Aanhef
Het gemeentelijk toetsingskader Groene Schakel is een gemeentelijk toetsingskader dat tot doel heeft om de ruimtelijke, landschappelijke en milieukundige kwaliteit te verbetering in de Groene Schakel door in ruil voor de beëindiging en sloop van glastuinbouwbedrijven en bedrijfsbebouwing de bouw van woningen op passende locaties toe te staan en door bij bedrijfsuitbreiding in de Groene Schakel te kijken naar het verwijderen van bebouwing of verharding elders.
4. Toetsingskader
4.2 Deelgebieden
4.2.1 Open polderlandschap
Toetsingskader nieuwe woningen / woonerven in open polderlandschap
Principe nieuwe woningen/ woonerven open polderlandschap
Binnen het open polderlandschap is het toevoegen van bebouwing niet toegestaan zonder dat daarvoor per saldo het bebouwd oppervlak afneemt. De gemeente Zuidplas wil in dit gebied de bebouwing in absolute zin verminderen en stimuleert de sloop van bebouwing door middel van een ruimte-voor-ruimte-regeling. Partijen krijgen daarvoor de mogelijkheid een woning toe te voegen binnen een zoekzone langs de Derde Tochtweg en Knibbelweg aan de zuidwestzijde van het Vijfde Dorp, mits zij voldoen onderstaande voorwaarden:
1Het erf heeft een groene, natuurinclusieve uitstraling en zo min mogelijk verharding. Bebouwing wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen erfbeplanting.
2De toets op de groene inpassing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie.
3De bouw van de woning wordt kwantitatief gecompenseerd door:
a.ofwel de sloop van ca. 5.000 m2 kassen binnen de Groene Schakel;
b.ofwel de sloop van ca. 1.000 m2 bedrijfsbebouwing binnen de Groene Schakel. Voor het bepalen of sprake is van bedrijfsbebouwing is de bestemming zoals opgenomen in het bestemmingsplan leidend;
4Er wordt voldaan aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. Dat betekent dat een goed woon- en leefklimaat moet worden gewaarborgd.
5Er gaan geen belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het open landschap verloren en waar mogelijk worden nieuwe doorzichten gecreëerd.
6De nieuwe woning(en) ligt buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ).
7De nieuwe woning(en) wordt gerealiseerd op een bestaand woonerf of op een nieuw woonerf.
8Uitgangspunt is een streekeigen erfcompositie:
a.er wordt aangesloten op de maat en schaal van de bestaande bebouwing en de positie in de omgeving;
b.het erf kent een eigentijdse interpretatie van agrarische erven met één hoofdwoning op het voorerf en schuurachtige bebouwing (met één of twee woningen daarin) achter op het erf, rondom een collectieve ruimte:
-één hoofdgebouw (hoofdzakelijk baksteen, met dakpannen, refererend aan boerderijen) dat georiënteerd is op het polderlint;
-ondergeschikte bebouwing (hoofdzakelijk hout en glas, schuurvorm) achter op het erf.
9Een (bestaand of nieuw) woonerf waarop een nieuwe woning wordt gerealiseerd is maximaal 50 meter diep. Nieuwe erven zijn 40 meter breed (hart waterlijn tot hart waterlijn), passend in het polderpatroon. Alleen indien een initiatiefnemer maar 1 R-v-R-woning mag bouwen en hij/zij deze niet op het bestaande erf kan realiseren dan is een nieuw erf van 1.000 m2 met daarop slechts 1 woning mogelijk (met de uitstraling van een hoofdgebouw: hoofdzakelijk baksteen, met dakpannen, refererend aan boerderijen, georiënteerd is op het polderlint), onder voorwaarden. Als een initiatiefnemer 2 of meer nieuwe woningen mag ontwikkelen moet worden uitgegaan van bovengenoemd erfprincipe (zie punt 5).
10Een (bestaand of nieuw) woonerf waarop een nieuwe woning wordt gerealiseerd, wordt (voor zover ruimtelijk mogelijk) aan alle zijden begrensd door kavelsloten met natuurvriendelijke oevers (flauwe taluds).
11Het minimaliseren van het aantal toegangsbruggen. Uitgangspunt is één toegangsbrug per woonerf voor alle woningen op dat erf.
12De rooilijn van de nieuwe woning(en) is minimaal 15 meter (gemeten vanaf de hartlijn van het lint).
13Nieuwe en eventueel bestaande woningen op een woonerf omvatten samen maximaal 30% van het totale oppervlak van het woonerf.
14De nieuwe woning(en) is minimaal energieneutraal en aardgasvrij.
15Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap.
16De plek waar kassen en/of bedrijfsbebouwing zijn/is verwijderd, wordt (voor zover gelegen buiten het woonerf waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd) ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur. Hieronder valt ook de ecologische verbindingszone.
17Een nieuw initiatief draagt bij voorkeur, naast het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, ook bij aan andere doelstellingen op het gebied van duurzaamheid (met uitzondering van zonnevelden), biodiversiteit en/of recreatie (met uitzonderingen van recreatiewoningen).
Toetsingskader bestaande grondgebonden agrarische bedrijven open polderlandschap
Principe grondgebonden agrarische bedrijven open polderlandschap
Voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven is een kleinschalige uitbreiding mogelijk onder ten minste de volgende voorwaarden én passend binnen de geboden ruimte van het vigerende bestemmingsplan:
1Bestaande en nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast.
2De toets op de (groene) inpassing van (nieuwe) bebouwing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie.
3Uitbreiding van het oppervlak aan bebouwing bedraagt maximaal 10% van het bestaande bebouwde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan bebouwing wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door de sloop van andere bedrijfsbebouwing in de Groene Schakel;
4Uitbreiding van het oppervlak aan verharding (bebouwing plus overige verharding) bedraagt maximaal 10% van het bestaande verharde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan verharding wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door het verwijderen van andere verharding in de Groene Schakel;
5De uitbreiding draagt bij aan de in het Masterplan Middengebied benoemde:
a.Transitie naar een agrarische bedrijfsvoering die past bij hogere waterpeilen;
b.en/of aan verbreding van de huidige bedrijfsvoering met kleinschalige recreatieve en/of maatschappelijke nevenactiviteiten (uitspanning, B&B, landwinkel, kinderopvang, speeltuin, etc.).
6De uitbreiding vindt plaats aan de achterzijde van het erf, achter de woonbebouwing aan het lint. Zo blijven belangrijke doorzichten vanaf het lint behouden, evenals de karakteristieke erfopzet met een voorerf (wonen) en een achtererf (bedrijf).
7De uitbreiding vindt plaats buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ).
8Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap.
9Bij voorkeur wordt de bebouwing ook gebruikt voor het opwekken van duurzame (zonne-)energie.
Provinciaal beleid voor uitbreiding van ‘bestaande grondgebonden agrarische bedrijven’
Daarnaast geldt de uitbreiding van ‘bestaande grondgebonden agrarische bedrijven’ de volgende voorwaarden uit artikel 6.18 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland:
1Nieuwe agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven
2Nieuwe agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 hectare
3Bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten
4Voor verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven geldt dat de agrarische functie de hoofdfunctie van het bedrijf dient te blijven en dat de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven niet mag worden belemmerd
5Nieuwe geitenhouderijen wordt uitgesloten als hoofdtak en als neventak, evenals uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een bestaande geitenhouderij, tenzij het aantal geiten niet toeneemt.
4.2.2 Halfopen coulissenlandschap
Toetsingskader nieuwe woningen / woonerven halfopen coulisselandschap
Binnen het halfopen coulisselandschap is het toevoegen van bebouwing niet toegestaan zonder dat daarvoor per saldo het bebouwd oppervlak afneemt. De gemeente Zuidplas wil in dit gebied de bebouwing in absolute zin verminderen en stimuleert de sloop van bebouwing door middel van een ruimte-voor-ruimte-regeling. Partijen krijgen daarvoor de mogelijkheid een woning toe te voegen binnen een zoekzone langs de Bierhoogtweg, Tweede Tochtweg en Zuidplasweg, mits zij voldoen aan dezelfde kaders als in het open polderlandschap (zie hierboven).
Toetsingskader bestaande grondgebonden agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap
In het halfopen coulisselandschap gelden voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven dezelfde kaders als in het open polderlandschap (zie hierboven).
Toetsingskader bestaande niet-agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap:
Principe niet-agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap
Voor bestaande bedrijven binnen het coulisselandschap is een kleinschalige uitbreiding mogelijk onder ten minste de volgende voorwaarden én passend binnen de geboden ruimte van het vigerende bestemmingsplan:
1Bestaande en nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast met een groene omkadering van streekeigen erfbeplanting, waar mogelijk de aanleg van een strook broekbos (coulis) aan de noordzijde en natuurvriendelijke oevers met riet en/of andere opgaande gebiedseigen/natuurlijke beplanting op bijvoorbeeld de zijdelingse erfgrenzen mits dat fysiek mogelijk is. Aan de zuidzijde kan er gekozen worden voor een gelaagde opbouw van water en rietoever in combinatie met een broekbos, griendbos of rietmoeras.
2De toets op de groene inpassing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie.
3Indien de aanleg van een strook broekbos in de lengterichting langs de kassen ruimtelijk niet mogelijk is, dient er een alternatieve oplossing aangedragen te worden.
4Uitbreiding van het oppervlak aan bebouwing bedraagt maximaal 10% van het bestaande bebouwde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan bebouwing wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door de sloop van andere bedrijfsbebouwing in de Groene Schakel;
5Uitbreiding van het oppervlak aan verharding (bebouwing plus overige verharding) bedraagt maximaal 10% van het bestaande verharde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan verharding wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door het verwijderen van andere verharding in de Groene Schakel;
6Het gaat om lichte bedrijvigheid (met een lage milieucategorie), bij voorkeur gericht op recreatie, landschap en/of natuur.
7Het aantal bewegingen van zowel vrachtverkeer als overig gemotoriseerd verkeer neemt niet toe en er is geen sprake van de inzet van grotere voertuigen.
8De uitbreiding vindt plaats aan de achterzijde van het erf, achter de woonbebouwing aan het lint. Zo blijven belangrijke doorzichten vanaf het lint behouden, evenals de karakteristieke erfopzet met een voorerf (wonen) en een achtererf (bedrijf).
9De uitbreiding vindt plaats buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ).
10Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap.
11Bij voorkeur wordt de bebouwing ook gebruikt voor het opwekken van duurzame (zonne-)energie.
12De plek waar bedrijfsbebouwing is verwijderd, wordt ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur.
Toetsingskader kassen halfopen coulisselandschap:
Principe kassen in halfopen coulisselandschap
Voor bestaande glastuinbouwbedrijven binnen het coulisselandschap is een kleinschalige uitbreiding mogelijk onder ten minste de volgende voorwaarden én passend binnen de geboden ruimte van het vigerend bestemmingsplan:
1Bestaande en nieuwe bebouwing / kassen worden landschappelijk ingepast door de aanleg van een strook broekbos (coulis) in de lengterichting langs de kassen aan de noordzijde waarbij rekening gehouden wordt met het voorkomen van schaduw op de kassen. Tevens worden natuurvriendelijke oevers met riet en/of andere opgaande gebiedseigen/natuurlijke beplanting op bijvoorbeeld de zijdelingse erfgrenzen toegepast, mits dat fysiek mogelijk is. Aan de zuidzijde kan er gekozen worden voor een gelaagde opbouw van water en rietoever in combinatie met een broekbos, griendbos of rietmoeras.
2De toets op de groene inpassing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie.
3Indien de aanleg van een strook broekbos in de lengterichting langs de kassen ruimtelijk niet mogelijk is, dient er een alternatieve oplossing aangedragen te worden.
4Uitbreiding van het oppervlak aan bebouwing bedraagt maximaal 10% van het bestaande bebouwde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan bebouwing wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door de sloop van andere bedrijfsbebouwing in de Groene Schakel;
5Uitbreiding van het oppervlak aan verharding (bebouwing plus overige verharding) bedraagt maximaal 10% van het bestaande verharde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan verharding wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door het verwijderen van andere verharding in de Groene Schakel;
6De uitbreiding reikt (gemeten vanaf het midden van het lint):
a.ten noordoosten van de Tweede Tochtweg maximaal tot 275 meter diep, zodat de kassen los blijven van de in het masterplan voorgestelde middensloot en de weidsheid van het aangrenzende open polderlandschap behouden blijft;
b.aan de zuidwestzijde van de Tweede Tochtweg, aan de noordoostzijde van de Eerste Tochtweg en aan de noordoostzijde van de Zuidplasweg maximaal tot aan de middensloot.
7De uitbreiding vindt plaats buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ).
8De uitbreiding vindt plaats achter de woonbebouwing aan het lint. Zo blijven belangrijke doorzichten vanaf het lint behouden, evenals de karakteristieke erfopzet met een voorerf (wonen) en een achtererf (grotere schuren en bedrijfshallen) en daarachter de kassen.
9Het aantal bewegingen van zowel vrachtverkeer als overig gemotoriseerd verkeer neemt niet toe en er is geen sprake van de inzet van grotere voertuigen.
10Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap.
11Bij voorkeur worden kassen en bebouwing ook gebruikt voor het opwekken van duurzame (zonne-)energie.
12De plek waar kassen zijn verwijderd, wordt ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur.
Provinciaal beleid voor uitbreiding ‘bestaande glastuinbouwbedrijven’
Daarnaast gelden voor de uitbreiding van ‘bestaande glastuinbouwbedrijven’ de volgende voorwaarden uit artikel 6.18 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland:
1Nieuwe agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven.
2Nieuwe agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 hectare.
3Bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten.
4Nieuwe kassen worden alleen toegelaten bij bestaande volwaardige glastuinbouwbedrijven tot een oppervlak van 2 hectare per bedrijf. In afwijking hiervan kan een bestemmingsplan voorzien in een oppervlak van meer dan 2 hectare kassen bij een bestaand volwaardig glastuinbouwbedrijf, mits:
a.In gelijke mate duurzame sanering van bestaande kassen buiten het glastuinbouwgebied plaatsvindt of een combinatie van ten minste 50% duurzame sanering van bestaande kassen en ruimtelijke maatregelen als bedoeld in artikel 6.9, derde lid plaatsvindt.
b.De uitbreidingslocatie niet is gelegen binnen een gebied met beschermingscategorie 1 of 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II;
c.De kassen op de saneringslocatie zijn opgericht voor 1 januari 2014;
d.Gebleken is dat verplaatsing van het uit te breiden bedrijf naar een glastuinbouwgebied geen reële mogelijkheid is; en
e.De belangen van andere functies in de omgeving van de uitbreidingslocatie niet in onevenredige mate worden geschaad.