Aanhef
1De gewijzigde Beleidsregels Wmo vast te stellen per 11 november 2025
2De oude Beleidsregels Wmo in te trekken per 11 november 2025
Verordening: hoofdstuk 10
Bijlage 1 - Doelgroep, terreinen en resultaten van beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie
Voorbeelden doelgroep
* Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek
* Ouderen die door dementie of cognitieve achteruitgang beperkt zijn in hun zelfredzaamheid
* Volwassenen met psychiatrische problematiek
* Volwassenen met een verstandelijke beperking
* Volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking
* Volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte
Verschillende terreinen
Ook is het zo dat de cliënt op één of meerdere terreinen beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie kan ondervinden. Voorbeelden zijn:
* sociale redzaamheid
* bewegen en verplaatsen
* probleemgedrag
* psychisch functioneren
* geheugen- en oriëntatiestoornissen
Sociale redzaamheid
Bij sociale redzaamheid gaat het om de volgende aspecten:
* begrijpen wat anderen zeggen
* een gesprek voeren
* zich begrijpelijk maken
* initiëren en uitvoeren eenvoudige taken
* kunnen lezen, schrijven en rekenen
* communicatiehulpmiddel gebruiken
* dagelijkse bezigheden
* problemen oplossen en besluiten nemen
* dagelijkse routine regelen
* zelf geld beheren
* initiëren en uitvoeren complexere taken
* zelf administratie zaken bijhouden
Bewegen en verplaatsen
Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten:
* lichaamspositie handhaven
* grove hand- en armbewegingen maken
* fijne handbewegingen maken
* lichtere voorwerpen tillen
* gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten
* lichaamspositie veranderen
* trap op en af gaan zonder hulp(middelen)
* zich verplaatsen met hulp(middelen)
* voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen)
* gebruik maken van openbaar vervoer
* eigen vervoermiddel gebruiken
* voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen)
* korte afstanden lopen
* zwaardere voorwerpen tillen
Gedragsproblemen
Bij gedragsproblemen gaat het om de volgende aspecten:
* destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk)
* dwangmatig gedrag
* lichamelijk agressief gedrag
* manipulatief gedrag
* verbaal agressief gedrag
* zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag
* grensoverschrijdend seksueel gedrag
Psychisch functioneren
Bij psychisch functioneren gaat het om de volgende aspecten:
* concentratie
* geheugen en denken
* perceptie van omgeving
Oriëntatiestoornissen
Bij oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten:
* oriëntatie in persoon
* oriëntatie in ruimte
* oriëntatie in tijd
* oriëntatie naar plaats
Resultaten opbouwen van sociaal netwerk cliënt
* Cliënt heeft gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol
* Cliënt is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk
* Cliënt kan eigen problematiek in relatie tot sociale netwerk hanteren
* Bij bemoeizorg: cliënt staat open voor opbouw sociaal netwerk
Resultaten thuisadministratie
* Overzicht van de administratie/ administratie op orde
* Tijdige betaling van rekeningen
* Inkomsten en uitgaven in balans
* Indien aanwezig beheersbaar maken van de schuldenproblematiek (en indien mogelijk in relatie tot de inkomsten: vermindering van de schuldenlast)
Resultaten participatie (plannen van dagelijkse activiteiten)
* Cliënt heeft een zinvolle (verplichte) dagbesteding
* Cliënt heeft onbetaald werk met ondersteuning
* Cliënt heeft onbetaald werk zonder ondersteuning
* Cliënt heeft betaald werk met ondersteuning
* Cliënt heeft betaald werk zonder ondersteuning
* Mantelzorg is ontlast
Resultaten zelfzorg
* Cliënt is in staat zichzelf te verzorgen. Dit betreft onder andere zichzelf wassen, afdrogen, aan- en uitkleden, scheren, tandenpoetsen, haren kammen.
* Cliënt draagt schone kleding
* Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na
Resultaten ondersteuningsniveau 1 (algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning, HO1)
De algemene voorziening HO1 wordt ingezet als dit voor de cliënt een passende voorziening is, waardoor inzet van een maatwerkvoorziening (nog) niet nodig is. Het te bereiken resultaat van HO1 is dat de cliënt door het vergroten van diens vitaliteit in staat wordt gesteld om het huishouden zelfstandig te kunnen blijven voeren. Met het oog op dit resultaat kan de cliënt kosteloos en zonder indicatie deelnemen aan de algemene voorziening die het zelfstandig voeren van het huishouden bevordert. In principe wordt er naast HO1 geen maatwerkvoorziening getroffen voor het lichte en/of zware huishoudelijke werk. Indien het College dit in specifieke gevallen nodig acht, kan naast HO1 een maatwerkvoorziening worden afgegeven voor zware huishoudelijke taken. Lichte huishoudelijke taken blijft de cliënt altijd zelf doen wanneer HO1 ingezet wordt.
Resultaten ondersteuningsniveau 2 (kortdurende huishoudelijke ondersteuning, HO2)
De maatwerkvoorziening HO2 wordt verleend als de cliënt bij aanvang beperkingen heeft bij het verrichten van huishoudelijke taken en/of het organiseren van het huishouden, maar naar verwachting weer (gedeeltelijk) zelfstandig kan worden. Deze ondersteuning is kortdurend (6 maanden en maximaal 125 minuten per week, met optie tot eenmalige verlenging van maximaal 6 maanden) en is gericht op het weer verzelfstandigen van de cliënt. Met deze maatwerkvoorziening kunnen huishoudelijke taken tijdelijk worden overgenomen, waarbij de nadruk erop ligt dat de cliënt het weer zoveel mogelijk zelf gaat doen. De cliënt krijgt tijdens de looptijd van de voorziening ook ondersteuning bij het weer zelfstandig leren uitvoeren van (en het organiseren van) huishoudelijke taken, mogelijk met innovatieve technieken.
Indien er na afloop van de kortdurende ondersteuning een gedeelte van de hulpvraag overblijft, kan er voor dat deel een maatwerkvoorziening worden afgegeven voor langere periode (HO3).
Resultaten ondersteuningsniveau 3 (langdurige huishoudelijke ondersteuning, HO3)
De maatwerkvoorziening HO3 wordt ingezet als een cliënt voor langere periode (langer dan 6 maanden of voor onbepaalde tijd) niet in staat is om zelfstandig huishoudelijke taken te doen en/of te organiseren. Het te bereiken resultaat is dat de cliënt kan wonen in een schone en leefbare woning. Met het oog op dit resultaat kan een maatwerkvoorziening getroffen worden voor het lichte en/of zware huishoudelijke taken. Het te bereiken resultaat is beperkt tot met name de woonkamer, slaapkamer(s), keuken en sanitaire ruimten. Het gaat in ieder geval om de gebruiksruimten die voor de persoon met beperkingen onder diens normale gebruik van de woning vallen. Kamers die niet in gebruik (hoeven te) zijn vallen hierbuiten. Ook buitenruimten vallen niet onder gebruiksruimten.
Indien de cliënt zowel beperkingen heeft bij het verrichten van huishoudelijke taken als bij het organiseren van het huishouden, kan aanvullende ondersteuning worden geboden. Het College weegt af of dit past binnen de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, of dat een aparte voorziening nodig is voor de begeleiding bij het organiseren van het huishouden.
Bijlage 2 - Checklist voor het betrekken van de mantelzorger bij het onderzoek
Mogelijke mantelzorg
1Kan de cliënt rekenen op hulp van partner, gezinsleden of van andere mensen die tot het huishouden behoren?
Nee
Ja →
○ geen hulp of weinig hulp
○ wel hulp: één of meer keer per week
○ wel hulp: dagelijks
2Kan de cliënt rekenen op hulp van familieleden of vrienden die niet tot het huishouden behoren?
Nee
Ja →
○ geen hulp of weinig hulp
○ wel hulp: één of meer keer per week
○ wel hulp: dagelijks
3Welke extra taken heeft de mantelzorg in de loop der tijd op zich genomen?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging
Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk …
(bijvoorbeeld vervoer naar ziekenhuis, emotionele steun)
Gevolgen voor andere verantwoordelijkheden en activiteiten van de mantelzorg
1Met welke andere verantwoordelijkheden en activiteiten worden de (extra) zorgtaken door de verzorger
1Hiermee wordt gedoeld op de verzorger die de meeste taken op zich neemt. Bij meerdere verzorgers is de persoon die de zorg coördineert de contactpersoon en informatiebron.
gecombineerd?
Werk buitenshuis, fulltime/ parttime (uren per week:.…)
Opleiding, fulltime/ parttime (uren per week: .…)
Zorg voor (andere) huisgenoten (jonge kinderen? ….)
Huishoudelijke taken (worden de taken gedeeld?)
Zorg voor (andere) familieleden
Vrije tijd, hobby’s
2Gaan de zorgtaken van de verzorger ten koste van de bij vraag 1 genoemde andere taken en verantwoordelijkheden?
Nee
Ja, namelijk …
3Gaan de extra zorgtaken die de verzorger op zich heeft genomen ten koste van belangrijke voornemens (bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, promotie op het werk)?
Nee
Ja, namelijk …
4Heeft de verzorger als werknemer zorgverlof kunnen opnemen?
Nee, waarom niet?
Ja, hoe lang en hoeveel uren per week?
Belasting van mantelzorg
1Welke taken worden door de verzorger als (emotioneel en/of fysiek) belastend ervaren?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk …
2Om wat voor belasting gaat het?
Vooral fysiek belastend
Vooral emotioneel belastend
Zowel fysiek als emotioneel belastend
3Heeft de zorgende persoon last van aanhoudende vermoeidheid door de gegeven hulp (in combinatie met andere taken)?
Nee
Ja (zie ook checklist draaglast en draagkracht)
Mogelijkheden en beperkingen van verzorgers
1Welke taken is de verzorger goed in staat te verrichten?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging
Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk …
2Bij welke taken is er behoefte aan ondersteuning?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging
Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk …
Wensen van de verzorger en verwachtingen van de zorgvrager
1Welke taken wil de verzorger blijven uitvoeren?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging
Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk...
2Aan welke zorgtaken hecht de aanvrager het meeste belang?
Hulp bij dagelijkse bezigheden
Persoonlijke verzorging
Huishoudelijke taken
Overige taken, namelijk …
Ondersteuning
1Wat vindt de verzorger nodig om in staat te zijn de (extra) zorgtaken op zich te kunnen (blijven) nemen?
2Wat vindt de aanvrager nodig om de verzorger in staat te stellen de zorgtaken op zich te kunnen (blijven)nemen?
3Is er behoefte aan respijtzorg?
4Is er behoefte aan training of informatie?
Bijlage 3 - Gebruikelijke hulp in de persoonlijke levenssfeer (begeleiding en verzorging)
Persoonlijke verzorging volwassenen onderling
Van belang is onderscheid te maken tussen:
•gebruikelijke persoonlijke verzorging van partners voor elkaar;
•gebruikelijke persoonlijke verzorging van volwassen huisgenoten voor elkaar, waaronder inwonende volwassen kinderen (> 18 jaar) voor hun ouders.
Kortdurende zorg
Van partners wordt verwacht dat zij naar vermogen elkaar persoonlijke verzorging kunnen bieden in kortdurende zorgsituaties (tot drie maanden) met uitzicht op herstel. In dit geval kan geen huishoudelijke hulp worden toegekend ter ontlasting van de partner die de zorg verleent. Als een partner langer dan drie maanden zorg zal gaan verlenen, is persoonlijke verzorging – indien voorzienbaar vanaf het begin - ook tussen partners geen gebruikelijke zorg.
Persoonlijke verzorging van huisgenoten, anders dan partners, onderling is geen gebruikelijke zorg. De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichamelijke zorg, inclusief assistentie bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, aandacht en begeleiding bij ziekte en psychosociale problemen. Dit betreft in ieder geval kortdurende zorgsituaties (tot drie maanden) met uitzicht op herstel. Voorbeeld: de zorg voor een huisgenoot tijdens een kortdurend gezondheidsprobleem als herstel na een operatie, griep, gekneusde ledematen e.d. Deze vorm van zorg is in principe (afhankelijk van de aard, omvang en duur) gebruikelijk.
Gebruikelijke zorg voor kinderen per levensfase
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger) normaal gesproken geeft aan een kind, onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind. Dit is inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over.
Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon waarbij rekening moet worden gehouden met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Eigen oplossingen gaan voor. Indien nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem of haar geldende regeling voor zorgverlof. Het College onderzoekt, in geval er mantelzorg aanwezig is, wat in redelijkheid met mantelzorg kan worden opgevangen. Is dit niet mogelijk? Dan dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie van) crèche, opvang op school, buitenschoolse opvang, gastouder et cetera, dus de zogenaamde algemeen gebruikelijke voorliggende voorzieningen. Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden voor kinderen is redelijk, onafhankelijk van de financiële omstandigheden. Opvang is niet structureel een Wmo-zorg; daarvoor zijn andere, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen voorhanden. Wel is er een indicatie mogelijk voor de verzorging van de kinderen conform hun leeftijd. Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening voor oppas en opvang van gezonde kinderen tot vijf dagen per week is redelijk. Ook als er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, dan wordt eerst nagegaan wat de mantelzorgers opvangen en wat vrijwilligers als vervangende mantelzorg, voorliggende voorzieningen en algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen opvangen.
Indien het College zich ervan heeft vergewist dat de voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen niet aanwezig of niet toepasbaar zijn of zijn uitgeput, dan is bij uitval van de ouder in een éénoudergezin afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind een indicatie voor huishoudelijke hulp mogelijk tot 40 uur per week voor oppas en opvang van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal drie maanden), de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden.
Voorkomen van crisis en ontwrichting
Zijn deze mogelijkheden reeds maximaal gebruikt of afwezig, of is er slechts kortdurend overbrugging nodig in noodgevallen? Dan kan huishoudelijke hulp worden ingezet. Structurele opvang van kinderen is geen Wmo voorziening. Niet-structurele opvang van kinderen kan alleen tijdelijk (bij ontwrichting of calamiteiten) tot een Wmo aanspraak leiden. Verzorging van de kinderen kan zo nodig wel een Wmo voorziening zijn.
Kinderen van 0 tot 3 jaar
* hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;
* ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
* zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.
* hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
* hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
* kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);
* hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
* kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
* ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;
* hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
* hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
* zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;
* hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar
* kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;
* kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);
* hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;
* hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
* zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;
* hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;
* hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
* hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
* kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
* kunnen vanaf 16 jaar voor een beperkte periode dag en nacht alleen gelaten worden;
* kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
* hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
* hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
* hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);
* hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Voor de activiteiten die een kind zonder beperkingen niet zelfstandig uitvoert, geldt een zorgplicht van ouders. Het betreft hier dus gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen.
Verpleging is geen gebruikelijke zorg
Kortdurende zorg en verpleging van zieke kinderen thuis behoort ook tot de gebruikelijke zorg van ouders voor hun kinderen. Verpleging van een (chronisch) ziek kind is geen gebruikelijke zorg. Indien het kind is aangewezen op voortdurend nabij toezicht is dat (conform de leeftijd) wel gebruikelijke zorg.
Bijlage 4 - Gebruikelijke hulp bij het huishouden
Doel hulp bij het huishouden
Hulp bij het huishouden bij een meerpersoonshuishouden is aangewezen wanneer belemmering van het maatschappelijk participeren van personen binnen een huishouden dreigt als gevolg van gezondheidsproblemen van degene die geacht wordt het huishouden over te nemen in het kader van de gebruikelijke zorg of de mantelzorger. Dit kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten. Doel van de hulp bij het huishouden kan dan zijn: het schoonhouden van het huis en/of het verrichten van de dagelijks voorkomende huishoudelijke activiteiten ter ontlasting van de personen binnen het huishouden die voor de persoon met beperkingen zorgen, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden.
Wie is primair verantwoordelijk?
De personen die behoren tot het huishouden van een aanvrager die een beroep doet op de Wmo blijven altijd primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Dat betekent dat van alle personen binnen dat huishouden wordt verwacht dat, bij uitval van één van de leden van dat huishouden, gestreefd wordt naar herverdeling van de huishoudelijke taken.
Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaar
Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de niet-uitstelbare taken. Het verzorgen van gezonde kinderen valt ook onder huishoudelijke hulp.
Niet-uitstelbare taken zijn: maaltijd verzorgen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen. Wel uitstelbare taken zijn: boodschappen doen, wasverzorging, zwaar huishoudelijk werk zoals stofzuigen, sanitair, keuken en bedden verschonen.
Indicatie voor het aanleren van huishoudelijke activiteiten
Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen of kunnen verrichten' zijn geen reden voor een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Indien hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor zes weken hulp voor het aanleren van huishoudelijke taken en het leren organiseren van het huishouden.
Bijdrage van kinderen aan het huishouden
Als de aanvrager thuiswonende kinderen heeft, dan gaat de indicatiesteller ervan uit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.
•Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
•Kinderen tussen de 5 en 12 jaar kunnen worden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
•Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden, dus rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
•Taken vanaf 18 jaar: van een gezond persoon wordt verwacht dat die alle huishoudelijke taken kan overnemen binnen een eenpersoonshuishouden.
•Taken vanaf 21 jaar: van een gezond persoon wordt verwacht dat die alle huishoudelijke taken kan overnemen binnen een meerpersoonshuishouden.
Bijlage 5 - Onderzoek naar overbelasting van degene die de gebruikelijke hulp dient te bieden
Algemeen
De Wmo-consulent onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Reden om in de individuele situatie af te wijken, kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat zij taken of activiteiten overneemt in het kader van gebruikelijke hulp, overbelast dreigt te raken (hierna de huisgenoot). Overbelasting is: meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. In medische kringen praten we over het(on)evenwicht tussen draagkracht(belastbaarheid) en draaglast (belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren.
Factoren die van invloed zijn op de draagkracht:
* lichamelijke conditie huisgenoot
* geestelijke conditie huisgenoot
* wijze van omgaan met problemen (coping)
* motivatie voor ondersteunings- en/of zorgtaak
* sociaal netwerk
Factoren die van invloed zijn op de draaglast:
* omvang en mate van (on)planbaarheid van ondersteuningstaken; ziektebeeld en prognose
* inzicht van persoon in ziektebeeld van de cliënt
* woonsituatie
* bijkomende sociale problemen
* bijkomende emotionele problemen
* bijkomende relationele problemen
* Onderzoek naar de draaglast en draagkracht
Het kan soms heel duidelijk zijn dat de huisgenoot overbelast is. Is dit minder duidelijk, dan zal dit in het gesprek maar zeker bij de beoordeling van de aanspraak (indicatie) moeten worden uitgediept. De beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid van de huisgenoot dienen te worden beoordeeld door een arts. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te vormen. In andere gevallen zal om een extern medisch advies moeten worden gevraagd.
Het onderzoeken van overbelasting
Onderzoeksvragen die de Wmo-consulent zouden kunnen helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van de huisgenoot:
* Wat zegt de huisgenoot er zelf over, hoe ervaart hij of zij het ondersteunen en/of bieden van zorg?
* Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de huisgenoot?
* Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid?
* Heeft de huisgenoot een uitlaatklep? Heeft hij of zij de mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen?
* Kan iemand zijn verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er respijtzorg geboden zodat de huisgenoot even op adem kan komen?
* Hoe is de relatie tussen de huisgenoot en de cliënt? Hoe stelt de cliënt zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de huisgenoot grenzen aangeven en ‘nee’ zeggen? Is er irritatie tussen de huisgenoot en de cliënt?
* Heeft de huisgenoot inzicht in de beperkingen van de cliënt? (Als men weet dat bepaald gedrag uit bijvoorbeeld een ziekte of aandoening voortkomt, kan het gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren.)
* Hoeveel tijd heeft de huisgenoot? Heeft iemand een baan, een eigen gezin, een ander familielid dat ondersteuning of zorg (verpleging en verzorging) behoeft? Voorbeeld. Een echtgenoot ondervindt beperkingen terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders zorgt.
* Is de ondersteuning of de zorg te plannen of is er continu controle en toezicht nodig?
* Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend zijn.)
* Wat zijn de knelpunten in de ondersteuning en/of de zorg?
* Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder lift zodat de cliënt en de huisgenoot min of meer samen opgesloten zitten.
Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting
Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een medisch adviseur moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat.
Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:
* Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug.
* Hoge bloeddruk.
* Gewrichtspijn.
* Gevoelens van slapte.
* Slapeloosheid.
* Migraine, duizeligheid.
* Spierkrampen.
* Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid.
* Opvliegingen.
* Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst.
* Plotseling hevig zweten.
* Gevoelens van beklemming in de hals.
* Spiertrekkingen in het gezicht.
* Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen. Ongeduld.
* Vaak huilen.
* Neerslachtigheid.
* Isolering.
* Verbittering.
* Concentratieproblemen.
* Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen.
* Rusteloosheid.
* Perfectionisme.
* Geen beslissingen kunnen nemen.
* Denkblokkades.
Bijlage 6 - Richtlijn tijd en frequentie: huishoudelijke activiteiten en regie
Een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt verstrekt indien cliënt niet in staat is zelfstandig, middels gebruikelijke hulp of met voorliggende/algemene voorzieningen een basisniveau van schoon en leefbaar huis te realiseren. De verstrekking van de voorziening kan als Zorg in Natura afgegeven worden of soms in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). De benodigde tijd wordt in hele/halve uren geïndiceerd.
De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning bestaat uit de volgende categorieën:
-Kortdurende huishoudelijke ondersteuning (< 6 maanden), gericht op:
o tijdelijke overname van huishoudelijke taken (zowel licht als zwaar);
o het ondersteunen van de cliënt om diens huishoudelijke taken (weer) zelfstandig te gaan doen. Bijvoorbeeld tijdens/ na revalidatie of na het wegvallen van de partner/ huisgenoot die altijd het huishouden deed.
-Huishoudelijke ondersteuning (zowel licht als zwaar en indien nodig organisatie en regie) voor langere periode (> 6 maanden) of onbepaalde tijd, gericht op de overname van huishoudelijke taken die de cliënt door diens beperking langdurig of structureel niet zelf kan uitvoeren.
-Kindzorg
-Maaltijdondersteuning
Het resultaat van de ondersteuning is gericht op een schoon en leefbaar huis. En indien mogelijk is de cliënt als resultaat van de ondersteuning weer in staat de huishoudelijke taken (gedeeltelijk) zelfstandig uit te voeren.
Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
De cliënt moet primair gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Overige ruimten worden alleen in uitzonderlijke situaties schoon gemaakt. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van hulp bij het huishouden. Wanneer er meerdere slaapkamers in gebruik zijn bij een meerpersoonshuishouden wordt apart beoordeeld of deze schoongemaakt moeten worden.
Voor de bepaling van de hoeveelheid ondersteuning die wordt ingezet, gebruikt de gemeente het meest recente normenkader van HHM. Dit normenkader is gebaseerd op het objectieve en onafhankelijke onderzoek uitgevoerd door Bureau HHM. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke activiteiten als noodzakelijk worden geacht voor een schoon en leefbaar huis. Voor de verschillende categorieën van de maatwerkvoorziening is vastgesteld welke taken in welke frequentie uitgevoerd dienen te worden. De totale frequentie van de diverse activiteiten resulteren in de benodigde ondersteuningstijd (zoals opgenomen in het HHM normenkader). Deze ondersteuningstijd is opgebouwd uit directe tijd (de schoonmaakwerkzaamheden) en indirecte tijd (aankomst, vertrek, overleg, administratie en sociaal contact). De ondersteuningstijd betreft volledige professionele overname van alle activiteiten voor de gemiddelde cliëntsituatie. Dit vormt de basis die voor de individuele cliënt op maat moet worden gemaakt.
De normen voor huishoudelijke taken zijn een richtlijn. Het College kan besluiten om in voorkomende gevallen meer of minder uren toe te kennen. Zo kan het College besluiten een deel van de genormeerde uren toe te kennen in geval de cliënt een deel van de taken nog zelf kan uitvoeren.
Bijlage 7 - Productencatalogus toekomst sociaal domein
A. Individuele begeleiding
1Kortdurende begeleiding bij acute probleemsituaties
Wanneer inzetten
Bij acute probleem-/ crisissituaties die direct aangepakt moeten worden.
Wanneer niet inzetten
-Als overbrugging tot een maatwerkvoorziening.
-Als overbrugging tot een andere voorziening (bv Wlz, GGZ).
-Als de hulpvraag duidelijk is en reguliere begeleiding volstaat maar met spoed ingezet moet worden (daarvoor is de reguliere spoedprocedure).
Versnelde inzet mogelijk
Dit product kan versneld worden ingezet na een eerste screening door de consulent en schriftelijk akkoord van de gemeente.
Doel
Het stabiliseren van de situatie en het opstellen van een zorgplan.
Resultaat
De situatie is gestabiliseerd. Er wordt binnen uiterlijk 6 maanden na de start een reguliere melding gestuurd inclusief een zorgplan waarin alle resultaatgebieden (SMART) beschreven worden voor het (eventuele) vervolg.
2Individuele begeleiding gericht op leren/ ontwikkelen
Wanneer inzetten
Begeleiding bij hulpvragen, waarbij gericht aan ontwikkeldoelen op één of meerdere resultaatgebieden gewerkt kan worden.
Doel
De cliënt is zelfredzaam en heeft geen verdere begeleiding meer nodig.
Resultaat
De cliënt is zelfredzaam, heeft regie en structuur in het dagelijks leven en kan dagelijkse activiteiten plannen. De benodigde vaardigheden zijn hiervoor aangeleerd.
Overig
Dit mag voor 25% uit digitaal contact bestaan, passend bij de hulpvraag en in te zetten zorg.
2.1 Groepstraining
Wanneer inzetten
Wanneer er door middel van groepstraining een beter resultaat behaald kan worden voor concrete begeleidingsdoelen van de resultaatgebieden. Alleen in combinatie met een indicatie Individuele begeleiding gericht op leren/ ontwikkelen.
Doel
In groepsverband werken aan zelfredzaamheid.
Resultaat
-De cliënt komt in contact met lotgenoten.
-De cliënt leert in groepsverband vaardigheden.
-De cliënt heeft minder individuele begeleiding nodig.
2.2 Bereik- en beschikbaarheidsdienst
Wanneer inzetten
De cliënt heeft buiten kantooruren in de avond, nacht of weekend een korte hulpvraag die niet kan wachten tot de volgende werkdag.
Alleen in combinatie met een indicatie Individuele begeleiding gericht op leren/ ontwikkelen, vooral ter voorkoming of als nazorg bij beschermd wonen.
Doel
Voorkomen dat een relatief kleine hulpvraag escaleert en de cliënt ongewenst gedrag gaat vertonen.
Resultaat
Client hoeft minder snel of helemaal niet een beroep te doen op beschermd wonen.
Uitstroom uit beschermd wonen wordt bevorderd.
3Individuele begeleiding gericht op behouden
Wanneer inzetten
Begeleiding gericht op het bereiken van doelen op één of meerdere resultaatgebieden. Dit product wordt ingezet wanneer de cliënt matig of nauwelijks leerbaar is middels begeleiding de situatie stabiel blijf. Er is geen uitzicht op volledige zelfredzaamheid.
Doel
-Het stabiel houden van de situatie en terugval voorkomen.
-Het bereiken van kleine doelen.
-Waar mogelijk toe leiden naar het voorliggend veld.
Resultaat
-De situatie stabiel houden en kleine doelen zijn bereikt.
-Afbouwen uren: Kijken wat sociale netwerk/voorliggende veld kan overnemen.
Overig
-Dit mag voor 25% uit digitaal contact bestaan, passend bij de hulpvraag en in te zetten zorg.
4Waakvlamcontact
Wanneer inzetten
De cliënt is zelfredzaam. Er is nog een onzekerheid in eigen kunnen. De cliënt heeft een vangnet nodig om het zelfvertrouwen te krijgen.
Doel
Er is een vraagbaak/vangnet voor de cliënt waar hij op terug kan vallen indien nodig op afstand nazorg bieden tijdens kantooruren.
Resultaat
-Volledig zelfredzaam;
-Client stroomt uit.
B. Begeleiding groep
5Dagbesteding ontwikkelen:
Wanneer inzetten
Als de inwoner onvoldoende in staat is om zelfstandig structuur aan te brengen en de dag zinvol in te richten en waarbij de stap naar (vrijwilligers)werk nog te groot is.
Doel
Ontwikkeling gericht op zelfredzaamheid, regie en terugkomen in de dagelijkse structuur om zelfstandig mee te kunnen doen in de maatschappij. Doorstromen naar (vrijwilligers)werk, begeleid werk.
Resultaat
-De cliënt heeft zinvolle dagbesteding en;
-De cliënt heeft zich ontwikkeld in (arbeid gerelateerde) vaardigheden en/of;
-De cliënt is uitgestroomd naar (vrijwilligers)werk of een participatie traject.
6Dagbesteding behouden:
Wanneer inzetten
Als de inwoner niet in staat is om zelfstandig structuur aan te brengen en de dag zinvol in te richten of als de mantelzorger ontlast dient te worden.
Doel
De cliënt heeft (dag-)structuur, de mantelzorger wordt ontlast en hierdoor is de cliënt instaat om langer thuis te blijven wonen.
Resultaat
-De cliënt heeft zinvolle dagbesteding;
-Het bereiken van kleine doelen;
-De cliënt heeft (dag-)structuur en/of;
-De thuissituatie van de cliënt is ontlast;
-De cliënt onderhoudt en bouwt aan een sociaal netwerk.
7Vervoer naar dagbesteding:
Wanneer inzetten
Als de cliënt niet in staat is om zelfstandig met eigen vervoer of met het OV te reizen, alleen in combinatie met producten 5 en 6.
Doel
De cliënt (met of zonder rolstoel) op tijd bij de juiste locatie brengen.
Resultaat
De cliënt is op tijd bij de juiste voorziening.
Afstand
Tarieven op basis van het aantal kilometers, met de volgende groepen/klasse:
-0-5 km
-5-10 km
->10+ km
De kilometers betreffen de enkele reistafstand. De vergoeding betreft een vergoeding voor een retour.
8Kortdurend verblijf:
Wanneer inzetten
Bij behoefte aan logeeropvang met name om de mantelzorger te ontlasten.
Doel
Het ontlasten van de mantelzorger.
Resultaat
De mantelzorger is ontlast en de cliënt krijgt de benodigde zorg.