Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels voorwerpen op of aan de weg

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 28 december 2024

Regels voor het plaatsen van uitstallingen, met uitzondering van de Dorpsstraat

1Tussen de gevel van het bedrijf en de uitstalling dient een minimale vrije doorgang van 1,80 meter te worden aangehouden. Dit onder andere om een vrije doorgang te garanderen voor gehandicapten. Indien zich er een rij lichtmasten, kolommen en bomen bevindt, dan dient de uitstalling tussen deze rij te worden geplaatst.

2De opstelling van de uitstalling moet zodanig zijn, dat:

a.de aanwezige brandkranen en bluswatervoorzieningen steeds onbelemmerd bereikbaar blijven;

b.de in-, uit- en nooduitgangen en trappen onbelemmerd blijven en bereikbaar zijn;

c.een snelle en veilige ontruiming onder alle omstandigheden is gewaarborgd;

d.tussen de uitstalling en de tegenoverliggende uitstalling op de hoofdroutes/wegen 3,50 meter in breedte en 4,20 meter in hoogte vrij blijft voor de hulpverleningsdiensten zoals brandweer, ambulance en de reinigingsdienst. Wanneer dit ertoe leidt dat een uitstalling niet op 1,80 meter uit de gevel kan worden geplaatst dan moet de uitstalling tegen de gevel aan worden geplaatst.

3De uitstalling dient minimaal 0,5 meter vanuit de grens (zijwanden) van het bedrijf te worden geplaatst;

4De uitstalling mag niet op de sierpitdrainage (aangelegd voor de bomen), afwatering zoals lijn- of molgoot of op een inspectieput of doorspuitput staan.

5Uitstallingen mogen slechts gedurende de tijden waarop het bedrijf is geopend op straat staan;

6Verkoop vanaf de uitstalling is niet toegestaan;

7De aard van de uitstalling dient een relatie te hebben met de in het bedrijf aangeboden waren of diensten;

8Een ondernemer mag slechts uitstallen voor de gevel van zijn eigen bedrijf. De uitstalling mag daarentegen niet voor de entreedeur van het bedrijf staan (een ruimte van 1,20 meter breed moet vrij blijven in verband met de vluchtroute uit het bedrijf).

9Het terrein mag niet op enigerlei wijze worden beschadigd en/of verontreinigd.

10De uitstalling mag niet worden verankerd in de weg.

11De uitstalling mag geen scherpe delen of gevaarlijke elementen bevatten.

12De uitstalling moet zodanig zwaar of verzwaard zijn dat deze niet omwaait.

13De uitstalling mag geen hinderlijk licht verspreiden of geluidsoverlast veroorzaken.

14Kabels of leidingen van de winkel naar de uitstalling zijn niet toegestaan.

15De openbare orde mag door het gebruik van de uitstalling niet worden verstoord en het publiek mag niet worden lastiggevallen.

16De eigenaar/verhuurder van de uitstalling is verplicht alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen ten einde te voorkomen dat de gemeente Zoetermeer dan wel derden als gevolg van het gebruik van de uitstalling schade lijden.

17Alle aanwijzingen en bevelen van of vanwege de teamchef van politie, de commandant van de brandweer en/of van de handhavers van de gemeente Zoetermeer, gegeven in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en/of veiligheid, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

Voor containers gelden de volgende aanvullende regels:

1Op de container is de naam en het telefoonnummer van de eigenaar of de verhuurder aangegeven.

2Een container mag niet op de openbare weg worden geplaatst indien de container door een ondernemer wordt gebruikt als opslag voor te verkopen goederen, tenzij de ondernemer zijn winkel aan het verbouwen is en aan hem hiervoor een bouwvergunning is verleend.

3Het verkopen van goederen vanuit een container is verboden, tenzij hiervoor een bouwvergunning is verleend.

4Indien een container langer dan 7 dagen op de openbare weg zal worden geplaatst, moet het voornemen tot plaatsing van (een) container(s) minimaal 10 werkdagen voorafgaande aan de plaatsing bij de gemeente worden gemeld met opgave van locatie, aard en afmetingen van de container en de wijze waarop de container wordt verlicht, dan wel hoe de in lid 1 bedoelde CROW richtlijnen en bepalingen over markering worden nageleefd.

5Containers die op de verharding komen te staan moeten op hout worden geplaatst.

6In winkelcentra mogen geen containers groter dan 6 m3 worden geplaatst.

7Containers hebben, met inbegrip van de lading, een maximale hoogte van 2,40 meter en/of een lengte van 6 meter.

Voor kraanwagens gelden de volgende aanvullende regels:

1In het Stadshart en de Dorpsstraat mogen geen voertuigen zwaarder dan 15 ton worden geplaatst.

2Het voornemen tot plaatsing van (een) kraanwagen(s) dient minimaal 10 werkdagen voorafgaande aan de plaatsing bij de gemeente worden gemeld met opgave van locatie, aard en afmetingen van de kraanwagen en de wijze waarop de kraanwagen wordt verlicht, dan wel hoe de in lid 1 bedoelde CROW richtlijnen en bepalingen over markering worden nageleefd.

Bankjes, bloembakken (en andere sier- of gebruiksvoorwerpen)

Voor het plaatsen van een bloembak en of gevelbank op de openbare weg van de gemeente Zoetermeer gelden de volgende algemene regels, waarbij wordt opgemerkt dat voor vergelijkbare situaties en andere sier- of gebruiksvoorwerpen dezelfde regels gelden;

1Het plaatsen van een gevelbank en of een bloembak mag alleen door een particulier.

2De gevelbank en/of bloembak mag niet in winkelcentra worden geplaatst.

3De gevelbank dan wel de bloembak moet zodanig zijn, dat:

a.de aanwezige brandkranen en bluswatervoorzieningen steeds onbelemmerd bereikbaar blijven;

b.de in-, uit- en nooduitgangen en trappen onbelemmerd blijven en bereikbaar zijn;

c.een vrije doorgang van 3,50 meter op de weg en 4,20 meter in hoogte voor voertuigen van de hulpverleningsdienst is gewaarborgd;

d.een snelle en veilige ontruiming onder alle omstandigheden is gewaarborgd.

4Een gevelbank en bloembak mag alleen tegen de gevel van de woning van de initiatiefnemer worden geplaatst. Beide worden zo dicht mogelijk tegen de gevel van de woning geplaatst.

5Het terrein mag op geen enkele wijze worden beschadigd.

6De maximale afmeting (lengte x breedte) van een bloembak bedraagt 0.75 x 0.75 meter, en die van een gevelbank 1.50 x 0.50 meter.

7Een bloembak mag geen hoogopgaande begroeiing bevatten waar bovenbewoners hinder van kunnen ondervinden.

8De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die mogelijk voortvloeit uit het plaatsen van bloembakken en/of gevelbanken.

9Schade aan gemeentelijke eigendommen als gevolg van de aanwezigheid van de bloembakken en/of gevelbanken worden verhaald op de initiatiefnemer.

10Alle aanwijzingen en bevelen van of vanwege de teamchef van politie, de commandant van de brandweer en/of de handhavers van de gemeente Zoetermeer, gegeven in het belang van de openbare orde en/of veiligheid, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

Spandoek

Een spandoek mag alleen worden opgehangen indien de eigenaar van het gebouw waaraan het spandoek wordt gehangen hiervoor toestemming heeft verleend. Het spandoek dient altijd en overal over de gehele lengte op een minimale hoogte van 4,20 meter te hangen.

Objecten

Objecten, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg, zijn toegestaan mits:

1elk object zich hoger dan 2,30 meter boven dat gedeelte bevindt; en

2elk object, in welke stand ook, zich op meer dan 0,50 meter afstand bevindt van het voor rijverkeer bestemde gedeelte van de weg;

3elk object, in welke stand ook, minder dan 1,50 meter uit de gevel reikt.

Regels ten aanzien van het gehele Stadshart

Op grond van artikel 2:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zoetermeer (APV) kan het college gebieden aanwijzen waarvoor aanvullende regels gelden. Voor het Stadshart is het noodzakelijk aanvullende regels vast te stellen, omdat deze zowel voor evenementen als voor (ideële) standplaatsen wordt gebruikt. De vergunningvrije 'voorwerpen' kunnen zonder aanvullende regels conflicteren met de vergunde evenementen en standplaatsen die op dezelfde plaats willen staan. Om deze reden worden het Stadshart aangewezen als gebied waarvoor de volgende aanvullende regels gelden:

1Het voornemen tot plaatsing van een voorwerp op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan, moet minimaal 10 werkdagen voorafgaande aan de plaatsing bij de gemeente worden gemeld. Daarbij wordt vermeld om welke plaats het gaat, wat het voorwerp is en voor welke periode.

2Het college kan in het belang van voorkoming of verminderen van overlast voor weggebruikers en andere belanghebbende of ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving aanwijzingen geven, dan wel de plaatsing op de voorgenomen plaats verbieden.

3Het voorwerp kan worden geplaatst indien het college niet binnen 6 werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste plaatsing van het voorwerp op of aan de weg wordt verboden.;

4De belanghebbenden dienen op de hoogte te worden gesteld van de te houden activiteiten;

5Voor het overige gelden de regels van de APV en de door het college vastgestelde nadere regels op grond van de APV.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.