Gemeentelijke regelgeving

Verordening ligplaatsen

Gemeente Zoeterwoude · geldt sinds 16 juni 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Zoeterwoude;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2025 met nummer 225-044474;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat de uitgifte van de ligplaatsen voor pleziervaartuigen in de gemeentelijke wateren dient te worden geregeld;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening ligplaatsen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

1pleziervaartuig: elk vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip;

2passagiersschip: elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert en/of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer en/of verblijf van personen;

3ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat door een pleziervaartuig met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen;

4bijbehorende voorzieningen: voorzieningen behorende bij de ligplaats, waaronder wordt bedoeld de steiger en loopplank;

5openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

6Vaarseizoen: de periode van 1 mei tot 1 november.

Artikel 2 Verbodsbepaling

1Het is verboden om zonder een vergunning van burgemeester en wethouders met een pleziervaartuig een ligplaats in te nemen.

2Het is de houder van een ligplaatsvergunning verboden om zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders de ligplaats, tegen betaling of om niet, te laten gebruiken door een ander dan de houder van de ligplaatsvergunning.

3Dit artikel is niet van toepassing op rechthebbenden van een pleziervaartuig die aanmeren in eigen water en/of aan een kade op eigen terrein.

Artikel 3 Aangewezen ligplaatsen voor pleziervaartuigen

1De locaties waarvoor een ligplaatsvergunning kan worden verleend, worden aangewezen door burgemeester en wethouders.

2Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de aangewezen ligplaatsen voor pleziervaartuigen en beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

Artikel 4 Aanvraag en uitgifte van ligplaatsen

1Een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig wordt aangevraagd door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

2Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag waarop het aanvraagformulier, compleet ingevuld, is ontvangen.

3Als een aanvraag voor een ligplaats is ingediend en die aanvraag voldoet aan de vereisten, maar er geen ligplaats direct beschikbaar is, dan wordt de aanvraag op een wachtlijst geplaatst.

4Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen betrekking tot de wachtlijst.

Artikel 5 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning

De ligplaatsvergunning wordt geweigerd als:

a.de aanvraag niet ziet op een pleziervaartuig;

b.de aanvrager niet zelf beschikt over een pleziervaartuig;

c.het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen tien weken na verlening van de ligplaatsvergunning met het pleziervaartuig de toegewezen ligplaats kan innemen;

d.de aanvraag niet in overeenstemming is met de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften;

e.het pleziervaartuig langer, breder of hoger is dan de voor de betreffende locatie aangegeven maten en/of de bijbehorende voorzieningen in strijd zijn met de door burgemeester en wethouders vastgestelde voorschriften;

f.het pleziervaartuig waarop de ligplaatsvergunning betrekking heeft niet voldoet aan de door burgemeester en wethouders nader vast te stellen eisen van veiligheid, milieu en gezondheid;

g.het pleziervaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer op het water of het land;

h.de aanvraag ziet op een locatie, die niet is aangewezen als locatie waarvoor een ligplaatsvergunning kan worden verleend.

i.de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Zoeterwoude

j.verschuldigde betalingen niet of niet tijdig zijn of worden voldaan;

k.de aanvrager een perceel heeft, voorzien van eigen ligplaats en/of constructie voor het aanmeren van een vaartuig, dan wel ruimtelijk de mogelijkheid heeft voornoemde in te richten.

Artikel 6 De ligplaatsvergunning

1De ligplaatsvergunning is persoonlijk en wordt op naam gesteld van de eigenaar van het pleziervaartuig.

2De ligplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

3De ligplaatsvergunning vermeldt het nummer van de ligplaats waarop de vergunning betrekking heeft.

4De ligplaatsvergunning wordt verleend voor een tijdvak van één kalenderjaar en wordt stilzwijgend verlengd met eenzelfde periode. Na 10 kalenderjaren wordt de vergunning slechts jaarlijks verlengd indien er geen aanvragers wachten op een beschikbare ligplaats.

5Lid 4 is niet van toepassing op ligplaatsvergunningen die zijn afgegeven voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligplaatsen.

6Voor de ligplaatsvergunning is liggeld verschuldigd, waarvan de hoogte door de Gemeenteraad wordt vastgesteld.

Artikel 7 Voorschriften en beperkingen ligplaatsvergunning

1Burgemeester en wethouders kunnen aan een ligplaatsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Artikel 8 Aanwijzingen gebruik ligplaats

1Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een pleziervaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2De eigenaar van een pleziervaartuig is verplicht alle door of vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

3Het in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 9 Wijzigingen aangaande de ligplaatsvergunning

1Als de vergunninghouder voornemens is veranderingen aan het pleziervaartuig en/of de bijbehorende voorzieningen aan te brengen, dient deze vooraf bij burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning aan te vragen.

2De aanvraag tot wijziging van een ligplaatsvergunning wordt gedaan door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

3Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag tot wijziging van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag waarop het aanvraagformulier, compleet ingevuld, is ontvangen.

Artikel 10 Intrekking of wijziging ligplaatsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen de ligplaatsvergunning intrekken of wijzigen als:

a.de ligplaatsvergunning ten gevolge van onjuiste opgave of informatie is verleend of verlengd;

b.de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;

c.de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d.op of aan de ligplaats voorzieningen zijn aangebracht die niet zijn vermeld in de ligplaatsvergunning;

e.op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ligplaatsvergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ligplaatsvergunning is vereist;

f.zich een van de weigeringsgronden van artikel 5 van deze verordening voordoet;

g.gedurende zes weken ten tijde van het vaarseizoen geen pleziervaartuig bij de ligplaats heeft gelegen en, na een aanmaning hiertoe van burgemeester en wethouders, gedurende een tweede termijn van zes weken door de vergunninghouder geen pleziervaartuig bij de ligplaats wordt aangelegd;

h.de ligplaats geheel of gedeeltelijk in gebruik is bij/door een ander dan diegene aan wie de ligplaatsvergunning is verleend.

i.de vergunninghouder zijn betalingsverplichtingen tot het innemen van een ligplaats niet of niet tijdig nakomt;

j.de vergunninghouder hierom verzoekt;

Artikel 11 Toezichthouders

1Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn de bijzondere opsporingsambtenaren belast.

2Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 14 Sanctiebepaling

1Overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening genoemde artikelen bepaalde en de op grond van artikel 7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 15 Intrekking oude regeling en overgangsbepalingen

1De ‘Verordening ligplaatsen I’ wordt ingetrokken,

2Vergunninghouders waarvan de vergunning wordt ingetrokken, in samenhang met het bepaalde in artikel 5, onderdeel i; wordt een periode van twee kalenderjaren gegund alvorens de intrekking wordt geëffectueerd.

3Vergunninghouders waarvan de vergunning wordt ingetrokken, in samenhang met het bepaalde in artikel 5, onderdeel j of k; wordt terstond geëffectueerd.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

2Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening ligplaatsen'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.