Aanhef
De raad van de gemeente Zevenaar;
overwegende dat:
–De Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2021 is aangepast naar aanleiding van veranderende wetgeving;
–Het uitgangspunt van situationeel grondbeleid verder uitgewerkt is in een afwegingskader;
–Situationeel grondbeleid ervoor zorgt dat er een afweging gemaakt wordt over welke houding, rol en inzet van grondbeleidsinstrumenten het meest geschikt is.
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar;
gelet op artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 16 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten;
besluit:
1De Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2025 vast te stellen;
2De Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2021 (vastgesteld op 7 juli 2021) in te trekken.
4 Thema’s in het grondbeleid
4.1 Duurzaamheid & Energietransitie
4.1.1 Duurzaamheid
Duurzaamheid (en klimaatadaptatie) zijn van cruciaal belang voor gemeente Zevenaar. We hebben concreet geformuleerde duurzaamheids- en klimaatadaptieve ambities. We zijn ons er als gemeente van bewust dat duurzaamheid meer is dan verbeterde energieprestaties, vermindering van de CO2-uitstoot en (her)gebruik van (milieuvriendelijke) materialen. Duurzaamheid in gemeente Zevenaar betekent een harmonieuze gebiedsontwikkeling van wonen, werken, natuur (en overige gebruiksfuncties), zonder uitputting of verdere aantasting van het klimaat. In 2026 is het vastgoed, dat in gebruik is door de eigen organisatie, aardgasvrij en in 2030 energieneutraal. In 2050 is de gehele vastgoedportefeuille energieneutraal, circulair en is de CO2_uitstoot met 95% gedaald ten opzichte van 1990. Om deze laatste doelstelling te realiseren, is een begin gemaakt door in de raadsvergadering van 13 mei 2020 het geamendeerde “toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind) vast te stellen.
Naast dat initiatieven duurzaam (behoren te) zijn wordt ook de afweging gemaakt of een locatie (eigen grondpositie) ingezet wordt voor duurzame initiatieven (bijvoorbeeld grootschalige opwek). Hiermee wordt de Nota Grondbeleid actief ingezet om ook andere gemeentelijke ambities en doelstellingen te realiseren. Ook klimaatadaptatie: het tegengaan van droogte, hittestress en wateroverlast is belangrijk. Als gemeente ambiëren we een gezonde en leefbare stad en dorpskernen, nu en in de toekomst.
Nieuwe initiatieven dienen zo energieneutraal mogelijk te worden gerealiseerd. Daarnaast kijken we verder dan de realisatie en opleverfase: de total-life-cycle-benadering geeft inzicht in de effecten van investeringen in verduurzaming op bijvoorbeeld energielasten. We sturen aan op een circulaire economie: zowel bij planvorming, bouw-, gebruik- en sloopfase. Maximaliseren van hergebruik (zoals van bouwmaterialen uit bestaande gebouwen) en minimaliseren van waardevernietiging. Hogere kosten die uit hergebruik van materialen voortkomen, leiden niet per sé tot ‘verliezen’. De circulaire economie kan leiden tot een toename van arbeidsplaatsen voor praktische beroepen en heeft in zoverre een positief effect op de werkgelegenheid binnen de gemeente. Denk hierbij aan onderhoudsberoepen zoals elektriciens, schilders, reparateurs etc. (bij onderhoud van materialen en installaties) en bij (ver)bouwwerkzaamheden omdat materialen hergebruikt worden.
4.1.2 Energietransitie
Er is landelijk en regionaal veel aandacht voor de energietransitie; (inter)nationale verdragen zijn uitgewerkt in wet- en regelgeving en convenanten. Dit uit zich onder andere in Regionale Energie- strategieën (RES). De energietransitie vraagt ook vanuit het grondbeleid blijvend om aandacht. We laten daarom in het grondbeleid ruimte voor aansluiting op een (regionaal) warmtenet, voor andere (collectieve) voorzieningen of (ruimte voor) initiatieven zoals zonneparken, laadinfrastructuur en/of -hubs of andere maatregelen die bijdragen aan duurzaamheidsdoelstellingen.
4.2 Gezondheid, leefbaarheid en passende huisvesting
4.2.1 Gezondheid
De gemeente Zevenaar moet voor al haar inwoners een fijne plek zijn om te leven. Een aangename en gezonde fysieke leefomgeving betekent een goede luchtkwaliteit, voldoende groen, minimale geluidsoverlast, een gezonde bodem en voldoende mogelijkheden om te sporten, te bewegen en gezond te verplaatsen.
Wonen gaat over meer dan alleen een woning. Het voorzieningenniveau en hoe mensen met elkaar samenleven zijn van evenredig belang. De kwaliteit van de openbare ruimte moet op peil blijven. Ook moet er voldoende mogelijkheid zijn voor inwoners om elkaar te ontmoeten en sociale contacten aan te gaan en te onderhouden.
4.2.2 Leefbaarheid
Op wijkniveau staat de leefbaarheid in Zevenaar niet onder druk. Een aantal woonbuurten en -complexen vormt een uitzondering op die regel. Op basis van de landelijke leefbaarheidsmonitor en geluiden uit de buurt houden we samen met de woningcorporatie het leefbaarheidsniveau nauwlettend in de gaten. We zoeken elkaar, en zo nodig andere partijen op als leefbaarheidsproblemen worden geconstateerd.
Daarnaast kijken we in de dorpskernen en in Zevenaar op wijkniveau welke maatregelen nodig zijn voor het op peil houden van de leefbaarheid. Een start daarmee is bijvoorbeeld gemaakt met het opknappen van de openbare ruimte in de wijk Zonnemaat, waar in overleg met de bewoners, corporatie en anderen de verbeterpunten zijn bepaald. Naast de fysieke aanpak willen we ook sociale aspecten en de woningen zelf meenemen om een gezamenlijke toekomstagenda uit te voeren.
Een ander belangrijk aspect dat samenhangt met / onderdeel is van leefbaarheid is de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan naast de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van woonlocaties ook betrekking hebben op het actief ontwikkelen van essentiële locaties zoals bijvoorbeeld een entreegebied of het actief overnemen van verloederde locaties. Dit sluit overigens ook aan op de duurzaamheid en houdbaarheid van locaties, terreinen en wijken.
4.2.3 Passende huisvesting
Zevenaar heeft een relatief groot aantal betaalbare koopwoningen, wat de gemeente aantrekkelijk maakt om te wonen. Er is echter een tekort aan deze woningen doordat ze vaak al bewoond zijn. Daarbij laat de meest recente prognose voor de woningbehoefte uit 2023 tenminste tot 2040 een veranderende samenstelling van de huishoudens zien, meer een- en tweepersoonshuishoudens. Daarmee neemt de vraag naar betaalbare woningen toe en groeit het woningtekort. Om dit tekort aan te pakken, ligt de focus op betaalbare woningen voor starters en middeninkomens en kleinere woningen voor doorstromers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat bijna twee derde van de nieuwbouw tot 2030 uit betaalbare koopwoningen zou moeten bestaan. Daarnaast is er behoefte aan middeldure huurwoningen, met name appartementen en levensloopgeschikte woningen, vooral gericht op ouderen en huishoudens met een middeninkomen. Daarnaast is er vraag naar duurdere koopwoningen, waarbij het accent ligt op grondgebonden woningen.
De Woondeal 2.0, vastgesteld in 2023, stelt als doel een gezonde woningmarkt met een woningtekort van slechts 2% in 2030. Daarom wordt ingezet op plannen voor 33.000 nieuwe woningen in de regio tegen 2030 en 55.000 tegen 2040. Aanvullend op de kwantitatieve ambitie heeft de regio afgesproken om 2/3 van de zachte plancapaciteit te realiseren in het betaalbare segment (middeldure huur en goedkope en betaalbare koop) waarvan 30% in het betaalbare huursegment. Door de hoge huurprijzen is er weinig betaalbaar aanbod, wat de gemeente ertoe brengt een actieve rol te spelen in nieuwbouwprojecten, waarbij ze sturen op prijsklassen en sociale huurwoningen. Daarvoor is ook het gemeentelijk beleid in de woonzorgvisie 2024-2028 opgesteld.
Het overgrote deel van de toekomstige woningvoorraad staat er al, en wordt naar tevredenheid bewoond. Voor de toekomst ligt de nadruk op kwalitatieve nieuwbouw die bijdraagt aan doorstroming en aansluit op de bestaande omgeving en behoefte van de inwoners. Dit alles betekent dat de gemeente Zevenaar nog een forse (ruimteclaim) opgave heeft uit te voeren. Er komen tot 2030 minimaal 1350 tot 1570 extra woningen bij, met de focus op de kerngebieden Zevenaar, Babberich en Oud Zevenaar en met maatwerk voor omliggende kernen.
Door vergrijzing is het nodig om de bestaande woningen courant te houden. De gemeente wil hierbij faciliterend optreden door actief nieuwe woonvormen te stimuleren die het woningaanbod vergroten en beter aansluiten bij de woonbehoeften. We richten ons op een diverse aanpak met betaalbare en kleinere woningen, levensloopbestendige en geclusterde woonvormen. Daarnaast biedt de bestaande woningvoorraad kansen voor meer variatie, bijvoorbeeld door woningdelingsopties zoals splitsing, woningdelen, kamerverhuur en hospitaverhuur toe te staan.
LEVENSLOOPBESTENDIGE WONINGEN
TNO HEEFT ONDERZOEK GEDAAN NAAR DE MATE WAARIN BESTAANDE WONINGEN GESCHIKT ZIJN OF MET BEPERKTE MIDDELEN GESCHIKT ZIJN TE MAKEN VOOR MENSEN MET MOBILITEITSBEPERKINGEN DIE NOG WEL DE REGIE OVER HUN LEVEN KUNNEN VOEREN. LEVENSLOOPGESCHIKTE NIEUWBOUW (IN GROEPSVERBAND) IS INGERICHT OP ZO LANG MOGELIJK THUIS BLIJVEN WONEN. DIT GAAT EENZAAMHEID TEGEN, WAT NAAR SCHATTING JAARLIJKS CIRCA € 1.800 SCHEELT AAN ZORGKOSTEN PER HOOFD VAN DE BEVOLKING. NAAR DIT LAATSTE HEEFTDE UNIVERSITEIT MAASTRICHT (UM) ONDERZOEK GEDAAN ONDER BIJNA 350.000 NEDERLANDERS.
OVER EEN 10-JAARSPERIODE KAN HET VOORKOMEN VAN EENZAAMHEID IN PRINCIPE DUS EEN BESPARING OPLEVEREN VAN CIRCA € 18.000.DIT MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT, SAMEN MET BESPARING VAN DE € 10.000 VOOR HET ALTERNATIEF OP EEN NIEUWBOUWWONING: HET AANPASSEN VAN DE REGULIERE WONING, KAN DE GEMEENTE IN TOTAAL DUS ZO’N €18.000 PER WONING BESPAREN. DIT BEDRAG ZAL NIET ÉÉN OP ÉÉN IN DE GEMEENTELIJKE BEGROTING ZIJN TERUG TE VINDEN VANWEGE HET OPEN-EINDE KARAKTER VAN DE WMO.
Het hierboven genoemde onderzoek van de UM is te vinden ophttps://www.maastrichtuniversity.nl/nl/nieuws/aanpakken-eenzaamheid-drukt-ook-zorgkosten
Met een situationeel grondbeleid leveren we maatwerk per project. Per project is de vergelijking tussen de besparing op de WMO-kosten versus mogelijk lagere grondopbrengsten bijvoorbeeld wezenlijk. Het leveren van maatwerk is ook waardevol en nodig in de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Denk bijvoorbeeld aan arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, statushouders en woonurgenten. Voor deze doelgroepen kunnen we tijdelijke (modulaire) woningen toevoegen, of tijdelijke huisvesting in bestaande gebouwen realiseren.
4.2.4 Adaptief programmeren
Adaptief programmeren is een aanpak en planningsmethodiek die besluitvormers helpt bij het nemen van beslissingen in complexe omgevingen onder onzekere omstandigheden. Adaptief programmeren speelt flexibel in op actuele ontwikkelingen, en borgt tegelijkertijd lange termijn ambities.
Programmeren gaat niet alleen over de toevoeging van woningen (kwantitatieve behoefte), maar ook over het voorzien in de juiste typen woningen (kwalitatieve behoefte). Door de dubbele vergrijzing (het aandeel 65-plussers neemt toe en daarbinnen neemt het aandeel 80-plussers toe) neemt het aantal en aandeel ouderen in rap tempo toe. Met deze toename verschuift de kwalitatieve woonbehoefte. Er is meer behoefte aan appartementen, en woningen geschikt voor ouderen. Het grootste deel van de toekomstige woningvraag kan echter worden ingevuld met bestaande, veelal oudere, woningen. Nieuwbouw betreft maar een beperkt deel van de totale opgave op de woningmarkt in Zevenaar. De huidige voorraad, overwegend bestaande uit grondgebonden woningen, is niet voldoende geschikt (te maken) voor de toenemende groep oudere en kleine(re) huishoudens. Complementair toevoegen aan de voorraad gaat daarom steeds vaker om toevoegen van die woningtypen waarvan in de bestaande voorraad nog weinig aanbod is.
Door adaptief te programmeren kunnen we beter inspelen op een verschuivende kwalitatieve behoefte. Hierdoor en door te werken met scenario’s voor mogelijke toekomstbeelden is het mogelijk om flexibel te blijven, mee te bewegen met ontwikkelingen en in te spelen op kansen. In plaats van de toekomst vast te leggen en te willen beheersen, is adaptief programmeren meer een werkwijze om het proces te beheersen. Via ontwikkelpaden werken we toe naar het gewenste toekomstbeeld.
Adaptief programmeren past bij de wens uit het coalitieakkoord om de ouderen te ondersteunen bij hun wens om langer thuis te blijven wonen.
5 Financiële kaders
5.5 Bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen
5.6.1 Bovenwijkse voorzieningen
Voor het verhalen van de bijdrage voor Bovenwijkse voorzieningen gelden de volgende criteria:
•Het exploitatiegebied heeft profijt van de betreffende voorzieningen;
•Er wordt aangetoond dat de voorzieningen toerekenbaar zijn aan het exploitatiegebied (causaliteit);
•Er wordt aangegeven in welke mate de kosten van de voorzieningen ten laste kunnen worden gebracht van het exploitatiegebied (proportionaliteit).
5.6.2 Afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering. Artikel 8.21 van het Omgevingsbesluit wijst de categorieën ontwikkelingen aan. Alleen voor deze categorieën ontwikkelingen voor verbetering van de fysieke leefomgeving kan in het omgevingsplan een financiële bijdrage worden gevraagd. Deze bijdrage staat los van het publiekrechtelijk kostenverhaal. De grondslag voor deze financiële bijdrage is het omgevingsplan.
5.6.3 Vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling
Aanvullend op het kostenverhaal biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om een vrijwillige bijdrage gebiedsontwikkeling te vragen. De Omgevingswet biedt hiervoor een zelfstandige grondslag en maakt dus formeel geen deel uit van de kostenverhaalsovereenkomst.
Een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling is een financiële bijdrage aan kosten van ontwikkelingen die niet onder het (publiekrechtelijk) kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Vereist is een grondslag in een omgevingsvisie of een programma. Een bijdrage kan alleen worden gevraagd als, na toepassing van het wettelijke publiek kostenverhaal, de exploitatie van de locatie het kan dragen.
De mogelijkheid van afspraken over een vrijwillige financiële bijdrage is verder niet beperkt tot de ‘anterieure fase’. Ook na vaststelling van kostenverhaalregels of kostenverhaalvoorschriften kan de overeenkomst gesloten worden.
Bijlage A: Samenhang beleid
In deze bijlage staat een lijst (niet uitputtend) met beleid dat sterk samenhangt met het grondbeleid en/of belangrijke ruimteclaims binnen het Zevenaarse grondgebied.
•Omgevingsvisie ( ligt als ontwerp ter inzage)
•Ambitiedocument Entree Hengelder)
•Centrumvisie Zevenaar
•De Zevenaarse economische agenda
•De economische visie De Liemers
•Regionale Energie Strategie Arnhem-Nijmegen
•Integraal Accommodatieplan
•Nota kostenverhaal als onderdeel van het IAP
•Beleidskader vrijetijdseconomie Zevenaar 2030
•Woondeal 2.0
•Woonzorgvisie Zevenaar 2024-2028
•Economische Agenda Zevenaar
•Routekaart Verduurzamen maatschappelijk vastgoed
•Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind)
•Structuurvisie Zevenaar 2012-2030
•Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030
•(Intergemeentelijke) Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort
•Grondprijsbrief gemeente Zevenaar 2025 (wordt jaarlijks geactualiseerd)
•Beleidsregels uitgifte groenstroken
•Klimaatplan ‘op weg naar een klimaatneutrale organisatie’
•Programma Conceptueel en Circulair Bouwen (CCB)
•Warmtetransitie visie gemeente Zevenaar
•Warmteprogramma gemeente Zevenaar (nog niet vastgesteld)
•Integrale Laadvisie gemeente Zevenaar 2022
•Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie
Bijlage B: Samenwerking
De meest voorkomende vormen van Publiek-Private Samenwerkingsvormen (PPS-constructies) zijn:
•PPS – concessiemodel;
•PPS – coalitiemodel (bouwclaim);
•PPS – alliantiemodel (joint venture).
Ad 1 Concessiemodel
De gemeente neemt het initiatief, maar betrekt marktpartijen al in een vroeg stadium van de gebiedsontwikkeling. De gemeente regisseert de aanbesteding, en samen met de marktpartijen wordt het projectresultaat bepaald, bijvoorbeeld met het stedenbouwkundig programma van eisen of kwaliteitsnormen voor groen of openbaar gebied. Met het concessiemodel voeren marktpartijen de gebiedsontwikkeling zoveel mogelijk zelf uit.
Ad 2 Coalitiemodel (bouwclaim)
Al vooraf verdelen de gemeente en ontwikkelaars de werkzaamheden, verantwoordelijkheden, de zeggenschap en de risico’s. Deze verdeling wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Bij de bouwclaim zijn grondposities in eigendom van marktpartijen. Zij dragen deze grondposities over aan de gemeente die op haar beurt de grondexploitatie voert. Overdracht gebeurt vaak tegen lagere prijs dan de actuele marktwaarde. Marktpartijen zijn namelijk doorgaans niet geïnteresseerd in sec de grondexploitatie, voor zover dit überhaupt mogelijk is op basis van de aanbestedingsregels. Met een korting op de marktwaarde ‘kopen’ de marktpartijen ontwikkelrechten ofwel bouwclaims. Deze rechten hebben betrekking op aantallen te realiseren woningen, op de locatie zelf, en mogelijk ook deels op locaties elders.
Ad 3 Alliantiemodel (joint venture)
De gemeente en de markt werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van voorzieningen, de bouw, exploitatie en beheer. Zij accepteren samen risico’s voor wat betreft kosten en opbrengsten.
Werkzaamheden, verantwoordelijkheden, zeggenschap en risico’s worden gelijkmatig gedragen. Ze worden overgedragen aan een losstaande projectorganisatie of joint venture, waar de gemeente en marktpartijen gezamenlijk aan deelnemen. In dit model hebben partijen een gezamenlijk ontwikkelingsbelang.