Gemeentelijke regelgeving

Nota reserves en voorzieningen 2026

Gemeente Zwartewaterland · geldt sinds 15 oktober 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Zwartewaterland;

Overwegende, dat

-eens in de 4 jaar een nieuwe nota reserves en voorzieningen moet worden opgesteld;

Gelet op:

-artikel 186 van de Gemeentewet waarin staat dat de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag voldoen aan op basis van algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels;

-artikel 212 van de Gemeentewet waarin staat dat de raad in een verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, en ook regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelt;

-artikel 16 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie waarin de raad het college de opdracht geeft om eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen op te stellen;

-artikel 42 tot en met 45 en artikel 54 en 55 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Gelezen: het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026.

Besluit:

De Nota reserves en voorzieningen 2026 vast te stellen.

Nota reserves en voorzieningen

Inleiding

Reserves en voorzieningen zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat we financieel gezond blijven en klaar zijn om tegenvallers op te vangen en om toekomstige kosten en risico’s te dekken. Door duidelijke regels te maken, zorgen we voor overzicht, juiste besteding van geld en dat we ons aan de wet houden.

Het inzicht in de reserves en voorzieningen wordt verkregen via de planning en control (P&C) stukken, namelijk de meerjarenbegroting en jaarrekening. De kader stellende rol van de raad kan uitgevoerd worden wanneer er kaders voor het vormen van reserves en voorzieningen zijn vastgelegd. Deze kaderstelling is te vinden in deze nota.

Leeswijzer

In deze nota wordt in Hoofdstuk 2 het beleidskader voor reserves gegeven en in Hoofdstuk 3 het beleidskader voor de voorzieningen. In Hoofdstuk 4 wordt in een tabel het verschil tussen reserves en voorzieningen weergegeven én wanneer deze gevormd worden. Ten slotte staan in de bijlage relevante wetsartikelen die van toepassing zijn op de nota reserves en voorzieningen.

1. Reserves

1.1 Algemene reserve

1.1.1 Begripsbepaling

De algemene reserve is een reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven. De algemene reserve is het weerstandsvermogen om financiële risico's op te vangen en kan ingezet worden als buffer voor onvoorziene uitgaven of om exploitatietekorten op te vangen en om projecten te financieren.

1.1.2 Wettelijke kaders

1Een positief resultaat van de jaarrekening wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Een negatief resultaat van de jaarrekening wordt ten laste van de algemene reserve gebracht.

2Maximaal 10% van de omvang van de algemene reserve boven het benodigde weerstandsvermogen mag worden ingezet als structureel dekkingsmiddel in de begroting. Onder de volgende voorwaarden:

a.De solvabiliteit is groter of gelijk aan 20%;

b.Het weerstandsvermogen is gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.

3Een negatieve stand van de algemene reserve is niet toegestaan.

1.1.3 Kaders Gemeente Zwartewaterland

1Er is één algemene reserve. De minimale omvang van de algemene reserve wordt bepaald door de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. Het benodigde weerstandsvermogen wordt jaarlijks berekend en opgenomen in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen.

2Inzet van resultaatbestemmingen worden aan het einde van het jaar onttrokken uit de algemene reserve.

1.2 Bestemmingsreserves

1.2.1 Begripsbepaling

De bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad door middel van een specifiek besluit een bepaalde bestemming heeft gegeven (art. 43 BBV). Een bestemmingsreserve wordt gevormd voor de realisatie van een bepaald doel in de toekomst.

1.2.2 Wettelijke kaders

1De bevoegdheid voor het vormen, wijzigen en opheffen van een bestemmingsreserve ligt bij de raad.

2Bij de vorming van een bestemmingsreserve wordt het benodigde bedrag onttrokken uit de algemene reserve of de bestemmingsreserve wordt gevormd vanuit andere middelen (budgetten of incidentele meevallers).

3De bestemmingsreserve mag alleen aangewend worden voor het door de raad vastgestelde bestedingsdoel, tenzij de raad anders besluit.

1.2.3 Kaders Gemeente Zwartewaterland

1Het aantal bestemmingsreserves is beperkt, zodat de raad maximaal vrij kan beschikken over de eigen middelen. Een bestemmingsreserve wordt alleen door de raad ingesteld als er sprake is van:

a.Een specifiek doel met een incidenteel karakter en;

b.Een onderbouwde noodzaak waaruit blijkt dat:

-dekking uit de exploitatie onmogelijk of onwenselijk is (omdat er gespaard moet worden);

-het niet gaat om het afdekken van risico’s waarvoor de Algemene reserve dient.

2In artikel 16 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie is bepaald dat in een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen in ieder geval wordt aangegeven:

a.het specifieke doel van de reserve;

b.het bestedingsplan van de reserve;

c.de voeding van de reserve;

d.de maximale hoogte van de reserve; en

e.de maximale looptijd.

3De ondergrens voor het vormen van een bestemmingsreserve bedraagt €50.000,-.

4Er is een bestemmingsreserve grondexploitaties. De omvang van deze reserve wordt jaarlijks berekend op basis van de risico-inschatting die wordt gemaakt bij het maken van de grondexploitatieberekeningen. De minimale omvang van de reserve is het berekende risico. De maximale omvang van de reserve is 1,5 * het berekende risico. Toevoegingen aan de reserve: via winstneming bij verkoop van grond of bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

5Een reserve kapitaallasten kan worden gevormd voor de dekking van de kapitaallasten van investeringen. De reserve wordt gevormd door van derden verkregen middelen (subsidies), ten laste van de exploitatie en/of een onttrekking aan de algemene reserve. Deze reserve kan dienen als dekking voor meer dan één investering.

6Het college is bevoegd om zonder voorafgaande toestemming van de raad meer dan de in een jaar begrote bedragen te dekken uit een bestemmingsreserve onder de voorwaarde dat deze uitgaven passen binnen de doelstelling en de omvang van de reserve. Over deze uitgaven legt het college achteraf verantwoording af via de bestuursrapportage en/of jaarstukken, waardoor de onttrekking rechtmatig is.

7Wanneer de bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen niet binnen de aangegeven maximale looptijd is ingezet, valt deze vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd (art. 16.4 Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Zwartewaterland).

8Jaarlijks wordt bij de jaarrekening bepaald of de bestemmingsreserves nog voldoen aan het onderliggende plan. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt aan de raad voorgesteld de bestemmingsreserve op te heffen en het saldo toe te voegen aan de algemene reserve.

Bijlage: Relevante wetsartikelen

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Artikel 42

1Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

2Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.

Artikel 43

1In de balans worden de reserves onderscheiden naar:

a.de algemene reserve;

b.de bestemmingsreserves.

2Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Artikel 44

1Voorzieningen worden gevormd wegens:

a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;

d.de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel

3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Artikel 45

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Artikel 54

1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.

2Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;

b.de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar;

c.de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening;

d.de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;

e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 55

1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.

2Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;

b.de toevoegingen;

c.ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;

d.de aanwendingen;

e.saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

Gemeentewet

Artikel 186

1De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels.

2Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens regels gesteld worden ten aanzien van:

a.door het college vast te stellen documenten ten behoeve van de uitvoering van de begroting en de jaarrekening;

b.door het college aan derden te verstrekken informatie op basis van de begroting en de jaarrekening en de controle van deze informatie.

3Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het periodiek verstrekken van informatie voor derden. In overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken kan worden bepaald dat de informatie voor derden wordt gezonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.

4De informatie voor derden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt gezonden aan Onze Minister binnen de termijnen, bedoeld in de artikelen 191, tweede lid, en 200. Artikel 17a, vierde lid, van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.

5Indien Onze Minister vaststelt dat de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder b, of de informatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt moet worden aan Onze Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van die informatie tekort schiet, doet hij daarvan mededeling aan het betrokken college.

6Het college kan tot twee weken voor het verstrijken van de termijnen, bedoeld in het vierde lid, schriftelijk en met redenen omkleed, aan Onze Minister verzoeken om uitstel voor de toezending van de informatie. Onze Minister beslist binnen twee weken op dat verzoek.

7Indien de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder b, of de informatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt moet worden aan Onze Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van die informatie tekort schiet, geeft Onze Minister een aanwijzing aan het college om binnen tien werkdagen alsnog informatie van voldoende kwaliteit te leveren.

8Indien het college nalaat de aanwijzing, bedoeld in het zevende lid, op te volgen, kunnen Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën besluiten de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende gemeente geheel of gedeeltelijk op te schorten gedurende ten hoogste zesentwintig weken. Artikel 17b, vierde, vijfde en zesde lid, van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 212

1De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

2De verordening bevat in ieder geval:

a.regels voor waardering en afschrijving van activa;

b.grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

c.regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie

Artikel 16. Reserves en voorzieningen

1In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.

2Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. In de nota staat beschreven:

a.de vorming en besteding van reserves;

b.de vorming en besteding van voorzieningen, en

3Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:

a.het specifieke doel van de reserve;

b.het bestedingsplan van de reserve

c.de voeding van de reserve;

d.de maximale hoogte van de reserve, en

e.de maximale looptijd.

4Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

5De omvang van de reserves en voorzieningen wordt jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en op basis van actuele informatie en nieuwe berekeningen aangepast.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.