Aanhef
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zwijndrecht,
overwegende dat:
een beleidsplan gladheidbestrijding bijdraagt aan het borgen van de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid van de gemeente Zwijndrecht bij winterse omstandigheden;
gelet op artikel 160, eerste lid, onderdeel a. van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen: het "Beleidsplan gladheidbestrijding 2023-2027".
1. Inleiding
1.1 Gladheidbestrijding algemeen
In de winter gaat het weerbericht regelmatig vergezeld van waarschuwingen voor gladheid ten gevolge van sneeuw, ijzel of bevriezing van natte weggedeelten. De veiligheid van de weggebruiker, de doorstroming van het verkeer en de bereikbaarheid van bestemmingen zijn dan in het geding. Om deze redenen is het nodig om de gladheid op wegen, fiets- en voetpaden te bestrijden. De gladheidbestrijding staat in Nederland op een hoog niveau. Door preventieve strooiacties wordt in veel gevallen voorkomen dat het glad wordt en als dat niet mogelijk is, zoals bij hevige sneeuwval, worden door curatieve acties de belangrijkste wegen snel sneeuwvrij gemaakt. Hierdoor kunnen de weggebruikers binnen de grenzen van de gemeente Zwijndrecht bij winterse omstandigheden rekenen op redelijk tot goed begaanbare wegen.
In Nederland is de gladheidbestrijding een verantwoordelijkheid van de wegbeheerders. Te noemen: Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten. Het spreekt voor zich dat Rijkswaterstaat, voor autosnelwegen, een ander beleid voert dan een doorsnee gemeente met veel lokaal verkeer. Maar het is wel zo dat door de preventieve strooiacties er een meer eenduidig beeld ontstaat op het wegennet ten tijde van gladheid.
Onderlinge afstemming zoals het regionaal gladheidsoverleg van de verschillende wegbeheerders (BAR-gemeenten, Waterschap Hollandse Delta en gemeente Rotterdam, draagt ook bij aan bovengenoemde eenduidigheid.
De wijze waarop gladheidbestrijding vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd aangevuld met plaatselijke omstandigheden. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder voor het in goede en veilige staat verkeren van de wegen vastgesteld, zoals eerder al genoemd, in de Wegenwet.
Bij de invulling van deze taak heeft de beheerder ook te maken met arbotechnische aspecten en met de consequenties voor het milieu als gevolg van het gebruik van dooimiddelen. Daarnaast is ook het beschikbare budget een randvoorwaarde die bepalend is voor de invulling van de taak.
2. Juridische aspecten
2.1 Aansprakelijkheid
Ondanks vele inspanningen kan de wegbeheerder alsnog aansprakelijk gesteld worden voor geleden schade.
De gemeente heeft in het kader van de Wegenwet te maken met twee vormen van aansprakelijkheid:
•Risicoaansprakelijkheid = gebreken aan de weg/weguitrusting. Het bestaan van een gebrek (bv. een gat in de weg) en een oorzakelijk verband met de schade is voldoende om aansprakelijkheid te vestigen.
•Schuldaansprakelijkheid = zaken en substanties op het wegdek, waaronder sneeuw, ijzel en rijp. Hierbij geldt: wie eist, bewijst. Dat betekent voor schade als gevolg van gladheid dat de eisende partij moet stellen en betwisten dat de gemeente tekortgeschoten is in haar zorgplicht.
Voor de gladheid komt dus de schuldaansprakelijkheid om de hoek kijken. Belangrijk voor de gemeente is dat aan de zorgplicht wordt voldaan vanuit de uitgangspunten in het beleids- en uitvoeringsplan gladheidbestrijding. Communicatie is in deze ook onmisbaar. Voorafgaand aan een winterseizoen is het belangrijk om kenbaar te maken welke wegen de gemeente strooit maar ook vooral wat er niet gedaan wordt. In Zwijndrecht worden de gemeentelijke website, lokale kranten en dergelijke hiervoor ingezet. In het onderdeel communicatie (3.7) van dit plan wordt dit nader toegelicht.
2.2 Arbeidsomstandigheden
Consignatie
De werkzaamheden in het kader van de gladheidbestrijding hebben als kenmerk dat ze onregelmatig en niet vooraf te plannen zijn en dat ze vaak in de avond en nacht worden uitgevoerd. Chauffeurs van strooiwagens en strooileiders/coördinatoren worden daarom in de winterperiode in consignatie ingezet. Zij moeten behalve voor hun reguliere werkzaamheden ook beschikbaar zijn voor werkzaamheden in het kader van de gladheidbestrijding, als deze zich voordoen. De regels voor de arbeidstijden en consignatie zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. De bepalingen hebben betrekking op de maximale (gemiddelde) arbeidsduur per etmaal, per week en per maand en op de maximale duur van de consignatie.
Verder gelden er regels voor de duur van de werkweek bij (gedeeltelijk) nachtwerk (Tussen 00.00 en 06.00 uur). Uitgangspunt bij de gemeente Zwijndrecht is dat nachtwerk zoveel mogelijk vermeden wordt.
Opleiding
Iedere medewerker van de gladheidbestrijding moet de gecertificeerde cursus 'Specifieke Deskundigheid Winterdienst' hebben gevolgd. Deze cursus is in samenspraak met opleiders en wegbeheerders ontwikkeld om medewerkers specifieke deskundigheid bij te brengen voor het werk in de gladheidbestrijding. De cursus voldoet aan de richtlijnen (CROW-Keurmerk) opgesteld door CROW-publicatie 283 en is gecertificeerd door het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid).
2.3 Milieuaspecten en schade
Bij de bestrijding van gladheid gebruiken we dooimiddelen met een schadelijke invloed op het milieu. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt door verwaaiing in de berm terecht. Indirect komt het middel terecht in het oppervlakte- of grondwater. Bomen en struiken kunnen aangetast worden door een overmatige blootstelling aan dooimiddelen.
Voorkomen en beperken van zoutschade
Om milieuschade te beperken, moet de dosering van het dooimiddel zo laag mogelijk zijn. De gemeente Zwijndrecht heeft hiertoe de volgende maatregelen genomen:
•Het gebruik van de natzoutmethode. Bij natzoutstrooien belandt er niet alleen minder zout op de weg, er waait ook minder zout naast de verharding. De schadelijke gevolgen voor bodem en vegetatie zijn hierdoor beduidend minder;
•Tactisch1 strooien waardoor juiste strooibreedten kunnen worden aangehouden. Hierdoor is het mogelijk om de strooibreedte eenvoudig aan te passen aan de verhardingsbreedte. Dit zorgt voor een aanzienlijke besparing op zout. Een beetje meer of breder strooien is dan in principe niet meer nodig.
•Gedifferentieerde uitvoering van de gladheidbestrijding waarbij alleen die gebieden worden gestrooid waar een reële kans op gladheid is. Bijvoorbeeld alleen bruggen en viaducten etc.
Maar ondanks alle inspanningen kan er schade optreden aan vegetatie. Het is dan ook belangrijk dat rekening gehouden wordt met de volgende aspecten:
•Boom- groenbeplanting niet te dicht op de verharding plaatsen,
•Bij beplanting kiezen voor zouttolerante soorten,
•Zorgen, bij aanleg bermen, voor een goede waterdoorlatende grondstructuur,
•Zorgen voor een goede afwatering, goten en kolken, bij aanleg verharding.
Het strooien van zout heeft geen noemenswaardige invloeden op de verharding maar kan wel invloed hebben op beton- en staalconstructies van bruggen. Door zoutintreding kan er namelijk sprake zijn van corrosievorming (roesten) van het ijzerwerk in het beton en van overig ijzer/ staalconstructies aan civieltechnische kunstwerken. Omdat roestend ijzer uitzet, ontstaat er al snel schade aan de betonconstructie. Ditzelfde geldt voor het overige staalwerk aan civieltechnische kunstwerken zoals leuningen en dergelijke.
Daarom is het van belang om zorg te dragen voor een goede aanleg van het betonwerk met voldoende dekking op het ijzerwerk. Daarnaast dient zowel het betonwerk als het leuningwerk te worden voorzien van een goede coating om indringen van dooizout te voorkomen. Het is dus van het grootste belang (ook vanuit financieel oogpunt) dat in de beleidskeuzes voor aanleg en onderhoud van wegen en groenvoorziening rekening wordt gehouden met winterse omstandigheden en de daaruit voortvloeiende gladheidbestrijding.
2.4 Optimalisatie gladheidbestrijding gemeente Zwijndrecht
In 2016 is de gemeente Zwijndrecht overgegaan van een curatief – naar een preventief strooibeleid. Curatief houdt in dat er pas gestrooid wordt als het al glad is. Preventief is juist het tegenovergestelde, er wordt gestrooid voordat het glad wordt. Ook Rijkswaterstaat, Provincie Zuid-Holland en de omliggende gemeenten en het Waterschap Hollandse Delta voeren een preventief strooibeleid. Met de keuze van een preventief strooibeleid ontstaat er een eenduidig “strooibeeld” op het wegennet waarbij de veiligheid van de weggebruiker voorop staat. Hiermee wordt voorkomen dat een weggebruiker geconfronteerd wordt met wisselende omstandigheden van gladheid bij het passeren van de diverse gemeentegrenzen.
Om het preventieve strooibeleid uit te kunnen voeren is ondersteuning van een weerbureau, gekoppeld met een gladheid meldsysteem, essentieel. De gemeente Zwijndrecht wordt hierbij ondersteund door een meteorologische dienst.
2.5 Gladheidmeldsysteem
Wat is een gladheidmeldsysteem? Dit zijn meetstations die gepositioneerd zijn op de meest kritieke “gladheidgevoelige” locaties in de gemeente. Deze meetstations verzamelen de benodigde info voor de meteorologische dienst en de strooileiders/coördinatoren om een goede voorspelling te geven wanneer een preventieve strooiactie uitgevoerd moet worden.
Gemeente Zwijndrecht heeft de beschikking over minimaal twee meetstations.
Meetstations zijn geplaatst op de meest gevoelige door meting vastgestelde locaties waar het eerst gladheid kan optreden. Deze meting is in 2016 uitgevoerd. Gezien de klimaateffecten van de afgelopen jaren verdient het aanbeveling om in 2023 te onderzoeken of deze meting herhaald moet worden om de eventuele klimaat gerelateerde effecten in kaart te brengen.
2.6 Organisatie
De gladheidbestrijdingsdienst van de gemeente Zwijndrecht is operationeel van de eerste vrijdag in november tot de laatste vrijdag in maart opvolgend. Ten tijde van een griepgolf of een pandemie zoals bijvoorbeeld COVID is er een mogelijkheid om in geval van nood twee teams te waarborgen doormiddel van bijschakelen van externen. Dit is ook mogelijk met name wanneer zich extreme weersomstandigheden voordoen. Deze aanpak draagt bij aan het voorkomen van het niet voldoen aan de strooiverplichting door gebrek van personeel.
3. Visie gladheidbestrijding
3.1 Uitgangspunten gladheidbestrijding gemeente Zwijndrecht
Zoals hierboven omschreven is, en wordt, er al veel gedaan om de gladheid om een zo goed mogelijke manier te bestrijden, waarbij de veiligheid van de weggebruiker voorop staat. Binnen de zorgplicht van de wegbeheerders is ruimte voor een selectief strooibeleid, hiermee zeggend: het is ondoenlijk voor wegbeheerders om de gladheid te bestrijden op alle wegen, fiets- en voetpaden. Om de visie voor de gladheidbestrijding te verwezenlijken, zijn de volgende beleidsdoelen geformuleerd:
Zorgplicht
Op structurele en duurzame wijze voldoen aan de wettelijke zorgplicht om ook onder winterse omstandigheden de verkeersveiligheid van alle weggebruikers, de doorstroming van het verkeer, de leefbaarheid en bereikbaarheid binnen de gemeente zo goed mogelijk te waarborgen.
Milieu
Ook op het gebied van gladheidbestrijding expliciete aandacht voor het milieu. Daar waar mogelijk de milieubelasting door strooizout terugdringen.
Gedeelde verantwoordelijkheid
De gladheidbestrijding is een gedeelde verantwoordelijkheid van de samenleving en de overheid in de openbare ruimte. In dit kader publiceert de gemeente jaarlijks, voorafgaand aan de periode van gladheidbestrijding, wat wel en wat niet binnen het uitvoeringsplan valt. Van de (steeds meer)
zelfredzame inwoner/burger wordt verwacht dat die zelf de eigen toegang schoon en begaanbaar houdt. Daarnaast vragen wij de inwoners/burgers om hierbij ook de niet of minder redzame inwoners in de vorm van burenhulp te ontzorgen. De gemeente kan hierbij een ondersteunende rol spelen. Ook van bedrijven en instellingen wordt dit verwacht. Met de integrale visie in het afgewogen keuze te maken.
Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de indeling, in categorieën, zoals is aangegeven in het GVVP (Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan).
Bij het opstellen van het jaarlijkse uitvoeringsplan gladheidbestrijding nadrukkelijk gekeken naar de functie (het gebruik) van de wegen binnen de totale verkeersstructuur van de gemeente Zwijndrecht. Een belangrijk aandachtspunt hierin is ook de kwetsbaarheid van de fietsers in het verkeer. Daarom zullen de fietspaden meer aandacht gaan krijgen.
Het uitvoeringsplan gladheidbestrijding kent de volgende uitgangspunten bij een strooiactie:
•Er wordt gestrooid op alle doorgaande verbindingsroutes in 50 km/h-zones;
•Er wordt gestrooid op vrijliggende fietspaden;
•Er wordt gestrooid op de routes naar voorzieningen zoals huisartspraktijken, het ziekenhuis, winkelcentra, scholen en kinderdagverblijven, zorginstellingen en woonvormen voor ouderen en mindervaliden. Een en ander ook in het kader van het VN-verdrag
•Handicap. Dit is de enige reden dat er in sommige 30 km-zones gestrooid wordt;
•Er wordt gestrooid op bedrijventerreinen in verband met gebruik van zwaar materieel;
•Bij sneeuwval draagt de gemeente Zwijndrecht zorg voor het sneeuwvrij houden van de marktterreinen voor aanvang van deze markten conform het Weerprotocol Markten. Bij gladheid zal het terrein ook gestrooid worden. Gedurende de marktdag dragen de marktkooplieden zelf zorg voor sneeuwvrij houden en voorkomen van gladheid.
•De noodzaak van het sneeuw- en ijzelvrij houden van routes rondom bushaltes wordt van geval tot geval beoordeeld door de strooileider. Dit geldt ook voor het ponton van de waterbus.
In straten met een verblijfsfunctie waar weinig voertuigen rijden en op voetpaden langs de woningen wordt in principe niet gestrooid. De maximale tijdsduur van een strooiroute bedraagt, bij normale gladheid, twee uur. Hierbij wordt de ‘leidraad gladheidbestrijding’ van het CROW in acht genomen.
3.2 Richtlijn strooiactie
Een strooiactie vindt plaats op basis van weersverwachtingen gekoppeld aan de meetgegevens van de meldstations. Door deze gegevens te combineren kan de meteoroloog, tot 36 uur vooruit, een zeer nauwkeurige wegdekverwachting voor het strooigebied maken.
3.3 Extreme weersomstandigheden
Naast het bestrijden van “reguliere gladheid” komen soms ook extreme winterse omstandigheden aan de orde. Er moet dan gedacht worden aan hevige en langdurige sneeuwval en ijzel. Indien deze omstandigheden zich voordoen voorziet het uitvoeringsplan gladheidbestrijding hierin.
3.4 Beschikbaar stellen strooizout aan particulieren
Een andere terugkerende vraag is of de gemeente Zwijndrecht ook strooizout verstrekt aan haar inwoners. In de huidige situatie is dit niet aan de orde en ook niet het beleid vastgelegd. In het kader van ‘Wet Markt en Overheid’ verdient het aanbeveling te onderzoeken of wij eventueel aan deze verzoeken kunnen voldoen daar ook de particuliere markt, bijvoorbeeld bouwmarkten, strooizout verkoopt. Wij zouden als gemeente mogelijk oneerlijke concurrentie bedrijven als wij het strooizout gratis beschikbaar stellen. Een kleine pilot in het kader van de hierboven genoemde situatie kan mogelijk antwoord verschaffen.
Parallel aan de vraag voor het leveren van strooizout aan inwoners van de gemeente Zwijndrecht, komen er ook vragen binnen bij de gemeente om zoutbakken te plaatsen. Het gaat dan om zoutbakken in woonstraten, woonwijken, om bewoners de mogelijkheid te geven om de gladheid, op voetpaden, in woonstraten te bestrijden.
Dit komt mede voort uit het feit dat de gemeente Zwijndrecht bewoners vraagt bij gladheid en sneeuwval de stoep rondom eigen woning schoon te maken. Uit het oogpunt van participatie zou dit een grote plus kunnen zijn. Echter de praktische invulling roept nogal wat vragen op. Hierbij zomaar een greep uit de vele vragen:
•Doen we dit op aanvraag van bewoners, of alleen vanuit wijkplatforms of een plaatselijk belang?
•Willen we op elke hoek van een straat een bak of alleen op “strategische” punten?
•Hoe gaan we om met de kosten?
•Toezicht, onderhoud/zorg voor het bijvullen?
•Wie is verantwoordelijk, wel of niet strooien? Aansprakelijkheid?
•Hoe groot is de kans op “misbruik” van het te gebruiken strooizout, Wet Markt en Overheid? Daarnaast brengt onzorgvuldig gebruik c.q. misbruik risico's met zich mee voor het milieu.
Vooralsnog is de gemeente Zwijndrecht niet ingegaan op initiatieven om zoutbakken te plaatsen maar kan ook hier een eventuele eerdergenoemde kleine pilot richting geven.
3.5 Particuliere terreinen
Elk winterseizoen krijgt de gemeente Zwijndrecht wel een verzoek van een particulier bedrijf, zorginstelling en of woonvorm voor ouderen en mindervaliden om de gladheidbestrijding op hun terrein te verzorgen. Omdat wij al onze capaciteit nodig hebben op de vastgestelde routes, en voor
mogelijke strooiacties in de wijken, kunnen wij niet aan dit verzoek voldoen. Daarnaast zijn er ook particuliere bedrijven in de gemeente Zwijndrecht die deze diensten kunnen verzorgen. Deze bedrijven kunnen mogelijk ook beter inspelen op de specifieke wensen van de aanvrager.
3.6 Duurzaamheid en circulariteit
De gemeente Zwijndrecht werkt aan een duurzame bedrijfsvoering: groen, circulair, sociaal en innovatief en is in lijn met het Programma Duurzaamheid dat in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit heeft ook zijn effect op het doel om de CO2-reductie op weg naar 2030 met 49% en in 2050 met 95% te verlagen (t.o.v. 1990). De uitdaging voor de komende jaren zal zijn dat op vele vlakken de duurzame bedrijfsvoering een stempel gaat drukken. Het wagenpark van de gemeente Zwijndrecht en daarmee dus onder andere het wagenpark waar de gemeentewerf mee werkt, zal de komende jaren waar mogelijk vervangen worden door elektrische c.q. hybride voertuigen waarbij uitstootvrij het uitgangspunt is. Daarnaast zal in de gladheidbestrijding naast het duurzame aspect ook circulariteit vragen om daarmee een evenwichtige vervanging van materialen acceptabel te maken. De medewerkers worden hierdoor ook aangespoord om innovatief om te gaan met de werken denkprocessen. De gemeente Zwijndrecht wil groeien naar 100% circulair inkopen en opdrachtgeverschap in 2050. Dit wordt ingegeven door het programma duurzaamheid dat stelt: Nederland wil in 2030 50% minder primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn.
3.7 Communicatie
Voorafgaand aan het winterseizoen worden de inwoners van de gemeente Zwijndrecht geïnformeerd over de gladheidbestrijding. Hierin wordt vooral gewezen naar de website van de gemeente. Op de website wordt ook het openbare gedeelte van het uitvoeringsplan gladheidbestrijding met alle strooiroutes gepubliceerd. Op deze wijze kan er op eenvoudige manier inzicht gegeven worden welke wegen wel of niet gestrooid worden.
Daarnaast kan er, indien nodig, gebruik worden gemaakt van social media om inwoners en andere gebruikers te informeren over de gladheidbestrijding, dit gebeurt natuurlijk ook tijdens het seizoen als er iets “bijzonders” aan de hand is. Sinds 2021 is de gemeente begonnen met experimenteren met divers filmmateriaal waarvan het doel is de winterdienst werkzaamheden aan een breder publiek te tonen. Voor aanvang van het winterseizoen zal ook de afdeling communicatie middels een vast contactpersoon betrokken worden bij de voorbereidingen van het winterseizoen.
Bijlage 1: Algemene uitgangspunten gladheidbestrijding
In dit beleidsplan zijn de algemene uitgangspunten voor de gladheidbestrijding in de gemeente Zwijndrecht opgenomen, conform de CROW-publicatie ‘Organisatie en bestrijding van wintergladheid’. De inhoud van de CROW-kennismodule Gladheidbestrijding is in 2017 geheel geactualiseerd. Alle kennis voor de organisatie en de uitvoering van de gladheidbestrijding is hierin gebundeld. In een aparte publicatie zijn de eisen voor de opleiding Specifieke Deskundigheid Winterdienst opgenomen.
De basis voor de publicatie ‘Organisatie en bestrijding van wintergladheid’ wordt gevormd door de oude publicaties ‘Gladheid: voorspellen, voorkomen, bestrijden’, ‘Leidraad gladheidbestrijdingsplan’, ‘Samenwerken bij gladheidbestrijding’, ‘Gladheidbestrijding voor fietsers en voetgangers’ en ‘Juridische aspecten van wintergladheidbestrijding’. De inhoud van de verschillende publicaties is geactualiseerd en op elkaar afgestemd. Daarnaast is nieuwe inhoud toegevoegd, bijvoorbeeld ten aanzien van de aansluiting van de doelen van de gladheidbestrijding op de algemene organisatiedoelen van de wegbeheerder en uitgebreide informatie over sneeuwruimen.
Nieuw in de publicatie is verder dat informatie is opgedeeld in drie delen. Elk deel richt zich op een specifieke doelgroep.
Deel A richt zich vooral op de bestuurder/manager bij een wegbeherende organisatie.
Deel B richt zich op de beleidsmedewerker verantwoordelijk voor de gladheidbestrijding en de coördinatoren gladheidbestrijding.
Deel C tenslotte is bedoeld voor diegene die gedetailleerde informatie over bepaalde onderwerpen willen hebben.
CROW is het landelijke kennisplatform voor infrastructuur, verkeer en vervoer en openbare ruimte. CROW ontwikkelt landelijke richtlijnen voor genoemde beleidsvelden, zo ook voor de gladheidbestrijding. Dit moet zorgen voor een integrale visie en een uniforme wijze van gladheidbestrijding in Nederland