Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 19 december 2025

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarieven

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in de artikelen 1, 2, 4 en 5 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.

2De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het na het invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat betalen bij de pinpaal op het Zelfbrengdepot op de daartoe bestemde wijze.

3De belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

4In afwijking van lid 1 wordt de belasting bedoeld in artikel 4, onderdelen 1, 2 en 3 en artikel 5, onderdeel 1 van de tarieventabel geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht van de belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 19,00.

De aanvraag tot aanspraak op ontheffing wordt ingediend bij de heffingsambtenaar binnen een termijn van zes weken na het eindigen van de belastingplicht.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

5Van de belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel worden geen bedragen geheven van minder dan € 19,00.

6De belasting bedoeld in artikel 2, artikel 4 en artikel 5 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het verzoek.

7In afwijking van lid 6 is de belasting bedoeld in artikel 4, onderdelen 1, 2 en 3 en artikel 5, onderdeel 1 van de tarieventabel, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving.

8De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van aangifte.

9De belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afvalstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat van meer dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld.

2In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afvalstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld.

3In afwijking van het tweede lid geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afvalstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag(en) moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

4In afwijking van zowel artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 als het derde lid moet de belasting bedoeld in artikel 2, 4 en 5 van de tarieventabel worden betaald binnen een maand na dagtekening van de aanslag.

5In afwijking van het vierde lid, moet de belasting bedoeld in artikel 4, onderdelen 1, 2 en 3 en artikel 5, onderdeel 1 van de tarieventabel, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, direct worden betaald.

6In afwijking van artikel 19, derde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel direct worden betaald, of direct na het doen van aangifte. Als dit niet mogelijk blijkt wordt de belasting onder voorwaarde van vertoon van legitimatie betaald per eenmalige automatische incasso, door middel waarvan de belasting binnen 3 weken na de datum waarop aangifte is gedaan van de betaalrekening van belastingplichtige wordt afgeschreven.

7In afwijking van artikel 19, derde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel direct worden betaald.

8De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Afgifte

1Met betrekking tot de belasting die geheven wordt bij voldoening op aangifte, wordt de aangifte in afwijking van artikel 10 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gedaan direct voorafgaand aan de afgifte van het afval op het Zelfbrengdepot.

2De aangifte wordt gedaan door het invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat op het Zelfbrengdepot.

Artikel 10 Kwijtschelding

1Bij de invordering van afvalstoffenheffing volgens artikel 1 van de tarieventabel kan voor maximaal 100% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding worden verleend.

2Bij de invordering van de tarieven van artikelen 2,3,4,5 en 6 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

1De Verordening afvalstoffenheffing 2025 van 16 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing 2026.

Tarieventabel als bedoeld in artikel 4 bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026

Artikel 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1indien het perceel bij de aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon € 328,57;

2indien het perceel bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door twee personen € 367,90;

3indien het perceel bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door drie of meer personen € 385,41.

Artikel 2 Inzamelen van grof huishoudelijk afval en grof tuinafval aan huis

Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze tarieventabel bedraagt de belasting voor het in behandeling nemen van een verzoek om buiten de vastgestelde ophaaldagen grof huishoudelijk afval en/ of grof tuinafval in te zamelen € 52,40 voor de eerste 2 m³ van deze soorten afval.

Artikel 3 Afgifte van grond, zand, bouw- of sloopafval op de gemeentelijke verzamelplaats (het Zelfbrengdepot)

Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze tarieventabel bedraagt de belasting voor de afgifte van grond, zand, bouw- of sloopafval of een combinatie van voorgaande soorten afval op een daartoe door de gemeente aangewezen plaats € 8,98 per zak, met de uitzondering dat de eerste drie zakken per huishouden per dag gratis zijn.

Artikel 4 Vervangende container

Indien een vervangende minicontainer wordt verstrekt, is hiervoor bovenop het bedrag vermeld onder artikel 1 van deze tarieventabel, een extra bedrag verschuldigd:

1Nieuwe minicontainer 140 liter groen inclusief chip € 133,67 eenmalig;

2Nieuwe minicontainer 240 liter grijs inclusief chip € 133,67 eenmalig;

3Gebruikte minicontainer 240 liter grijs inclusief chip € 83,99 eenmalig;

4Het in behandeling nemen van een verzoek om een vervangende minicontainer op afspraak te bezorgen bedraagt € 34,93.

Artikel 5 Extra container

Indien een extra minicontainer wordt verstrekt, is hiervoor bovenop het bedrag vermeld onder artikel 1 van deze tarieventabel, een extra bedrag verschuldigd:

1Extra minicontainer 240 liter grijs inclusief chip € 148,31 eenmalig;

2Het in behandeling nemen van een verzoek om een extra minicontainer op afspraak te bezorgen bedraagt € 34,93.

Artikel 6 Milieupas

Voor het op aanvraag verstrekken van een extra milieupas of een milieupas indien de eerste gratis verstrekte pas verloren is gegaan:

1Bij het ophalen bij de Klantenservice Afvalinzameling € 17,47;

2Bij digitale aanvraag en verzending per post € 16,14.

De benaming van de soorten afval sluit aan bij de benaming in het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.

de griffier,

drs. R. Blokland MCM

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.