Aanhef
SPEELRUIMTESTATEMENT
Waar speelde u toen u 10 jaar was? Met deze vraag zijn we afgelopen zomer naar bewoners gegaan.
“In bomen klimmen, verstoppertje, stoepranden, op het klimrek klimmen.”
“In de straat voetballen, veld bij de school voetballen, op de berg verstoppertje spelen, het buiten zijn.”
“In mijn tijd werd er vaak ook eitje leggen gespeeld en met springtouwen, dat zie je nu niet meer.”
Met deze herinneringen als uitgangspunt willen wij een oproep doen om de speelruimte anders te benaderen. Omdat we denken dat het voor kinderen leuker, beter, spannender en gezelliger kan!
We zijn ooit begonnen met het claimen van speelruimte in de vorm van speelplekken met speeltoestellen. Dit signaal dat spelen alleen kan en mag op plekken met speeltoestellen is niet het goede. Uit de herinneringen van bewoners, de rondwandelingen met de kinderen in zomer 2015 en onderzoek blijkt dat kinderen slechts 20% van hun tijd op de speeltoestellen doorbrengen en de rest van de tijd gewoon overal waar het kan in de openbare ruimte.
Dit biedt perspectieven om los te komen van de speelplekken met speeltoestellen en de openbare ruimte weer in bredere zin te claimen voor kinderen, eigenlijk voor iedereen. Ontmoeting op straat moet weer vanzelfsprekend worden. Er moeten plekken zijn waar je gezellig samen buiten kunt zitten en de kinderen onder toeziend oog met hun eigen fietsjes, glijbaantjes, doeltjes en zwembadjes spelen. Speeltoestellen zijn hierbij niet nodig.
Maar naarmate de kinderen ouder worden, vanaf 4 à 5 jaar, hebben ze meer ruimte nodig en willen ze hoger, verder en harder. Ook hieraan wil de gemeente tegemoetkomen door uitdagende toestellen te plaatsten op grotere plekken waar de kinderen samen kunnen spelen en sporten. Gewoon op een paar minuutjes lopen.
Met het beleidsplan uit 2005 was niets mis, het was een voorloper in zijn soort. Een vernieuwende visie, meer ruimte gevend aan het kind, meer natuurlijk en informeel spelen, goede spreidingsuitgangspunten. En toch gaat het mis; er verandert te weinig en we blijven achter de feiten aanlopen. De speeltoestellen en -plekken zijn, in grote lijnen, nog dezelfde als die van 10 jaar geleden. Omdat iedereen die speeltoestellen voor zijn of haar deur wil.
Dit speelruimteplan is dan ook geen traditionele beleidsnota maar meer een oproep aan alle inwoners van Zoetermeer. Denk minder in toestellen en meer in ruimte. Neem in overleg met de buren de regie over op al die kleine hoekjes in de buurt en maak ze leuker dan die saaie wip-veer van de gemeente. En ga vooral met uw kind de buurt in naar die mooie grote plekken, zodat het leert om zelfstandig op pad te gaan. En als het kind iets ouder wordt kan en mag het er ook zelf naar toe.
Wij hopen dat na ons ook veel kinderen, ouders en andere betrokkenen hun handtekening zullen zetten onder deze oproep, zodat het draagvlak om te veranderen steeds groter en daarmee de speelruimte steeds leuker, beter, spannender en gezelliger wordt. Kortom echt anders!
1. SAMENVATTING
1.5 Investeringen voor speelruimte
1.5.1 Scenario 1: Basisvoorzieningenniveau, huidige inventariswaarde
Gezien het huidige voorzieningenniveau dat voor kinderen, jeugd en jongeren niet voldoet, is het voorstel in dit scenario om in ieder geval op de grote centrale plekken een aanvulling te doen met uitdagende speel- en sporttoestellen. Met dit scenario gaat het aantal formele speelplekken voor kinderen op kleinere afstand van de woningen sterk omlaag. Dit heeft als nadeel dat ouders / verzorgers met kleine kinderen mogelijk minder tevreden zullen zijn. Echter dit maakt het mogelijk dat er op de centrale plekken extra geïnvesteerd kan worden in aantrekkelijke en uitdagende speelplekken en voldoende sport- en ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren.
In de huidige situatie zijn er 323 gemeentelijke speel- en sportplekken. Hierop staan nu totaal 931 speel- en sporttoestellen. Inclusief afscheidingen en veiligheidsondergronden vertegenwoordigen zij een inventariswaarde van circa € 5.470.000 . In dit scenario wordt voorgesteld het aantal speelplekken te verbeteren en samen te voegen tot 145 speel- en sportplekken waarop 649 speel- en sporttoestellen staan. Zou het basisvoorzieningenniveau in één jaar bereikt moeten zijn dan is er een eenmalige (omvormings)investering nodig van € 1.800.000. Dit zijn onder andere de kosten voor het verbeteren van plekken en voor het omvormen van plekken naar informele speelruimte en andere bijkomende kosten. Door de omvorming over een aantal jaren te verdelen kan het uitvoeringsbudget opgevangen worden binnen de jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud. De totale investeringswaarde daalt hierdoor naar € 5.120.000 zoals in Tabel 2 is weergegeven.
leeftijds-categorie
aantal
kind
waarde form. speelruimte
huidig
waarde per kind
huidig
omvorming naar infm. speelruimte
verbetering form. speelruimte
waarde form. speelruimte
basisvoorz.
waarde per kind
basisvoorz.
0t/m 5 jaar
8.408
€ 1.940.000
€ 231
-€ 1.080.000
€ 120.000
€ 980.000
€ 117
6t/m 11 jaar
8.372
€ 2.830.000
€ 338
-€ 450.000
€ 540.000
€ 2.920.000
€ 349
12t/m 17 jaar
8.859
€ 700.000
€ 79
-€ 90.000
€ 610.000
€ 1.220.000
€ 138
Totaal
25.639
€ 5.470.000
€ 213
-€ 1.620.000
€ 1.270.000
€ 5.120.000
€ 200
Informeel spelen en ontmoeten verbeteren
€ 140.000
Bijkomende (her)inrichtingskosten t.l.v. spelen
€ 200.000
Bijkomende uitvoeringskosten t.l.v. spelen
€ 190.000
Totaal eenmalige kosten
€ 1.800.000
Tabel 2 Omvorming van huidige waarde formele speelruimte naar waarde formele speelruimte in basis-voorzieningenniveau
In de huidige situatie is er voor groot onderhoud (vervanging) circa € 370.000 per jaar nodig en voor dagelijks / periodiek onderhoud (uren en materialen) circa € 180.000 per jaar. In dit scenario voor een basisvoorzieningenniveau zouden de budgetten voor groot onderhoud nog iets kunnen dalen naar circa € 350.000 per jaar. De budgetten voor dagelijks / periodiek onderhoud blijven gelijk.
1.5.2 Scenario 2: Optimaal basisvoorzieningenniveau
Gezien het huidige voorzieningenniveau dat voor kinderen, jeugd en jongeren niet voldoet, is het voorstel in dit scenario om te investeren in grote centrale plekken én ook op korte afstand van woningen speelplekken voor kinderen in stand te houden bij een hoge kinderdichtheid. In dit scenario wordt voorgesteld dat er extra in speelruimte geïnvesteerd wordt zodat de centrale plekken een aantrekkelijk en uitdagende inrichting krijgen, er voldoende sport- en ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren komen en kinderen samen met ouders op korte afstand van huis elkaar kunnen ontmoeten.
In de huidige situatie zijn er 323 gemeentelijke speel- en sportplekken Hierop staan nu totaal 931 speel- &sporttoestellen. Inclusief afscheidingen en veiligheidsondergronden vertegenwoordigen zij een inventariswaarde van circa € 5.470.000 . In dit scenario wordt voorgesteld om speel- en sportplekken te verbeteren en samen te voegen tot 269 gemeentelijke speel- en sportplekken waarop 1.079 speel- en sporttoestellen staan. Zou het optimale basisvoorzieningenniveau in één jaar bereikt moeten zijn dan is er een eenmalige investering nodig van € 1.910.000. Dit zijn onder andere de kosten voor het verbeteren van plekken en voor het omvormen van plekken naar informele speelruimte en andere bijkomende kosten. De investeringswaarde stijgt hierdoor naar € 6.290.000 zoals in is weergegeven.
leeftijds-categorie
aantal
kind
waarde form. speelruimte
huidig
waarde per kind
huidig
omvorming naar infm. speelruimte
verbetering form. speelruimte
waarde form. speelruimte
basisvoorz.
waarde per kind
basisvoorz.
0t/m 5 jaar
8.408
€ 1.940.000
€ 231
€ 380.000
€ 210.000
€ 1.770.000
€ 211
6t/m 11 jaar
8.372
€ 2.830.000
€ 338
€ 160.000
€ 560.000
€ 3.230.000
€ 386
12t/m 17 jaar
8.859
€ 700.000
€ 79
€ 30.000
€ 620.000
€ 1.290.000
€ 146
Totaal
25.639
€ 5.470.000
€ 213
€ 570.000
€ 1.390.000
€ 6.290.000
€ 245
Informeel spelen en ontmoeten verbeteren
€ 50.000
Bijkomende (her)inrichtingskosten t.l.v. spelen
€ 270.000
Bijkomende uitvoeringskosten t.l.v. spelen
€ 200.000
Totaal eenmalige kosten
€ 1.910.000
Tabel 3 Omvorming van huidige waarde formele speelruimte naar waarde formele speelruimte in optimaal basisvoorzieningenniveau
In de huidige situatie is er voor groot onderhoud (vervanging) circa € 370.000 per jaar nodig en voor dagelijks / periodiek onderhoud (uren en materialen) circa € 180.000 per jaar. In dit scenario voor een optimaal basisvoorzieningenniveau zouden de budgetten voor groot onderhoud stijgen naar circa € 430.000 per jaar en de budgetten voor dagelijks / periodiek onderhoud naar circa € 210.000 per jaar.
1.5.3 Scenario 3: Plus basisvoorzieningenniveau, gemiddelde inventariswaarde
Gezien het huidige voorzieningenniveau dat voor kinderen, jeugd en jongeren niet voldoet, is het voorstel in dit scenario om te investeren in grote centrale plekken én ook op korte afstand van woningen speelplekken voor kinderen in stand te houden. Er wordt gestreefd naar een in-ventariswaarde per kind gelijk aan het gemiddelde van 15 recente speelruimteplannen van € 339. Hiermee kan Zoetermeer een echte plus bieden aan kinderen, jeugd en jongeren en hun ouders / verzorgers op het gebied van speel-, sport- en ontmoetingsruimte.
De inventariswaarde gaat in dit scenario omhoog van circa € 5.470.000 naar circa € 8.720.000 . Dit betekent dat de inventariswaarde toeneemt met circa € 3.250.000 . De structurele kosten gaan navenant stijgen: van circa € 370.000 per jaar tot circa € 600.000 per jaar voor groot onderhoud. Ook het dagelijks / periodiek onderhoud stijgt mee van circa € 180.000 naar circa € 290.000 per jaar.
2. INLEIDING
2.3 Samenspraak bij het opstellen speelruimtenota
2.3.1 In samenspraak met burgers
Belangrijkste doel van de samenspraak is om de agendavorming te toetsen en om zoveel mogelijk informatie ten behoeve van de speelruimteanalyse op te halen.
Basisschoolkinderen
Met kinderen uit de bovenbouw van 18 basisscholen is een rondwandeling gemaakt in de wijken waar zij woonden. Tijdens deze rondwandeling is gekeken en gesproken over de voor hen belangrijke speelruimte en hoe de openbare ruimte door hen wordt gebruikt voor spelen. Daarnaast hebben zij enquêtes ingevuld over spelen (zie BIJLAGE III). Hiernaast is gebruik gemaakt van eerdere onderzoeken onder basisschoolkinderen (zie BIJLAGE VII).
Figuur 4 Rondgang met kinderen van basisscholen
Jongeren
Voorafgaand aan de analyse hebben jongeren via een enquête hun mening gegeven over het sporten en ontmoeten in hun wijk(zie BIJLAGE IV). Daarnaast is gebruik gemaakt van eerdere onderzoeken onder jongeren (zie BIJLAGE VII). De resultaten van deze analyse zullen ook met jongeren besproken worden.
Bewoners
Bewoners hebben door middel van een enquête aan kunnen geven over hoe ze vinden dat (hun) kinderen buiten mogen spelen, waar en met wie en hoe, wat ze vinden van het aantal en inrichting van speel- en sportplekken en of ze bereid waren een bijdrage te leveren aan speelruimte (zie BIJLAGE V).
2.3.2 Werkgroep professionals
Het speelruimtebeleid heeft raakvlakken met diverse verantwoordelijkheden van de gemeente. Met een brede projectgroep is de beleidsagenda gevormd. Dit gebeurde door middel van een beleidsworkshop en bespreking van het conceptbeleidsplan en de speelruimteanalyse.
2.4 Belangrijk om te weten
2.4.1 Spel en ontwikkeling
Tijdens spel gebruikt de doelgroep allerlei materialen, mogelijkheden, structuren en situaties. Verschillende soorten spel gaan gemakkelijk in elkaar over, toch is er wel een indeling te maken aan de hand waarvan je ruimtes die de doelgroep nodig heeft kunt indelen:
1) Sociaal spel met rust: kletsen, hangen, observeren, luisteren. Dit kan op stoepen en veldjes, hoekje op straat of pleintje, bankjes en andere zitaanleidingen.
2) Bewegingsspel: rennen, stoeien, vechten, schommelen, wippen, glijden, tikkertje, verstoppertje. Dit kan op rustige straten, pleintjes, veldjes, bosjes en klimbomen en met speel- en sporttoestellen.
3) Balspel: voetballen, volleyballen, badminton, tafeltennissen, knikkeren. Dit kan veldjes, stoepen, rustige straten en pleinen en met sporttoestellen.
4) Fantasiespel: naspelen van gezins- en televisierollen. Dit kan overal waar kinderen rustig kunnen spelen.
5) Constructiespel: hutten bouwen, met zand en water spelen. Dit kan in de bosjes, grote struiken, langs een veilige oever, bij een wegopbreking, en in zandondergronden van toestellen.
Figuur 5 Voorbeelden van sociaal spel, bewegingsspel, balspel en constructiespel (archief OBB)
Spelen (en sporten en ontmoeten) is van wezenlijk belang voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de doelgroep. Het vrijmaken en zorgen voor de verschillende ruimtes waarin de doelgroep kan spelen is een taak van iedere inwoner van Zoetermeer!
2.4.2 (In-)formele speelruimte
Informele speelruimte is de ruimte waar geen specifieke speeltoestellen staan, maar waar je wel kunt spelen. Denk aan de stoep, plein, bosjes en grasveld. Met formele speelruimte wordt de ruimte bedoeld die exclusief is ingericht voor de speel-, sport- of ontmoetingsfunctie (de speelplekken).
Figuur 6 Voorbeelden van hoe de openbare ruimte als informele speelruimte gebruikt wordt (archief OBB)
Voor de formele speelruimte geldt veiligheidswetgeving, genoemd het Warenwetbesluit At-tractie- en Speeltoestellen (afgekort WAS). Bij de inrichting van de informele speelruimte is dit besluit niet van toepassing, maar geldt - zoals voor de gehele openbare ruimte - de algehele zorgplicht.
Figuur 7 Voorbeelden inrichting formele speelruimte (archief Zoetermeer)
2.4.3 Speeltoestellen en speelprikkels
Bij de inrichting van speelruimte kan onderscheid gemaakt worden tussen speelprikkels en speeltoestellen. Dat de openbare ruimte kan kindvriendelijker worden gemaakt met speelprikkels.
•Speelprikkels zijn objecten die niet specifiek voor het spelen geplaatst zijn, maar een scala aan speelmogelijkheden bieden in de informele en formele speelruimte.
Figuur 8 Voorbeelden van kunst, aparte bestrating, hoogteverschillen en paaltjes als speelprikkels (archief Zoetermeer)
•Speeltoestellen zijn die voorzieningen in de formele speelruimte die specifiek voor het spelen geplaatst zijn en gemaakt zijn voor een bepaalde speelmogelijkheid.
Figuur 9 Voorbeelden speeltoestellen (archief Zoetermeer)
2.4.4 Optimale basisvoorzieningenniveau
Het optimale basisvoorzieningenniveau is het voorzieningenniveau waarbij er een evenwichtige, evenredige en eerlijke spreiding van de informele en formele speelruimte is over daar waar kinderen wonen. Zijn er meer plekken, dan worden deze als boventallig aangewezen; zijn er minder plekken, dan worden er zoekgebieden geformuleerd voor een nieuwe plek.
De toestellen op boventallige speelplekken worden niet meer vervangen. Een plek wordt als geheel omgevormd zodra de meeste toestellen aan vervanging toe zijn en / of de veiligheid niet meer gewaarborgd kan worden. Deze plekken worden net als heel veel groen en pleintjes informele speelruimte. Al het groen en pleintjes zijn beschikbaar als speelruimte en voor bewoners om hier speelactiviteiten te ontplooien.
2.4.5 Leeftijdsaanduidingen
In de nota wordt de volgende indeling in leeftijdscategorieën gehanteerd in tekst en analyse:
•kinderen = van 0 tot en met 5 jaar
•jeugd = van 6 tot en met 11 jaar
•jongeren = van 12 tot en met 17 jaar
•doelgroep = van 0 tot en met 17 jaar
Het is met name de doelgroep 6 tot en met 11 jaar die het meest intensief gebruik maakt van de openbare speelplekken. Zodra kinderen naar de middelbare school gaan, vanaf 12 jaar, hebben zij veel meer verplichtingen en zal de tijd die doorgebracht wordt in de openbare ruimte afnemen. Zodra jongeren gaan studeren of werken, na hun 17e / 18e, zal het gebruik nog sterker afnemen. Vanaf een jaar of 4 á 5 mogen kinderen de eerste ontdekkingen gaan doen in de buurt. Het beleid en de analyse van speelruimte richt zich dan ook op deze doelgroep.
2.5 Leeswijzer
2.5.1 Verantwoording fotomateriaal
De foto’s in het rapport zijn gemaakt tijdens de rondgangen met de schoolkinderen, de ouders hebben toestemming gegeven voor gebruik van film- en fotomateriaal voor dit project. Andere foto’s zijn afkomstig uit het archief van de gemeente Zoetermeer
1http://www.zoetermeer.nl/vrije-tijd/buiten-spelen_46911/ Locaties speelvoorzieningen
. Enkele foto’s komen uit het fotoarchief van OBB (van andere gemeenten) of zijn met google maps gemaakt.
4. OPROEP 2: MAAK SPEELRUIMTE AANTREKKELIJK!
4.1 Informele speelruimte: overal kan en mag je spelen
4.1.1 Ontdekruimte kinderen
Voor kinderen, die onder begeleiding vaak spelen, is de ruimte dicht bij huis van belang: de eigen tuin, het balkon. Ze mogen op jonge leeftijd de achterpaden in, de stoep op, zolang ze maar op gehoor- en liefst gezichtsafstand blijven. Vanuit het keukenraam moet toezicht mogelijk zijn. Van belang is dat er een vlak terrein is, waarop kinderen kunnen krijten en leren fietsen, en dat er een duidelijke grens is tussen deze veilige tussenruimte en de rest van de openbare ruimte, met een stoeprand, een groenrand, zodat afspraken gemaakt kunnen worden tot waar kinderen mogen komen.
Figuur 12 Ontdekruimte kinderen vlakbij huis rond de voordeur, carport en portiek (google maps en archief OBB)
4.1.2 Struinruimte jeugd
Voor de jeugdigen is ook informele speelruimte nodig, maar dan gebundeld in de vorm van grasvelden, pleinen en bosjes, zodat ze samen kunnen voetballen, hutten bouwen, picknicken en wat al niet meer. Ze mogen de buurt in en met elkaar afspreken om te gaan spelen na schooltijd en in het weekend. Ze spelen met elkaar en hebben daardoor meer ruimte nodig dan kinderen. De informele speelruimte wordt nog leuker als er iets bijzonders aan wordt toegevoegd zoals een muurtje, een kei, variatie-lijnen-vlakken in bestrating, hoogteverschillen, bosplantsoen of bessenstruiken. Met deze subtiele elementen, speelprikkels, bedenkt de jeugd eigen spelletjes. Het is leuk om hier bij (her)inrichting van de openbare ruimte over na te denken.
Figuur 13 Struinruimte jeugd op veldjes, pleintjes en bosplantsoen (archief OBB)
4.1.3 Ontmoeten jongeren
Voor de jongeren van 12 tot 17 jaar is niet zozeer spelen maar meer het elkaar kunnen ontmoeten van belang. Kleine plekken waar ze even zitten om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Liefst op een plek waar wat te zien of te doen is zoals een skatebaan, een supermarkt of snackbar en centrale pleinen of kruisingen.
Uitgangspunt voor ontmoeting is één plek voor elke groep van 15 jongeren. Het is daarbij van groot belang dat er voldoende plekken zijn van verschillende kwaliteit. Dit geeft de jongeren keuze en de buurt meer rust, doordat de jongeren zich automatisch meer spreiden over de plekken.
Kiss and Greet-plek (informeel 50% van de plekken)
Bij het ontmoeten van jongeren zijn niet alleen de plekken met voorzieningen belangrijk. Zij gebruiken de hele openbare ruimte om elkaar te ontmoeten op zelfgekozen plekken. Dit zijn vooral plekken waar ze voor of na school en sport even staan om afscheid te nemen of samen op te fietsen (Kiss and Greet (K&G)). Vaak is dit op de hoek van de straat en/of aan de route. Gezien de ruime opzet van Zoetermeer zijn deze mogelijkheden legio. Er is geen aanvullende inrichting nodig.
Figuur 14 Genoeg Kiss and Greet-plekken waar jongeren op elkaar wachten en een praatje maken (archief OBB en google maps)
What’s Up-plek (informeel 30% van de plekken)
Soms is een groep jongeren wat groter en is behoefte aan zitmogelijkheden. Deze plekken zijn nodig om de laatste nieuwtjes uit te wisselen tijdens de schoolpauze, vlak na school en rondom etenstijd (What’s Up (WU)). Een stelletje, een klein groepje vrienden of vriendinnen willen graag een eigen plek in de buurt waar ze wonen of op de route. Hoe meer van dit soort ontmoetingsplekjes hoe minder de overlastervaring in een stad en hoe beter de spreiding van de jongeren. Dit type plekken met wat zitaanleidingen is weinig te vinden in Zoetermeer, terwijl het de meest gevraagde voorziening is door jongeren – met name meisjes – en goed betaalbaar.
Figuur 15 What’s up-plekken bij speel- en sportplekjes en parken, erg weinig te vinden (archief Zoetermeer en google maps)
Stay Around-plek (informeel en formeel 20% van de plekken)
Dit zijn plekken waar jongeren echt afspreken en langere tijd samen zijn om onder meer te zitten praten, kortom plekken waar ze even kunnen droogstaan. Deze plekken werken het beste in combinatie met een sportvoorzieningen of langs verkeersroutes of het water, zodat er ook wat te doen of te zien is. In Zoetermeer zijn, in tegenstelling tot veel andere gemeenten, veel van de Stay Around-plekken al aanwezig. Dit komt door de ‘natuurlijke’ droogstaplekken onder de Randstadrail en wegen. Zie ook paragraaf 4.2.3 voor het formele deel.
Figuur 16 aanwezig droogstaplekken / stay around-plekken onder de Randstadrail (google maps)
4.2 Formele speelruimte: centraal en uitdagend
4.2.1 Steunplekken: minder inrichting, meer ruimte voor spel
Insteek is dat aan de steunplekken voor kinderen met zo min mogelijk inrichting zoveel mogelijk speelwaarde wordt toegevoegd. Dit met bij voorkeur mogelijkheden voor vrij spel, zoals constructiespel met zand en water, bewegingsspel met belijning en doelpaaltjes en zo min mogelijk vaste / starre toestellen en ondergronden. Belangrijk is ook om aanleiding te bieden voor ontmoeting met onder andere bankjes, randen om op te zitten, etcetera. De plekjes liggen langs routes, dichtbij woningen en zijn sociaal veilig.
De inrichting richt zich op het prikkelen van de fantasie van kinderen en het bieden van ontmoetingsruimte aan ouders. Deze plekken zijn prima plekken voor ouders om samen met de buren eens het glijbaantje neer te zetten op woensdagmiddag, een zandbak in de vakantie, of de sproeier bij warm weer om ze na gebruik ’s avonds weer op te ruimen. In blokken die erg kinderrijk zijn en weinig ruimte is, kan soms wel een centrale plek met inrichting noodzakelijk zijn.
Figuur 17 Gemeente verbetert struinen kinderen door mogelijkheden voor constructiespel, gebruikers en bewoners verbeteren samenspel door eigen meegebrachte spullen (archief Zoetermeer en OBB)
4.2.2 Centrale plekken: minder plekken, betere inrichting
Centrale buurtplekken staan hoog op de prioriteitenlijst. Het samen spelen is de grootste succesfactor van een plek. In de huidige situatie staan de toestellen voor de jeugd verspreid over te veel en te kleine plekken. Een logisch gevolg van de redenatie dat een plek moet meegroeien met de leeftijd die eromheen woont. In de praktijk blijkt dat de jeugd deze plekken saai en klein vindt en er weinig komt. De budgetten voor de jeugd raken op deze wijze ook versnipperd, waardoor grote combinaties, kabelbanen, etc. te duur zijn en anderzijds vaak ook ruimtelijk niet passen.
Figuur 18 Speel- en sportvoorzieningen worden gecentreerd om meer budget te hebben om echt aantrekkelijke plekken in te richten (archief Zoetermeer)
Streven is dan ook om voor de jeugd zo min mogelijk plekken aan te wijzen en deze zo groot mogelijk te maken en zo centraal mogelijk in de buurt te leggen. Vaak is er dan ook een combinatie mogelijk met of kinderen of jongeren of zelfs beiden. Waar dit niet kan of er een hoge jeugddichtheid is wordt de spreiding ingevuld met (extra) steunplekken. Denk hierbij aan een extra trapveldje of toch een toestel voor de jeugd op een plek voor kinderen. Dit wordt in de wijkanalyses geanalyseerd.
Figuur 19 Centrale buurtplekken voor kinderen en jeugd (archief Zoetermeer)
De centrale buurtplekken liggen centraal of op een goed bereikbare plek, maximaal op 5 minuten loopafstand (400 meter). Ze zijn goed zichtbaar en liggen bij voorkeur niet achter woningen. Het gaat om plekken met een ruimtebeslag van minimaal 1.500 m2 waar veel variatie en uitdaging geboden wordt met wat grotere, bijzondere toestellen. Alle spelvormen (sociaal spel met rust, bewegingsspel, balspel, fantasiespel en constructiespel) zijn vertegenwoordigd. Sport en spel gecombineerd op één plek. Op de buurtplek is rekening gehouden met kinderen met een beperking
2Zie ook www.speeltuinbende.nl (van NSGK), voor tips hoe rekening te houden met kinderen met een beperking
. Voor kinderen liggen deze dan wel verder dan ze zelfstandig mogen bereiken, maar met ouders of oppas(oma of -opa) is het wel de moeite waard ernaartoe te gaan.
4.2.3 Sport- en stadse plekken: meer goed ingerichte plekken voor jongeren
Sportplek
Ook jongeren kiezen liefst voor centrale grote plekken als het om sportactiviteiten gaat. Veelvuldig wordt aangegeven door jongeren dat ze op deze plekken meerdere sporten zouden willen doen en natuurlijk elkaar kunnen ontmoeten. Het totaalaanbod van plekken dient een variatie te zijn van verschillende sporten; van heel eenvoudig met een paar doeltjes tot een grote skatebaan.
Iedere sportplek (1 per 100 jongeren), moet naast het sporten (ca 3.500m2 of meer) ook gelegenheid geven tot zitten en ontmoeten. Op dit moment zijn hiervoor slechts beperkt voorzieningen. Alle plekken moeten minimaal een paar bankjes of een eenvoudige droogstaplek hebben (Stay Around 20%). Op 1 op de 5 sportplekken, moet een echte grote droogstaplek zijn (ook wel JOP genoemd).
Figuur 20 Variatie in sportplekken van eenvoudig tot multifunctioneel (archief OBB)
Stadsplek
De stadse plekken kunnen verder weg van de bebouwing liggen omdat ze geen buurtfunctie hebben maar juist een verwijsfunctie kunnen vervullen voor jongeren (buiten gehoor en zicht woningen). Ze zijn wel zo sociaal veilig mogelijk door goede zichtbaarheid vanaf de weg, door de behoeften van meiden ook mee te nemen en indien mogelijk verlichting toe te passen. Een minimale omvang van 5.000 m2 of meer zorgt ervoor dat er een aantrekkelijke inrichting, met meerdere soorten sporten, of bijvoorbeeld meer ruimte voor één sport kan zijn. In combinatie met ontmoeting door zitaanleidingen en een droogstaplek, zeker als ze op de rand van of buiten de wijk liggen.
Figuur 21 Stadse plekken voor jongeren (en jeugd)(foto’s: rondgang, archief Zoetermeer, archief OBB)