Aanhef
Deze nota geeft het beleid van het college van B&W voor aanvragen van hogere geluidswaarden
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,
gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t :
vast te stellen het Geluidsplan 2015-2025
In dit hoofdstuk worden de algemene principes en uitgangspunten beschreven die worden gehanteerd.
Bijlage 1 Verklarende woordenlijst
DEFINIERING VAN BEGRIPPEN UIT DE DOELSTELLING
Vastgestelde - door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.
Gebiedsgericht geluidbeleid - een gebiedsgericht geluidsplan voor de gehele gemeente Zutphen met een geluidkader gericht op aard en functie van het gebied.
Analyse - onderzoek van de A-lijst, raillijst, B-lijst, de eindmeldingslijst, geluidskaarten en relevante ruimtelijke plannen.
Huidige geluidsituatie - de geluidsituatie van wegverkeer, railverkeer en bedrijven in 2015.
Toetsingskader - beleidskaders en kaarten in het geluidsplan op het onderdeel geluid voor wegverkeer, railverkeer, bedrijven, ruimtelijke ordeningsprocedures, en aanvragen om hogere geluidwaarden en omgevingsvergunningen waaraan getoetst dient te worden.
Hogere toelaatbare geluidsbelastingen - hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarden.
Bijlage 2 Geraadpleegde bronnen
1Gemeente Zutphen (2001) Ontwikkelingsvisie 2020
2Gemeente Zutphen (2011), Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011
3Gemeente Zutphen (2007), Beleidsregel hogere geluidswaarden
4Ministerie van VROM (2006), Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
5Ministerie van VROM (2006), Besluit geluidhinder, Staatsblad 2006, nummer 532, Den Haag
6Ministerie van VROM (1998), Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen, Staatsblad 1998, nummer 332, Den Haag
7Ministerie van VROM (2002), Milieubeleid 2002-2006, Vaste waarden, nieuwe vormen
8Ministerie van VROM (2001), Nationaal Milieubeleidsplan 4, Een wereld en een wil. Werken aan duurzaamheid.
9Ministerie van VROM (2004), Richtlijn omgevingslawaai , Staatscourant 2004, nummer 134, Den Haag
10Ministerie van VROM (2006), Wet geluidhinder, Staatsblad 2006, nummer 350, Den Haag
11Ministerie van VROM (2007), Wet milieubeheer, Staatsblad 2007, nummer 248, Den Haag
12Ministerie van VROM (2005), Wet op de ruimtelijke ordening, Staatsblad 2005, nummer 305, Den Haag
13Ministerie van VROM (2007), Woningwet, Staatsblad 2007, nummer 27, Den Haag
14Ministerie van VROM (2009), Stille gebieden in de stad
15VNG, VROM, IPO, UvW (2004), Handreiking milieukwaliteit in de leefomgeving, Werken aan gebiedsgericht maatwerk, VNG uitgeverij: Den Haag
Bijlage 3 Gebiedstyperingen, gebiedsindeling en gebiedstyperingkaart
Binnenstad/Centrum
Het binnenste deelgebied van de stad aangevuld met het IJsselfront heeft vooral veel dynamiek. Naast een belangrijke cultuurhistorische waarde, heeft de gordel ook een grote betekenis als structureel (groen)element in de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door de restanten van oude stadsgrachten en vestingwerken. Het gebied centrum kenmerkt zich door intensief en meervoudig ruimtegebruik in de nabijheid van het treinstation en het winkelgebied van Zutphen. Hier bevinden zich knooppunten van openbaar vervoer, waar ook van de auto op openbaar vervoer (trein en bus) kan worden overgestapt. Het gaat globaal om een gebied binnen fietsafstand van het treinstation.
In het gebied komt ook hoogbouw voor en zijn diverse functies aanwezig zoals werken (kantoren), personen- en goederenvervoer (infrastructuur), voorzieningen (horeca en parkjes), wonen en winkels. Compact bouwen en verdere ‘verdichting’ in het gebied versterken het gebruik van en de behoefte aan openbaar vervoer en het verder terugdringen van het autogebruik. In dit gebied zijn horecazaken aanwezig en bruist het van de activiteiten. Vanwege de hoge bebouwingsdichtheid en de hoogbouw moet aandacht worden besteed aan de infrastructuur, het schaarse openbaar groen (rustpunten) en de geluidkwaliteit van dit gebied.
In het gebied zijn voor wat betreft milieuaspecten hogere geluidniveaus acceptabel vanwege de intensieve vervoersbewegingen (bussen, motorrijwielen, personenwagens en vrachtwagens) en de aanwezige functiemenging.
In dit gebied komen vele geluidaspecten voor veroorzaakt door allerlei activiteiten van de (horeca)bedrijven en het verkeer. Het geluid
van bedrijven wordt in het kader van de milieuvergunningverlening beoordeeld en aan normen gebonden door voorzieningen en middels handhaving. Bedrijven die onder een Algemene maatregel van bestuur vallen (AMvB), hebben standaard geluideisen. De bedrijven in de binnenstad vallen alle onder een AmvB.
Meer geluideisen kunnen als maatwerkvoorschrift worden opgelegd om geluidhinder vanwege de bedrijfsvoering te voorkomen.
Andere vormen van geluidhinder kunnen optreden vanwege werkzaamheden (gebruik van pneumatisch gereedschap of aggregaten) aan gebouwen of aan de infrastructuur. In dit plan is een kader (onderdeel nota Bouwlawaai) opgenomen om tegen geluidhinder van deze activiteiten op te treden.
Het beleid met betrekking tot dit gebied richt zich op het behoud van de genoemde waarden en daarnaast op het benutten van de aanwezige ruimtelijke dynamiek. Hier komt een modern gemengd stedelijk gebied met aan de binnenstad verwante functies, zoals o.a.: kantoren, horeca, woningen, toeristisch-recreatieve activiteiten en grootschalige detailhandel. Een goede aansluiting met de binnenstad is belangrijk. Compact bouwen, het gebruik van duurzame materialen en hoge dichtheden staan hier centraal.
Binnenstad/Tuinen
Veel mensen waarderen een levendige stad maar zouden toch liever gevrijwaard zijn van onnodig en overmatig lawaai. Uit onderzoek blijkt dat stille plekken kunnen compenseren voor de drukte van de stad, en daarmee bijdragen aan herstel en ‘op adem komen’, en dat rust de positieve invloed van een prettige plek in de stad versterkt.
In het centrum van Zutphen zijn diverse hofjes en binnentuinen aanwezig. De hofjes zijn openbaar toegankelijk. De bewoners waarderen de hofjes en binnentuinen zeer in verband met de stilte. De gemeente vindt dan ook dat het uitgangspunt is dat dit behouden moet worden. Initiatieven voor nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook voor een kwaliteitsimpuls zorgen en gedragen worden door de bewoners van de hofjes en binnentuinen.
Dit gebiedstype is niet aangegeven op gebiedstypenkaart. Hiervoor is gekozen omdat de ligging van de binnenstad/tuinen niet op dit detailniveau is aan te geven. Het valt wel in het deel “Binnenstad/Centrum”.
Woonkwartieren
De buitenstad bestaat uit zogenaamde "kwartieren'. Woon- en werkclusters, die ieder afzonderlijk waren verbonden met de oude stad, maar van elkaar gescheiden door groene stroken zeer lage grond. Het gebiedstype woonkwartieren kent vooral een woonfunctie, het gaat hierbij in veel gevallen om woningen met tuinen. Veel naoorlogse woonwijken en ook de (niet-binnenstedelijke) VINEX-locaties vallen hieronder. Ook de dorpskern van Warnsveld maakt deel uit van dit gebiedstype.
Binnen deze Woonkwartieren bevinden zich ook de meeste inbreidingslocaties voor woningbouw. Er is meer groen en water dan in de centrumgebieden, maar minder openbaar vervoer.
Naast de woonfunctie komen in dit gebied kantoren en kleinschalige bedrijvigheid voor evenals sport- en recreatieterreinen. Doordat er ruimte is, kunnen kwantiteit en kwaliteit van water en groen een extra accent krijgen, waarmee de belevingswaarde van het gebied versterkt wordt. Bijvoorbeeld door groengebieden met elkaar en met het buitengebied te verbinden en door de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Geluidoverlast van verkeer in het woongebied kan worden tegengegaan door parkeren te concentreren en doorgaand verkeer om te leiden.
Groene en open ruimtes bevinden zich rond de oude binnenstad. De restanten van de oude vestingwerken en vooral de brede watervlakken die daar onderdeel van uitmaken hebben bijzondere waarde. In de jongere delen van het stedelijk gebied concentreert het groen zich langs de oost- west gerichte invalswegen van de stad. Groene gebieden van sterk uiteenlopende signatuur flankeren de noord-zuid gerichte hoofdverkeersweg. Het groengebied noordelijk van de Laan naar Eme is het grootste parkgebied binnen de stad (de "groene long"). De Groene vingers liggen als oost-westelijke interventies in het stedelijke gebied. Het zijn op stedelijke schaal ruimtelijke elementen, die het stedelijk groen en het landschap van de Graafschap op een natuurlijke, recreatieve en zo ecologisch mogelijke wijze verbinden. Daarnaast vormen ze een rustig en open decor voor aangrenzende stedelijke woonmilieus. Om de ecologie kansen te geven wordt de recreatieve functie beperkt tot extensieve vormen van recreatie zoals kanoën, wandelen en fietsen.
Landelijk gebied
Landgoederenzone
Er wordt een halt toegeroepen aan de steeds verder oprukkende verstedelijking ten oosten van de stad. Het kampenlandschap vormt een tegenhanger van de openheid aan de westzijde van de IJssel. Tussen het verstedelijkte gebied en het landgoederengebied wordt voorzien in een groene overgangszone.
De bestaande landgoederen, met hun ruimtelijk stelsel van lanen en bosstroken, worden behouden en versterkt. De Landgoederenzone biedt, behalve een parkachtig decor, tevens mogelijkheden voor extensieve recreatie. Bebouwing wordt sporadisch toegelaten.
Landbouw
Een kenmerk van dit gebied, die agrarische activiteiten als hoofdfunctie heeft, is de lage dichtheid en lage gebruiksintensiteit. In deze gebieden komt in enige mate menging met andere functies voor, zoals wonen en waterberging. De grondgebonden landbouw is dominant. Daarbij gaat het om veehouderij met beweiding. De hoofdfunctie landbouw stelt weinig specifieke eisen aan milieukwaliteiten.
De algemene kwalificatie voor de geluidsambities in dit deel van het buitengebied is “redelijk rustig” voor verkeerslawaai en “rustig” voor het geluid van bedrijven. Wanneer er voor de agrarische sector een drukke periode is, bijvoorbeeld oogstseizoen, dan kunnen ook hogere geluidniveaus optreden.
Natuurgebieden
De natuurgebieden bevinden zich aan weerzijden van de IJssel (de uiterwaarden) en komen vrijwel overeen met het Natura 2000 gebied.
De omgeving van De Hoven is een bijzonder onderdeel van het rivierlandschap. De wijk ligt gedeeltelijk op de hogere oeverwal van een oude rivierbocht. De oude rivierarm zelf is nog grotendeels in het landschap terug te vinden als langgerekte zone met nat-dras vegetaties van bos en rietland.
Voor het rivierenlandschap geldt een meer op natuur gericht beheer van de uiterwaarden. Ook worden ruimere mogelijkheden voor (extensief) recreatief medegebruik bevorderd.
Bedrijventerreinen
Karakteristiek voor bedrijventerreinen zijn de grootschalige detailhandel en productie-, transport- en distributiebedrijven. Kantoren kunnen in dit gebiedstype voorkomen. Op bedrijventerreinen komt incidenteel bewoning voor (bedrijfswoningen). Dit is een uit milieuoogpunt ongewenste ontwikkeling, omdat ook deze woonbebouwing een bepaalde bescherming verdient die op bedrijventerreinen niet in alle gevallen geborgd kan worden en spanningen veroorzaakt tussen bedrijvigheid en wonen.
Op bedrijventerreinen horen in beginsel bedrijven thuis die in een andere omgeving ontoelaatbare hinder of overlast zouden veroorzaken. Vandaar dat het geluidaspect juist bij de bedrijven die op een bedrijventerrein zijn gevestigd nadrukkelijk speelt. Dit kan 24 uur per etmaal actueel zijn. Het kan voorkomen dat op een bedrijventerrein bedrijfswoningen aanwezig zijn. In dat geval zal snel een conflict kunnen ontstaan tussen het gewenste minimale beschermingsniveau van de woning en de gewenste bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving hiervan In de praktijk legt de aanwezigheid van bedrijfswoningen beperkingen op aan de vestigingsmogelijkheden van sommige bedrijfstypen. Het beleid hierin zou terughoudend moeten zijn om de mogelijkheden van een bedrijventerrein ten volle te benutten. In de gemeente Zutphen zijn (De Mars niet meegerekend) 3 bedrijventerreinen aanwezig. Hieronder volgt een beschrijving.
De Stoven
In de jaren zeventig is De Stoven ontwikkeld en uitgegeven. Dit bedrijventerrein (circa 6 hectare) aan de Laan naar Eme is kleinschalig qua omvang en samenstelling. Behalve aan een aantal dienstverleners biedt het terrein vooral ruimte aan autobedrijven.
De Revelhorst
De Revelhorst is het jongste bedrijventerrein gelegen aan de N314 en N348. Gedurende de jaren negentig zijn de eerste twee fasen van het terrein op de markt gekomen (18 hectare).
Lage Weide
Lage Weide is een goed bereikbaar kleinschalig bedrijventerrein in Warnsveld met een gevarieerde samenstelling van bedrijven.
Voor het gedezoneerde terreindeel van De Mars is een separate beleidsnota voor industriegeluid vastgesteld
Industrieterrein
Een noordelijke deel van het bedrijventerrein De Mars is een gezoneerd industrieterrein. Voor dit deel van het industrieterrein is een zonebeheerplan vastgesteld. Daarom staat ook in tabel 3 bij industrielawaai niet van toepassing. Voor de onderdelen wegverkeer en railverkeer geldt tabel 3 wel en daarom is ook de hieronder omschreven gebiedstypering beschreven.
Het gaat hier om een monofunctioneel gebied met relatief lage aantallen werknemers per hectare en weinig bezoekers. Het terrein biedt plaats aan bedrijven uit de zwaardere milieucategorieën (4 en 5). Door middel van een scheiding van milieugevoelige functies én milieuafspraken met de individuele bedrijven wordt getracht de belasting van de omgeving tot een aanvaardbaar niveau beperkt te houden.
Bij de locatiekeuze en de uitwerking van het ontwerp zal ruimschoots aandacht worden besteed aan de overgang naar het aangrenzende gebied. Gewerkt zal worden met een bufferzone om hinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt te houden.
Omdat het terrein met relatief geringe bezoekersaantallen te maken heeft, is sprake van een beperkte openbaar vervoeraansluiting. Aanwezige open plekken zijn functioneel: parkeervoorzieningen en groene ruimte ten behoeve van de bufferzone. Duurzaam beheer van het terrein is gericht op de controle op naleving milieuafspraken. Op de geluidgezoneerde industrieterreinen zijn weinig geluidgevoelige objecten gesitueerd; deze hebben wettelijk geen beschermde status.
Bronsbergen
Het gebied bestaat uit een zandwinplas “Bronsbergenmeer”, recreatiewoningen en voorzieningen als een restaurant, fitness en wellness. In de toekomst is er een mogelijkheid aanwezig voor een hotel.
Verzorgingscomplex
Het terrein dat als verzorgingscomplex is omschreven bestaat uit gebouwen en dienstwoningen voor een psychiatrisch centrum gelegen in een bosachtige omgeving. Organisatie GGNet is eigenaar van het terrein.
Bijlage 6 Regelgeving
Europese regelgeving
De Europese richtlijn omgevingslawaai is voor de Nederlandse situatie geïmplementeerd in de Wet geluidhinder, de Wet luchtvaart en de Spoorwegwet. Rijkswegen en provinciale wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 16.000 motorvoertuigen per etmaal zijn in kaart gebracht. Voor Zutphen betekent dit dat op grond van deze richtlijn de provincie Gelderland een deel van de Den Elterweg in kaart heeft gebracht. Vanwege de spoorwegintensiteit in Zutphen heeft ProRail voor spoorweglawaai geluidskaarten gemaakt.
Zowel de provincie als ProRail hebben een actieplan gemaakt: Prorail heeft dit plan in het jaar 2008 opgesteld. De Provincie Gelderland heeft op 2 april 2013 het actieplan geluid 2013-2017 vastgesteld. In deze actieplannen worden concrete maatregelen opgenomen om omgevingslawaai bij woningen te beperken. In hoofdstuk 3 worden de acties van de provincie, ProRail en de gemeente behandeld.
Landelijke wetgeving
Wet geluidhinder
De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. In de Wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen.
Een belangrijk principe uit de wet is dat maatregelen zo dicht mogelijk bij de geluidsbron moeten worden genomen. De wet werkt verder met zones: aandachtsgebieden rond geluidsbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Per 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder gewijzigd. Als gevolg daarvan heeft de gemeente meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Één van de nieuwe bevoegdheden van de gemeenten is het verlenen van hogere geluidswaarden. Leidend uitgangspunt van de Wet geluidhinder is dat zoveel mogelijk voldaan wordt aan wettelijke voorkeurswaarden: afwijken hiervan is onder voorwaarden mogelijk.
Omgevingswet en Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid (SWUNG)
Vanaf 1 juli 2012 is de wet- en regelgeving van SWUNG-1, de eerste fase, van kracht geworden. SWUNG-1 betreft de beheersing van het geluid afkomstig van het gebruik van rijkswegen en hoofdspoorwegen via het instrument van de geluidproductieplafonds (GPP). Hierdoor heeft de gemeente Zutphen te maken gekregen met twee beoordelingsregimes: geluidproductieplafonds (SWUNG-1) en de Wet geluidhinder. Het nieuwe systeem berust op drie pijlers: het beheersen van de geluidsbelastingen, het reduceren van hoge geluidsbelastingen en inzet van bronmaatregelen. Dit geeft duidelijke gevolgen voor de gemeenten die te maken hebben met rijksinfra.
De tweede fase krijgt vorm onder de naam SWUNG-2 en heeft betrekking op de na SWUNG-1 nog resterende delen van de Wet geluidhinder. Voor de provinciale infrastructuur zal ook het instrument van de GPP’s gaan gelden.
Voor de gemeentelijke infrastructuur zal het zwaartepunt komen te liggen bij een vijfjaarlijkse monitoring van de feitelijke geluidontwikkeling op de gemeentelijke wegen. Die monitoring brengt in beeld waar geluidknelpunten aanwezig zijn of dreigen, zodat het gemeentebestuur zo nodig maatregelen kan treffen. Verder wordt de regelgeving waar mogelijk vereenvoudigd. Belangrijk hierbij is het schrappen van de zogenaamde hogere waarde procedure. SWUNG 2 zal in de Omgevingswet worden opgenomen. De planning is dat deze wet in 2018 inwerking treedt.
Wet ruimtelijke ordening (Wro)
De Wro bepaalt dat de ruimtelijke inrichting van Zutphen moet voldoen aan de eis van een “goede ruimtelijke ordening”. Verschillende functies mogen elkaar niet onaanvaardbaar negatief beïnvloeden en moeten op elkaar worden afgestemd. Door onder andere milieuzonering worden milieubelastende en milieugevoelige functies gescheiden. De Wro bepaalt verder dat Zutphen de geluidszonering uit de Wet geluidhinder in acht moet nemen. Als Zutphen via een bestemmingsplanvaststelling of -herziening, een geluidgevoelige bestemming in de zone van een weg mogelijk wil maken dan kan dit alleen als de geluidsbelasting, bepaald door middel van een akoestisch onderzoek, wordt getoetst aan de geluidsnormen uit de Wet geluidhinder.
Omgevingsvergunning (Wabo)
Voor het oprichten, het veranderen (fysiek of de werking) en het in werking hebben van een inrichting gelden ofwel algemene regels op basis van de Wet milieubeheer (Wm) ofwel een vergunningsplicht op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo is per 1 oktober 2010 in werking getreden. Als gevolg hiervan is niet langer een vergunning op basis van de Wet milieubeheer nodig, maar een omgevingsvergunning (art. 2.1 lid 1 onder e Wabo). Het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepaalt of een vergunningsplicht van toepassing is of dat algemene regels gelden (bijlage I, onderdeel C).
Voor alle bedrijven die vallen onder deze regels zijn geluidsnormen van toepassing om de woonomgeving te beschermen tegen geluidhinder. Vergunningsplichtige bedrijven hebben te maken met op maat gesneden geluidsvoorschriften en de geluidsnormen (grenswaarden) die gebaseerd zijn op de Circulaire Industrielawaai (1979) of de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998). Voor de bedrijven die sinds 1 januari 2008 onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) vallen, standaard voorschriften van toepassing.
Woningwet en Bouwbesluit
Op basis van de Woningwet worden omgevingsvergunningen verleend. De geluidprestatie-eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen zijn opgenomen in het Bouwbesluit.
Bij de toetsing van de bouwaanvraag en het toezicht tijdens de bouw dient Zutphen er op toe te zien dat de prestatie-eisen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om:
•de geluidsisolerende eigenschappen van de gevel voor geluid van buiten.
•het beperken van geluidsoverlast tussen woningen.
•het geluid dat veroorzaakt wordt door installaties zoals ventilatie en de CV.
Provinciaal kader
Omgevingsvisie Gelderland
Eind 2013 is de Omgevingsvisie Gelderland door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. Deze visie vervangt het Gelders Milieuplan 4. De provincie wil in Gelderland een gezonde en veilige leefomgeving dat bijdraagt aan een goed verblijfs- en vestigingsklimaat. Het ambitieniveau is het voldoen aan wettelijke milieunormen. In het Gelders Milieuplan 4 was als ambitieniveau opgenomen een maximaal geluidniveau van 65 dB(A) op de buitengevel van woningen langs provinciale wegen. Dit komt overeen met een geluidsbelasting van 63 dB, uitgedrukt in Lden.
Gemeentelijk kader
Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011
Tabel 2
Incidentele festiviteiten
In de APV van Zutphen is in 2008 al rekening gehouden met gebiedsgericht geluidbeleid. Voor bedrijven, scholen, verenigingen en horeca gelegen in de binnenstad van Zutphen of het dorpscentrum van Warnsveld mag viermaal per jaar een incidentele festiviteit (bij deze festiviteiten mogen de initiatiefnemers zelf een datum kiezen) worden georganiseerd met een geluidniveau hoger dan het reguliere niveau. Voor de overige delen van de gemeente geldt maximaal
tweemaal per jaar een incidentele festiviteit.
Collectieve festiviteiten
In de binnenstad van Zutphen of het dorpscentrum van Warnsveld mag maximaal achtmaal per jaar een collectieve festiviteit worden georganiseerd. Voor de overige delen van de gemeente geldt dat maximaal viermaal per jaar een collectieve festiviteit mag worden georganiseerd.
Onversterkte muziek
Ook is voor onversterkte muziek een geluidplafond opgenomen. Ondanks dat de reguliere geluidnormen niet van toepassing zijn, is er wel een geluidplafond opgenomen om te kunnen optreden tegen onduldbare geluidhinder.
Overige geluidhinder
Voor bijvoorbeeld lawaaimakende werkzaamheden als onderhoud aan wegen en spoor dient een ontheffing te worden aangevraagd. Aan deze ontheffing worden voorschriften opgenomen om de geluidhinder zoveel mogelijk te beperken dan wel te voorkomen.
Een andere belangrijke verandering is dat het ontheffingenstelsel is vervangen door een kennisgevingstelsel.
Evenementenbeleid
Het Zutphense college van Burgemeester en wethouders heeft een evenementenbeleid vastgesteld. Dit beleid maakt duidelijk binnen welke randvoorwaarden evenementen in de buitenlucht op openbaar terrein kunnen plaatsvinden. In de nota zijn voor de evenementen de maximale geluidniveaus opgenomen.
Milieubeleidsplan 2001-2005
Op 29 oktober 2001 is door de gemeenteraad het milieubeleidsplan vastgesteld. Het plan bevat voor geluid diverse doelstellingen en actiepunten. Het opstellen van een gebiedsgericht geluidsplan is één van de doelstellingen.
Beleidsregel hogere geluid waarden
Op 17 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders de beleidsregel voor hogere geluidwaarden vastgesteld. In de beleidsregel zijn diverse criteria opgenomen op grond waarvan van de voorkeurswaarden kunnen worden afgeweken. De beleidsregel is dit jaar ingetrokken.
Beleidsregel bouw- en slooplawaai
Op 27 mei 2003 is een beleidsregel voor bouw- en slooplawaai vastgesteld. In de beleidsregel zijn geluidnormen opgenomen om geluidsoverlast ten gevolge van bouw- en sloopwerkzaamheden tegen te gaan. De beleidsregel is dit jaar ingetrokken.
Geluidbeleid spoorwegemplacement Zutphen
Op 30 maart 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders het geluidbeleid spoorwegemplacement Zutphen vastgesteld. In het beleid is gemotiveerd waarom er hogere geluidniveaus in het gebied rondom het emplacement tussen de IJsselbrug en de Hanzehof zijn toegestaan.
Omgevingsvergunning Emplacement (deel milieu)
In de voorschriften van de omgevingsvergunning voor het emplacement in Zutphen is een toetsingskader opgenomen voor onderhoudswerkzaamheden aan het spoor binnen het gebied van het emplacement. In dit plan is ook een toetsingskader voor onderhoudswerkzaamheden opgenomen voor het gebied buiten het emplacement.
Geluidbeleid De Mars
Zonebeheerplan
Op 26 juli 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders het Zonebeheerplan en Beleidsnota bedrijven en geluid, bedrijventerrein De Mars vastgesteld. Het Zonebeheerplan is voor het gezoneerde deel van het industrieterrein het Zonebeheerplan ontwikkeld. De Beleidsnota bedrijven en geluid voor het middenterrein. Beide nota’s zijn afwegingskaders voor verlening van omgevingsvergunningen en acceptatie van meldingen. Dit jaar is het Zonebeheerplan geactualiseerd.
Bestemmingsplan Geluidverkaveling industrieterrein De Mars
Dit jaar stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan “Geluidverkaveling industrieterrein De Mars” vast. Het plan regelt middels een geluidverkaveling de toedeling van geluidruimte op het gezoneerde industrieterrein.
Binnenstadsvisie Zutphen
Op 16 januari 2012 is de Binnenstadsvisie Zutphen door de gemeenteraad vastgesteld. In deze visie is vermeld dat de ambitieniveaus en wettelijke verplichtingen voor de geluidskwaliteit worden opgenomen in een op te stellen “Gebiedsgerichte Geluidsplan Zutphen”.
Bijlage 7 Inspraakreacties
inspraaknota behandeling zienswijzen
Ten behoeve van de inspraak zijn een ontwerp Geluidsplan Zutphen 2015-2025 en ontwerpnota’s Hogere waarden geluid, Bouw-/slooplawaai en Trillingen en Bedrijven en Geluid gemaakt.
Publicatie hierover heeft plaatsgevonden op 24 juni 2015 in het Gemeenteblad, de Zutphense Koerier en op de gemeentelijke website. In de periode van 25 juni tot en met 5 augustus 2015 heeft het ontwerp van het Geluidsplan en de bijbehorende ontwerpnota’s voor een ieder ter inzage gelegen.
Behandeling van de ontvangen zienswijze
In deze periode van de ter inzage legging is er een zienswijze tegen het Geluidsplan en de nota Bedrijven en Geluid binnengekomen. In deze nota wordt de zienswijze weergegeven met daarbij onze reactie. Tevens wordt aangegeven of de zienswijze tot een wijziging heeft geleid. De ingediende zienswijze wordt in onderstaand schema puntsgewijs behandeld.
Reactie/antwoord
1
Indieners vinden dat de in de doelstelling geformuleerde tekst “dat bijdraagt aan bescherming van huidige en toekomstige bestemmingen en zorgt voor het behoud van de huidige bedrijfsactiviteiten en het bieden van ruimte voor nieuwe activiteiten”, in tegenspraak is met wetten als de Hinderwet, Wet milieubeheer en Wabo. Deze wetten zijn bedoeld om hinder te voorkomen en het milieu te beschermen. Verder is het in de samenvatting vermelde duurzame leefklimaat en een aantrekkelijk en divers woonmilieu niet in de doelstelling terug te vinden.
De in de doelstelling geformuleerde tekst is bedoeld om bescherming te bieden aan huidige en toekomstige gevoelige bestemmingen. Met bescherming wordt bedoeld dat bescherming wordt geboden tegen lawaai bij deze bestemmingen. Met behoud en ruimte voor nieuwe bedrijfsactiviteiten wordt bedoeld dat er bijvoorbeeld op de bedrijventerreinen meer ruimte is voor bestaande en nieuwe bedrijven dan in de woonkwartieren. In hoofdstuk 4 van het Geluidsplan zijn in tabel 1 de geluidswaarden voor acht gebieden weergegeven. De formulering in de doelstelling en de in tabel 1 van hoofdstuk 4 opgenomen ambitieniveaus dragen bij aan een aantrekkelijk, duurzaam en divers woonmilieu.
Conclusie: geen aanpassing van de doelstelling.
2
Volgens de indieners is het vreemd dat het in de nota Bedrijven en geluid beschreven uitgangspunt niet leidt tot een beperking van de activiteiten van bedrijven. Dit uitgangspunt is naar hun mening eenzijdig.
In dezelfde doelstelling is ook opgenomen dat bescherming wordt geboden aan huidige en toekomstige gevoelige bestemmingen. Verder zie het antwoord dat bij punt 1 is weergegeven.
Conclusie: geen aanpassing van de doelstelling.
3
Het vinden van een bron met laag frequent geluid wordt naar het gevoel van de indieners uitgesloten in verband met de formulering dat aan bedrijfsactiviteiten ruimte moet worden geboden (en behouden).
Het eventueel vinden en verhelpen van de klachten van een bron met laagfrequent geluid hoeft niet altijd tot een activiteitenbeperking bij bedrijven te leiden. In paragraaf 3.5 van het Geluidplan is opgenomen dat de gemeente bij de ontvangst van klachten over laag frequent geluid (ondanks dat hiervoor geen wetgeving is), de klacht zal onderzoeken en samen met de veroorzaker probeert op te lossen.
Conclusie: geen aanpassing van de tekst van het Geluidsplan en de nota Bedrijven en geluid.
4
De indieners vinden dat de beleving van laag frequent geluid niet in de huidige normering van geluidsniveaus past.
Slaapverstoring door laag frequent geluid komt voor bij een veel lager niveau dan 63 dB.
Voor laag frequent geluid is geen wetgeving. Daarom is er in het Geluidsplan ook geen normering voor laag frequent geluid opgenomen. Wel geeft de gemeente aan dat zij klachten onderzoekt en samen met klagers probeert op te lossen, zie ook het antwoord bij punt 3.
5
Indieners willen dat er voor de periode 2015-2025 in overleg met de provincie gelden worden vrijgemaakt voor vervolgonderzoek naar laag frequent geluid, dat deze gelden worden gereserveerd en dat een formulering hiervoor wordt opgenomen in het Geluidsplan.
De gemeente heeft geen budget voor een vervolgonderzoek naar laag frequent geluid voor de periode 2015-2025. Bij de provincie Gelderland is niet bekend of er voor de genoemde periode c.q. op korte termijn geld beschikbaar is.
Conclusie: er wordt geen formulering van gelden voor een vervolgonderzoek naar laag frequent geluid in het Geluidsplan opgenomen.
6
De gemeenteraad dient het Geluidsplan en bijbehorende nota’s vast te stellen in plaats van het college.
Het college is op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd om het Geluidsplan en de bijbehorende nota’s vast te stellen. De raad wordt wel geïnformeerd over de vastgestelde beleidsregels.