Gemeentelijke regelgeving

Beleidsdocument BRP 2025-2028

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 12 februari 2025

Aanhef

Te nemen besluit

1Het beleidsdocument BRP 2025-2028 vast te stellen.

2Het beleidsdocument BRP 2021-2024 in te trekken.

4 Beleidsdoelstellingen

4.5 De betrouwbaarheid

4.5.1 Algemeen

In de BRP worden verschillende persoonsgegevens vastgelegd. Hieronder wordt verder ingegaan op de betrouwbaarheid van de adres-, de nationaliteit- en de identiteitsgegevens. Hieronder staan de beleidsdoelstellingen en kwaliteitsmaatregelen voor de betrouwbaarheid van deze gegevens. De hoofddoelstelling is dat de gebruikers kunnen vertrouwen op de juistheid van de gegevens. Terugmeldingen van gebruikers bij gerede twijfel, worden altijd in behandeling genomen.

Gegevens in de BRP worden gehaald uit brondocumenten. Valse of vervalste brondocumenten kunnen zorgen voor een mindere betrouwbaarheid van deze gegevens. Er wordt aangifte gedaan wanneer iemand een vals of vervalst brondocument inlevert bij de gemeente. De algemeen beheerder neemt dit op in een procedure.

4.5.2 Adresgegevens

Bij de betrouwbaarheid van de adresgegevens worden de volgende kwaliteitsindicatoren gebruikt:

Doelstelling 5: Op minimaal 95% van de adressen met een woonbestemming, is het aantal geregistreerde bewoners gelijk aan de feitelijke situatie;

○ Als iemand zich wil inschrijven op het adres waar al een ander is ingeschreven dan wordt een verklaring van medebewoning gevraagd, tenzij op andere wijze de medebewoning blijkt. Is de andere persoon vertrokken van het adres, dan wordt naar deze persoon een adresonderzoek gestart.

○ Minimaal eenmaal per jaar worden bij 100 adressen steekproefsgewijs huisbezoeken afgelegd om dit te toetsen.

○ Alle verhuizingen worden getoetst aan risicoprofielen. Voorbeelden zijn:

-Het minimale aantal vierkante meter per persoon.

-Verhuizing naar een adres zonder woonfunctie.

-Aantal verhuizingen door de persoon binnen een bepaalde periode.

Hierbij wordt door een medewerker gekeken of de verhuizing nader moet worden onderzocht voordat deze wordt verwerkt.

Doelstelling 6: In minimaal 95% van de als onbewoond geregistreerde adressen met een woonbestemming, is echt sprake van leegstand. Uitzondering is als er op grond van een wettelijk voorschrift geen inschrijving moet plaatsvinden.

○ Minimaal eenmaal per jaar worden de adressen met een woonbestemming, die langer dan drie maanden als onbewoond staan geregistreerd, gecontroleerd.

Doelstelling 7: Leegstaande adressen mogen niet worden misbruikt door inwoners, die niet als ingezetene zijn geregistreerd, om zich foutief in te schrijven als ingezetene;

○ Bij vestiging op een leegstaand adres door een persoon die als “vertrokken onbekend waarheen” is geregistreerd, wordt het overleggen van een huur- of koopovereenkomst verplicht gesteld.

○ Daarnaast wordt de aangifte pas verwerkt nadat de toezichthouder BRP een huisbezoek heeft afgelegd en de bewoning is vastgesteld.

Doelstelling 8: Het houden van een briefadres, vanwege het ontbreken van een woonadres, wordt gezien als een tijdelijke situatie. Het voor langere tijd houden van een briefadres, is een signaal van een mogelijke foutieve registratie. Personen die geen recht meer hebben op een briefadres worden geregistreerd volgens de feitelijke situatie. Minimaal 95% van de personen die briefadres houden door het ontbreken van een woonadres, heeft volgens de Wet BRP (of maatwerk zoals genoemd in hoofdstuk 6) recht op een briefadres;

○ Minimaal eenmaal per jaar wordt van alle personen die langer dan drie maanden briefadres houden, vanwege het ontbreken van een woonadres, de actualiteit van de adresgegevens gecontroleerd. Dit wordt gedaan door het oproepen van de persoon voor een gesprek.

4.5.3 Nationaliteitsgegevens

Voor de betrouwbaarheid van de nationaliteitsgegevens wordt de volgende doelstelling gehanteerd:

Doelstelling 9: Als niet blijkt welke nationaliteit iemand bezit, wordt hij geregistreerd met een onbekende nationaliteit. Personen mogen niet onterecht geregistreerd blijven staan met een onbekende nationaliteit;

○ Eén keer per twee jaar wordt onderzocht of deze personen niet geregistreerd kunnen worden met een bekende nationaliteit. Personen die geregistreerd zijn met de onbekende nationaliteit door een mededeling ex. artikel 2.17 wet BRP worden niet onderzocht. Tweejaarlijks wordt hierover gerapporteerd;

4.5.4 (Identiteits)gegevens

De (identiteits)gegevens in de BRP worden uit brondocumenten, zoals genoemd in de Wet BRP, gehaald. Het inschrijven op grond van vervalste of valse documenten kost de overheid veel geld en moet worden voorkomen. Bij de betrouwbaarheid van de (identiteits)gegevens worden de volgende doelstellingen gehanteerd:

Doelstelling 10: Gegevens worden altijd gehaald uit vastgestelde brondocumenten.

○ Bij een vestiging uit het buitenland wordt alle overgelegde brondocumenten gecontroleerd op echtheid.

Doelstelling 11: Het moet worden voorkomen dat één persoon zich onder verschillende namen meerdere malen inschrijft in de BRP.

○ Bij een vestiging uit het buitenland wordt altijd één of meerdere presentievragen gesteld om te controleren of iemand al is ingeschreven in de BRP. Steekproefsgewijs wordt dit gecontroleerd.

Doelstelling 12: Personen afkomstig uit het buitenland moeten zelf alle brondocumenten overleggen bij de inschrijving in de BRP. Gegevens moeten compleet zijn en worden ingevoerd aan de hand van deze brondocumenten. Bevorderd moet worden dat personen de meest betrouwbare (sterkste) brondocumenten overleggen.

○ Er wordt actief beleid gevoerd ten aanzien van nog niet ingeleverde brondocumenten. De betreffende personen worden actief benaderd en de bestuurlijke boete kan worden gebruikt om personen te motiveren deze brondocumenten aan te leveren.

4.5.5 Ondermijning

Ondermijning is niet uitsluitend een onderwerp van de BRP maar een integraal, multidisciplinair aandachtsgebied. De problematiek rondom ondermijning is veel breder dan de registratie in de BRP, maar wordt hier alleen vanuit de BRP besproken.

Doelstelling 13: De BRP mag niet faciliteren bij ondermijning.

○ Om ondermijning zoveel mogelijk te voorkomen, is de werkgroep woonfraude opgezet, is er een specialist (woon)fraude aangenomen en wordt verdere samenwerking gezocht binnen de al geldende kaders. Hiervoor kunnen er gegevens uit de BRP worden verstrekt volgens de Verordening BRP. Ook dragen de bij adresgegevens genoemde maatregelen bij aan het tegengaan van ondermijning. Constateringen vanuit de verschillende onderzoeken worden gedeeld in de werkgroep woonfraude, met afdelingen van de gemeente en met externe partijen om samen te werken in de aanpak van ondermijning.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.