bij de meest actuele parkeerkencijfers van het CROW. Specifiek voor het Stationskwartier gelden echter aangepaste normen die tegemoetkomen aan de beoogde ruimtelijke en mobiliteitsambities in dit deel van de gemeente. Deze zijn hieronder opgenomen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ruimtelijke inpassing (paragraaf 1.2), en de eventueel van toepassing zijnde deelmobiliteit (paragraaf 1.3).
Bij nieuwe ontwikkelingen moeten voor woningen, bedrijven en scholen de fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein gerealiseerd worden. Bij de overige voorzieningen worden de kencijfers van het CROW gehanteerd. Omdat de gemeente Zwijndrecht het fietsen wil stimuleren wordt hier uitgegaan van de bovengrens in de spreidingsaantallen.