Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Zoetermeer 2023

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 5 januari 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Zoetermeer;

Overwegende dat:

•het ten behoeve van een praktische uitvoering van het leerlingenvervoer wenselijk is beleidsregels vast te stellen;

•enkele bepalingen van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zoetermeer 2023 uitleg behoeven;

•gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zoetermeer 2023;

besluit:

vast te stellen de beleidsregels van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zoetermeer 2023.

Inleiding

Tekst

De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht om een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. Deze regeling is vastgelegd in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zoetermeer 2023 [hierna Verordening].

Artikel 30 van de Verordening geeft het college de bevoegdheid om beleidsregels op te stellen ter uitvoering van de Verordening. Deze beleidsregels zijn opgesteld ten behoeve van de praktische uitvoering en indien van toepassing wordt verwezen naar het artikel of de artikelen van de Verordening. De paragrafen lopen synchroon met de paragrafen van de Verordening en zijn als volgt opgebouwd:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening

Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op de vervoersvoorziening

Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening

Paragraaf 5. Slotbepalingen

In de wetgeving wordt gesproken over ‘vervoer dat voor de leerling passend is‘. Ook geeft de wetgeving aan dat de regeling rekening houdt met de ‘redelijkerwijs te vergen inzet van ouders’. De Verordening gaat uit van de mogelijkheden van ouder en leerling. Dit houdt in dat wanneer een leerling in staat is om met de fiets of het openbaar vervoer (OV) naar school of voorziening te reizen, een voorziening voor aangepast vervoer niet aan de orde is. Wat passend vervoer en redelijkerwijs te vergen inzet precies is, wordt niet in de wetgeving, jurisprudentie en/of de Verordening leerlingenvervoer omschreven.

Aanvragen voor bekostiging van vervoer naar instellingen waar kinderen dagbehandelingen en/of zorg ontvangen, al dan niet in combinatie met onderwijs worden niet behandeld op grond van deze Verordening.

Het vervoer is bedoeld voor onderwijsvervoer. Zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en dergelijke vallen in principe niet onder deze verordening. Het college kan ouders vragen om een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) en een beschikking voor het verkrijgen van zorg en of hulp ter beoordeling of de leerling recht heeft op een leerlingenvervoer.

Bij de beoordeling van de aanvragen voor bekostiging voor vervoer geeft de Verordening aan, dat er sprake is van een getrapte vervoerskostenvergoeding. Er wordt gekeken naar de meest goedkope oplossing die zelfstandigheid bevorderd, respectievelijk naar fietsvergoeding, openbaar vervoer vergoeding, eigen vervoersvergoeding en aangepast vervoer (taxi). De vergoeding die het college verstrekt, betreft een tegemoetkoming in de kosten en is dus niet (altijd) kostendekkend. De voorziening moet aansluiten bij de capaciteit van de leerling. Met andere woorden: de vervoerskostenvergoeding moet passend zijn.

Dit houdt in, dat wanneer een leerling in staat is om naar school te fietsen (met of zonder begeleiding), dat dan een fietsvergoeding het meest passend is.

Uitgangspunten zijn de eigen mogelijkheden van de leerling en de ouder. Pas als een bepaalde eigen mogelijkheid geen optie is, kan het college een voorziening treffen voor een vervangende maatregel, zoals een tegemoetkoming in de kosten van bijvoorbeeld aangepast vervoer.

Aangepast vervoer vindt plaats in een taxi of een taxibusje. Ouders zijn verantwoordelijk voor eventuele begeleiding, tenzij er aantoonbaar (met een verklaring van een onafhankelijk medisch deskundige) sprake is van een noodzaak op grond waarvan begeleiding door een ter zake deskundige uitgevoerd moet worden.

Het college gaat steeds bij de bekostiging uit van de goedkoopst adequate mogelijkheid van vervoer. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoersvoorziening, kan het college met in achtneming van de artikelen in paragraaf 4 een andere passende voorziening verstrekken, die goedkoper is dan de bekostiging van de vervoersvoorziening.

Voor de vaststelling van de kosten van eigen vervoer gaat het college uit van het volgende, met dien verstande dat de goedkoopste optie wordt toegekend:

-als recht bestaat op bekostiging van openbaar vervoer (ov), dan worden de fictieve- kosten van openbaar vervoer (zoals hierboven aangegeven) vergoed;

-als recht bestaat op aangepast vervoer (av) en het college toestemming heeft gegeven voor eigen vervoer (ev), dan wordt een vergoeding gebaseerd op een bedrag per kilometer;

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Verordening. Enkele bepalingen die niet als definities in de Verordening staan, zijn in de beleidsregels per paragraaf verder uitgewerkt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.