Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;
gelezen het bepaalde in art. 160 lid 1b van de gemeentewet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 en de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2025
overwegende dat overwegende dat het noodzakelijk is beleidsregels vast te stellen ter uitvoering van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2025;
b e s l u i t :
1De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2023
Begrippen
Algemene voorziening
Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat zonder voorafgaand onderzoek of individuele beschikking toegankelijk is voor inwoners. Deze voorzieningen zijn bedoeld om de zelfredzaamheid en participatie te ondersteunen en zijn laagdrempelig beschikbaar. Voorbeelden zijn welzijnsactiviteiten, inloopvoorzieningen of collectieve diensten. Een algemene voorziening is niet individueel afgestemd, maar kan wel bijdragen aan het voorkomen of verminderen van ondersteuningsvragen.
Algemeen gebruikelijke voorziening
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan zelfredzaamheid of participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
Beschikking
Een beschikking is een schriftelijk besluit van het college waarin wordt vastgelegd of een inwoner wel of niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget. In de beschikking staat onder andere welke ondersteuning wordt toegekend, met welk doel, voor welke periode en onder welke voorwaarden. Ook bevat de beschikking informatie over bezwaar en beroep.
Cliënt
De cliënt is de inwoner die zich tot de gemeente wendt met een ondersteuningsvraag op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. De cliënt kan zelf de aanvraag doen of zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of wettelijke vertegenwoordiger.
Gemachtigde
Een door de cliënt aangewezen persoon die met toestemming van de cliënt namens hem/haar optreedt richting de gemeente.
Wettelijke vertegenwoordiger
Een persoon die de cliënt op grond van de wet of een rechterlijke uitspraak vertegenwoordigt, zoals een ouder, voogd, curator, mentor of bewindvoerder.
Collectieve voorziening
Een collectieve voorziening is een voorziening die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, maar die wel kan worden ingezet om individuele ondersteuningsbehoeften te compenseren. Kenmerkend is dat de voorziening niet exclusief voor één persoon is, maar in gezamenlijkheid wordt benut, zoals bijvoorbeeld collectief vervoer.
Eigen bijdrage
De eigen bijdrage is het bedrag dat een cliënt verschuldigd is voor het gebruik van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget. De hoogte en de wijze van inning worden landelijk geregeld en uitgevoerd. De eigen bijdrage kan nooit hoger zijn dan de kostprijs van de voorziening.
Eigen kracht
Met eigen kracht wordt bedoeld wat een cliënt zelf kan doen om beperkingen in het dagelijks functioneren te verminderen of op te lossen. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden, vaardigheden en inzet van de cliënt zelf, voordat professionele ondersteuning wordt ingezet.
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde maatstaven mag worden verwacht van huisgenoten. Het gaat om normale, dagelijkse hulp in het huishouden en bij het functioneren in het dagelijks leven. Deze hulp wordt geacht onderdeel te zijn van het normale samenleven binnen een huishouden.
Mantelzorg
Mantelzorg is langdurige en onbetaalde zorg die wordt verleend aan iemand uit de directe omgeving, zoals een partner, familielid, vriend of buur. Mantelzorg is geen professionele zorg en is gebaseerd op een persoonlijke relatie. De gemeente heeft oog voor de positie en belasting van mantelzorgers.
Maatwerkvoorziening
Een maatwerkvoorziening is een individueel afgestemde voorziening die wordt toegekend op basis van een zorgvuldig onderzoek naar de persoonlijke situatie van de cliënt. De voorziening is bedoeld om de zelfredzaamheid en participatie te ondersteunen wanneer algemene of andere oplossingen onvoldoende zijn.
Onderzoek
Het onderzoek is het proces waarin het college samen met de cliënt in kaart brengt wat de hulpvraag is, welke beperkingen er zijn, welke mogelijkheden de cliënt en zijn omgeving hebben en welke ondersteuning nodig is. Dit onderzoek vormt de basis voor het besluit over het al dan niet toekennen van een maatwerkvoorziening of pgb.
Persoonsgebonden budget (pgb)
Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag waarmee de cliënt zelf ondersteuning of voorzieningen kan inkopen. De cliënt is verantwoordelijk voor de besteding en verantwoording van het budget. Met een pgb kan de cliënt de ondersteuning meer naar eigen wensen en behoeften organiseren.
Reablement / herstelgericht werken
Reablement of herstelgericht werken is een manier van ondersteunen die gericht is op het (her)leren van vaardigheden en het vergroten van de zelfredzaamheid van de cliënt. De ondersteuning is tijdelijk en activerend van aard en heeft als doel dat de cliënt zoveel mogelijk weer zelf de regie en dagelijkse handelingen kan uitvoeren.
Sociaal netwerk
Het sociaal netwerk bestaat uit personen uit de directe omgeving van de cliënt, zoals familie, vrienden, buren en kennissen. Dit netwerk kan een belangrijke rol spelen bij het bieden van ondersteuning en het versterken van de zelfredzaamheid van de cliënt.
Voorliggende voorziening
Een voorliggende voorziening is een voorziening of regeling op grond van een andere wet of regeling die voorrang heeft op ondersteuning vanuit de Wmo. Wanneer een dergelijke voorziening passend en beschikbaar is, wordt deze eerst benut voordat een beroep wordt gedaan op maatschappelijke ondersteuning.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is het vermogen van een persoon om de noodzakelijke dagelijkse handelingen zelfstandig uit te voeren en het eigen leven te organiseren. Het gaat om het functioneren in het dagelijks leven zonder of met zo min mogelijk ondersteuning.
Participatie
Participatie betekent het kunnen meedoen in de samenleving. Het gaat om het onderhouden van sociale contacten, het deelnemen aan maatschappelijke activiteiten en het vervullen van rollen in het dagelijks leven.
Persoonsaanduidingen
Waar in deze beleidsregels wordt verwezen naar “hij”, wordt daaronder tevens verstaan: “zij”, “hen” en andere genderneutrale aanduidingen.
Onafhankelijke cliëntondersteuning
Gratis en onafhankelijke ondersteuning voor inwoners bij vragen over zorg en ondersteuning, het maken van keuzes en het vinden van passende hulp, zoals bedoeld in de Wmo 2015.
3. Voorwaarden en verplichtingen voor een maatwerkvoorziening
3.1 Toegangscriteria
3.1.1 Hoofdverblijf/Woonplaats
Een voorwaarde om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen is dat de cliënt zijn hoofdverblijf in Zundert heeft. De cliënt moet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) van de gemeente Zundert. Hoofdverblijf betekent volgens jurisprudentie meer dan alleen ingeschreven staan in het BRP; de cliënt moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente Zundert verblijven. Als de cliënt kan aantonen dat hij op korte termijn in Zundert komt wonen, kan, als hij nog niet staat ingeschreven in het BRP, de melding in behandeling worden genomen. Er wordt dan wel een termijn afgesproken waarbinnen de inschrijving in het BRP geregeld moet zijn.
3.1.2 Langdurig noodzakelijk
Voor het toekennen van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo geldt, dat de voorziening langdurig aantoonbaar noodzakelijk moet zijn ter compensatie van beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt. Daarbij wordt door het college beoordeeld of er sprake is van een langdurige noodzaak.
Onder een langdurige noodzaak wordt verstaan:
•een situatie waarin de beperking naar verwachting langer dan zes maanden aanhoudt; of
•een blijvende situatie, waaronder ook de terminale levensfase wordt begrepen.
In sommige gevallen kan ook bij een kortere duur sprake zijn van een noodzakelijke maatwerkvoorziening, bijvoorbeeld bij tijdelijke beperkingen na ziekenhuisopname. De beoordeling of sprake is van een kortdurende of langdurige noodzaak vindt plaats op basis van de individuele omstandigheden van de cliënt.
Bij een wisselend ziektebeeld, waarbij periodes van verbetering worden afgewisseld met terugval, kan eveneens sprake zijn van een langdurige noodzaak, mits dit medisch onderbouwd is.
Er wordt geen voorziening verstrekt op basis van wenselijkheid of gemak. De beoordeling vindt plaats op basis van het compensatiebeginsel, waarbij het doel is om de cliënt in staat te stellen zo zelfstandig mogelijk te functioneren en deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
3.1.3 Eigen verantwoordelijkheid en gebruikelijke hulp
Onder eigen verantwoordelijkheid van een cliënt wordt verstaan het vermogen van een cliënt om op eigen kracht dan wel met de hulp van mantelzorger(s), personen uit het sociale netwerk en gebruikelijke hulp de belemmeringen redelijkerwijs zelf op te lossen. Oplossingen die een cliënt redelijkerwijs kan realiseren op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid gaan vóór op de verstrekking van een maatwerkvoorziening.
Daarnaast is het ook de verantwoordelijkheid van cliënt om in zijn woning periodiek onderhoud uit te voeren.
Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening, als de cliënt huisgenoten heeft die wel in staat zijn hulp te bieden bij bijvoorbeeld het voeren van een gestructureerd huishouden of het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd.
3.1.4 Verantwoordelijkheden cliënt versus college
In de verordening worden de verantwoordelijkheid van het college en de verantwoordelijkheid van cliënt benoemd. In de Wmo wordt uitgegaan van wederzijdse inspanningen van zowel het college als cliënt. Er wordt zowel een beroep gedaan op het college om zeer uitgebreid alle mogelijkheden om tot oplossingen te komen te onderzoeken, als op de eigen kracht van de cliënt van wie wordt verwacht eerst zelf naar oplossingen te zoeken voordat bij het college om ondersteuning wordt gevraagd.
3.1.5 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving
Als er een beroep kan worden gedaan op een voorziening/dienst op grond van andere wet- of regelgeving, zoals de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz), ziektekostenverzekering of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (hierna: UWV), wordt er op grond van de Wmo geen voorziening/dienst verstrekt. Dit geldt ook gedurende de inzet van een maatwerkvoorziening Wmo. Als er gedurende voornoemde inzet een beroep kan worden gedaan op een andere voorziening of dienst, omdat dit bijvoorbeeld meer passend is, wordt de client binnen een redelijke termijn in de gelegenheid gesteld om daarvoor een aanvraag in te dienen. Zodra de indicatie is afgegeven, wordt de Wmo-maatwerkvoorziening door het college beëindigd.
3.1.6 Algemene voorzieningen
Wanneer blijkt dat cliënt niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde algemene voorzieningen zijn die de problemen die cliënt ervaart (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Algemene voorziening is een breed begrip en gedefinieerd in de Wmo. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang en doorgaans tegen betaling, gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen kunnen worden aangeboden door overheidsinstellingen of door particuliere bedrijven/organisaties. Voorbeelden van algemene voorzieningen kunnen zijn:
•buurt inloopactiviteiten
•huiskamers voor senioren
•aanlopen (ggz)
3.1.7 Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Er wordt op grond van de Wmo geen voorziening verstrekt wanneer het probleem van de cliënt opgelost kan worden met een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening in het kader van de Wmo is een voorziening, die:
•niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking;
•daadwerkelijk beschikbaar is in de reguliere handel;
•een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is;
•financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Dit is volgens huidige jurisprudentie het geval als de voorziening gangbaar is onder de gehele bevolking.
Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen zijn:
•douchestoel;
•wandbeugels, vast of opklapbaar;
•rolstoel transport;
•postoel;
•keukenapparatuur en -meubilair;
•toiletverhoger/verhoogd toilet;
•drempelhulp tot 4,5 cm;
•fiets die verkrijgbaar is in reguliere handel.
3.1.8 Collectieve voorzieningen
Collectieve voorzieningen zijn voorzieningen die individueel worden verstrekt, maar die door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Collectief vervoer (deeltaxi) is een voorbeeld van een collectieve voorziening.
Zowel bij de algemene, als bij de algemeen gebruikelijke als bij de collectieve voorziening wordt onderzocht of deze:
•daadwerkelijk beschikbaar is voor de cliënt;
•passend en toereikend is voor de cliënt.
Alleen wanneer is aangetoond dat een collectieve voorziening niet geschikt is voor de cliënt, kan een individuele voorziening worden verstrekt door het college.
3.1.9 Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening
De verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb door het college is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven het goedkoopste is. Indien cliënt een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van cliënt.
Een voorziening kan ook bestaan uit compensatie van noemenswaardige meerkosten ten opzichte van de algemeen gebruikelijke kosten, die iemand voor de noodzakelijke voorziening moet maken. Bijvoorbeeld een auto of fiets met (specifiek vanwege de beperking noodzakelijke) aanpassingen.
3.2 Weigeringsgronden
3.2.1 Vermijdbaarheid en voorzienbaarheid
De cliënt kan alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komen als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was en niet voorzienbaar was. Achtergrond is dat van iedereen mag worden verwacht tijdig te anticiperen op ondersteuningsvragen die te voorzien zijn, door rekening te houden met zijn of haar beperkingen in keuzes die worden gemaakt.
Bijvoorbeeld het verhuizen naar een woning waarvan op het moment van verhuizing duidelijk is, dat deze niet geschikt is voor de cliënt en/of zijn huisgenoten. Of de betreffende woning is bijvoorbeeld niet bedoeld voor permanente bewoning. In beide voorbeelden bestaat er geen aanspraak op een woonvoorziening.
Voorzienbaarheid moet door het college goed onderzocht en in kaart gebracht worden.
3.2.2 Vervanging en schade aan eerder verstrekte voorzieningen
Afschrijving en herhaalde aanvragen
Een cliënt komt in beginsel niet in aanmerking voor een nieuwe maatwerkvoorziening, als de aanvraag betrekking heeft op een eerder verstrekte voorziening waarvan de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Het college bedoelt met de ‘normale afschrijvingstermijn’ hoe lang een voorziening technisch meegaat.
Als de normale afschrijvingstermijn is verstreken, dan betekent dat niet dat het college ook verplicht is om een voorziening te vervangen. Als de voorziening nog goed werkt en geschikt is voor de cliënt, ook al is die volgens economische regels afgeschreven, dan kan het college besluiten om geen nieuwe maatwerkvoorziening toe te kennen. De afschrijvingstermijn wordt vastgesteld op basis van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. De normale afschrijvingstermijnen van voorzieningen zijn in bijlage 2 opgenomen.
Uitzondering bij verlies of schade
Een uitzondering op het bovenstaande kan door het college worden gemaakt, als de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan of onbruikbaar is geworden als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. Hieronder wordt mede verstaan schade die normaliter gedekt wordt door een opstal- of inboedelverzekering.
In dat geval wordt van de cliënt verwacht dat hij:
-zich voldoende heeft verzekerd tegen gangbare risico’s, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verlangd;
-bij schade door toedoen van een derde, deze derde aansprakelijk stelt en de schade op hem verhaalt.
Indien de cliënt aantoonbaar niet in staat was zich te verzekeren of als het onredelijk is om hem op de verzekering of aansprakelijkstelling te wijzen (bijvoorbeeld bij acute noodzaak of overmacht), kan het college besluiten alsnog een voorziening te verstrekken.
3.2.3 Reeds gemaakte kosten
Een maatwerkvoorziening of pgb wordt door het college afgewezen, als de cliënt op het moment van het indienen van de aanvraag zelf al in de kosten waarop de gevraagde voorziening ziet, heeft voorzien.
3.2.4 Geen aanleiding voor verhuizen
Aanspraken op maatwerkvoorzieningen die het gevolg zijn van een verhuizing vanuit een voor de cliënt geschikte woning en waarvoor dus geen noodzaak bestaat, leiden tot afwijzing. Dat is anders indien er een belangrijke reden voor de verhuizing bestaat, dit voor de verhuizing gemeld is door de cliënt aan het college. In deze situaties mag verwacht worden dat de cliënt vooraf contact opneemt met het college, zodat het college mee kan bepalen wat de goedkoopst adequate oplossing is. Onder belangrijke redenen kan bijvoorbeeld worden verstaan: het gaan samenwonen, huwelijk, echtscheiding of het aanvaarden van werk op een zodanige afstand dat verhuizen noodzakelijk is voor cliënt. De beoordeling of sprake is van een belangrijke reden is steeds afhankelijk van een weging van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden.
3.2.5 College niet vooraf geïnformeerd
Uit de jurisprudentie blijkt dat van cliënten mag worden verwacht, dat ze eerst contact opnemen met het college voordat ze een andere woning huren of kopen of een (nieuw) gehuurde of gekochte woning willen gaan aanpassen. Het college moet de gelegenheid krijgen om vooraf eventuele alternatieven en de goedkoopst adequate oplossing in kaart te brengen met cliënt. Het is aan cliënt om tijdig maar in ieder geval ruim voordat men een huurcontract of (voorlopig) koopcontract aangaat, contact op te nemen met het college.
3.2.6 Beroep op derde of verzekeraar
Een maatwerkvoorziening of een pgb wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen, als uit onderzoek blijkt dat de cliënt voor de kosten van voorzieningen daadwerkelijk en binnen een aanvaardbare termijn, een beroep kan doen op een derde of diens verzekeraar.
3.4 Herziening of intrekking
3.4.1 Bij een beleidswijziging
Het college kan een maatwerkvoorziening of een pgb herzien of intrekken als gevolg van een beleidswijziging (zie artikel 2.3.9 van de Wmo). Het college zal in die gevallen tijdig de nodige communicatie daartoe verzorgen en daarbij de situatie van elke cliënt zorgvuldig en nader onderzoeken. Wanneer dit leidt tot een gewijzigde indicatie, zal herziening of intrekking van de maatwerkvoorziening of het pgb met in acht name van een redelijke overgangstermijn worden geëffectueerd.
3.4.2 Op individueel niveau
Artikel 2.3.10, eerste lid, van de Wmo geeft aan, dat het college een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb kan herzien dan wel intrekken. Deze bevoegdheid kan worden toegepast wanneer:
•de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
•de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen;
•de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is;
•de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden;
•de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt.
Wanneer één van de hiervoor genoemde situaties zich voordoet, zal het college de bevoegdheid tot herziening of intrekking toepassen. Hier gaat een zorgvuldige belangenafweging aan vooraf. In dat kader zal de cliënt (op grond van artikel 4:8 van de Awb) ook vooraf moeten worden gehoord. Daar waar mogelijk zullen intrekking en een terugvordering in één besluit worden gecombineerd.
5. Voorziening in natura of pgb - Algemeen
5.1 In natura
Een voorziening in natura wordt door het college bij beschikking verstrekt.
In de beschikking wordt in ieder geval opgenomen:
✔ welke voorziening er wordt verstrekt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
✔ wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
✔ hoe de voorziening wordt verstrekt;
✔ informatie over de te betalen eigen bijdrage van cliënt;
✔ indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn;
✔ de verplichting van cliënt om wijzigingen door te geven;
✔ op basis van welk artikel van de Wmo, verordening of beleidsregel dit besluit is genomen;
✔ de mogelijkheid om tegen het besluit bezwaar te maken.
De verdere uitwerking van in natura maatwerkvoorzieningen is in andere hoofdstukken van deze beleidsregels beschreven.
5.2 Pgb
5.2.1 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen toegekend als de cliënt of vertegenwoordiger/gemachtigde hier gemotiveerd om vraagt, bekwaam is en daarbij een pgb-plan indient.
Dit pgb-plan moet door of namens de cliënt zijn opgesteld en laat zien:
•hoe het pgb wordt besteed;
•dat de besteding van het pgb voldoet aan geldende wet- en regelgeving;
•dat het pgb zorgt voor goede en effectieve ondersteuning van cliënt; en
•dat de ondersteuning doelmatig is (dus niet duurder of minder efficiënt dan nodig).
Het college beoordeelt of het pgb-plan aan deze eisen voldoet.
Daarnaast gelden voor een pgb dezelfde kwaliteitseisen als voor zorg in natura. Dat betekent dat:
•De zorg of hulpmiddelen, die met het pgb worden ingekocht veilig, effectief en afgestemd op de cliënt moeten zijn.
•De kwaliteit van de zorg vergelijkbaar moet zijn met die van zorg die het college zelf aanbiedt.
•Het college kijkt daarbij of de gekozen zorg of hulpmiddelen redelijk en passend zijn voor het doel van het pgb.
5.2.2 Bekwaamheid van de aanvrager
Voorafgaand aan het toekennen van pgb vindt altijd een pgb-vaardigheidstoets plaats.
De pgb-vaardigheidstoets (of pgb-vaardigheidsscan) is bedoeld om te beoordelen of een budgethouder (cliënt of zijn vertegenwoordiger/gemachtigde ) in staat is om een pgb te beheren.
De toets of scan is gebaseerd op 10 kernvaardigheden die nodig zijn voor een budgethouder. Dit zijn:
1Inzicht in de zorgvraag – budgethouder weet welke zorg je nodig hebt.
2Zorg kunnen organiseren – budgethouder kan zelf zorg inkopen en plannen.
3Kennis van regels en verplichtingen – budgethouder kent de wet- en regelgeving rondom het pgb.
4Administratie bijhouden – budgethouder kan een overzichtelijke pgb-administratie voeren.
5Zorgverleners kiezen en aansturen – budgethouder weet hoe je zorgverleners selecteert en aanstuurt.
6Werkgeverschap begrijpen – Als budgethouder zorgverleners in dienst neemt, weet hij/zij wat daarbij komt kijken.
7Financieel overzicht houden – budgethouder kan omgaan met het budget en verantwoording afleggen.
8Communicatie met instanties – budgethouder kan contact onderhouden met bijvoorbeeld het college of het zorgkantoor.
9Problemen oplossen – budgethouder kan zelfstandig problemen rondom zorg of administratie aanpakken.
10Verantwoordelijkheid nemen – budgethouder is in staat om de verantwoordelijkheid voor het pgb te dragen.
Een onafhankelijke cliëntondersteuner of een persoon die vanuit zijn of haar specifieke professionele rol verbonden is aan een cliënt, kan niet optreden als budgethouder van een pgb. Deze bepaling is bedoeld om de onafhankelijkheid van de ondersteuning te waarborgen en belangenverstrengeling te voorkomen. De budgethouder moet altijd iemand zijn die losstaat van de professionele ondersteuning of begeleiding van de cliënt.
6.1 Huishoudelijke ondersteuning: Het voeren van een gestructureerd huishouden
6.1.1. Resultaat gericht werken
Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Bij het kunnen participeren en zelfredzaam zijn mag de huishouding geen obstakel vormen. Het hoeft niet overal 'spic en span’ te zijn, maar het huishouden moet 'op orde’ zijn. Er kan goed en veilig geleefd worden, het vormt een basis, waar de cliënt mensen kan ontvangen en van waaruit de cliënt kan participeren in de samenleving.
6.1.2. Aandachtsgebieden
Een gestructureerd huishouden wordt uitgewerkt in vijf aandachtsgebieden:
1) Een schoon en leefbaar huis;
2) Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
3) Beschikken over schone en draagbare kleding;
4) Instructie, advies en voorlichting;
5) Het thuis kunnen zorgen voor kinderen, die tot het gezin behoren.
1)Een schoon en leefbaar huis
Een schoon huis betekent dat het huis stof- en vlekvrij is, zodanig dat het niet vervuild is. Daarom dient er periodiek binnenshuis te worden schoongemaakt. Schoon volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Dit kan heel praktisch betekenen, dat de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden niet helemaal voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van iedere cliënt afzonderlijk. Dat betekent dat er niet wordt schoongemaakt uit gewoonte, maar om te voorkomen dat het vervuilt. De inzet moet echter wel in alle redelijkheid en in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen) en de leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van een cliënt. De cliënt moet eerst zelf al het mogelijke gedaan hebben om vervuiling te beperken.
Leefbaar betekent dat het huis opgeruimd is en dat de cliënt gebruik kan maken van alle primaire leefruimten.
Onder huis wordt verstaan alle primaire leefruimten, die door een leefeenheid daadwerkelijk voor het daarvoor bestemde doel frequent gebruikt worden in de woning: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, toilet, trap, overloop en hal.
2)Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse levensbehoeften (voedsel, toilet- en schoonmaakartikelen) en activiteiten nodig. Het is heel normaal, dat mensen eenmaal in de week een grote voorraad boodschappen in huis halen. In het algemeen geldt, dat het verzorgen van de boodschappen niet geïndiceerd wordt als maatwerkvoorziening. Hiertoe wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van een algemeen gebruikelijke dienst (zoals de plaatselijke boodschappendienst) of het sociale netwerk van cliënt zet zich hiervoor in. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk en een boodschappenservice geen optie is, kan een indicatie worden afgegeven van in principe één keer per week boodschappen halen en opbergen. Hieronder vallen niet de grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten.
Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat met betrekking tot maaltijden is, dat de broodmaaltijden worden bereid en klaargezet en een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. In de meeste situaties kan van een algemeen gebruikelijke dienst, zoals maaltijdservice voor de warme maaltijd, gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant-en-klaar maaltijden te koop die een oplossing kunnen bieden. Tevens biedt het eigen sociale netwerk van de cliënt mogelijk opties. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk of een maaltijdservice geen optie is (bijvoorbeeld geen leveringsgebied), kan een indicatie worden afgegeven voor het opwarmen van de maaltijd en/of voor het klaar maken van de broodmaaltijden.
3)Beschikken over schone en draagbare kleding
Het doel van dit aandachtsgebied is, dat de cliënt beschikt over schone kleding. Het omvat het wassen, het drogen en/of vouwen van kleding en het terugleggen van kleding in de garderobekast. Indien noodzakelijk wordt de kleiding gestreken. Verwacht wordt, dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het aanschaffen van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt, aangezien een wasmachine als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt van de cliënt verwacht, dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat worden gereinigd. Het gaat dan om het wassen, drogen, eventueel strijken en opvouwen. Uitgegaan wordt van 1 maal per week. Op grond van de persoonlijke situatie van een cliënt kan er in overleg tussen aanbieder en cliënt een afwijkende frequentie worden vastgelegd in het leveringsplan. Begeleiden bij het kopen van kleding hoort niet binnen dit aandachtsgebied.
Via de collectieve maatwerkvoorziening: het WasPunt
Cliënten die vanwege hun beperking in aanmerking komen voor het aandachtsgebied "beschikken over schone en draagbare kleding" kunnen gratis gebruik maken van het WasPunt. Dit is een collectieve maatwerkvoorziening. Een cliënt komt voor het WasPunt in aanmerking, als hij niet zelf en/of met behulp van zijn omgeving de wasverzorging uit kan voeren. Het WasPunt is voor het wassen, drogen, eventueel strijken en vouwen van het wasgoed. Het wasgoed wordt één keer per week op een vaste ochtend thuis opgehaald en vervolgens weer binnen twee dagen bij de cliënt thuisgebracht. Er kunnen maximaal drie waszakken (witte, lichtbonte en bonte was) per week worden meegegeven. In principe wordt de was gedroogd in de droger. De kleding die niet in de droger kan, wordt opgehangen. De schone was gaat gevouwen in een wasmand. Het WasPunt wast onder andere geen vitrage, overgordijnen, dekbedden, spreien en jassen.
Als om medische of andere zwaarwegende redenen het wassen van de kleding niet via het WasPunt gedaan kan worden, wordt de was door de medewerker van de zorgaanbieder gedaan en kan het aandachtsgebied "beschikken over schone en draagbare kleding" als individuele maatwerkvoorziening worden geïndiceerd.
4)Advies, Instructie en voorlichting
Het doel van dit aandachtsgebied is om de cliënt te leren om zelfstandig of met lichte ondersteuning de huishoudelijke taken uit te voeren. De activiteit is gericht op het aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging en/of het zelf doen van boodschappen en het bereiden van maaltijden.
Dit aandachtsgebied is alleen van toepassing als een cliënt ontwikkelbaar is.
5)Het thuis kunnen zorgen voor kinderen, die tot het gezin behoren
De zorg voor kinderen, die tot het huishouden behoren, is primair een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders ervoor zorg dragen dat er op tijden dat zij beiden werken, opvang voor de kinderen is. Dat kan worden ingevuld op de manier waarop zij dat willen (oppas, grootouders, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid.
Dat is niet anders in de situatie dat één of beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie moet een permanente oplossing worden gezocht. Kan/kunnen de ouder(s) deze rol tijdelijk niet vervullen, waarbij het gaat om een onvoorziene, acute, situatie, dan kan aanvullend op de eigen mogelijkheden extra huishoudelijke ondersteuning voor de duur van maximaal 3 maanden worden geïndiceerd. Het gaat nooit om een volledige overname. De Wmo heeft in deze vooral een taak om tijdelijk in te springen, zodat ruimte ontstaat om een goede oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost, zodat gezocht kan worden naar een permanente oplossing.
Afwegingskader voor een schoon en leefbaar huis
6.1.3. Alleen maatwerkvoorziening als er geen andere oplossingen zijn
Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen geboden, wanneer er geen andere oplossingen zijn die problemen op dit leefgebied kunnen voorkomen of oplossen. Activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden uitgevoerd, dan wel kunnen worden aangeleerd (reablement), behoren dan ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen, dat een deel van het huishouden door de cliënt wordt uitgevoerd en voor een ander deel (tijdelijk als er sprake is van reablement) ondersteuning wordt geboden. Een andere vorm van het benutten van eigen mogelijkheden is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent, dat van de cliënt mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en de planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het zo mogelijk voorbereiden van de was en het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning.
6.1.4. Hanteren van cliëntprofielen
Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning wordt gekeken, naar de wijze waarop de cliënt kan worden gestimuleerd om zelf huishoudelijke werkzaamheden te blijven doen of weer te gaan doen. Daarom wordt gewerkt met twee cliëntperspectieven, te weten:
-Ontwikkeling;
-Stabilisatie.
We verstaan onder ontwikkeling en stabilisatie het volgende:
Ontwikkeling: met de cliënt wordt toegewerkt naar ontwikkeling in zijn of haar zelfredzaamheid, waardoor geen of minder huishoudelijk ondersteuning vanuit de Wmo noodzakelijk is.
Stabilisatie: er is sprake van een behoefte aan huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo, omdat de cliëntsituatie en de mogelijkheden van diens netwerk zich er niet toe lenen om zich te ontwikkelen om de huishoudelijke taken volledig of deels zelfstandig uit te (gaan) voeren.
NB: Er kan ook sprake zijn van achteruitgang in de situatie van de cliënt. Voor de taken die de huishoudelijke ondersteuning uitvoert, die gericht zijn op een schoon en leefbaar huis, heeft dit geen consequenties. Behalve dat de ondersteuningsbehoefte zo groot kan worden, dat de huishoudelijke ondersteuning wordt overgenomen door de Wlz.
6.1.5. Gebruikelijke hulp
Als de cliënt huisgenoten heeft die in staat zijn de huishoudelijke werkzaamheden over te nemen, komt de cliënt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning. Volgens algemeen aanvaarbare opvattingen wordt het overnemen van of ondersteunen bij het uitvoeren van huishoudelijke taken verwacht van huisgenoten. Dat is in lijn met jurisprudentie. Gebruikelijke hulp heeft dus een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Er kunnen zich bijzonderheden voordoen waardoor de gebruikelijke hulp niet kan worden verleend. Denk bijvoorbeeld aan overbelasting of dreigende overbelasting.
6.1.6. Volwassene, jongeren en kinderen
Iedere volwassene wordt geacht, ook naast een (drukke) baan en/of gezin, een huishouden te voeren. Jonge volwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar worden geacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Van kinderen in de leeftijd tussen twaalf en achttien jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer schoonhouden en een bijdrage leveren in de licht huishoudelijke taken (zoals tafel afruimen, afwassen, kleding in de wasmand doen of kleine boodschappen halen).
Uitzondering op één of meer van bovenstaande huishoudelijke taken kan worden gemaakt, als de 18 tot 23-jarige zelf beperkingen heeft en/of er sprake is van (mogelijke) overbelasting en/of een negatieve invloed op schoolprestaties.
6.1.7. Leefeenheid en/of huisgenoot
Aangezien bij iedere aanvraag een onderzoek naar de individuele kenmerken en mogelijkheden van de cliënt wordt gedaan, is het mogelijk om af te wijken van gebruikelijke hulp. Uit jurisprudentie volgt, dat als een huisgenoot afwezig is met een verplichtend karakter én er sprake is van taken die niet uitgesteld kunnen worden er geen gebruikelijke hulp kan worden verwacht. Als dat niet (volledig) kan, kan een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening worden toegekend.
Wel zal eerst onderzocht worden welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
Voor huisgenoten die aangeven geen huishoudelijke taken over te kunnen nemen, omdat ze niet weten hoe dit moet en dit nog nooit hebben gedaan, kan korte tijd huishoudelijke ondersteuning worden ingezet om de huisgenoot de vaardigheden aan te leren.
Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn of dreigt te worden door de zorg voor cliënt, kan tijdelijk huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. Voor een objectieve beoordeling van (dreigende) overbelasting zal in de meeste gevallen een medisch adviseur geraadpleegd worden. Van cliënt en huisgenoot wordt dan verwacht, dat zij onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overbelasting te verminderen, zodat op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoot kunnen worden overgenomen. Alleen wanneer blijkt dat - na een tijdelijke indicatie - ondanks pogingen van betrokkenen om tot oplossingen te komen het echt niet mogelijk is om de overbelasting te reduceren, kan langduriger huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. Tevens geldt dat eerst onderzocht wordt welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen dan wel voorzieningen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
6.1.8. Mantelzorg
Veel personen zijn bereid mantelzorg te verlenen. Deze vorm van vrijwillige ondersteuning door derden, doorgaans niet behorend tot de leefeenheid, gaat voor op ondersteuning van het college. Tegelijk is deze vorm van vrijwillige hulp niet afdwingbaar en daarmee in de praktijk vaak incidenteel en aanvullend op andere vormen van zorg. Indien noodzakelijk kan de gemeentelijke ondersteuning bestaan uit tijdelijke vervanging van de mantelzorger.
6.1.9. Algemene voorziening - algemeen gebruikelijke voorziening
Algemene voorziening
Als eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg of vrijwilligershulp geen of onvoldoende oplossing bieden, wordt bekeken of een algemene voorziening een (gedeeltelijke) oplossing kan bieden. Om van een algemene voorziening gebruik te kunnen maken, wordt niet naar de specifieke individuele behoefte aan maatschappelijke ondersteuning gekeken. Dat is bij een maatwerkvoorziening wel het geval. Denk bijvoorbeeld aan een maaltijdservice (tafeltje-dek-je) of vrijwilligers.
Algemeen gebruikelijk
Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening als de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen zaak of dienst kunnen worden opgelost dan wel vermindert. Bij algemeen gebruikelijke zaken voor een schoon en leefbaar huis kan onder andere worden gedacht aan algemene technische hulpmiddelen: afwasmachine, aangepast bestek, (robot)stofzuiger, steelstofzuiger, wasmachine, wasdroger, verhoging voor wasmachine of wasdroger.
6.1.10. Invloed van de woonvorm
Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimte(n) delen, wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door een andere bewoner. Bij kamerverhuur wordt de huurder van de betreffende ruimte niet als een huisgenoot gezien van wie gebruikelijke hulp wordt verwacht. Dat er sprake is van kamerhuur, moet met een huurovereenkomst worden aangetoond.
Huishoudelijke ondersteuning wordt bij meerdere bewoners alleen geleverd in de woonruimte van cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimte. Hierbij kan worden gedacht aan woongroepen, vormen van beschermd wonen of meerdere generaties in één huis.
Voor de aanwezige beschermde woonvormen wordt specifiek op de situatie afgestemde ondersteuning geïndiceerd. Hierbij wordt naast de eigen mogelijkheden van de bewoners ook rekening gehouden met het doel en de intensiviteit van het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes.
Een grotere woning leidt niet vanzelfsprekend tot meer inzet van ondersteuning. Er wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw.
In vakantiewoningen, tweede woningen, hotels/pensions, kamerhuur c.q. huisvesting niet bedoeld voor permanente bewoning wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt. Aangezien een vakantie doorgaans van korte duur is, is er sprake van uitstelbare taken of kan schoonmaak bij de verhuurder worden ingekocht. Ook wanneer men langer verblijft in de hierboven genoemde woonvormen, wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt.
6.1.11. Invloed van aanwezigheid huisdieren
De aanwezigheid van een huisdier, behoudens een hulphond, geeft in beginsel geen aanleiding tot het vaststellen van extra activiteiten of het voorzien in een hogere frequentie van huishoudelijke ondersteuning.
6.1.12 Huishoudelijke ondersteuning na overlijden
Voortzetten hulp na overlijden huisgenoot of bij permanente opname van de cliënt (naar bijvoorbeeld een verpleeghuis met Wlz indicatie)
Wanneer binnen een leefeenheid de cliënt overlijdt wordt onderzocht of huishoudelijke ondersteuning nodig is voor de overgebleven partner. Dit beleid is ook van kracht als er sprake is van een permanente opname van de cliënt.
6.1.13 Maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning - Producten
Als eerder onderzoek door een Wmo-consulent niet heeft geleid tot een (volledige) oplossing van de hulpvraag van de cliënt, zal het college een maatwerkvoorziening verstrekken in de vorm van:
-Huishoudelijke ondersteuning light;
-Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling;
-Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie kortdurend;
-Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie langdurend;
-Wasverzorging;
-Boodschappen;
-Maaltijden.
Voor de doelgroep huishoudelijke ondersteuning plus, wordt een maatwerkvoorziening verstrekt in de vorm van:
-Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling plus;
-Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie plus;
-Wasverzorging;
-Boodschappen;
-Maaltijden.
Een combinatie van producten kan voorkomen.
6.1.14. Huishoudelijke ondersteuning plus
Huishoudelijke ondersteuning plus (ontwikkeling of stabilisatie) wordt ingezet als er sprake is van gedragsproblematiek. Hierbij heeft of toont de cliënt grensoverschrijdend gedrag waardoor de huishoudelijke hulp, naast het huishouden, ook extra inzet moet plegen op het disfunctioneren van de leefeenheid. Hier zijn bijzondere vaardigheden van de huishoudelijke hulp nodig om met de situatie ter plaatse om te kunnen gaan om een schoon en leefbaar huis te kunnen realiseren. Denk bij gedragsproblemen als de cliënt zich negatief, dwars, opstandig, vijandig en/of agressief gedraagt en/of veel aandacht vraagt.
6.1.15. Huishoudelijke ondersteuning offerte
Het college blijft de mogelijkheid behouden om een offerte aan te vragen in die situaties gebaseerd op objectiveerbare (medische) beperkingen, waarbij het vullen van het leveringsplan uitwijst dat de cliëntsituatie zeer afwijkend is en het resultaat niet afdoende bereikt kan worden door middel van de eerder geformuleerde producten.
Kindzorg wordt altijd op offertebasis verstrekt.
6.1.16. Leveringsplan
Werkwijze resultaatgericht werken: een gestructureerd huishouden
Huishoudelijke ondersteuning (zorg in natura en pgb) wordt geïndiceerd op basis van resultaat. Bij zorg in natura maakt de aanbieder in opdracht van het college in overleg met de cliënt een leveringsplan, waarin vastgelegd is welke activiteiten er plaatsvinden en wat de frequentie van de activiteiten is. In het leveringsplan is opgenomen, dat de uitvoering van het plan flexibel moet zijn. Het college toetst het leveringsplan met de bevindingen van de Wmo-consulent, die zijn opgenomen in het gespreksverslag, en met de van toepassing zijnde regels voor huishoudelijke ondersteuning. Als het leveringsplan daarmee niet in overeenstemming is, wordt de aanbieder opdracht gegeven een aangepast leveringsplan te maken dat wel voldoet.
Op basis van persoonsonderzoek en in overleg met de cliënt zijn in het leveringsplan gemotiveerd aanpassingen in activiteiten en frequentie mogelijk. Om maatwerk te kunnen leveren is tevens een flexibele uitvoering van het leveringsplan mogelijk. Dat betekent dat er met instemming van de cliënt in de ene week meer/minder/andere activiteiten uitgevoerd kunnen worden dan in de andere week. Leidend is dat het resultaat passend moet zijn voor de cliënt.
6.1.17. Beschikking
Het leveringsplan maakt onderdeel uit van de beschikking en uit deze documenten moet duidelijk zijn wat de cliënt kan verwachten aan ondersteuning.
6.1.18. Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025: Activiteiten en frequentie
De activiteiten en frequentie opgenomen in het leveringsplan én het niveau van schoon dat hiermee behaald kan worden, is gebaseerd op het objectieve en onafhankelijke onderzoek, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de naam Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025. Het college hanteert het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 als richtlijn. Het normenkader is terug te vinden in bijlage 3.
6.2. Verplaatsen in en om de woning
6.2.1 Rolstoelvoorziening
Het verplaatsen in en om de woning kan door cliënt op verschillende wijzen plaatsvinden: met een rollator, lopend met krukken, met een trippelstoel of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt uitsluitend de rolstoel onder de Wmo. Een rolstoel is een voorziening om het bestaande verplaatsingsprobleem in en om de woning te compenseren. Verplaatsen is vervoer over kleine afstanden, van enkele tientallen tot maximaal enkele honderden meters. Wie op grond van zijn beperkingen geen andere mogelijkheid heeft dan zich te verplaatsen met een rolstoel, kan een rolstoel toegekend krijgen. De resultaatverplichting daarbij bestaat uit het zich kunnen verplaatsen, al dan niet met hulp van anderen.
Voor een individuele maatwerkrolstoel geldt als aanvullende eis, dat 'dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning' noodzakelijk is voor de cliënt. Het gaat om verplaatsingen die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om cliënten, die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, bijvoorbeeld als iemand zijn/haar been heeft gebroken of wanneer de rolstoel slechts enkele keren per jaar wordt gebruikt, vallen niet onder dit met een maatwerkvoorziening te bereiken doel. De algemene rolstoelvoorziening biedt mogelijkheden voor deze cliënten. Zij kunnen een beroep doen op de uitleen- of verhuurservice.
6.2.2 Algemene voorzieningen
De transportrolstoel wordt als algemene voorziening aangemerkt. Er blijft altijd ruimte voor maatwerk.
6.2.3 Aanpassingen aan de rolstoel
Met aanpassingen aan de rolstoel wordt bedoeld; extra onderdelen, die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals comfort beensteunen of een werkblad), maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires, zoals een boodschappenmand of een extra spiegel, zijn doorgaans wenselijk, maar niet noodzakelijk en worden daarom niet vergoed.
6.2.4 Sportvoorziening
Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn - dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport - kan een sportvoorziening worden verstrekt.
Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De cliënt moet aantonen, dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. De ervaring leert dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Gemeente Zundert is aangesloten bij Uniek Sporten centraal loket.
6.3. Het wonen in een geschikte woning
6.3.1. Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen
Op grond van artikel 8, lid 2, aanhef en onder a, van de verordening wordt er geen voorziening toegekend voor zover deze algemeen gebruikelijk is. In dit kader worden de verhoogde toiletpot, eenvoudige wandbeugels (handgrepen), hendelmengkranen en thermostatische kranen, antislipbehandeling badkamervloer, opklapbare (toilet)beugels, losse douchestoel (niet verrijdbaar), douchestoel voor aan de muur, po/toiletstoel, badplank en standaard drempelhulpen in de woning in principe als algemeen gebruikelijk aangemerkt. Deze voorzieningen zijn tegenwoordig in de reguliere handel te koop en kunnen hierdoor eenvoudig door iedereen worden aangeschaft.
6.3.2 Normaal gebruik van de woning
Uit jurisprudentie blijkt dat een woningaanpassing als doel heeft normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. Er worden in principe geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat dat geen elementaire woonfuncties betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel, bijvoorbeeld een dialyseruimte of een therapeutische bad.
6.3.3. Bezoekbaar
Wanneer de cliënt in een Wlz-instelling woont, kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar worden gemaakt. Bezoekbaar houdt in, dat de cliënt toegang heeft tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet. Indien noodzakelijk kunnen er losse woonvoorzieningen worden verstrekt. Er worden geen aanpassingen vergoed om logeren mogelijk te maken.
6.3.4. Woningsanering
Wanneer sprake is van aantoonbare beperkingen ten gevolge van COPD, astma of allergie (zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning) waardoor vervanging van vloerbedekking en/of gordijnen noodzakelijk is, kan hiervoor (onder voorwaarden) een financiële tegemoetkoming worden verstrekt aan cliënt. In principe wordt alleen de slaapkamer gesaneerd. Bij kinderen onder de vier jaar kan ook de woonkamer worden gesaneerd. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van de te saneren artikelen:
100% als het artikel nieuwer is dan twee jaar;
75% als het artikel tussen de twee en vier jaar oud is;
50% als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is;
25% als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is;
0% als het artikel acht jaar of ouder is.
Bedragen worden bepaald op basis van Nibud prijzen.
6.3.5. Grote woningaanpassingen versus verhuizen
Als er grote woningaanpassingen nodig zijn om normaal gebruik van de woning mogelijk te maken, wordt er eerst bekeken of verhuizen een passende oplossing is. Een zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd. Bij deze beoordeling worden in ieder geval de volgende aspecten meegewogen:
-Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen;
-Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen;
-Woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn;
-Sociale omstandigheden;
-Afstemming met andere voorzieningen;
-Werksituatie;
-Verandering in woonlasten;
-Wooncomfort;
-Huurder of eigenaar van de woning;
-De wil van de client om te verhuizen.
Als blijkt dat verhuizen een goedkopere oplossing is dan het aanpassen van de woning, wordt er geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing toegekend. Dit wordt het primaat van verhuizing genoemd.
Als het primaat van verhuizing kan worden toegepast, maar de cliënt wil niet verhuizen, dan kan er een bedrag worden toegekend ter hoogte van een verhuiskostenvergoeding. Hiermee kan de huidige woning aangepast worden. De meerkosten komen voor eigen rekening van cliënt.
Om te voorkomen dat bij iedere aanvraag om een woonvoorziening de bovenstaande beoordeling moet worden gemaakt, is ervoor gekozen om bij woonvoorzieningen waarvan de kostprijs minder dan € 7.000,- bedraagt, het primaat van verhuizing niet toe te passen.
6.3.6. Voorzienbaarheid
Uit de criteria voor een maatwerkvoorziening, opgenomen in artikel 8 van de verordening, blijkt dat de cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was, de noodzaak voor de voorziening niet voorzienbaar was of van cliënt niet verwacht kon worden dat hij maatregelen getroffen zou hebben die de hulpvraag overbodig had gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld, dat wanneer een cliënt verhuist naar een woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt of zijn huisgenoten, cliënt niet in aanmerking komt voor (een tegemoetkoming in) woningaanpassingen.
6.3.7. Verhuizing
Een verhuizing die samenhangt met een levensfase (bijvoorbeeld ouder worden en kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen) is voorzienbaar. Deze verhuizingen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd en hiervoor heeft cliënt geld kunnen reserveren. Hiervoor wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. Als een cliënt ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd, dan kan bij het college een melding worden ingediend, om met de Wmo-consulent in kaart te brengen welke mogelijkheden van bijstand en/of maatwerkvoorzieningen er zijn. De cliënt dient zelf te zoeken naar geschikte woonruimte.
6.3.8 Gemeenschappelijke ruimten
Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening voor het aanpassen van een gemeenschappelijke ruimte, wanneer het woongebouw specifiek bedoeld is voor gehandicapten of senioren. Bijvoorbeeld automatische deuropeners, hellingbanen of het verbreden van een toegangsdeur. Ondersteuning vanuit de Wmo is in principe gericht op de cliënt en strekt niet tot algemeen nut.
6.3.9. Kosten van onderhoud en reparatie
-Alle voorzieningen in natura, waarvan de kosten € 300,- of minder bedragen, zijn na verstrekking eigendom van de cliënt. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en reparatie van deze voorzieningen. Voor alle voorzieningen in natura die meer kosten dan € 300,- is het college verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie en de verzekering, mits er geen sprake is van nalatigheid van de cliënt.
-Het bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering van middels pgb verstrekte voorzieningen, wordt vastgesteld naar aanleiding van een de door de cliënt ingediende offerte van een leverancier. Het bedrag wordt uitgekeerd op declaratiebasis.
-Bouwkundige woonvoorzieningen in natura (met uitzondering van bijvoorbeeld een traplift, zorgunit en drempelhulpen) worden eigendom van de woningeigenaar. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie van deze voorzieningen. Voorzieningen die periodiek onderhoud of een keuring nodig hebben, worden in bruikleen verstrekt,
-Trapliften, zorgunits en drempelhulpen worden altijd in bruikleen verstrekt. Deze zijn her inzetbaar, waardoor kapitaalvernietiging kan worden voorkomen.
-Onderhoudskosten van trapliften, elektrische deuropeners, plafondliften en dergelijke worden niet ingelegd bij het CAK.
6.4 Lokaal verplaatsen per vervoermiddel
6.4.1 Deeltaxi
De Deeltaxi is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s, dat middels de vrije reizigerspas vervoer van deur tot deur biedt voor iedere cliënt van Zundert. Het tarief ligt boven dat van het openbaar vervoer, maar onder dat van een reguliere taxi. Mensen met een beperking die geen andere (eigen) oplossing voor hun vervoer hebben, kunnen bij een bepaalde vervoersbehoefte en -frequentie mogelijk in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van de Wmo-Deeltaxipas.
Om in aanmerking te komen voor de Wmo-Deeltaxipas is een indicatie nodig. Hiervoor kan - indien cliënt nog niet bekend is bij de Wmo of het bestaande dossier geen uitsluitsel geeft over de beperkingen op het gebied van vervoer- medisch advies worden aangevraagd.
De cliënt kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen een dezelfde tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Voor het reizen met een medisch begeleider moet een indicatie worden gesteld. Als men een dergelijke indicatie heeft, mag de cliënt niet meer zonder medisch begeleider reizen.
Deeltaxi werkt als volgt:
-aan de cliënt, die in aanmerking komt voor het deeltaxisysteem, wordt een deeltaxipas verstrekt op vertoon waarvan cliënt gebruik kan maken van de deeltaxi;
-in principe is de maximale ritafstand 25 kilometer;
-voor elke rit is de bijdrage gebaseerd op een instaptarief vermeerderd met een kilometertarief;
-een cliënt kan zich door één begeleider laten vergezellen. Voor de begeleider geldt hetzelfde tarief als het Wmo-tarief, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis.
Variabel kilometerbudget
Bij de toekenning van een Wmo-Deeltaxipas wordt de (omvang van de) vervoersbehoefte van de cliënt in beeld gebracht. Vervolgens wordt bepaald welke categorie toereikend is. De volgende categorieën worden gehanteerd:
Km budget
Jaarbudget
Maandbudget
Cat. 1
120km
10km
Cat. 2
480km
40km
Cat. 3
960km
80km
Cat. 4
1.500 km
125km
Cat. 5
maatwerk
maatwerk
Wanneer een categorie niet (meer) toereikend is, onderzoekt de Wmo-consulent of opschaling noodzakelijk is.
6.4.2 Collectief vervoer versus individueel vervoer
Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen, wordt allereerst beoordeeld of Deeltaxi een geschikte oplossing biedt alvorens individuele voorzieningen worden overwogen. De Deeltaxi is hiermee voorliggend op individuele vervoersvoorzieningen, zoals gebruik taxi of gebruik eigen auto en/of aanpassing daarvan. Een individuele voorziening wordt vaak beschouwd als meest wenselijke oplossing, het is vaak niet de goedkoopst adequate oplossing.
6.4.3 Vervoersdoeleinden
Voor vervoer naar school is de cliënt zelf verantwoordelijk. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij speciaal onderwijs) kan leerlingenvervoer bij het college worden aangevraagd op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Zundert 2022. Als bij vervoer naar werk beperkingen worden ervaren, moet cliënt een beroep doen op de werkgever om een oplossing te zoeken.
6.4.4 Aangepaste fietsen
Er zijn fietsen, zoals de driewielfiets en een duofiets, die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht.
Een fiets met lage instap, fiets met hulpmotor of elektrische fiets zijn in principe niet speciaal ontworpen voor mensen met een beperking en worden in de reguliere handel verkocht (al dan niet tweedehands). Daarom worden deze over het algemeen als algemeen gebruikelijk beschouwd.
6.4.5 Scootmobiel
Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden. Het (kortdurend) huren van een scootmobiel is mogelijk.
Stalling Scootmobiel
Als een cliënt in aanmerking komt voor een scootmobiel, onderzoekt het college of deze adequaat kan worden gestald en opgeladen of dat deze mogelijkheden gerealiseerd kunnen worden. Wanneer het woongebouw specifiek bedoeld is voor gehandicapten of senioren is het college niet verantwoordelijk voor het realiseren van stallingsruimten en oplaadpunten voor scootmobiels. Mocht het uiteindelijk niet mogelijk zijn om een adequate stallingsmogelijkheid te realiseren, dan kan een scootmobiel worden afgewezen. Er moet dan wel onderzocht worden of het participatieprobleem van de cliënt op een andere manier kan worden opgelost.
6.4.6 Gesloten buitenwagen
Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig, dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Canta is een bekend merk van een gesloten buitenwagen en wordt vaak als soortnaam gebruikt. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt, maar daarvoor gelden geen aparte verkeersregels. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de cliënt vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd, maar is niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet wordt de toekenning van een gesloten buitenwagen overwogen.
6.4.7 Autoaanpassingen
Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft, die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle).
In de Wmo wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal zeven jaar van de aanpassingen; dit is in praktijk een redelijke termijn. Bij verstrekking van een vergoeding voor een autoaanpassing is het daarom redelijk om van de cliënt te verlangen, dat wordt aangetoond door middel van een keuringsrapport, dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog zo’n zeven jaar mee kan).
Vervanging van een bestaande autoaanpassing of overzetten naar of aanbrengen in een nieuwe auto is niet vanzelfsprekend. Wanneer een dergelijk verzoek wordt gedaan, zal eerst in kaart gebracht worden wat de goedkoopst adequate voorziening is.
6.4.8. Gehandicaptenparkeerkaart
Een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt op basis van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (https://wetten.overheid.nl/BWBR0012625/2013-01-01), als cliënt hiervoor in aanmerking komt. In deze regeling is opgenomen, dat een gehandicaptenparkeerkaart niet wordt afgegeven voordat een geneeskundig onderzoek heeft plaatsgevonden met betrekking tot de handicap van de cliënt. Een medisch advies kan achterwege worden gelaten, indien:
-aan de cliënt eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en bij de verstrekkende instantie bekend is, dat de cliënt nog steeds voldoet aan de in artikel 1 van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart opgenomen criteria;
-aan de cliënt eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en de keurende instantie van oordeel is, dat de cliënt nog steeds voldoet aan de in artikel 1 van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart opgenomen criteria;
-op grond van artikel 49, derde lid, van het BABW (Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer) een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt in verband met een kortstondig verblijf.
Legeskosten
Voor een gehandicaptenparkeerkaart worden leges opgelegd. Deze bedragen zijn terug te vinden op de website van de gemeente Zundert.
Opvragen medisch advies
Wanneer een Wmo-consulent zelf niet kan beoordelen of een cliënt (nog steeds) in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart, wordt er door de Wmo-consulent een externe partij ingeschakeld.
Werkwijze
De uitgave van de gehandicaptenparkeerkaart vindt plaats in het stadskantoor. Cliënt betaalt voor uitgave van de gehandicaptenparkeerkaart de legeskosten en levert, indien van toepassing, de verlopen gehandicaptenparkeerkaart tegelijkertijd in.
6.5 Begeleiding
6.5.1. Afwegingskader
Begeleiding gaat om activiteiten gericht op het bevorderen of behoud van de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie van cliënt. Gedacht kan worden aan het kunnen doen van de administratie, het plannen van de week, regel- en geldzaken, het uitvoeren van algemeen dagelijkse levensverrichtingen, het hebben van een zinvolle invulling van de dag en ondersteuning bij het oplossen van problemen. Ook het ontlasten van de mantelzorger en/of gezinsleden maakt hier onderdeel van uit. Het gaat om activiteiten gericht op het bevorderen van de inzet van mantelzorg en/of het continueren van de inzet van de mantelzorg (voorkomen van overbelasting bij de mantelzorger). Gedacht kan worden aan logeervoorzieningen of vormen van dagbesteding etc.
Cliënten kunnen aanspraak maken op persoonlijke verzorging, wanneer de behoefte aan persoonlijke verzorging in het verlengde ligt van de behoefte aan begeleiding. Deze verzorging houdt dan geen verband met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Persoonlijke verzorging Wmo kan bijvoorbeeld bestaan uit hulp bij het aansturen op de algemene dagelijkse levensverrichtingen, waaronder in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact.
6.5.2. Hanteren van cliëntperspectieven
Het perspectief van de cliënt is van invloed op wat een cliënt zelf kan, wat binnen zijn sociale netwerk kan of wat met voorliggende/algemene voorzieningen opgelost kan worden. Bij begeleiding onderscheiden we drie cliëntperspectieven:
Ontwikkelen: Met de cliënt kan worden toegewerkt naar een verbetering in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, waardoor geen of minder begeleiding vanuit de Wmo noodzakelijk is. Dit perspectief is gericht op afschalen en/of uitstroom.
Stabiliseren: Er is sprake van een langdurige behoefte aan begeleiding vanuit de Wmo, omdat de cliëntsituatie zich op moment van indicatiestelling er niet toe leent zich op alle leefgebieden verder te ontwikkelen om zelfredzamer te worden en/of de maatschappelijke participatie te vergroten. Voor een deel van de cliënten is het perspectief stabilisatie tijdelijk, zij stromen uit of stromen door naar ontwikkeling als hun situatie is gestabiliseerd. Voor een ander deel van de cliënten is op één of enkele leefgebieden wel ontwikkeling mogelijk hetgeen op termijn kan leiden tot afschaling of uitstroom. Mogelijk regieverlies kan door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder worden opgevangen.
Ondersteunen bij achteruitgang: Door een progressieve ziekte is de cliënt in de situatie gekomen, dat zijn zelfredzaamheid en participatie zodanig structureel achteruit zijn gegaan, dat sprake is van regieverlies wat zodanig is dat dit uiteindelijk niet meer door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder opgevangen kan worden en overgang naar de Wlz noodzakelijk is. De ondersteuning is erop gericht om de cliënt en diens netwerk met deze onomkeerbare achteruitgang om te laten gaan en deze draaglijk te maken.
6.5.3. Alleen maatwerkvoorziening als er geen andere oplossingen zijn
Allereerst beoordeelt het college of er eigen mogelijkheden zijn. Hierbij is niet de diagnose leidend (van welk ziektebeeld/welke grondslag is sprake) maar zijn de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt en zijn sociale netwerk leidend. Daarbij wordt in kaart gebracht van welke aandoening of beperking sprake is en wat de effecten daarvan zijn op de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt. Bij het in kaart brengen van de eigen mogelijkheden kan gedacht worden aan handige hulpmiddelen waardoor de cliënt een (deel van de) activiteiten weer zelf kan doen. Bijvoorbeeld een boodschappen-app voor mensen met een verstandelijke beperking, een pictogrammen bord of speciale multomap waarmee de administratie overzichtelijk opgeborgen kan worden. Ter ondersteuning van de mantelzorger kan hierbij gedacht worden aan beeldspraakverbindingen, een alarmeringssysteem of scholing van mantelzorgers waardoor de draagkracht wordt vergroot.
6.5.4. Gebruikelijke hulp
Het college beziet of er sprake is van gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is hulp, die verwacht wordt van huisgenoten en die normaal wordt geacht in een relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben (zoals bezoek familie/ vrienden, bezoek (huis)arts, het doen van de administratie). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen kortdurende en langdurige situaties:
Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende situatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat deze daarna niet meer is aangewezen op Wmo-ondersteuning. Hierbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Langdurig: als het gaat om een chronische situatie, dan is het begeleiden van een cliënt gebruikelijke hulp, wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven voor partner, ouder, inwonend kind en/of andere huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Te denken valt aan het bezoeken van familie/ vrienden, (huis)arts of zaken die bij een gezamenlijk huishouden horen zoals het doen van de administratie.
Alleen wanneer sprake is van een langdurige situatie waarbij de tijdsinvestering in activiteiten in relatie tot een situatie waarin geen sprake is van een beperking substantieel wordt overschreden, is er sprake van boven gebruikelijke hulp. In bijlage 5 is opgenomen op welke wijze afgewogen wordt of er sprake is van overbelasting.
De draaglast/draagkracht van de betrokken mantelzorgers zal, waar van toepassing, in het onderzoek in beeld worden gebracht.
Het college beziet of personen uit het sociale netwerk een oplossing kunnen zijn voor de hulpvraag. Kunnen zij bijvoorbeeld samen de administratie doen, door regelmatig een oogje in het zeil te houden structuur in de week aanbrengen, kunnen zij door het samen activiteiten ondernemen zorgen voor een zinvolle invulling van (een deel van) de dag? Kan het sociaal netwerk bijvoorbeeld een deel van de activiteiten van de mantelzorger overnemen, zodat er een gedeelde verantwoordelijkheid wordt ervaren. Kunnen vrienden, buren of familie een oogje in het zeil houden of kunnen zij door het samen met de cliënt ondernemen van activiteiten ervoor zorgen dat de mantelzorger even op adem kan komen of zijn eigen activiteiten kan ondernemen?
6.5.5. Voorliggende voorzieningen - algemene voorziening - algemeen gebruikelijke voorziening
Vervolgens beoordeelt het college of in het gesprek alle voorliggende voorzieningen zijn meegenomen. Alvorens een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo te verstrekken is het van belang om na te gaan wat de mogelijkheden van behandeling zijn. Soms kunnen een maatwerkvoorziening Wmo (begeleiding) en behandeling gelijktijdig worden ingezet. De maatwerkvoorziening Wmo neemt de taak dan tijdelijk over totdat de taak in de behandeling is aangeleerd. Ook de mogelijkheden van wettelijk voorliggende voorzieningen worden in kaart gebracht zoals opvoedingsondersteuning voor de ouders vanuit de Jeugdwet, persoonlijke verzorging of mantelzorgondersteuning vanuit de Zorgverzekeringswet, arbeidsvoorzieningen op grond van de ziektewet, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Wajong of Participatiewet. Als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde wetgeving niet mogelijk is, dan kan een maatwerkvoorziening Wmo worden overwogen.
De hulpvraag van een cliënt kan, door de zwaarte van de beperking, zo omvangrijk zijn dat een indicatie voor de Wlz aan de orde is. Het gaat hier om cliënten die 24 uur intensieve zorg en toezicht dichtbij nodig hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om ouderen met ernstige dementie, om mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking en om mensen met een ernstige psychische stoornis. In de memorie van toelichting op de wet is opgenomen, dat, indien cliënten een beroep kunnen doen op de Wlz, zij geen beroep kunnen doen op ondersteuning op grond van de Wmo. Mantelzorgers van cliënten met een toelating tot de Wlz kunnen geen gebruik maken van maatwerkvoorzieningen Wmo voor respijtzorg. Voor algemene mantelzorgondersteuning (zoals advies, voorlichting etc.) kan wel een beroep op de Wmo gedaan worden.
Het college beoordeelt of algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn meegenomen en beoordeelt of deze passend zijn in de individuele situatie van de cliënt. Deze voorzieningen moeten voor de cliënt daadwerkelijk beschikbaar zijn, financieel gedragen kunnen worden met een inkomen op minimumniveau en adequate compensatie bieden. Bieden welzijnsactiviteiten een oplossing? Bijvoorbeeld een Pluspunt of Inloopvoorziening (waar ontmoeting en activiteiten plaatsvinden), een administratie-maatjes project, vrijwillige thuiszorg, mantelzorgondersteuning door de welzijnsinstelling, een cursus waardoor de cliënt zijn sociale netwerk uitbreidt, de inzet van vrijwilligers of een soos voor mensen met een verstandelijke beperking etc.
In Zundert bestaat de huiskamer voor ouderen, wat aangemerkt kan worden als algemene voorziening voor kwetsbare ouderen. Oudere cliënten van Zundert, die behoefte hebben aan dagstructuur en een zinvolle dagbesteding, worden eerst toegeleid naar de huiskamer voor een periode van 3 maanden. In deze 3 maanden wordt onderzocht of de huiskamer voldoende compensatie biedt voor de cliënt en zijn naasten. Indien dit niet het geval is, wordt de cliënt aangemeld voor een indicatie zinvolle dagbesteding.
De aanlopen zijn laagdrempelige steunpunten waar cliënten indicatieloos en kosteloos terecht kunnen. Laagdrempelige steunpunten zijn er voor mensen met (ernstige) psychische kwetsbaarheden en de inzet van ervaringsdeskundigheid staat centraal. Binnen het aanbod zijn herstel en ontwikkeling belangrijke kenmerken.
Cliënten worden gewezen op de huiskamer, de aanlopen en andere voorzieningen die algemeen toegankelijk zijn. Indien dit voldoende compensatie biedt voor hun problematiek, wordt geen maatwerkvoorziening op grond van de Wmo verstrekt.
6.5.6. Maatwerkvoorziening
Als de hiervoor beschreven afweging niet geleid heeft tot een (volledige) oplossing van de hulpvraag zal het college een maatwerkvoorziening verstrekken op basis van het van toepassing zijnde clientperspectief en de benodigde intensiteit (waakvlam, laag, midden, hoog). We onderscheiden de volgende maatwerkvoorzieningen begeleiding:
-Waakvlam ontwikkeling
-Begeleiding ontwikkeling
-Dagbesteding ontwikkeling
-Waakvlam stabilisatie
-Begeleiding stabilisatie laag
-Begeleiding stabilisatie midden
-Begeleiding stabilisatie hoog
-Daginvulling stabilisatie
-Arbeidsmatige dagbesteding
-Begeleiding verminderde zelfredzaamheid
-Daginvulling verminderde zelfredzaamheid
-Logeerzorg
Een combinatie van individuele begeleiding, begeleiding in een groep en logeeropvang kan voorkomen. In bijlage 5 worden alle vormen van de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding verder toegelicht. Indien een cliënt niet zelf kan voorzien in het vervoer naar daginvulling stabilisatie, daginvulling bij verminderde zelfredzaamheid of arbeidsmatige dagbesteding, dan kan hiervoor een indicatie aan de cliënt worden afgegeven per etmaal/ etmalen per week per kilometercategorie. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gewoon- en rolstoelvervoer. Bij dagbesteding ontwikkeling reist de cliënt in principe zelfstandig. Er kan tijdelijk vervoer worden ingezet met als doel toewerken naar zelfstandig reizen naar de dagbesteding.
De ondersteuning kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. In de verordening zijn de uitgangspunten voor het pgb vastgelegd.
Bij het vormgeven van de maatwerkvoorziening wordt het uitgangspunt gehanteerd, dat de ondersteuning zo dichtbij mogelijk bij de cliënt (thuis, school, kern of wijk} georganiseerd is.
7. Persoonsgebonden budget – maatwerkvoorzieningen
7.1 Pgb voor huishoudelijke ondersteuning
7.1.1 Uitgangspunten besteding pgb
De uitgangspunten voor de HO pgb zijn:
-Er wordt bij het HO pgb gekozen voor een resultaatgerichte werkwijze.
-Er wordt onderscheid gemaakt in de pgb-tarieven. Hierbij wordt uitgegaan van verschillende marktconforme tarieven, die gebaseerd zijn op diegene die de ondersteuning levert:
o Pgb professioneel;
o Pgb niet-professioneel/sociaal netwerk.
-Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning wordt gekeken naar de wijze waarop de cliënt kan worden gestimuleerd om zelf huishoudelijke taken te blijven doen of weer te gaan doen. Er wordt om die reden gewerkt met twee cliëntperspectieven, te weten:
o Ontwikkeling;
o Stabilisatie.
-De combinatie van de persoon, die de ondersteuning levert, en de leefsituatie van de cliënt leidt tot een specifieke pgb-categorie met een daarbij horend pgb-tarief.
-Het maximale pgb-tarief is gelijk aan het tarief ‘Huishoudelijke ondersteuning zorg in natura’ (hierna: HO zin).
-Bij Huishoudelijke ondersteuning + (hierna: HO+) kan alleen een pgb worden ingezet als de cliënt een vertegenwoordiger/gemachtigde heeft die pgb vaardig is (zie alinea 4.3.) en die erop stuurt dat de ondersteuning aansluit op de benodigde kwaliteit en het te behalen resultaat.
-Bij HO+ is zorgcontinuïteit essentieel. De vertegenwoordiger/gemachtigde van de cliënt is hiervoor verantwoordelijk, ook bij verlof of ziekte van de hulp. Kan dit niet worden gegarandeerd, dan wordt er geen pgb ingezet.
7.1.2 Hoogte pgb
De Wmo stelt dat de cliënt met zijn pgb een gelijkwaardige voorziening moet kunnen treffen als bij de inzet van zorg in natura. Het toegekende pgb dient te worden aangewend voor de inkoop van huishoudelijke ondersteuning.
Voor een pgb wordt, net als voor zorg in natura, het HHM-normenkader (bijlage 3) als richtlijn gebruikt. De hoogte van het pgb wordt mede bepaald door het type ondersteuningsverlener. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen: pgb professioneel en pgb niet professioneel/sociaal netwerk.
Indien de budgethouder verplicht is tot het afdragen van werkgeverslasten, wordt het budget met inachtneming van op dat moment geldende wet- en regelgeving met die lasten verhoogd.
Tarief pgb niet professioneel/sociaal netwerk
Voor de berekening van het budget wordt gebruik gemaakt van het uurtarief gebaseerd op de cao VVT, salarisschaal HBH, trede 5, en het uurtarief conform de cao VVT te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren.
Tarief pgb professioneel
Het budget bedraagt maximaal het tarief, dat is overeengekomen voor een verstrekking middels zorg in natura.
De maximale tarieven zijn opgenomen in bijlage 6 van deze beleidsregels.
Lager tarief
Het pgb-plan wat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het tarief wat is opgenomen in het pgb-plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bijlage 6, dan wordt dit tarief gehanteerd. Het uurtarief wordt wel gecheckt vanwege de wetgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB.
Hoger tarief
In uitzonderingssituaties is het mogelijk om gemotiveerd een hoger tarief vast te stellen. Is meer inzet van huishoudelijke ondersteuning nodig en dus een hoger tarief, dan wordt hiervoor het HHM-normenkader als richtlijn gebruikt.
Eigen bijdrage
Het college keert een “bruto” pgb uit aan de SVB. Hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb.
Indexatie
Het tarief pgb niet professioneel/sociaal netwerk wordt geïndexeerd overeenkomstig de cao VVT. Het tarief pgb professioneel wordt gelijktijdig geïndexeerd met het tarief zorg in natura.
7.1.3 Salaris zorgverlener
Het salaris van de zorgverlener is het uurloon dat de zorgverlener kan declareren. In het uurloon zijn de reiskosten, het vakantiegeld en tegenwaarde verlofuren inbegrepen. Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan:
-Feestdagenuitkering: Uit het pgb mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener worden betaald;
-Kosten voor het voeren van een pgb-administratie: De SVB beheert het budget;
-Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt;
-Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.
7.1.4 Uurlonen
Voor huishoudelijke ondersteuning is het niet toegestaan vaste maandlonen af te spreken met Een zorgverlener. Alleen uurlonen worden toegestaan.
7.1.5 Beëindiging toekenning
Voor huishoudelijke ondersteuning geldt aanvullend, dat de toekenning eindigt:
-op de laatste dag van de indicatieperiode;
-als de budgethouder wordt opgenomen in een Wlz-instelling en deze opname een permanent karakter heeft;
-als de budgethouder langer dan 2 maanden aaneengesloten is opgenomen in een instelling;
-als de budgethouder recht heeft op huishoudelijke ondersteuning volgens een andere regeling;
-als de budgethouder verhuist naar een andere gemeente;
-als de budgethouder aangeeft geen pgb meer te willen ontvangen en eventueel kiest voor een verstrekking in natura. Verplichtingen die de budgethouder is aangegaan met een zorgverlener, dienen op dat moment door de budgethouder tijdig te worden beëindigd.
In dat geval blijft het recht op huishoudelijke ondersteuning (bij ongewijzigde omstandigheden) bestaan, maar wijzigt de vorm en krijgt cliënt een nieuwe beschikking. Een cliënt kan één keer per jaar wisselen tussen het pgb en verstrekking in natura.
7.2 Pgb voor begeleiding, dagbesteding en logeerzorg
7.2.1 Pgb vaardigheid
Voor pgb-vaardigheid zie hoofdstuk 5.
7.2.2 Pgb-plan
Bij het pgb voor begeleiding werken we met een pgb-plan waarin doelen en resultaten, activiteiten en frequentie worden benoemd. Het pgb-plan is gelijk voor het pgb bij een zorgaanbieder en het pgb sociaal netwerk. Van de pgb-houder wordt verwacht dat deze een kwalitatief goed doordacht pgb-plan opstelt. Hij levert een pgb-plan voor begeleiding aan, dat inzicht geeft in de ondersteuningsvraag van de cliënt en benoemt te bereiken doelen en resultaten, frequentie van ondersteuning en de uit te voeren activiteiten. De pgb houder dient te beseffen dat het pgb-plan een belangrijk document is.
7.2.3 Toets op resultaat
Indien een cliënt kiest voor een pgb, dient vooraf de afweging gemaakt te worden of het resultaat kan worden behaald met het pgb. Het is belangrijk, dat het pgb zo wordt ingezet dat het in het pgb-plan geformuleerde resultaat wordt behaald. De pgb houder is hier verantwoordelijk voor. Het college informeert de pgb houder vooraf, dat periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo-consulent wordt vastgesteld, dat de resultaten die in het pgb-plan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties:
-Het resultaat wordt opnieuw geformuleerd. De pgb houder c.q. zijn ondersteuner moet kunnen beredeneren waarom het resultaat niet behaald is en waarom dit niet eerder met de Wmo-consulent besproken is;
-Pgb wordt omgezet naar zorg in natura of andere pgb-begeleider;
-Pgb wordt beëindigd en het pgb budget moet terugbetaald worden.
7.2.4 Kwaliteitseisen pgb begeleiding
Net als bij zorg in natura is het ook bij het pgb belangrijk dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. De pgb houder is verantwoordelijk voor het aantonen van de kwaliteit. De pgb-houder ondertekent een verklaring waarin hij aangeeft dat de pgb zorgverlener voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.
Algemene kwaliteitseisen
Alle maatschappelijke ondersteuning die wordt geboden, dus ook de ondersteuning op basis van het pgb voor begeleiding dient te voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor kwaliteit. Deze voorwaarden gelden zowel voor zorgaanbieders/ Zzp’er als sociaal netwerk/ overig die op grond van een pgb ondersteunen. In de Wmo is opgenomen dat een voorziening in elk geval:
a.Veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt;
b.Wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt;
c.Wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
d.Wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
Kwaliteitseisen zorgaanbieders/ zzp’ers
Aan zorgaanbieders/zzp’ers worden de volgende kwaliteitseisen gesteld:
-Met het pgb worden gestelde resultaten bereikt en dit wordt inzichtelijk gemaakt. Wanneer er meerdere professionele en niet professionele begeleiders worden ingezet, maakt de pgb houder inzichtelijk hoe dit op elkaar is afgestemd;
-In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken sluit de zorg naadloos aan. De pgb houder is verantwoordelijk voor een planning die hierin voorziet;
-Pgb-zorgaanbieder werkt doelgericht, systematisch en planmatig;
-Pgb-houder en/of zijn netwerk en/of zijn pgb-hulpverlener communiceert in de Nederlandse taal met het college;
-Opdrachtnemer heeft een inschrijving Kamer van Koophandel;
-Opdrachtnemer heeft een voor haar branche geldend kwaliteitsborgingscertificaat, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel, een geldig ISO 9001:2008-certificaat met daarbij een bewijs van implementatie van additionele normen die gelden voor haar branche, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel, een geldig ISO 9001:2015-certificaat met daarbij een bewijs van implementatie van additionele normen die gelden voor haar branche, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel een kwaliteitsborgingssysteem waarvan na toetsing gesteld kan worden dat het aan het hier bovenstaande gelijk te stellen is;
-Opdrachtnemer hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
-Opdrachtnemer heeft een bedrijfs- en/of beroepsaansprakelijkheidsverzekering tot een bedrag van € 1.000.000,-;
-Opdrachtnemer hanteert de meldplicht calamiteiten, zoals beschreven in artikel 3.4 van de Wmo, en meldt calamiteiten bij de toezichthouder van het college;
-Opdrachtnemer zorgt ervoor dat de kwaliteit van de maatwerkvoorziening overeenkomstig de gangbare kwaliteitsmaatstaven in de zorg- en welzijnssector is en steeds in overeenstemming is met de Wmo en de daarop gebaseerde regelingen;
-Opdrachtnemer houdt zich aan de privacy wet- en regelgeving;
-Alle medewerkers zijn in bezit van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG).
Bij de uitvoering van de overeenkomst wordt gewerkt met aantoonbaar bekwame en geschoolde beroepskrachten, in overeenstemming met de wet- en regelgeving alsmede geldende cao’s;
-Opdrachtnemer werkt met medewerkers, die onder supervisie staan van een medewerker met minimaal mbo niveau 4 van een relevante opleiding. Voor het product stabilisatie hoog geldt, dat opdrachtnemer met medewerkers werkt die onder supervisie staan van een hbo geschoolde professional. Waar een zzp-er zelfstandig de begeleiding verzorgt, dient deze te voldoen aan de opleidingseis. De opleidingenlijst is op aanvraag te verkrijgen.
Aanvullende kwaliteitseisen die gelden voor locaties pgb-professionals
Voor locaties pgb-professionals worden de volgende aanvullende kwaliteitseisen gesteld:
-wanneer ondersteuning wordt geboden op locatie anders dan bij de cliënt, dient de locatie te voldoen aan alle relevante wet- en regelgeving en vergunningen;
-het te behalen resultaat kan op de locatie op een veilige en gezonde wijze worden behaald;
-de aanbieder heeft een methode geïmplementeerd, waarmee in kaart wordt gebracht welke veiligheidsrisico’s/gezondheidsrisico’s er bestaan in, op of aan een pand;
-de aanbieder inventariseert veiligheidsrisico’s/gezondheidsrisico’s met betrekking tot de voorziening structureel.
Kwaliteitseisen niet professionals
Naast de hiervoor genoemde algemene kwaliteitseisen worden aan het sociaal netwerk/overig, die worden gecontracteerd door de pgb-houder, de volgende kwaliteitseisen gesteld:
-Met het pgb worden gestelde resultaten bereikt en dit wordt inzichtelijk gemaakt. Wanneer er meerdere niet professionele begeleiders met het pgb begeleiding worden ingezet, wordt inzichtelijk gemaakt hoe dit op elkaar is afgestemd;
-Het overleggen van een VOG-verklaring met uitzondering van personen uit het gezin van de pgb houder en eerste- en tweedegraads familieleden;
-In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken sluit de zorg naadloos aan. De pgb houder is verantwoordelijk voor een planning die hierin voorziet;
-De zorgverlener mag niet overbelast zijn;
-De zorgverlener heeft een stabiele persoonlijke situatie (een indicatie kan bijvoorbeeld zijn dat deze zelf in ieder geval geen begeleiding heeft).
-De pgb-houder of zijn netwerk en/of de pgb-hulpverlener communiceert met het college in de Nederlandse taal.
7.2.5 Uitsluitingen pgb voor begeleiding
Gebruikelijke hulp bij begeleiding
Het pgb voor begeleiding mag niet ingezet worden voor gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de hulp, die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de huisgenoten. Tot huisgenoten worden gerekend de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor gebruikelijke hulp bij begeleiding:
-Gebruikelijke hulp wordt verwacht in een kortdurende zorgsituatie, die een periode van maximaal drie maanden beslaat, en waarin uitzicht is op herstel;
-In een zorgsituatie, die langer dan drie maanden duurt en waarin uitzicht is op herstel en in een zorgsituatie waarin geen uitzicht is op herstel wordt gebruikelijke hulp verwacht bij:
-Begeleiding op het terrein van maatschappelijke deelname. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van een huisarts of het bezoeken van dagbesteding;
-Begeleiding bij het normale maatschappelijke verkeer binnen de levenssfeer. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van vrienden of familie;
-Het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het doen van administratie.
Pgb sociaal netwerk/ overig
Bij zorg in natura kennen we stabilisatie midden en hoog. Deze is bedoeld voor cliënten, die beperkingen hebben die (langdurig) gepaard gaan met matig of zwaar regieverlies, of met een invaliderende aandoening of beperking (fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele beperkingen). Deze beperkingen hebben een tekortschietend zelfregelend vermogen tot gevolg. De integratie in de samenleving door de beperking of aandoening kan zeer moeilijk zijn. Gezien de benodigde deskundigheid voor deze producten, is het bieden van deze vorm van begeleiding door het sociaal netwerk in principe niet aan de orde. Maatwerk blijft altijd mogelijk. Een uitzondering kan gemaakt worden, als aangetoond kan worden dat de begeleider uit het sociaal netwerk beschikt over de benodigde diploma’s en ervaring om deze vorm van begeleiding te bieden.
Het pgb sociaal netwerk kan niet worden ingezet voor de producten dagbesteding ontwikkelgericht, arbeidsmatige dagbesteding, daginvulling stabilisatie, daginvulling bij verminderde zelfredzaamheid en logeerzorg.
Verbeterbare problematiek
Wanneer de Wmo-consulent vindt dat er sprake is van verbeterbare problematiek (ontwikkelen), is het uitgangspunt, dat door de pgb ondersteuner wordt gewerkt aan verbetering en/of herstel. Dit geldt zowel voor het sociaal netwerk/ overig als voor zorgaanbieders/ Zzp’ers. Wanneer de cliënt, het sociaal netwerk of de zorgaanbieder in tegenstelling tot de Wmo-consulent van mening is, dat de problematiek niet te verbeteren is, is de ondersteuning niet cliëntgericht en wordt geen pgb verstrekt en wordt een andere passende oplossing gezocht. Dit kan zijn een zorg in natura maatwerkvoorziening of een pgb bij een andere zorgaanbieder. Als hierover tussen het college en cliënt verschil van mening ontstaat, dan kan een onafhankelijk advies worden opgevraagd.
7.2.6 Hoogte pgb voor begeleiding
Voor de hoogte van het pgb voor begeleiding wordt onderscheid gemaakt in:
•ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als zelfstandig werkend ondernemer: 100 % van het tarief waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht;
•voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen, die niet als ondersteuners als bedoeld hierboven worden aangemerkt, bedraagt de hoogte van het pgb niet meer dan het op grond van de Wlz geldende tarief voor zorg van niet-professionele zorgverleners (peiljaar 2025 € 25,65);
•Indien de budgethouder verplicht is tot het afdragen van werkgeverslasten, wordt het budget met inachtneming van op dat moment geldende wet- en regelgeving met die lasten verhoogd.
De maximale tarieven zijn opgenomen in bijlage 6 van deze beleidsregels.
De pgb tarieven professionals worden jaarlijks geïndexeerd volgens de methodiek van het contract maatwerkvoorziening Begeleiding. De pgb tarieven voor niet professionals/sociaal netwerk worden één keer per jaar geïndexeerd. Hiervoor benutten we het tarief sociaal netwerk Wlz wat op 1 oktober het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar bekend is.
Lager maandtarief
Het pgb-plan, wat wordt ingediend door de cliënt, is leidend. Ligt het maandtarief, wat is opgenomen in het pgb-plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabel, dan wordt het door de pgb houder opgegeven tarief gehanteerd. Het college checkt wel het uurtarief vanwege de wet- en regelgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB.
Het pgb mag niet hoger zijn dan het tarief, dat beschikbaar is voor de begeleiding zorg in natura. In individuele situaties blijft maatwerk mogelijk en kan op basis van een onderbouwde motivatie het pgb tarief worden verhoogd met de benodigde extra inzet.
Het college keert een “bruto” pgb uit aan de SVB. Hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb.
7.2.7 Salaris zorgverlener
Het salaris van de zorgverlener is het uurloon, dat de zorgverlener kan declareren. Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan:
a.Feestdagenuitkering: Uit het pgb mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener worden betaald;
b.Reiskosten;
c.VOG-verklaring: Uit het pgb mag geen VOG-verklaring worden betaald;
d.Kosten voor het voeren van een pgb-administratie: De SVB beheert het budget;
e.Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan, dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt;
f.Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.
7.2.8 Uurlonen
Voor de begeleiding is het niet toegestaan vaste maandlonen af te spreken met een zorgverlener. Alleen uurlonen worden toegestaan.
7.3 Pgb voor rolstoelen, losse woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen
7.3.1. Programma van eisen
Wanneer een cliënt kiest voor een pgb, krijgt hij na indicatie bij de beschikking een Programma van Eisen (hierna: PvE) waar de voorziening aan moet voldoen. De cliënt kan op basis van dit PvE zelf de voorziening aanschaffen.
Als de cliënt een andere voorziening wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening, die de cliënt aanschaft, moet de beperking volledig op hetzelfde niveau compenseren als in het PvE wordt gesteld.
Een niet stabiele gezondheidssituatie kan er toe leiden, dat het college zal besluiten dat toekenning van een pgb niet mogelijk is, omdat hiermee niet snel en adequaat op een veranderende situatie ingesprongen kan worden.
7.3.2. Opvragen offertes
De cliënt vraagt op basis van het PvE zelf een offerte voor levering, onderhoud en verzekering van de voorziening op. In opdracht van het college vraagt de cliënt een tweede offerte op bij Mediplus of Mobiliteit & Comfort.
7.3.3. Duur van de toekenning
De voorziening in de vorm van pgb wordt tenminste toegekend voor de normale afschrijvingstermijn (tenzij anders beschreven in de beschikking). Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan er door cliënt geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening.
De situatie van de cliënt kan verslechteren. Als wordt verwacht dat de cliënt (langzaam) achteruit zal gaan, wordt dit ook opgenomen in het PvE. Indien nodig dient cliënt mee te werken aan een medisch onderzoek of een passing.
7.3.4. Normale afschrijvingstermijn
Het college verstaat onder de normale afschrijvingsduur de technische afschrijvingsduur. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passend voor de cliënt, in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken. De normale afschrijvingstermijnen zijn in bijlage 2 opgenomen.
7.3.5. Hoogte pgb
Het pgb voor voorzieningen dient in beginsel toereikend en vergelijkbaar te zijn met de in natura voorziening. De maximale bedragen zijn afgeleid van de bedragen die gelden voor de in natura voorzieningen, inclusief kosten voor onderhoud/reparaties en verzekering. De kosten van de individuele afgestemde aanpassingen worden op grond van de offerte(s) van de hulpmiddelenleverancier(s) vastgesteld. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd. In de beschikking wordt een bedrag opgenomen voor verzekering en onderhoud en reparaties. Deze kosten worden vergoed op declaratiebasis tot een - in de beschikking vastgesteld - maximum bedrag per jaar. De hoogte van het pgb en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking.
Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden voor zover de kosten van het pgb hoger zijn, dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod duurder is dan het aanbod van het college, betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is, dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte, dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat het college vanwege inkoopvoordelen maatwerkvoorzieningen al snel goedkoper zal kunnen leveren, dan wanneer iemand zelf ondersteuning inkoopt met een pgb.
7.3.6. Aanschaf
Na ontvangst van de beschikking heeft de cliënt zes maanden de tijd om de voorziening aan te schaffen. De Wmo-consulent zal na circa vier maanden contact opnemen met cliënt om te vragen of het lukt om een voorziening aan te schaffen. Mocht het op dat moment nodig zijn, dan krijgt cliënt de mogelijkheid om alsnog naar in natura over te stappen.
7.3.7. Omzetting pgb in voorziening in natura
Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura is niet meer mogelijk nadat het pgb reeds is besteed aan een voorziening. De cliënt moet dan tenminste vijf jaar wachten met het doen van een nieuwe aanvraag.
7.3.8. Omzetting voorziening in natura in pgb
Een eenmaal verstrekte voorziening in natura kan gedurende de duur van de verstrekking - indien de voorziening nog het goedkoopst en adequaat is en niet technisch en/of economisch is afgeschreven - niet omgezet worden in een pgb.
7.3.9. Intrekking
Een pgb kan ingetrokken worden als de cliënt de voorziening niet binnen zes maanden aanschaft of inkoopt.
Bijlage 1 Zelfredzaamheid-Matrix
Zelfredzaamheid-Matrix 2017
GGD Amsterdam. Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd, Van den Boom, Segeren, Klaufus, Kamann, Fassaert &Tigchelaar. 2016.
ZRM-supplement: Ouderschap 2017
GGD Amsterdam. Fassaert, Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd en Schönenberger. 2016
Bijlage 2 Normale afschrijvingstermijnen Wmo voorzieningen
4jaar
5jaar
6jaar
7jaar
10jaar
Aangepast autozitje voor kinderen
Aankoppelbaar fietsdeel (o.a. handbike)
Elektrische rolstoel
Autoaanpassingen
Traplift
Douche/toiletstoel-zelfbeweger of verrijdbaar
Duofiets
Handbewogen rolstoel kortdurend gebruik
Driewielfiets
Douchebrancard
Elektrische aandrijfunit (o.a. e-motion)
Handbewogen rolstoel semi-permanent gebruik
Duwondersteuning op handbewogen rolstoel
Kinderduwwandelwagen
Elektrische driewielfiets
Handbewogen rolstoel permanent gebruik
Kinderrolstoel elektrisch
Handbewogen vastframe actief rolstoel
Scootmobiel
Kinderrolstoel handbewogen
Handbewogen vouwframe actief rolstoel
Tillift
Bijlage 4 Omschrijvingen van de vormen van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning
Clientperspectief ontwikkeling
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning Ontwikkeling
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling is gericht op tijdelijk ondersteuning van huishoudelijke taken die de cliënt nog niet kan uitvoeren. Nadruk ligt op instructie, advies en voorlichting met als doel dat cliënt de huishoudelijke taken zelfstandig uit kan voeren waardoor huishoudelijke ondersteuning kan worden afgebouwd.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
De cliënt die ontwikkelbaar is op de huishoudelijke activiteiten.
Looptijd indicatie:
Korte looptijd met periodieke evaluatie op het bereiken van de afgesproken resultaten.
Indien na deze looptijd de huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling niet heeft geleid tot meer zelfredzaamheid, wordt onderzocht welke ondersteuning het meest passend is.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
De gestelde resultaten dienen binnen de gestelde termijn bereikt te zijn. Aanbieders beschikken over de mogelijkheden en gekwalificeerde medewerkers om de gestelde resultaten (SMART geformuleerd) binnen de looptijd van de indicatie te behalen.
De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan.
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten (bijvoorbeeld met eventuele aanbieder Wmo Begeleiding) en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker is in staat om de cliënt op een activerende wijze huishoudelijke vaardigheden te leren om zelfredzaam te worden.
De medewerker kan de cliënt motiveren, coachen en trainen.
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning Plus Ontwikkeling
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning Plus ontwikkeling is gericht op tijdelijk ondersteuning van huishoudelijke taken die de cliënt nog niet kan uitvoeren. Nadruk ligt op instructie, advies en voorlichting met als doel dat cliënt de huishoudelijke taken zelfstandig uit kan voeren waardoor huishoudelijke ondersteuning kan worden afgebouwd.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
De cliënt met gedragsproblematiek wat zorgt voor een belemmering in het uitvoeren van de huishoudelijke activiteiten, maar ontwikkelbaar is op de huishoudelijke activiteiten.
Looptijd indicatie:
Korte looptijd met periodieke evaluatie op het bereiken van de afgesproken resultaten.
Indien na deze looptijd de huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling niet heeft geleid tot meer zelfredzaamheid, wordt onderzocht welke ondersteuning het meest passend is.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
De gestelde resultaten dienen binnen de gestelde termijn bereikt te zijn. Aanbieders beschikken over de mogelijkheden en gekwalificeerde medewerkers om de gestelde resultaten (SMART geformuleerd) binnen de looptijd van de indicatie te behalen.
De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan.
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker beschikt over de competenties om te kunnen gaan met doelgroepen met gedragsproblematiek (bijvoorbeeld mensen met een psychisch/sociale problematiek en/of verstandelijke beperking).
De medewerker is in staat om de cliënt op een activerende wijze huishoudelijke vaardigheden te leren om zelfredzaam(er) te worden.
De medewerker kan de cliënt motiveren, coachen en trainen.
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Samenwerking met Wmo begeleiding
Indien er sprake is van de inzet van een maatwerkvoorziening begeleiding in de thuissituatie, dan wordt van de aanbieder verwacht dat er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met deze aanbieder.
Clientperspectief Stabilisatie
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning light
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning light is gericht op het structureel, maar niet wekelijks uitvoeren van een deel van de huishoudelijk taken.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
Cliënt die niet wekelijks ondersteuning nodig heeft bij de huishoudelijke activiteiten.
Looptijd indicatie:
Middellange of lange looptijd
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de client en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning stabilisatie kortdurend
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie kortdurend is gericht op tijdelijk ondersteuning (overname) van huishoudelijke taken.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan
Doelgroep:
Cliënten die vanwege tijdelijk fysiek ongemak (operatie, revalidatie etc.) niet in staat zijn de huishoudelijke taken zelfstandig uit te voeren.
Looptijd indicatie:
Korte looptijd met periodieke evaluatie gericht op de afschaling van de omvang van de huishoudelijke ondersteuning.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert wanneer er sprake is van structurele terugval, structurele verandering en/of onveilige situaties en hier actie op ondernemen;
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning Stabilisatie Langdurend
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie langdurend is gericht op langdurige structurele ondersteuning bij het uitvoeren van een deel van de huishoudelijk taken.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
Cliënt die structureel ondersteuning nodig heeft bij de huishoudelijke activiteiten.
Looptijd indicatie:
Lange looptijd
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten (bijvoorbeeld met eventuele aanbieder Wmo Begeleiding) en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de client en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Productnaam:
Huishoudelijke Ondersteuning Plus Stabilisatie
Inhoudelijke omschrijving product:
Huishoudelijke ondersteuning plus stabilisatie langdurend is gericht op langdurige structurele ondersteuning voor het uitvoeren van een deel van de huishoudelijk taken.
De uit te voeren huishoudelijke taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
De cliënt met gedragsproblematiek wat zorgt voor een belemmering in het uitvoeren van de huishoudelijke activiteiten en structureel ondersteuning nodig heeft bij de huishoudelijke activiteiten.
Looptijd indicatie:
Lange looptijd
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker beschikt over competenties om, om te gaan met doelgroepen met gedragsproblematiek (bijvoorbeeld mensen met een psychisch/sociale problematiek en/of verstandelijke beperking).
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Samenwerking met Wmo begeleiding
Indien er sprake is van de inzet van een maatwerkvoorziening begeleiding in de thuissituatie, dan wordt van de aanbieder verwacht dat er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met deze aanbieder.
Overige producten
Productnaam:
Wasverzorging
Inhoudelijke omschrijving product:
Wasverzorging bestaande uit:
Wassen en centrifugeren in wasmachine
Deze drogen in droogmachine of ophangen
Vouwen en opbergen
Eventueel strijken
De uit te voeren taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
Cliënten voor wie de algemene voorziening ‘Het Waspunt’ geen mogelijkheid biedt om de wasverzorging uit te laten voeren.
Looptijd indicatie:
Kort, middellang of lange looptijd.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen
Productnaam:
Boodschappen
Inhoudelijke omschrijving product:
Het wekelijks (1x per week) halen en opbergen van boodschappen voor dagelijkse levensbehoeften en activiteiten. In individuele gevallen valt hier het opmaken van een boodschappenlijstje en de check op de (houdbaarheid van de) voorraad onder.
De uit te voeren taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
Cliënt voor wie de voorliggende voorzieningen niet toereikend zijn om te kunnen voorzien in het doen van de boodschappen.
Looptijd indicatie:
Kort, middellang of lange looptijd
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen en instrueert de medewerkers hierover.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de client en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Productnaam:
Maaltijdvoorziening
Inhoudelijke omschrijving product:
Het dagelijks (maximaal 5x per week) bereiden van de broodmaaltijden en klaarzetten en/of opwarmen van een warme maaltijd
De uit te voeren taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Doelgroep:
Cliënten voor wie de voorliggende voorzieningen niet toereikend zijn om te kunnen voorzien in de maaltijden.
Looptijd indicatie:
Kort, middellang of lange looptijd.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder heeft kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker betrekt de cliënt en zijn/haar (sociaal) netwerk.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
Productnaam:
Kindzorg
Inhoudelijke omschrijving product:
De tijdelijk zorg voor minderjarige kinderen tot er een structurele oplossing beschikbaar is.
De uit te voeren taken vinden plaats op basis van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (HHM) en het leveringsplan.
Kindzorg is altijd maatwerk.
Doelgroep:
Kinderen die niet zelfredzaam zijn waarvan ouder/ ouders (tijdelijk) niet in staat is/ zijn om voor hen te zorgen.
Looptijd indicatie:
Maximaal 3 maanden.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Aanbieder legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De medewerker beschikt over competenties die nodig zijn voor de verzorging van kinderen.
De medewerker signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen.
De medewerker betrekt de client en zijn/haar (sociaal) netwerk.
Bijlage 5 Omschrijvingen van de categorieën begeleiding
Clientperspectief ontwikkeling
Productnaam:
Waakvlam ontwikkeling (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Begeleiding Waakvlam ontwikkeling is erop gericht dat de cliënt met minimale ‘activerende’ ondersteuning op eigen kracht verder kan en/of doorgeleid wordt naar het voorliggend veld en/of sociaal netwerk. Er is op korte termijn verbetering mogelijk in de situatie van de client.
Doelgroep:
Cliënten hebben een behoorlijke mate van zelfredzaamheid en kunnen uitstromen naar voorliggend veld, eigen kracht, sociaal netwerk. Cliënt heeft niet complexe ondersteuningsvragen, te behalen resultaten zijn beperkt in aantal (maximaal 2). De client heeft een mate van voorspelbaarheid en is bereid/gemotiveerd om zich te ontwikkelen.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•De gestelde resultaten dienen binnen 1 jaar bereikt te zijn. Aanbieders dienen over de mogelijkheden te beschikken en gekwalificeerde medewerkers in te zetten om de gestelde resultaten binnen 1 jaar te behalen.
•De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleider beschikt over de competenties om de cliënt op een activerende wijze op diverse leefgebieden vaardigheden te leren om zelfredzaam te worden.
•De begeleider kan de cliënt motiveren, coachen en trainen
•De begeleider is doortastend en voert zo nodig lichte druk uit.
•De begeleider heeft goede kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen.
•De begeleider legt de nodige verbindingen en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
•De begeleider signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen
•De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking
Beschikbaarheid en planning:
Waakvlam ontwikkeling gaat uit van een minimale beschikbaarheid die goed planbaar is
Er sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Als na de initiële looptijd van de beschikking de begeleiding waakvlam ontwikkeling bij de client niet heeft geleid tot zelfredzaamheid, vindt doorstroom plaats naar waakvlam stabilisatie of wordt onderzocht welk product het meest passend is.
Voorliggende voorzieningen zijn één van de mogelijkheden voor de cliënt om zelfredzaam te worden. De begeleider leidt de cliënt toe naar deze mogelijkheden en consolideert het gebruik hiervan, zodanig dat de cliënt met voorliggende producten geen Wmo-begeleiding meer nodig heeft.
Clientperspectief ontwikkeling
Productnaam:
Begeleiding ontwikkeling (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Begeleiding ontwikkeling is erop gericht dat de cliënt met een ontwikkeltraject op eigen kracht verder kan en/of doorgeleid wordt naar het voorliggend veld en/of sociaal netwerk of afschalen naar waakvlam ontwikkeling. Bij begeleiding ontwikkeling kan worden gewerkt aan meerdere resultaten op meerdere levensgebieden.
Doelgroep:
Cliënten zijn redelijk zelfredzaam en kunnen met een ontwikkeltraject de benodigde vaardigheden aanleren om zelfredzaam te zijn of mee te kunnen doen.
Cliënt heeft ondersteuningsvragen op één of meerdere leefgebieden, deze ondersteuningsvragen zijn niet complex van aard. De client is ontwikkelbaar en staat hiervoor open.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Aanbieders dienen over de mogelijkheden te beschikken en gekwalificeerde medewerkers in te zetten om de gestelde resultaten binnen de in de indicatie gestelde termijn te behalen. Indien ontwikkeling niet binnen de gestelde termijn bereikt worden dan is overgang naar het perspectief stabilisatie aan de orde.
•De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleider beschikt over de competenties om de cliënt op een activerende wijze de vaardigheden aan te leren om zelfredzaam te worden.
•De begeleider is doortastend en voert zo nodig lichte druk uit.
•De begeleider heeft goede kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en schept kaders voor toeleiding van de client naar het voorliggend veld.
•De begeleider legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
•De begeleider kan de client motiveren, coachen en trainen
•De begeleider signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en handelt daarnaar.
•Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er ook sprake is van huishoudelijke ondersteuning dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.
•De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking
Beschikbaarheid en planning:
Gezien de beperkingen van de cliënt is er sprake van planbare ondersteuning en er is sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Dit product is erop gericht dat de cliënt op termijn zelfredzaam wordt. Afschaling is mogelijk naar het voorliggend veld of naar waakvlam.
De aanbieder zet aantoonbaar in om de beweging naar voren te maken. De aanbieder schept kaders om de client door te geleiden naar lokale voorliggende voorzieningen. Doordat de aanbieder actief verbinding legt en contacten onderhoudt in het voorliggend veld is er sprake van een warme overdracht bij het afschalen en uitstromen.
Clientperspectief ontwikkeling
Productnaam:
Dagbesteding ontwikkelingsgericht (Perceel 4)
Inhoudelijke omschrijving product:
Dagbesteding ontwikkelingsgericht is bedoeld voor cliënten die een stap op de participatieladder kunnen zetten maar nog zodanige begeleiding in dagstructuur en dagritme nodig hebben waardoor zij nog niet onder de doelgroepen/mogelijkheden vallen van het Werkplein en het UWV die hen gaan ondersteunen om de volgende stap op de participatieladder te zetten.
Doelgroep:
Cliënten dienen vaardigheden aan te leren om hun arbeidskansen te verhogen en terug te kunnen keren op de arbeidsmarkt, bij voorkeur betaalde arbeid of in ieder geval een traject vanuit het Werkplein of UWV (beschut werk, gesubsidieerde arbeid, vrijwilligerswerk).
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•De aanbieder dient te beschikken over een setting die het verrichten van arbeid omvat.
•De aanbieder werkt in de keten pro-actief samen met het Werkplein en UWV om cliënten over te dragen vanuit de Wmo, zodra de cliënt zodanige vaardigheden heeft ontwikkeld dat deze binnen de doelgroepen van Werkplein en UWV valt.
•De aanbieder beschikt over medewerkers met kennis van de sector waarop de dagbesteding gericht is.
•Dagbesteding ontwikkelingsgericht wordt bij voorkeur in de omgeving van de cliënt aangeboden. De cliënt reist in principe zelfstandig naar de dagbesteding.
•De aanbieder werkt binnen de dagbesteding ontwikkelingsgericht aan de individuele ontwikkeling van de client waardoor het ook nodig kan zijn om gedurende het dagbestedingstraject individuele gesprekken en activiteiten uit te voeren die zijn gericht op de uitstroom van de client, naar betaalde arbeid of in ieder geval een traject vanuit het Werkplein of UWV (beschut werk, gesubsidieerde arbeid, vrijwilligerswerk).
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleider dient te beschikken over competenties om de cliënt te activeren en te coachen om een stap te zetten op de participatieladder.
Beschikbaarheid en planning:
Er is sprake van planbare ondersteuning.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Voorliggende voorzieningen op het product dagbesteding ontwikkelingsgericht zijn de mogelijkheden die het Werkplein en het UWV bieden. Zodra een cliënt binnen deze mogelijkheden valt, zal instroom in de Wmo dagbesteding ontwikkelingsgericht niet plaatsvinden of is uitstroom uit Wmo dagbesteding ontwikkelingsgericht aan de orde.
Clientperspectief Stabilisatie
Productnaam:
Waakvlam stabilisatie (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Waakvlam stabilisatie is gericht op het in beeld houden en monitoren van cliënten om de stabiele situatie te handhaven. Hierdoor wordt een terugval in de zelfredzaamheid en/of participatie voorkomen. Er wordt met de client aan een beperkt aantal resultaten (maximaal 2) op een beperkt aantal leefgebieden gewerkt. Door waakvlam stabilisatie wordt een oogje in het zeil gehouden onder andere door het voeren van ventilerende gesprekken met de cliënt.
Doelgroep:
Cliënten die voor een lange periode minimale begeleiding nodig hebben om zelfredzaam te blijven en/ of te participeren. Het gaat om niet complexe ondersteuningsvragen van cliënten waar verdere ontwikkeling van hun zelfredzaamheid en/of participatie niet mogelijk is. De clientsituatie is stabiel en er is sprake van een redelijke mate van zelfredzaamheid.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
Niet van toepassing.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleider signaleert wanneer er sprake is van structurele terugval, structurele verandering en/of onveilige situaties en kan hier actie op ondernemen;
•De begeleider legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken instanties/personen om de cliënt heen.
•De begeleider begeleidt de cliënt waar mogelijk voor deelresultaten naar het voorliggend veld.
Beschikbaarheid en planning:
Waakvlam stabilisatie gaat uit van een minimale beschikbaarheid die goed planbaar is.
Er sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Voor deelresultaten, zoals het voeren van ventilerende gesprekken, kan toegewerkt worden naar het voorliggend veld.
Clientperspectief stabilisatie
Productnaam:
Begeleiding stabilisatie laag (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Ondersteuning die geboden wordt om de zelfredzaamheid en/of participatie te behouden. Doel is het stabiliseren van de clientsituatie of het behouden van een bereikte stabiele situatie. Ontwikkeling is mogelijk op subdoelen.
Doelgroep:
Cliënten hebben ondersteuning nodig om hun situatie stabiel te houden. Als er sprake is van het moeten stabiliseren van de clientsituatie dan is beperkte inzet nodig om weer grip op het leven te krijgen. Cliënten zijn in redelijke mate zelfredzaam wat gezien hun clientsituatie verder bevorderd kan worden. Er is doorgaans wekelijks contact of meerdere korte momenten per week. De client is zelf of met zijn netwerk in staat om regie te kunnen voeren.
Het betreft hier:
•Cliënten die zich niet (verder) kunnen ontwikkelen en altijd een vorm van ondersteuning nodig zullen hebben, er is een gering risico op terugval en als er terugval is dan zijn de gevolgen beperkt;
•Cliënten met een complexe clientsituatie die zodanig gestabiliseerd zijn dat ze geen intensieve ondersteuning (meer) nodig hebben, er is een gering risico op terugval en als er terugval is dan zijn de gevolgen beperkt;
•Cliënten waar met een beperkte inzet een stabiele clientsituatie bereikt kan worden.
Daarnaast kan dit product worden ingezet als de cliënt in afwachting van behandeling is waardoor nog niet (of niet voldoende) aan begeleidingsdoelen gewerkt kan gaan worden. Dit om de periode tot de behandeling start te overbruggen.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Het kunnen opvangen van pieken en dalen in de stabiliteit van de cliënt
•Indien van toepassing afstemmen met behandeling om de stabiele situatie te handhaven.
•Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er in een clientsituatie sprake is van de combinatie van huishoudelijke ondersteuning en begeleiding dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.
•Indien van toepassing begeleidt de aanbieder de cliënt (en zijn netwerk) in het toeleiden naar de Wet langdurige zorg (Wlz).
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•Client kunnen stimuleren op subdoelen zaken aan te leren
•Cliëntsituatie zodanig stabiliseren dat ontwikkeling weer mogelijk is
•Kaders stellen als dat nodig is om de geformuleerde resultaten te bereiken
•De begeleider is aangesloten op de lokale voorliggende voorzieningen
•De begeleider legt de nodige verbindingen en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
•De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking
Beschikbaarheid en planning:
Begeleiding stabilisatie laag is goed planbaar en stelt geen specifieke eisen aan de beschikbaarheid. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Afschalen mogelijk naar waakvlam, naar begeleiding ontwikkeling of naar het voorliggend veld.
Als behandeling geweigerd wordt dan kan de indicatie voor begeleiding stopgezet worden.
Clientperspectief stabilisatie
Productnaam:
Begeleiding stabilisatie midden (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Ondersteuning die voor langere tijd geboden wordt om de zelfredzaamheid en/of participatie te behouden. Doel is het stabiliseren van de clientsituatie en het behouden van een bereikte stabiele situatie. Ontwikkeling is mogelijk op subdoelen.
Doelgroep:
Cliënten hebben voor langere tijd ondersteuning nodig om hun situatie te stabiliseren dan wel stabiel te houden. Er is sprake van forse beperkingen in de zelfredzaamheid. Problematiek kan spelen op meerdere levensdomeinen. Denk hierbij aan (ex)verslavingsproblematiek, het niet hebben van een stabiele thuissituatie, suïcidale gedachten, opvoed-en of relatievraagstukken etc.
Gebeurtenissen zorgen voor een sterke verergering van de clientsituatie. De client kan niet de regie voeren en hiervoor niet of beperkt terugvallen op zijn netwerk. Mantelzorgers zijn overbelast en/of hebben zelf ook beperkingen.
Het vraagt veel aandacht om de doelen te bereiken, er is wekelijks één langer durend contact of er zijn meerdere contactmomenten in de week noodzakelijk.
Het betreft hier:
•Cliënten die zich niet (verder) kunnen ontwikkelen en altijd een vorm van ondersteuning nodig zullen hebben waar sprake is van een kwetsbare situatie met een groot risico op terugval;
•Cliënten die eerst een stabiele situatie moeten bereiken voordat ze zich verder kunnen ontwikkelen en waar intensievere inzet nodig is om deze situatie te bereiken;
Als er sprake is van behandeling dan kan de begeleiding bij de client aanvullend op het behandeltraject, wat wordt gevolgd, ingezet worden. Ook kan dit product kan ingezet worden bij het wachten op behandeling maar alleen op het moment dat er tijdens het wachten op behandeling al wel aan de begeleidingsdoelen gewerkt kan worden.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Het kunnen opvangen van pieken en dalen in de stabiliteit van de cliënt
•Indien van toepassing toe leiden naar en afstemmen met behandeling om de stabiele situatie te handhaven.
•Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er in een clientsituatie sprake is van de combinatie van huishoudelijke ondersteuning en begeleiding dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.
•Indien van toepassing begeleidt de aanbieder de cliënt (en zijn netwerk) in het toeleiden naar de Wet langdurige zorg (Wlz).
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•Client kunnen stimuleren op subdoelen zaken aan te leren
•De begeleider is doortastend en kan indien nodig de benodigde druk uitoefenen .
•Client en indien van toepassing zijn netwerk ondersteunen bij het voeren van regie op zichzelf
•Cliëntsituatie zodanig stabiliseren dat ontwikkeling weer mogelijk is dan wel dat de client minder intensieve begeleiding nodig heeft
•Kaders stellen als dat nodig is om de geformuleerde resultaten te bereiken
•De begeleider is aangesloten op de lokale voorliggende voorzieningen
•De begeleider legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.
•De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking
Beschikbaarheid en planning:
Begeleiding stabilisatie midden is goed planbaar en stelt geen specifieke eisen aan de beschikbaarheid. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Afschalen mogelijk naar waakvlam, naar begeleiding stabilisatie laag, naar begeleiding ontwikkeling of naar het voorliggend veld.
Als behandeling geweigerd wordt dan kan de indicatie stopgezet worden.
Clientperspectief stabilisatie
Productnaam:
Begeleiding stabilisatie hoog (Perceel 2)
Inhoudelijke omschrijving product:
De ondersteuning is gericht op de noodzaak om een (multi-)complexe situatie eerst te stabiliseren voordat ontwikkeling op alle leefgebieden mogelijk wordt. Op één of meerdere leefgebieden is gaandeweg het traject wel ontwikkeling mogelijk Het kan noodzakelijk zijn om eerst een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen voordat intensief aan de stabilisatie gewerkt kan gaan worden.
Doelgroep:
Cliënten waarbij sprake is van zodanige complexe (multi-) problematiek dat de andere producten voor begeleiding thuis niet voldoen om zich te kunnen blijven handhaven in de samenleving. Er is sprake van intensieve inzet waarbij doorgaans meerdere (langer durende) contactmomenten per week nodig zijn.
Hierbij kan gedacht worden aan:
Cliënten met multiproblematiek waarbij ook sprake kan zijn van complexe gezinssituaties;
Zorgmijders waarbij sprake is van overlastgevend gedrag;
(Ex-)gedetineerden;
Cliënten die uitstromen uit beschermd wonen of wachten op plaatsing beschermd wonen;
Cliënten die uitstromen uit de maatschappelijke opvang dan wel waar de instroom in maatschappelijke opvang voorkomen moet worden.
Clientperspectieven kunnen bij deze doelgroep door elkaar lopen maar stabilisatie is leidend.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Aantoonbare ervaring met begeleiden van deze complexe doelgroep
•Een netwerk hebben dan wel binnen afzienbare tijd opbouwen op het terrein van beschermd wonen / maatschappelijke opvang, crisiszorg en in de veiligheidsketen.
•Integraal werken, in ieder geval in de ketens jeugd en participatie en de keten zorg en veiligheid
•De aanbieder heeft de casusregie en onderneemt daartoe de nodige acties (zoals bijvoorbeeld het organiseren van een zorgconferentie)
•Signaleren of behandeling noodzakelijk is en toe leiden naar behandeling
•Signaleren of zelfstandig wonen verantwoord mogelijk is of dat toegeleid moet worden naar een beschermde woonomgeving
•De evaluaties worden opgesteld door of onder toezicht van een hbo-geschoolde medewerker
•Aanbieder is beschikbaar en aanspreekbaar bij zorgen en/of overlast voor de directe omgeving van de client, zoals van buren/ omwonenden.
•Product wordt uitgevoerd onder supervisie van een HBO geschoolde professional.
•Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er in een clientsituatie sprake is van de combinatie van huishoudelijke ondersteuning en begeleiding dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleider is doortastend en kan indien nodig de benodigde druk uitoefenen
•De begeleider heeft een stevige persoonlijkheid en heeft levenservaring
•De begeleider werkt samen met ketenpartners rondom de cliënt
•De begeleider heeft een ‘hands on’ mentaliteit om zaken te regelen zoals huisvesting, inkomen, afkicktraject om vervolgens te kunnen doorpakken richting stabilisatie.
•De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking
Beschikbaarheid en planning:
Client kan vaak en op niet voorziene momenten om contact en/of ondersteuning vragen. Aanbieder is hiertoe 7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar (digitaal en/of telefonisch).
Er is geen behoefte aan 24 uurs nabijheid / oproepbaarheid.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Als stabilisatie is gerealiseerd is doorstroom naar lichtere vormen van begeleiding (gericht op stabilisatie dan wel ontwikkeling) of uitstroom mogelijk.
Lokale voorzieningen uit het voorliggend veld kunnen voor deelvragen een oplossing bieden.
Als behandeling geweigerd wordt kan de indicatie voor begeleiding stopgezet worden.
Als de benodigde intensieve inzet na herhaalde pogingen door de aanbieder niet geleverd kan worden door weigering / zorgmijding van de client kan afgeschaald worden naar een andere vorm van begeleiding stabilisatie (midden of laag).
Clientperspectief stabilisatie
Productnaam:
Arbeidsmatige dagbesteding (Perceel 5)
Inhoudelijke omschrijving product:
Dagbesteding heeft als doel de cliënt een zinvolle invulling van de dag te bieden met kenmerken van arbeid, waarbij geen arbeidsproductiviteit wordt verwacht.
Uitstroom naar reguliere arbeid, beschut werk, gesubsidieerde arbeid en vrijwilligerswerk is (nog) niet aan de orde. Deze dagbesteding biedt een alternatief voor werk of school voor mensen die geen betaald werk kunnen doen.
Doelgroep:
Cliënten hebben geen arbeidsvermogen en zijn niet in staat tot (aangepast) werk of vrijwilligerswerk maar hebben wel dagritme en dagstructuur nodig. Cliënten hebben nog niet de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Cliënten zijn niet in staat een stap op de participatieladder te maken.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Aanbieder sluit met de dagbesteding aan bij de behoeften en wensen van de cliënten.
•Aanbieder biedt een veilige omgeving aan passend bij de clientsituatie.
•Aanbieder biedt lichte vormen van assistentie bij persoonlijke verzorging.
•De aanbieder werkt binnen de arbeidsmatige dagbesteding aan de stabilisatie van de client. Om dit te bereiken kan het nodig zijn om tijdens de dagbesteding individuele gesprekken en activiteiten uit te voeren die zijn gericht op het behalen van de voor de client geformuleerde te behalen doelen voor de arbeidsmatige dagbesteding.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleiding beschikt over competenties om cliënten te stimuleren en activeren bij een zinvolle invulling van de dag
•De begeleiding stabiliseert en voorkomt achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden.
•De begeleiding stemt af en/of werkt samen in de keten met andere zorgaanbieders, die bij de cliënt betrokken zijn.
Beschikbaarheid en planning:
Er is sprake van planbare ondersteuning.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Client kan doorstromen naar dagbesteding ontwikkelingsgericht.
Een Wmo-maatwerkvoorziening is niet aan de orde wanneer de inzet van algemene en/of voorliggende voorzieningen voldoende is om de doelen van de client te bereiken.
Clientperspectief stabilisatie
Productnaam:
Daginvulling stabilisatie (Perceel 3)
Inhoudelijke omschrijving product:
De daginvuling stabilisatie verzorgt voor de cliënt een zinvolle invulling van de dag en is belevingsgericht van aard.
Doelgroep:
Cliënten hebben nog een bepaalde mate van zelfredzaamheid, maar hebben dagstructuur nodig en/of de mantelzorgers moeten worden ontlast. Cliënten zijn stabiel, er is (nog) geen sprake van een progressief ziektebeeld. Er is geen sprake van een complexe situatie. Dit product kent een diverse doelgroep waaronder ouderen (somatisch of psychogeriatrisch), Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH), verstandelijke beperking of (chronische) psychiatrie.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Aanbieder sluit met de dagbesteding aan bij de behoeften en wensen van cliënten.
•Aanbieder biedt een veilige omgeving aan passend bij de clientsituatie.
•Aanbieder biedt lichte vormen van assistentie bij persoonlijke verzorging op de groep zoals bij de toiletgang.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleiding beschikt over competenties om cliënten te stimuleren en activeren bij een zinvolle invulling van de dag
•De begeleiding stabiliseert en voorkomt achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden.
•De begeleiding stemt af en/of werkt samen in de keten met andere zorgaanbieders, die bij de cliënt betrokken zijn.
Beschikbaarheid en planning:
Er is sprake van planbare ondersteuning.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Een Wmo-maatwerkvoorziening is niet aan de orde wanneer de inzet van algemene en/of voorliggende voorzieningen voldoende is om de doelen van de client te bereiken. Te denken valt aan huiskamerprojecten, inloopvoorzieningen, vrijwillige thuiszorg, maatjes-project etc.
Clientperspectief ondersteunen bij achteruitgang
Productnaam:
Begeleiding verminderde zelfredzaamheid7 (Perceel 1)
Inhoudelijke omschrijving product:
Ondersteuning thuis in de situatie dat de zelfredzaamheid en participatie van de client door een progressief ziektebeeld zodanig achteruit is gegaan dat sprake is van regieverlies. Dit regieverlies is zodanig dat dit niet meer door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder opgevangen kan worden. De ondersteuning is erop gericht om de client en diens mantelzorger / netwerk met deze onomkeerbare achteruitgang om te laten gaan en deze draaglijk te maken. Dit product kan ingezet worden ter ontlasting van de mantelzorger. Daarnaast betreft het individuele ondersteuning voor alleenwonenden om de periode tot aan WLZ indicatie te overbruggen.
Doelgroep:
Cliënten hebben een progressieve ziekte, bijvoorbeeld ouderen met psycho-geriatrische of somatische aandoeningen. De zelfredzaamheid van deze cliënten neemt steeds verder af en die afname is onomkeerbaar. Er is geen sprake van een complexe Wmo-ondersteuningsvraag.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Tussentijdse evaluaties zijn noodzakelijk om signalen op te vangen en door te leiden naar de Wet langdurige zorg.
•De aanbieder begeleidt de cliënt (en zijn netwerk) in het toe leiden naar de Wet langdurige zorg (Wlz).
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•Tijdig signaleren verdere achteruitgang en actie ondernemen om passende ondersteuning te verkrijgen;
•Kennis van progressieve ziektebeelden, in ieder geval psychogeriatrie;
•Het netwerk van de client begeleiden bij het accepteren van de achteruitgang van hun relatie.
Beschikbaarheid en planning:
Gezien de beperkingen van de cliënt zal er meestal sprake van planbare ondersteuning en is er sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Lokale mantelzorgondersteuning is voorliggend, alleen als die niet voldoet dan kan dit product worden ingezet.
Op termijn zullen deze cliënten overgaan naar de Wlz.
Overige eisen/ voorwaarden aan ondersteuning en/ of aanbieder:
•Dit product wordt ingezet als er een contra-indicatie / aversie is voor de producten daginvulling/ dagopvang
•Dit product kan niet ingezet worden in combinatie met de producten daginvulling/dagopvang
Clientperspectief ondersteunen bij achteruitgang
Productnaam:
Daginvulling verminderde zelfredzaamheid8 (Perceel 3)
Inhoudelijke omschrijving product:
De daginvulling achteruitgang biedt in een beschermde omgeving een (zinvolle) invulling van de dag en is belevingsgericht van aard.
Doelgroep:
Cliënten hebben een progressieve ziekte en zijn in de fase gekomen dat zij zodanig zijn achteruitgegaan dat hun zelfredzaamheid nog minimaal is.
Cliënten met psychogeriatrisch of somatisch ziektebeeld, die ook al deels lichamelijke ondersteuning nodig hebben en/of gedragsproblemen hebben.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•Aanbieder sluit met de dagbesteding aan bij de behoeften en wensen van cliënten.
•Aanbieder biedt een veilige omgeving aan passend bij de clientsituatie.
•Aanbieder biedt lichte vormen van assistentie bij persoonlijke verzorging.
•De aanbieder begeleidt de cliënt (en zijn netwerk) in het toe leiden naar de Wet langdurige zorg (Wlz).
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•De begeleiding beschikt over competenties om cliënten te begeleiden bij achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden.
•De begeleiding stemt af en/of werkt samen in de keten met andere zorgaanbieders, die bij de cliënt betrokken zijn.
•De begeleiding stemt af met het netwerk van de cliënt
Beschikbaarheid en planning:
Er is sprake van planbare ondersteuning.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Cliënten hebben een progressief ziektebeeld, de beweging naar het voorliggend veld is niet meer aan de orde. Wel is extra aandacht voor de toeleiding naar de Wlz. Er is sprake van periodieke evaluatiemomenten voor toeleiding naar de Wet langdurige zorg.
Vervoer
Productnaam:
Vervoer door aanbieder (percelen 3, 4 en 5)
Inhoudelijke omschrijving product:
Vervoer heeft tot doel dat cliënten de locatie waar de dagbesteding (daginvulling, arbeidsmatige dagbesteding, dagbesteding ontwikkeligsgericht) plaatsvindt op tijd kunnen bereiken.
De gemeente bepaalt of er een indicatie is voor het product Vervoer door aanbieder.
De aanbieder is verantwoordelijk voor het bieden van passend vervoer, naar en van de dichtbijzijnde passende dagbesteding.
Vervoer door gaanbieder is formeel vervoer in de vorm van regulier (taxi)vervoer (door personenauto of personenbus) of rolstoelvervoer.
Doelgroep:
De cliënt die een indicatie heeft voor daginvulling stabilisatie, daginvulling achteruitgang, arbeidsmatige dagbesteding of dagbesteding ontwikkelingsgericht kan een aanspraak hebben op vervoer door aanbieder als hij hierop redelijkerwijs is aangewezen.
Randvoorwaarden
•Gemeente vergoedt vervoer naar de dichtstbijzijnde passende locatie. Dat is de locatie waar het resultaat, wat voor de cliënt benoemd is, bereikt kan worden. Indien de cliënt wenst te gaan naar een locatie verder weg, dan zijn de (extra) kosten voor rekening van de cliënt.
•Vervoer door aanbieder wordt per client maximaal 5 etmalen per week ingezet.
•Aanbieder kan voor het organiseren van vervoer geen gebruik maken van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer zolang deze vorm van vervoer contractueel niet opengesteld is voor dagbestedingsvervoer.
Categorieën
Vervoer door aanbieder kent de volgende categorieën:
•Vervoer tot 10 kilometer regulier vervoer
•Vervoer tot 10 kilometer rolstoelvervoer
•Vervoer 10 tot 30 kilometer regulier vervoer
•Vervoer 10 tot 30 kilometer rolstoelvervoer
•Vervoer 30 tot 40 kilometer regulier vervoer
•Vervoer 30 tot 40 kilometer rolstoelvervoer
•Vervoer 40 kilometer of meer regulier vervoer
•Vervoer 40 kilometer of meer rolstoelvervoer
De genoemde kilometers betreffen de enkele reis
Specifieke eisen voor aanbieden product:
•In geval van rolstoelvervoer houdt aanbieder zich aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden
Kwaliteit/ competenties medewerker:
•Niet van toepassing
Beschikbaarheid en planning:
Vervoer moet zodanig vormgegeven zijn dat de client aanwezig is als de dagbesteding start (dit kan een vaste starttijd zijn of een venstertijd voor inloop) en dat de client direct na afloop van de dagbesteding (dit kan een vaste einddtijd zijn of een venstertijd voor uitloop) naar zijn woonadres wordt vervoerd.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Voorliggend op het product vervoer door zorgaanbieder: Openbaar vervoer, eigen vervoer (zelfstandig of door partner, mantelzorger, sociaal netwerk), het zich lopend dan wel met een mobliteitshulpmiddel verplaatsen). In deze situaties is er geen aanspraak op het product vervoer door aanbieder.
Bij dagbesteding ontwikkelingsgericht wordt het product vervoer alleen tijdelijk ingezet, gericht op het aanleren zelfstandig naar de dagbesteding te reizen. De client die dagbesteding ontwikkelingsgericht ontvangt reist in principe zelfstandig naar de dagbesteding.
Logeerzorg
Productnaam:
Logeerzorg
Inhoudelijke omschrijving product:
Logeerzorg is gericht om (dreigende) overbelasting van mantelzorgers tegen te gaan. Deze maatwerkvoorziening is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt. De maatwerkvoorziening logeerzorg wordt ingezet als de mantelzorg overbelast is of overbelast dreigt te raken als de inzet van de eigen kracht, het sociaal netwerk en/of algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen niet voldoende zijn om de ondersteuningsvraag van de cliënt te beantwoorden. We hebben hierbij nadrukkelijk aandacht voor de draagkracht en draaglast van de mantelzorger.
Doelgroep:
Voor logeerzorg komen cliënten met chronische (complexe) problemen door een somatische, zintuiglijke of verstandelijke beperking, een psychische- of cognitieve aandoening of dementie / geheugenproblemen in aanmerking. Bij de mantelzorger van deze cliënt is ontlasting nodig om (dreigende) overbelasting te voorkomen.
Specifieke eisen voor aanbieden product:
De locatie waar de maatwerkvoorziening logeerzorg biedt ten minste:
1Een uitnodigende / gezellige uitstraling van de logeeraccommodatie voor cliënten;
2Comfortabel ingerichte logeerkamer voor de cliënt.
3Alle locaties van de aanbieder waar cliënten in het kader van logeerzorg komen moeten afgestemd zijn op de cliëntgroep. Zit- en slaapvoorzieningen kunnen aangepast worden aan de zorgbehoefte van de cliënt en er zijn rolstoel toegankelijke douche- en toiletvoorzieningen indien relevant voor de cliënt.
Kwaliteit/ competenties medewerker:
De uitvoerende medewerker(s) van de aanbieder die de maatwerkvoorziening logeerzorg leveren aan de cliënt zijn – gedurende het contract - in het bezit van een afgeronde relevante opleiding passend bij Wmo logeerzorg en de doelgroep of aantoonbaar vergelijkbaar (nader te beoordelen door de gemeenten).
Beschikbaarheid en planning:
Logeerzorg gaat uit van planbare zorg, er is sprake van een voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning inzetten gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de client.
Indicatie kan afgegeven voor maximaal 15 etmalen per jaar.
Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging):
Naast logeerzorg zijn er nog andere mogelijkheden om de mantelzorger tot steun te zijn, hier kan gekeken worden naar de lokale voorliggende voorzieningen. De mantelzorgondersteuning vanuit de zorgverzekeringswet is voorliggend. Daarnaast is respijtzorg vanuit de WLZ voorliggend.
Bijlage 6 Tarieven
6.1 Tarieven pgb huishoudelijke ondersteuning
Pgb tarieven huishoudelijke ondersteuning niet professioneel/sociaal netwerk:
Producten HO Pgb
Inzet in minuten per week
Jaarbudget per 1 januari 2026
Uurtarief
HO stabilisatie light
63
€1178,82
€21,83
HO ontwikkeling
155
€2925,22
€21,83
HO stabilisatie
125
€2357,64
€21,83
HO stabilisatie was 1 persoon
188
€3558,29
€21,83
HO stabilisatie was 2 personen
196
€3711,10
€21,83
Boodschappen
51
€964,89
€21,83
HO pgb Maaltijden
10minuten per broodmaaltijd
20minuten per warme maaltijd
Maximaal 5 dagen per week
€21,83
HO pgb Maatwerk (kindzorg en
HO plus met inzet zorgprofessional)
€21,83
PGB tarieven huishoudelijke ondersteuning professioneel (peiljaar 2026)
Product
Uurtarief
Maandtarief
HO light
€ 39,26
€ 176,65
HO stabilisatie (kort of langdurend)
€ 39,26
€ 353,30
HO stabilisatie incl. wasverzorging en strijk (1 persoon)
€ 39,26
€ 507,05
HO stabilisatie incl. wasverzorging en strijk (v.a. 2 personen)
€ 39,26
€ 530,61
Boodschappen (bij doelgroep) HO
€ 39,26
€ 143,94
Maaltijden (bij doelgroep) HO
•Warme maaltijd (5x)
•Dagelijkse broodmaaltijd (5x)
•Dagelijkse broodmaaltijd (10x)
€ 39,26
€ 283,46
€ 141,73
€ 283,46
HO+ stabilisatie
€ 42,04
€ 469,45
HO+ stabilisatie incl. wasverzorging en strijk (1 persoon)
€ 42,04
€ 634,11
HO+ stabilisatie incl. wasverzorging en strijk (v.a. 2 personen)
€ 42,04
€ 659,33
Boodschappen (bij doelgroep) HO+
€ 42,04
€ 154,15
Maaltijden (bij doelgroep) HO+
•Warme maaltijd (5x)
•Dagelijkse broodmaaltijd (5x)
•Dagelijkse broodmaaltijd (10x)
€ 42,04
€ 303,57
€ 151,78
€ 303,57
HO ontwikkeling
€ 39,60
€ 438,36
HO+ ontwikkeling
€ 42,60
€ 560,54
6.2 Tarieven pgb begeleiding
Beide tabellen betreffen peildatum 1 januari 2026.
Tarieven per maand voor pgb begeleiding professionals
Product
Tarief zorg in natura 2026
Waakvlam ontwikkeling
€ 169,04
Begeleiding ontwikkeling
€ 727,48
Dagbesteding ontwikkelingsgericht
€ 1.358,35
Waakvlam stabilisatie
€ 164,70
Begeleiding stabilisatie laag
€ 693,46
Begeleiding stabilisatie midden
€ 1.297,21
Begeleiding stabilisatie hoog
€ 2.391,22
Arbeidsmatige dagbesteding
€1083,35
Daginvulling stabilisatie
€ 682,07
Begeleiding verminderde zelfredzaamheid
€ 1.126,72
Daginvulling verminderde zelfredzaamheid
€ 910,82
Logeerzorg per etmaal
€ 243,94
Tarieven per maand Pgb niet professionals/sociaal netwerk
Waakvlam ontwikkeling
€ 53,96
Begeleiding ontwikkeling
€ 233,65
Waakvlam stabilisatie
€ 53,96
Begeleiding stabilisatie laag
€ 233,65
Begeleiding verminderde zelfredzaamheid
€ 409,02
Begeleiding stabilisatie midden
€ 409,02
Begeleiding stabilisatie hoog
nvt
Daginvulling stabilisatie
nvt
Daginvulling verminderde zelfredzaamheid
nvt
Dagbesteding ontwikkeling
nvt
Arbeidsmatige dagbesteding
nvt
Logeerzorg
nvt