Bijlage 1: Relevante artikelen uit regelgeving
1Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
Titel 4.5. De balans en de toelichting
Paragraaf 4.5.5. Vaste passiva
Artikel 42
1Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
2Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
Artikel 43
1In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
a.de algemene reserve;
b.de bestemmingsreserves.
2Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Artikel 44
1Voorzieningen worden gevormd wegens:
a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d.de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Artikel 45
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans
Artikel 54
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.
2Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar;
c.de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening;
d.de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 55
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.
2Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen;
c.ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;
d.de aanwendingen;
e.saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 63
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
2Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV: bepalingenbestemmingsreserve dekking kapitaallasten
–Een bestemmingsreserve kapitaallasten moet van voldoende omvang zijn om de kapitaallasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken.
–Om de volledige kapitaallasten aan de bestemmingsreserve kapitaallasten te kunnen onttrekken, moet het saldo van de bestemmingsreserve kapitaallasten gelijk zijn aan de boekwaarde van de desbetreffende activa.
–Wanneer het saldo van de bestemmingsreserve kapitaallasten minder is dan de boekwaarde van de desbetreffende activa, dan kunnen de kapitaallasten slechts naar rato aan de bestemmingsreserve kapitaallasten worden onttrokken.
–De kapitaallastenreserves zijn gekoppeld aan de betreffende investeringen. Dit houdt in dat wanneer de investering vertraging oploopt de onttrekking evenredig lager zal zijn en vice versa.
–Onttrekking van de rente uit de bestemmingsreserve kapitaallasten is alleen mogelijk indien er bespaarde rente over het saldo van deze reserve wordt toegevoegd. Wanneer er geen bespaarde rente wordt toegevoegd, dan kan alleen de jaarlijkse afschrijving onttrokken worden aan deze reserve.
3Financiële verordening
De Financiële verordening 2023 bevat de volgende bepalingen over reserves en voorzieningen:
Hoofdstuk 2.Begroting en verantwoording
Artikel 3.Programmabegroting
6De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de totale lasten en baten per programma en de daaraan verbonden reservemutaties, het overzicht algemene dekkingsmiddelen, de aanwending van voorzieningen en vermeerderingen in langlopende schulden.
8Investeringsvoorstellen met een dekking uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 vergen altijd een afzonderlijk raadsbesluit.
11Aanpassing van beleid met financiële gevolgen (na vaststelling van de programmabegroting) voor exploitatie, investeringen en voorzieningen wordt vooraf aan de raad ter vaststelling voorgelegd.
Artikel 4.Tussenberichten
2De rapportages gaan in op afwijkingen wat betreft de maatschappelijke effecten (outcome), maatschappelijke doelen, baten, lasten (input), investeringen en reservemutaties, nieuwe en opgetreden risico’s (inclusief getroffen maatregelen).
3Financiële afwijkingen vanuit bestaand beleid op exploitatie, investeringen en voorzieningen worden gemeld.
Hoofdstuk 4.Financieel beleid en financiële positie
Artikel 11.Begrotingsbeleid
2Voor 1 maart in het jaar na de verkiezingen legt het college aan de raad ter besluitvorming een overzicht voor van wel en niet te actualiseren financiële beleidsnota’s (overzicht actualisering financiële beleidsnota’s). Dit overzicht bevat:
a.per beleidsnota een verwijzing naar de oorspronkelijke vaststellingsdatum en datum van laatste wijziging;
b.per beleidsnota een bondige motivatie waarom actualisering wel/niet nodig wordt geacht;
c.tenminste de volgende (financiële) beleidsnota’s:
–Nota Waarderen, activeren en afschrijven vaste activa (zie art.15, lid 7)
–Nota Reserves en voorzieningen (zie art. 17, lid 3)
–Kadernota Treasury (zie art.19, lid 4)
–Nota Rente (zie art.19, lid 5)
–Nota Lokale heffingen (zie art. 20, lid 3)
–Kadernota Risicomanagement en weerstandsvermogen (zie art.21, lid 2)
–Nota Onderhoud openbare ruimte (zie art.22, lid 1a)
–Nota Riolering (zie art.22, lid 2)
–Nota Vastgoed (zie art. 22, lid 3)
–Nota Verbonden partijen (zie art. 25)
–Nota Grondbeleid (zie art. 26).
Artikel 16.Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid.
Artikel 17.Reserves en voorzieningen
1Het college geeft jaarlijks bij de begroting een overzicht van de (mutaties van) reserves en voorzieningen en een onderbouwing van de benodigde omvang van de betreffende reserve/voorziening.
2De Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (het fonds) wordt in ieder geval op de volgende wijze financieel gevoed:
–een positief jaarresultaat van de grondexploitaties wordt conform de in de nota Grondbeleid beschreven wijze overgeheveld naar het fonds;
–een positief saldo van de jaarrekening wordt voor maximaal 50% overgeheveld naar het fonds;
–een verworven subsidie die een aantoonbare relatie heeft met de opgaven van de Stadsvisie wordt gestort in het fonds;
–maximaal de helft van de stijging van de algemene middelen uit de OZB en de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds voortkomend uit extra woningen/inwoners dient als aanvulling van de beschikbare ruimte in het fonds.
3Het college biedt, indien bijstelling nodig is, een geactualiseerde beleidsnota Reserves en voorzieningen aan ter vaststelling door de raad.
Artikel 18.Grondslag voor kostprijsberekening, tarieven en heffingen
3Bij de kostprijs worden betrokken:
a.bijdragen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa.