Gemeentelijke regelgeving

Invorderingsbeleid 2021

Gemeente Zundert · geldt sinds 10 september 2021

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;

gelezen het bepaalde in de Gemeentewet, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het huidige invorderingsbeleid dateert uit 2012 en het beleid niet meer aansluit bij de huidige inrichting van de gemeente;

besluit:

het invorderingsbeleid 2021 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het invorderingsbeleid 2012.

2 Algemene bepalingen

2.1 Werkingsgebied

2.1.1 Publiekrechtelijke vorderingen

Binnen de gemeente Zundert worden o.a. de volgende publiekrechtelijke vorderingen onderscheiden:

•Afvalstoffenheffing

•Forensenbelasting

•Hondenbelasting

•Onroerende-zaakbelasting (OZB)

•Reinigingsheffingen

•Rioolheffing

•Toeristenbelasting

•Marktgelden

•Leges omgevingsvergunningen

Deze vorderingen worden geïnd door de BWB. De BWB is verantwoordelijk voor de volledige heffing en (dwang)invordering van deze vorderingen. Voor de leges omgevingsvergunningen geldt dat deze worden opgelegd door de gemeente Zundert en de BWB verantwoordelijk is voor de invordering van de leges.

Voor alle overige publiekrechtelijke vorderingen geldt dat deze vorderingen worden geheven door de gemeente Zundert. De invordering van deze vorderingen wordt in eerste aanleg door de gemeente uitgevoerd. Met "in eerste aanleg" wordt verstaan dat de gemeente Zundert zelf de invordering via een herinnering en eventueel aanmaning zal verzorgen. Op het moment dat voor de invordering de inschakeling van een deurwaarder noodzakelijk is, wordt de vordering aan de BWB aangeboden die de verdere invordering zal verzorgen.

2.1.2 Privaatrechtelijke vorderingen

Hieronder vallen alle overige vorderingen voortkomende uit verbintenissen naar burgerlijk recht. Met name huur, pacht en standplaatsvergoedingen. Deze vorderingen zijn in het algemeen ontstaan bij facturering van door de gemeente Zundert aan derden verrichte diensten of leveringen. De heffing en invordering van een privaatrechtelijke vordering ligt volledig bij de gemeente Zundert.

2.2 Juridisch kader

2.2.1 Gemeentewet

Op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet is voor de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen van toepassing de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als waren die belastingen rijksbelastingen.

Artikel 249 van de Gemeentewet schrijft dat bij de invordering van gemeentelijke belastingen de artikelen 5 (bevoegdheden niet bepaald door geografische indeling van Nederland), 9 (termijnen), 20 (lijfsdwang), 21 (voorrecht bij verhaal), 59 (informatieplicht derden), 62 (administratieplichtigen) en 69 (nadere regels bij ministeriële regeling) van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven. Bij de invordering van gemeentelijke belastingen die op andere wijze worden geheven, blijft bovendien artikel 8, eerste lid (wanneer geen kwijtschelding wordt verleend), van die wet buiten toepassing.

2.2.2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek

Voor de privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader.

De gemeente heeft geen bijzondere bevoegdheden ten opzichte van natuurlijke en rechtspersonen ter zake van de invordering, zoals dat bij publiekrechtelijke vorderingen wel het geval is. Eén van de belangrijkste gevolgen hiervan is dat de gemeente in het invorderingsproces geen recht van parate executie heeft, maar gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen.

2.2.3 Algemene wet bestuursrecht

Bij het invorderen worden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht genomen. Tot de voornaamste algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gerekend de beginselen van gelijkheid, motivering, rechtszekerheid en zorgvuldigheid.

2.2.4 Overige

Hoewel een aantal artikelen van de Awb niet van toepassing zijn op de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt, zoveel als mogelijk is, in overeenstemming met de Awb gehandeld. De invorderingsambtenaar dient bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriaal verkoop, en dergelijke). Tot de voornaamste algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gerekend de beginselen van gelijkheid, motivering, rechtszekerheid en zorgvuldigheid.

Dit invorderingsbeleid 2021 treedt in werking een dag na die van de bekendmaking.

Dit invorderingsbeleid wordt aangehaald als Invorderingsbeleid 2021.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.