Aanhef
Inleiding
Hoofdstuk 1 Werkingsgebied
Hoofdstuk 2 De Kwaliteitsborger en instrumenten
Hoofdstuk 3 Relevante momenten voor het bevoegd gezag
Hoofdstuk 4 Voor de bouw
Hoofdstuk 5 Tijdens de bouw
Hoofdstuk 6 Na de bouw
Hoofdstuk 7 Algemene Risico’s regio Midden-Holland
Hoofdstuk 8 Specifiek: toezicht en handhaving
Hoofdstuk 9 Sanctiestrategie
Bijlagen
Toezicht en Handhaving Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
1Met de Wkb hebben wij in de praktijk nog nauwelijks ervaring. De praktijk en jurisprudentie kunnen aanleiding geven tot aanpassing van deze beleidsuitgangspunten.
Inleiding
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) treedt op 1 januari 2024, gelijktijdig met de Omgevingswet, in werking. De Wkb brengt grote veranderingen met zich. Het college blijft weliswaar verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, maar een aanzienlijke hoeveelheid toezichts- en toetsingstaken wordt overgedragen aan een nieuwe speler in het veld: de private kwaliteitsborger. Deze toetst aan de hand van het figuur van “instrumenten” of een bouwplan aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger.
Bijlage 1
Inhoud verklaring kwaliteitsborger
De verklaring van de kwaliteitsborger bestaat uit alle in de wet beschreven onderdelen, waaronder:
•opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken
•verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen
•verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl
In de verklaring wordt ook ingegaan op de maatregelen die zijn getroffen om de risico's die in het borgingsplan staan te beheersen.
Bijlage 2
Inhoud dossier bevoegd gezag
Dit dossier bevat tenminste alle door de wet genoemde onderdelen, waaronder:
a.hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder het instrument toe te passen;
b.hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen;
c.er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6.
Daarnaast omvat het dossier bevoegd gezag minimaal de volgende aspecten:
•de aanduiding van de gebruiksfuncties, verblijfsgebieden, verblijfsruimten en de afmetingen en de bezetting van alle ruimten, inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie
•de constructieve delen van het bouwwerk (gemaatvoerde constructieve en DO-) tekeningen + goedgekeurde constructieve berekeningen
•de brandveiligheid (dezelfde informatie als die nodig is bij een melding brandveilig gebruik)
•de inrichting van het terrein dat bij het bouwwerk hoort. hierop moeten de voorzieningen voor de bereikbaarheid en de plaats van bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen van brandweervoertuigen zijn aangegeven (gemaatvoerde tekeningen)
•het ventilatiesysteem + inregelrapport ventilatie
•rapportage blowerdoortest (indien van toepassing)
•de energiezuinigheid van het bouwwerk
•de toegepaste gelijkwaardigheid (artikel 4.7 Omgevingswet).
Indien sprake is van vooraf meegegeven risico’s moeten deze in het dossier bevoegd gezag worden verantwoord.