Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten 2024

Gemeente Zevenaar · geldt sinds 5 december 2023

2. Wat willen we bereiken?

2.1. Missie en visie

Onze missie

Zevenaar Verbindt!

Onze visie

Het behouden en bevorderen van een veilige en aantrekkelijke (leef)omgeving waarin gastvrij en verbindend wordt gewerkt. Iedereen mag erop rekenen dat er betrouwbare besluiten worden genomen en dat er gedacht wordt in mogelijkheden.

2.2. Doelstellingen

Wij hebben vijf hoofddoelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. Deze vijf hoofddoelstellingen geven invulling aan de toekomstige ontwikkelingen en onze missie en visie. Allereerst zetten we neer wat we willen bereiken (de doelstellingen), daarna geven we aan wat we daarvoor gaan doen (de hoofdactiviteiten) en wanneer we tevreden zijn (het gewenste resultaat).

De doelstellingen zullen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt in specifiekere activiteiten voor dat jaar. Deze uitwerking is ook te vinden in de monitoringstool (zie bijlage 3). In de monitoringstool nemen we de activiteiten op, stellen we een planning vast, benoemen we de verantwoordelijke voor deze actie en de aanpak voor het komende jaar. Op die manier sturen wij en maken wij afspraken concreet. Deze monitoringtool is onderdeel van het afdelingsplan VTH.

Doelstellingen - Wat willen we bereiken?

1De komende beleidsperiode realiseren wij in samenwerking met initiatiefnemers kwalitatief goede en volledige aanvragen en besluiten.

2De komende beleidsperiode realiseren wij een sluitende VTH-cyclus (big 8).

3De komende beleidsperiode zijn de werkwijzen en processen onder de Omgevingswet het team eigen geworden.

4De komende beleidsperiode zijn de werkwijzen en processen met betrekking tot het stelsel van de wet private kwaliteitsborging ons eigen geworden.

5De komende beleidsperiode organiseren wij dat toezicht en handhaving risico- en branchegericht wordt.

Hoofdactiviteiten – Wat gaan we daarvoor doen?

1Verbeteren van de kwaliteit van aanvragen en besluiten door participatief te handelen. Denk hierbij aan feedback vragen over het proces aan de betrokkenen en dit meenemen in de evaluatie.

2Jaarlijks evalueren van het uitvoeringsprogramma en daarbij bepalen wat de verbeterpunten zijn en wat behouden moet blijven (werkwijze cyclus en de gestelde doelen). Dit meenemen in het opvolgende uitvoeringsprogramma.

3Monitoren en evalueren van de werkwijzen en processen die aangepast zijn n.a.v. de Omgevingswet. Veranderingen uitvoeren in overleg met het team als het knelpunt het proces verstoord/niet werkbaar is.

4Monitoren en evalueren van de werkwijzen en processen die aangepast zijn n.a.v. de Wkb. Veranderingen uitvoeren in overleg met het team als het knelpunt het proces verstoord/niet werkbaar is.

5In samenspraak met ketenpartners werkwijzen opstellen voor risico- en branchegericht toezicht en handhaving. Hierbij de risicoanalyse uit het VTH-beleid laten doorwerken in de uitvoeringsprogramma’s.

Gewenst resultaat – Wanneer zijn we tevreden?

1Wanneer er een uniforme wijze van aanvragen en besluiten is ontwikkeld

2Wanneer het team elk jaar het uitvoeringsbeleid evalueert en evaluatie als vanzelfsprekendheid wordt gezien. Vanzelfsprekend betekent dat alle medewerkers bewust zijn van hun werkproces, daarin knelpunten kunnen constateren en bespreekbaar maken in het team.

3(Omgevingswet) Wanneer de werkwijzen en processen soepel worden doorlopen en als werkbaar worden ervaren.

4Wanneer bouwmeldingen (Wkb) soepel, snel en risico-gestuurd worden behandeld.

5Als wij op een uniforme manier prioritair werken, waarin wij toezicht en handhaving risico- en branchegericht uitvoeren.

4. Strategieën en werkwijzen

4.1 Uitvoeringsstrategieën

Preventiestrategie

De gemeente Zevenaar zet in op preventie door duidelijk te zijn over de regels en consequenties wanneer de regels niet worden nageleefd. Met inzet op preventie willen wij risico’s en onwenselijke effecten verminderen. Door duidelijkheid bevorder je bewustwording bij inwoners, verenigingen en ondernemers. Hierdoor vergroten wij de naleving van de regels en voorschriften die op hen of op hun activiteiten van toepassing zijn. Er is dan minder toezicht nodig en repressieve handhaving hoeft niet of minder toegepast te worden. Dit kan alleen als de regels zelf ook duidelijk, eenduidig en handhaafbaar zijn. Daarnaast moeten ze voor iedereen bekend zijn en gelijkwaardig worden toegepast. Hieronder geven we aan wat we doen om dit bevorderen.

1Handhaafbaarheid van regelgeving

Wetten worden landelijk vastgesteld. In deze wetten wordt bepaald of er een taak ligt voor de gemeente om deze wetten te handhaven. Wij maken ook zelf regels. Wij doen dit in onze verordeningen (o.a. Algemene Plaatselijke Verordening, Verordening fysieke leefomgeving), in ons beleid (Omgevingsvisie), Omgevingsplan en vergunningvoorschriften (o.a. evenementen, bouw, milieu). Regels zijn relevant als ze nodig, actueel en uitvoerbaar zijn. Eenduidige regels zijn niet tegenstrijdig en op één manier uitlegbaar. Wanneer regels zijn gebaseerd op zichtbare en/of meetbare feiten zijn ze controleerbaar. Bij het vaststellen van nieuwe regels toetsen wij hierop. Wij stellen daarbij de volgende vraag: Zijn de regels relevant, eenduidig en controleerbaar?

Handhaafbare regels moeten voldoen aan de volgende criteria:

•Relevantie;

•Eenduidigheid;

•Controleerbaarheid.

1.2. Voorlichting en overleg vooraf

Wij gaan er van uit dat inwoners, verenigingen en bedrijven het logisch vinden om de regels na te leven. Dit kan alleen als de regels bekend zijn voor degenen op wie ze van toepassing zijn. Als dit niet het geval is, neemt het risico toe dat overtredingen worden begaan. Wij vinden voorlichting daarom een belangrijk onderdeel van toezicht en handhaving. Wij zetten in op voorlichting over de onderwerpen waar de meeste overtredingen op worden gesignaleerd en/of waarover onduidelijkheid bestaat. Wij geven in een vroeg stadium voorlichting over vergunning trajecten. Naast voorlichting is communicatie over onze resultaten en het toetsen van de effectiviteit van ons handhavingsbeleid ook onderdeel van deze strategie om spontane naleving te stimuleren.

Vergunningenstrategie

Met vergunningverlening wordt de basis gelegd voor de uitvoering door de vergunninghouder. Als de vergunning duidelijk is over de regels en consequenties stimuleert dat goed naleefgedrag en vermindert het aantal noodzakelijke handhavingsacties. Hieronder volgen de uitgangspunten die de gemeente hanteert bij de behandeling van vergunningaanvragen en de afhandeling van meldingen:

•Dienstverlenend: De gemeente heeft dienstverlening hoog in het vaandel. Dit betekent dat wij in direct contact staan met de aanvrager / initiatiefnemer. Hiervoor worden per aanvraag zogenoemde casemanagers aangesteld. Deze casemanagers zijn verantwoordelijk voor het proces van de aanvraag en voor de communicatie naar de aanvrager.

•Positief: De gemeente behandelt vergunningaanvragen vanuit een positieve blik. De gemeente zet zich in om een aanvraag samen met de aanvrager te kunnen realiseren. Ofwel, de gemeente hanteert een ‘ja, mits’ houding.

•Rechtvaardig en gelijkwaardig: De gemeente hanteert uiteraard een gelijke behandeling voor iedere inwoner. Daarnaast handelt de gemeente conform wet- en regelgeving. Dit betekent in de praktijk dat de gemeente niet alle aanvragen kan vergunnen.

•Verantwoordelijkheid bij inwoners: De gemeente acht de aanvrager verantwoordelijk voor het indienen van een volledige aanvraag. Echter, dit betekent niet dat de gemeente zich afzijdig houdt aan de ‘voorkant’. De gemeente zet zich in om de (potentieel) aanvrager te informeren, begeleiden en faciliteren. Dit doet de gemeente onder andere doordat op de website informatie te vinden is over het indienen van een aanvraag. Medewerkers binnen het Omgevingsloket en betreffende casemanagers staan initiatiefnemers graag te woord (telefonisch, fysiek). Ook kunnen er informatieavonden worden gehouden worden indien het onderwerp daarom vraagt.

Scheiding van functies

Om de objectiviteit van onze werkzaamheden te waarborgen, hanteren we een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht -handhaving. Dit houdt in dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Ook bij toezicht en handhaving is er een duidelijke functiescheiding. De toezichthouder, die een overtreding constateert, draagt het dossier over aan een jurist voor het opleggen van sancties. We stimuleren wel de samenwerking tussen de verschillende rollen, zodat kennis voldoende wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft.

Samenwerking ketenpartners

Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van groot belang voor een effectieve en efficiënte aanpak van vraagstukken in de leefomgeving. Bij sommige aanvragen hebben wij te maken met meerdere bevoegde gezagen. Door de samenwerkende partners elkaar te laten versterken, kan de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving verbeteren. Het bevordert kwalitatief betere adviezen, gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. Om deze reden hebben wij integrale afstemming bij aanvragen. Complexe aanvragen zullen daarbij lopen via de Omgevingstafel waarbij intern- en extern betrokken adviseurs integraal afstemmen. Op deze manier kunnen wij als gemeente samen met onze ketenpartners de behandeling van de concept- en vergunningaanvraag efficiënt doorlopen. Over samenwerking met ketenpartners kan je meer lezen in bijlage 4.

Werkwijze Vergunningen

Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet voor een omgevingsplan activiteit (afgekort: ‘OPA’), kan er ook gekozen worden om het initiatief eerst via het intaketeam en/of de omgevingstafel te laten lopen. Wij raden initiatiefnemers aan om bij complexe aanvragen gebruik te maken van het vooroverleg. Bij het intaketeam wordt gekeken of het initiatief (vanuit wet en regelgeving bezien) maatschappelijke waarde heeft, bestuurlijk wenselijk en haalbaar is. Is dat het geval? Dan kan de aanvraag naar de Omgevingstafel. Hier wordt het initiatief integraal beoordeeld (evt. met ketenpartners) en worden verdere mogelijkheden voor het initiatief bekeken.

Het resultaat van de intake- of de Omgevingstafel kan een conceptaanvraag (binnen- en buitenplanse-Omgevingsplanactiviteiten) zijn maar ook de verzoek om het Omgevingsplan te wijzigen. De gemeente begeleidt de initiatiefnemer in het proces. Het Intaketeam en de Omgevingstafel hebben als doel dat complexere vergunningen binnen de wettelijke termijn van 8 weken van de reguliere procedure kunnen worden behandelen.

Na binnenkomst van de aanvraag volgen wij standaard werkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. In algemeenheid ziet dit proces er uit zoals hieronder beschreven, behalve dat de APV geen reguliere of uitgebreide procedure kent.

Beschrijving proces vergunningverlening

De gemeente volgt bij de behandeling van een vergunningaanvraag de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure, zoals vastgelegd in de Awb en het omgevingsrecht. Het vergunningsproces voor APV+ wordt op dezelfde werkwijze uitgevoerd. In algemeenheid ziet het proces vergunningverlening er uit zoals hieronder beschreven.

Tabel 6: Algemene processtappen vergunningverlening

#

Processtap

1

Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag

2

Sturen ontvangstbevestiging

3

Casemanager omgevingsvergunning bepaalt:

a.Bevoegd gezag;

b.Uitgebreide of reguliere procedure;

c.Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (door Omgevingsloket)

d.Overzicht bewaken over lopende procedures en de voorgang.

4

De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag:

a.Toets volledigheid en ontvankelijkheid;

b.(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders;

c.Uitzetten bij interne- en externeadviseurs;

d.Bewaken van de termijn;

e.Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;

f.Opstellen (concept)beschikking;

g.Registratie

5

Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal).

6

Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening

Boordelingscriteria

Beoordelingscriteria omgevingsrecht vergunningen

De gemeente Zevenaar hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen en het afhandelen van meldingen. De criteria bestaan zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. Hieronder een opsomming van de belangrijkste criteria:

•Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

•Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);

•Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

•Omgevingsbesluit (Ob)

•De Omgevingsregeling

•Het invoeringsbesluit (met daarin de bruidsschat)

•Omgevingsplan (van rechtswege)

•Omgevingsvisie

•Verordening fysieke leefomgeving

•Hemelwaterverordening

Beoordelingscriteria APV en Bijzondere wetten

De volgende wetten en (gemeentelijke) regelingen zijn van toepassing op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV+:

•Algemene plaatselijke verordening 2023

•Alcoholwet

•Wet op de kansspelen

•Winkeltijdenwet

•Opiumwet

•Huisvestingwet

•Wet Bibob

•Leegstandwet

•Telecommunicatiewet

•Wegenverkeerswet

•Wet goed verhuurdersschap

•En verdere lokale verordeningen en gemeentelijke regelingen.

Werkwijze meldingen

Voor meldingen geldt de grondslag van het Bal en Bbl. In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden via het DSO bij de gemeente ingediend en wij hanteren een risico gestuurde aanpak voor de afhandeling ervan. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies wordt dit opgevraagd bij interne adviseurs en/of externe ketenpartners.

Wkb-meldingen

Met de inwerkingtreding van de Wkb verandert het toezicht op bouwactiviteiten gevolgklasse 1. Gemeenten blijven bevoegd gezag en daarmee verantwoordelijk voor het toezicht op vergunningen bouwactiviteiten in gevolgklasse 1, bestaande bouw, bouw- en sloopveiligheid. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken is vanaf 1 januari 2024 primair belegd bij private kwaliteitsborgers. Er werd voorheen voor gevolgklasse 1 een preventieve toetsing van het bouwplan uitgevoerd. Deze is vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zelf. Er zijn wel vaste momenten in het proces ingebouwd waarin de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften. Dit gaat in de vorm van meldingen. Dit zijn de melding bouwactiviteit, melding start van de bouw, de gereedmelding en melding einde bouwwerkzaamheden. Het behandelen van deze meldingen gaat anders dan voorheen. Hier meer over in bijlage 1. Het inrichten van toezichthouden gaat op dezelfde manier als voor overige meldingen, risico-gestuurd.

Meldingen sloop en asbestverwijdering

Inwoners van de gemeente dienen voor het uitvoeren van sloopwerkzaamheden en/of asbestverwijdering digitaal een melding te doen via het Omgevingsloket.

Voor slopen geldt een meldingsplicht of een vergunningplicht. In de behandeling van de sloopmelding of –aanvraag worden verschillende thema’s meegenomen. Denk hierbij aan omgeving, archeologie, cultuurhistorie, bodem, asbest, milieugevaarlijke stoffen en sloopafval. Waar nodig worden betreffende adviseurs betrokken bij de beoordeling. Na behandeling van de sloopmelding of -aanvraag met asbest wordt het toezicht uitgevoerd door de ODRA. Voor de handhaving is de gemeente verantwoordelijk. Sloopmeldingen zonder asbest worden volledig afgedaan door de gemeente. Bij het beoordelen van de melding asbestverwijdering moet er gelet worden opdat de melder deze tijdig heeft ingediend. Afhankelijk van de hoeveelheid asbest dat moet worden verwijderd verschilt het termijn waarvoor de melding moet zijn ingediend.

Overige meldingen omgevingsrecht

Zevenaar ontvangt ook de melding brandveilig gebruik. Deze wordt doorgestuurd naar de Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (Hierna: VGGM) voor beoordeling. Na beoordeling wordt de melding in Zevenaar afgehandeld. Daarnaast is nog de melding gesloten bodemenergiesysteem (GBES). Deze wordt intern beoordeeld en afgestemd met beheer. Als de melding akkoord is en afgehandeld wordt het verwerkt in de landelijke registratie die ter informatie wordt gedeeld met de ODRA.

Werkwijze meldingen APV+

Voor een aantal activiteiten eist de APV en een aantal bijzondere wetten expliciet dat vooraf een vergunning/ontheffing wordt aangevraagd dat er een melding wordt gedaan. Denk hierbij aan melding evenement, incidentele festiviteit, melding wijziging leidinggevende alcoholvergunning, etc. Vergunningverlening, verlenen van ontheffingen en het beoordelen van meldingen verschillen weinig van de werkwijzen onder het omgevingsrecht. Bij de wet Bibob zijn er wat aandachtspunten, daarover in de volgende paragraaf meer.

Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur)

In de Omgevingswet is ook een artikel opgenomen op grond waarvan de Wet Bibob een rol kan spelen bij activiteiten die omgevingsvergunning plichtig zijn (artikel 5.31). Bibob staat voor ‘Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’. Met de Bibob-toets kan de gemeente onderzoek doen naar de partijen die een vergunning of subsidie aanvragen of participeren in een vastgoed/grondtransactie met de gemeente. Bij aanvragen om alcohol- en exploitatievergunningen moet altijd rekening worden gehouden met de Bibob-toets. Bij andere vergunningen kán de Bibob een rol spelen wanneer daar aanleiding voor is. In de ‘Beleidsregels Wet Bibob gemeente Zevenaar 2021’ is de Bibob-toets nader uitgewerkt.

Toezichtstrategie

We gaan uit van vertrouwen in onze inwoners, verenigingen en ondernemers. Wij zetten in op preventie om spontane naleving te stimuleren. Dit neemt niet weg dat het belangrijk is dat wij ook daadwerkelijk toezicht houden op naleving van de regels. Wanneer regels niet worden nageleefd is ingrijpen noodzakelijk. Vanuit onze toezichthoudende rol voeren wij controles uit. Omdat we niet overal tegelijkertijd kunnen zijn werken wij risico-gestuurd. Aan de hand van een risicoanalyse (zie bijlage 2) wordt een activiteit een prioriteit gegeven van hoog naar laag. De prioriteit van een activiteit bepaalt namelijk de wijze waarop aan toezicht uitvoering wordt gegeven. Daarnaast sturen wij data-gedreven. De toezichthouders registeren de controlezaken in Rx.Mission. In verband met de komst van de Omgevingswet is in 2023 een nieuw digitaal toezicht- handhavingstool (Op Pad) geïmplementeerd. In onderstaande opsomming worden de verschillende gehanteerde vormen van toezicht beschreven:

1Actief toezicht

2Toezicht op vergunningen en meldingen

a.Vergunningsgericht toezicht is toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase.

3Gebieds- en projectgericht toezicht

a.Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt worden, borgen wij dit in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH.

4Toezicht op basis van meldingen (klachten)

a.Meldingen (klachten en/of handhavingsverzoeken) kunnen telefonisch binnenkomen via het Klant Contact Centrum, Fixi of andere kanalen (directe mail, collega’s, politie, brandweer).

5Toezicht op basis van thema’s

a.Naast meldingen vindt er tevens planmatig toezicht plaats op basis van de volgende thema’s:

i.Openbare Orde en Veiligheid;

ii.Omgevingsrecht.

Hoe wordt toezicht voorbereid?

Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een omgevingsvergunning zijn deze documenten samengevoegd in een dossier en terug te vinden in het zaaksysteem. Als een toezichtzaak nieuw binnenkomt, maakt de toezichthouder dit dossier aan door alle relevante documenten te verzamelen. Vervolgens worden de stukken door de toezichthouders beoordeeld op volledigheid en de vergunningsvoorwaarden. Wanneer voor het betreffende bouwplan ook een bouwveiligheidsplan nodig is, wordt ook deze getoetst op volledigheid. Indien gewenst wordt eerst een overleg gehouden met verschillende betrokkenen (intern- en extern) alvorens een toezichtcontrole wordt uitgevoerd.

Hoe wordt toezicht gerapporteerd?

De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in ons zaaksysteem. De mate en de inhoud van de rapportage is afhankelijk van het toetsniveau dat hierbij wordt gehanteerd. Het toetsniveau is afhankelijk van de prioriteit (zie Bijlage 2: Werkwijze prioritair werken). Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures (of in het kader van de Wet open overheid).

Toezicht Wkb gevolgklassen

Toezicht op bouwwerken gevolgklassen 1 hebben prioriteit wanneer de veiligheid en/of (volks)gezondheid in gevaar is. Bij vermoedens van slechte bouwveiligheid en/of veiligheid op de bouwplaats kan de toezichthouder optreden. Onder de Wkb is er een nadruk op privaat recht, de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor zijn eigen project. Als gemeente treden wij niet mediërend op.

Handhavingsstrategie/sanctiestrategie

Als bevoegd gezag om handhavend op te treden geldt de beginselplicht tot handhaven. In het kader van de beginselplicht tot handhaven, dienen handhavingsverzoeken altijd in behandeling genomen te worden. Op basis van de prioritering kan dus aangegeven worden dat dit niet direct, maar op een later moment uitgevoerd wordt. Uitgangspunt daarin is de overtreding weg te nemen en/of om herhaling in de toekomst te voorkomen. Handhaven is maatwerk. Per overtreding maken wij daarom een gedegen afweging. De gestelde prioritering uit de risicoanalyse bepaalt wanneer wij handhavend optreden. Op welke wijze wij handhavend optreden bepalen wij aan de hand van de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (hierna: LHSO). Deze strategie dient het doel om een uniforme toepassing van sancties te borgen door passend te interveniëren bij iedere bevinding. De handhaver kan hiermee de overtreding in een/de interventiematrix van het LHSO plaatsen en behorende bij die positionering handelen. Zo is de LHSO vooral een afwegingsinstrument voor uitvoerders in handhaving. Door de LHSO te volgen kan worden gekomen tot onderling afgestemd en effectief handelen van de handhavingspartners (politie en Openbaar Ministerie)

1Dit is ook de reden waarom de LHSO – evenals haar voorgangster – niet als recht in de zin van artikel 79 RO kan worden beschouwd (zie onder meer HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:436 en Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:640). Uit rechtspraak vloeit voort dat op het openbaar ministerie niet de verplichting rust om in individuele, concrete gevallen te motiveren waarom de omstandigheden van die zaak het OM tot afwijking van de LHSO deden besluiten.

. Aangezien de gemeente een voorbeeldfunctie heeft naar haar burgers en bedrijven toe, geldt bovenstaande werkwijze in het bijzonder voor overtredingen gemaakt door de eigen organisatie of medeoverheden.

Bestuursrechtelijk Handhavingsproces

Hieronder beschrijven wij het handhavingsproces dat wordt doorlopen bij de constatering van een overtreding. Het gaat hier om het proces waarbij een bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd. Deze processtappen zijn voor de toepassing van de last onder dwangsom en last onder bestuursdwang grotendeels identiek.

De in deze paragraaf beschreven procedure komt overeen met wat in Hoofdstuk 5 van de AWB wettelijk is bepaald ten aanzien bestuursrechtelijke handhaving.

Tabel 7 Bestuursrechtelijke handhavingsprocesstappen

Handhavingsproces

1

1econtrole

Er wordt een overtreding geconstateerd. Hiervan wordt een rapport gemaakt.

2

Aanzegging

De toezichthouder gaat in gesprek met de overtreder. Wij geven aan dat een overtreding is geconstateerd en geven hierover uitleg. De overtreder krijgt tijd om de overtreding ongedaan te maken. Wij maken met de overtreder afspraken over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de overtreding ongedaan moeten worden gemaakt. Wij maken duidelijk dat als de overtreding niet ongedaan wordt gemaakt dit kan leiden tot een sanctie (dwangsom of bestuursdwang).

3

Aanschrijving

De toezichthouder legt de gemaakte afspraken schriftelijk vast door middel van een brief.

4

Hercontrole

Wij controleren of de overtreding is beëindigd. Hiervan wordt een rapport gemaakt.

5

Overtreding is beëindigd

De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd.

6

Overtreding is niet beëindigd/ vooraankondiging

Wanneer de overtreding niet is beëindigd, krijgt de overtreder een brief. In de brief kondigen wij aan dat een last onder dwangsom zal worden opgelegd. Ook de hoogte van de dwangsom wordt in de brief vermeld en de termijn waarbinnen de overtreding alsnog moet zijn beëindigd. De overtreder krijgt gelegenheid binnen een termijn van twee weken een zienswijze in te dienen. NB. Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang (al dan niet acuut) kan deze termijn korter zijn.

7

Zienswijzetermijn en beschikking last onder dwangsom

Als de overtreder een zienswijze indient wordt deze meegewogen bij het besluit om wel of niet de sanctie op te leggen. Een zienswijze kan zwaarwegende argumenten naar voren brengen op basis waarvan kan worden afgezien van handhaving. Indien dit niet het geval is neemt het college een besluit om de sanctie op te leggen. De overtreder ontvangt een beschikking waarin het college aangeeft welke overtreding moet worden beëindigd, hoe hoog de dwangsom is die wordt opgelegd en binnen welke termijn (begunstigingstermijn) de dwangsom van rechtswege wordt verbeurd als geen gehoor wordt gegeven aan de last.

8

Dwangsomcontrole

Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt gecontroleerd of voldaan is aan de last onder dwangsom en of de overtreding is beëindigd. Hiervan wordt een rapport gemaakt.

9

Overtreding is beëindigd

Als voldaan is aan de last eindigt het handhavingstraject. De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd. De dwangsom verbeurt niet en het traject komt ten einde.

10

Overtreding is niet beëindigd

Als niet voldaan is aan de last volgt een invorderingstraject en kan een nieuwe last onder dwangsom (met een hogere dwangsom) of een last onder bestuursdwang opgelegd worden om de overtreding alsnog te doen beëindigen.

Gedoogstrategie

Gedogen betekent dat een instantie die de wettelijke bevoegdheid heeft om op te treden tegen een overtreding, er toch voor kiest om niet op te treden. Voor de gemeente is het uitgangspunt om wel op te treden, en het gedogen van overtredingen is daarom een uitzondering. Wij gedogen alleen in de volgende situaties:

1In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als:

a.handhaving zou leiden tot onbillijkheid (bijvoorbeeld overmacht, overgangssituatie, zicht op legalisatie, tijdelijke overtreding, experiment, disproportionaliteit, nieuwe wet- en regelgeving).

b.het belang dat beschermd moet worden duidelijk beter gediend is met gedogen (rekening houdend met andere belangen).

2Gedogen moet zoveel mogelijk worden beperkt in omvang en/of tijd.

3Er moet sprake zijn van een zorgvuldige, kenbare belangenafweging.

4Gedogen moet aan controle worden onderworpen.

De gemeente streeft ernaar om het gedogen zo veel mogelijk te beperken. Dit betekent dat er altijd een zorgvuldige afweging moet worden gemaakt tussen het belang van handhaving en het belang van gedogen. Als er toch wordt besloten om te gedogen, dan moet dit goed worden gemotiveerd en er moet controle plaatsvinden om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van deze uitzondering.

5. Borging van de uitvoering

5.1 organisatie en middelen

Financiële middelen

Om de VTH-taken vanuit het omgevingsrecht en APV+ uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Dit benodigd budget is geborgd in onze begroting. In de begroting zijn verschillende kostenposten gelabeld voor de uitvoering van de VTH-taken.

Personele middelen

Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk de procescriteria en de eisen aan de kritieke massa (kwaliteitscriteria 2.3). De procescriteria schrijven eisen voor die ervoor zorgdragen dat er een sluitende beleids- en operationele cyclus ontstaat, zodat resultaatgericht gestuurd kan worden. De kwaliteitscriteria stellen eisen ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. Ze beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 28 verschillende deskundigheidsgebieden. Aan deze deskundigheidsgebieden zijn specifieke activiteiten gekoppeld. Landelijk zijn er ter voorbereiding op de Omgevingswet de eisen aan de kritieke massa aangepast. Voor invoering van de wet zal onderzocht worden op welke wijze gemeente Zevenaar de kwaliteitscriteria waarborgt in de organisatie. In de kwaliteitsverordening VTH zal worden opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisatie en hoe hieraan wordt voldaan (en motiveren indien we daarvan afwijken). Het vaststellen van deze verordening is een verplichting onder het omgevingsrecht.

Uitvoering proces

De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn geborgd in de VTH-applicatie RX Mission. Processen zullen daarnaast worden beschreven in het programma Engage om uniformiteit in afhandeling te borgen. Werkprocessen zijn aangepast door de komst van de Omgevingswet en Wkb. Deze zullen we de komende beleidsperiode gaan monitoren en aanpassen indien gewenst.

Afstemming ketenpartners

Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. De onderdelen van dit VTH-beleid die gaan over de strafrechtelijke handhaving hebben wij afgestemd met de politie en het OM. Daarnaast hebben wij met verschillende ketenpartners, zoals de ODRA, de VGGM, en woningcorporaties afspraken gemaakt over de afstemming, advisering en samenwerking op het gebied van VTH-taken. In de strategieën en werkwijze is opgenomen hoe dat per uitvoeringsstrategie vorm krijgt. Een volledig overzicht van de samenwerking met onze ketenpartners is opgenomen in bijlage 4.

5.2 Monitoring en Evaluatie

Uitvoeringsprogramma

Het VTH-beleidsplan werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma bevat de werkvoorraad, prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. In de monitoringstool wordt vastgelegd welke acties dat jaar worden uitgevoerd om de voortgang van de doelen te kunnen monitoren. Het uitvoeringsprogramma geeft ook aan hoe de (financiële en personele) middelen van dat jaar worden ingezet en vergelijkt deze met de beschikbare capaciteit en de werkvoorraad. Eventuele verschillen hierin worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassingen in het plan. Het uitvoeringsprogramma wordt uiterlijk 1 april van het betreffende jaar naar de provincie (IBT) gestuurd en ter kennisname naar de gemeenteraad.

Evaluatie uitvoeringsprogramma’s

Evaluatie is nodig om te beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of het uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. De evaluatie verzorgt de sluiting van de BIG-8 en tevens de opening voor het opnieuw doorlopen van de cyclus. Jaarlijks rapporteren wij in het jaarverslag over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Hierbij beoordelen we minimaal of:

▪ Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;

▪ De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan;

▪ We het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) moeten aanpassen.

De monitoringstool (zie bijlage 3) wordt gebruikt om de eerste twee punten te evalueren. De evaluatie wordt vastgelegd in een jaarverslag en gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.

Evaluatie VTH-beleidsplan

Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode is verstreken, wordt het VTH-beleidsplan geëvalueerd om te beoordelen of:

▪ Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt.

▪ De voorgenomen activiteiten uit het uitvoerings- en handhavingsbeleid zijn uitgevoerd.

▪ Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt.

Deze evaluatie kan de basis vormen voor nieuw op te stellen VTH-beleid. Het geeft inzicht in de bijdrage van het uitgevoerde beleid aan de gestelde visie en doelen en het naleefgedrag. De gegevens kunnen aanleiding geven om de risicoanalyse aan te passen en doelen bij te stellen.

Figuur 2: de Big8-cyclus

Bijlage 1 | Uitlichting beleidskeuzes Wkb

Ten behoeve van het opstellen van dit VTH-beleid zijn er een aantal beleidskeuzes gemaakt. Deze beleidskeuzes zijn met name gemaakt om de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging te kunnen implementeren in onze werkwijzen. De keuzes in relatie tot de Omgevingswet zijn beleidsneutraal of het zijn volledig nieuwe processen die zijn ingericht. Voor de Wet kwaliteitsborging is dit anders. Er zijn keuzes gemaakt welke ook risico’s en beheersingsmaatregelen kennen. In deze bijlage lichten we deze keuzes uit in een tabel. Links het proces in stappen en rechts de keuzes die voor dit onderdeel zijn gemaakt met de bijbehorende risico’s en maatregelen.

Processtap

Keuze

Vergunning bouwactiviteit gevolgklasse 1

Geen beleidskeuzen

Bouwmelding bouwactiviteit gevolgklasse 1 (meldplicht, 4 weken voor start bouw)

1Bouwmeldingen worden niet gecontroleerd op volledigheid.

Risico:

-De initiatiefnemer start met bouwen met een onvolledige melding (bijv. doordat hij/zij het niet weet). Mogelijk ontbreekt er een risicobeoordeling, borgingsplan en is er geen kwaliteitsborger in beeld.

Maatregelen:

-In 2024, na invoering van de wet, controleren we de bouwmeldingen op basis van een steekproef. Deze steekproef neemt maandelijks af, mits deze akkoord en volledig zijn. Deze nieuwe wetgeving is voor alle partijen nieuw. Er zal regelmatig worden geëvalueerd of de gekozen werkwijze (geen inhoudelijke controle van de ingekomen melding) realistisch is. Is dit niet zo, dan wordt deze werkwijze gewijzigd.

-Er wordt een brief ontvangstbevestiging gestuurd, dit is door de Wet modernisering elektronisch verkeer verplicht. In deze brief wordt de hiervoor genoemde werkwijze benoemd. Daarnaast benoemen we de verantwoordelijkheden van de initiatiefnemer en de consequenties wanneer deze niet worden nagekomen:

-Geen bouwmelding indienen betekend dus niet bouwen

Melding start bouw

(informatieplicht, 2 dagen voor start bouw)

Deze melding valt onder het informatieplicht. Als gemeente hoef je wettelijk niets te doen. Toezichthouders kunnen n.a.v. deze melding een controle starten op basis van risicoprioritering. Hierbij kan dan gecontroleerd worden of er voor de locatie een vergunning is en een bouwmelding is gedaan.

Tijdens de bouw

De kwaliteitsborger voert het borgingsplan uit, i.g.v. strijdigheden op de Bbl volgt een informatieplicht naar de gemeente. In het geval van meldingen geldt bij het behandelen/controleren/handhaven prioriteit en de proportionaliteit van de strijdigheid.

Gereedmelding (meldplicht, 2 weken voor in gebruik name)

1De gereedmelding wordt niet gecontroleerd en inhoudelijk beoordeeld.

Risico

-De kwaliteitsborger meldt niet, gedurende het bouwproces, wanneer er onomkeerbare afwijkingen van het Bbl zijn geconstateerd, maar pas in de verklaring van de kwaliteitsborger.

Maatregelen:

-De eerste maand na inwerkingtreding van de wet alle gereed meldingen controleren. Daarna zelfde werkwijze als bij bouwmelding.

-De kwaliteitsborger heeft informatieplicht mochten er onomkeerbare afwijkingen zijn geconstateerd. De kwaliteitsborger is in dit geval verantwoordelijk wanneer de afwijkingen onacceptabel zijn.

-Wordt het de onomkeerbare afwijking ontdekt tijdens toezichtcontrole, kan er als worden gehandhaafd.

Melding afronden werk-zaamheden (informatieplicht, binnen 1 dag na einde bouw)

Deze melding valt onder het informatieplicht. Als gemeente hoef je wettelijk niets te doen. Toezichthouders kunnen n.a.v. deze melding een controle starten op basis van risicoprioritering.

Bijlage 2 | Risicoanalyse en prioritering

De resultaten van de risicoanalyse in de volgende twee paragrafen worden gescoord middels criteria. Wat de criteria inhouden is als volgt:

De berekening is als volgt: de som van de criteria gedeeld door 4, maal de factor van kans op slecht gedrag. Hieruit komt de gemiddelde risicoscore. De factor van kans op slecht naleefgedrag is voor 1 = 1, 2 = 1,1 (10%), 3 = 1,2 (20%).

Activiteiten handhaving omgevingsrecht

Categorie

Veiligheid

Volksgezondheid

Kwaliteit van de leefomgeving

Imago

Kans op slecht naleefgedrag

Gem risico

Prioriteit

Bouwwerken onder Wkb Bbl toets vrij

2

0

0

1

2

0,83

1.Laag

Gevolgklasse 1 bouwwerken

3

0

3

2

2

2,2

2.Gemiddeld

Gevolgklasse 2 & 3 bouwwerken

4

2

3

3

1

3

3.Hoog

Strijdig gebruik (kantoor/detailhandel/bedrijf/horeca/maatschappelijke bestemming/ reclame)

1

2

2

2

3

2,1

2.Gemiddeld

Strijdig gebruik wonen

3

0

3

2

3

2,4

2.Gemiddeld

Strijdig gebruik met verkeers-/groen en aanleggen

1

1

2

1

3

1,38

1.Laag

Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken - strijdigheid met bbl (wkb)

2

1

2

2

3

1,93

1.Laag

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging en andere bouwwerken - voorzijde

0

1

3

3

3

2,1

2.Gemiddeld

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging en andere bouwwerken - achterzijde

0

1

1

0

2

0,55

1.Laag

Illegale appartement, woningsplitsing en kamerbewoning

3

2

2

2

3

2,7

2.Gemiddeld

Illegale wijziging monument & beschermd stads- en dorpsgezicht

1

0

4

3

2

2,2

2.Gemiddeld

Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame)

0

2

1

1

3

1,2

1.Laag

Illegaal Slopen algemeen en asbest

3

4

1

2

3

3

3.Hoog

Brandveilig gebruik

4

4

0

3

2

3,03

3.Hoog

Tabel 9 Risicoanalyse en prioritering omgevingsrecht

Activiteiten handhaving APV en Bijzondere Wetten

APV+

Veiligheid

Volksgezondheid

Kwaliteit v/d leefomgeving

Imago

Kans slecht naleefgedrag

Risico score (gemiddelde)

prioriteit

Collecte

1

0

0

1

1

0,5

1.Laag

Loterij

1

0

1

1

1

0,75

1.Laag

Leegstandswet

1

1

1

2

2

1,375

1.Laag

Subsidie monumenten

2

2

2

2

1

2

2.Gemiddeld

Bingo's

2

1

2

2

2

1,925

1.Laag

Kansspelautomaten

1

2

2

1

1

1,5

1.Laag

Duurzaamheidsleningen

1

1

2

2

3

1,8

1.Laag

Bibob (D&H verg)

3

2

2

3

2

2,75

2.Gemiddeld

Gehandicapten parkeerplaats

2

2

2

1

2

1,925

1.Laag

Verkeersregelaarsbesluit

1

1

2

1

2

1,375

1.Laag

Rioolaansluiting

1

1

2

2

2

1,65

1.Laag

Standplaatsvergunningen

0

1

2

2

3

1,5

1.Laag

Evenementen meldingsplicht

3

2

2

2

3

2,7

2.Gemiddeld

Verkoop consumentenvuurwerk

0

0

1

1

1

0,5

1.Laag

Parkeerontheffing

1

1

2

2

3

1,8

1.Laag

12dagen regeling (ontheffing geluid)

0

1

1

1

1

0,75

1.Laag

Evenementenvergunning type C (Dreamfields, carnaval)

3

3

1

4

2

3,025

3.Hoog

Toertochten VVGB

0

0

1

2

3

0,9

1.Laag

Evenementenvergunning type A

2

1

2

2

2

1,925

1.Laag

Terrasvergunningen

0

0

1

2

2

0,825

1.Laag

Aanvraag ontheffing verstrekken alcoholische dranken

1

1

1

1

2

1,1

1.Laag

Geluidontheffingen

1

1

2

1

2

1,375

1.Laag

Aankondigingsborden

2

1

2

2

3

2,1

2.Gemiddeld

Gebruik gemeentegrond (melding en verg.)

2

1

2

2

3

2,1

2.Gemiddeld

Evenementenvergunning type B

2

2

3

3

2

2,75

2.Gemiddeld

Exploitatievergunning

2

3

3

3

2

3,025

3.Hoog

Stook/vreugdevuren

1

1

2

2

2

1,65

1.Laag

Carbid schieten ontheffing

2

2

2

3

2

2,475

2.Gemiddeld

Aanvraag Alcoholwetvergunning

2

2

2

2

2

2,2

2.Gemiddeld

Tabel 10 Risicoanalyse en prioritering APV+

Bijlage 3 |Monitoren uitvoering doelstellingen

Als hulpmiddel bij het evalueren van het VTH-beleid is er een tool opgezet. Deze tool biedt ondersteuning bij het opstellen van het jaarverslag en de uitvoeringsprogramma’s. In de tool zie je dat de hoofdactiviteiten in meerdere deelactiviteiten zijn gesplitst. Op deze wijze is het gemakkelijker om meer concrete acties uit te werken.

Bijlage 4 | Samenwerking Ketenpartners

Externe partners

Doel samenwerking

Hoe

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)

Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over monumenten en welstandsaspecten.

Deze commissie (en haar leden) wordt benoemd door de gemeenteraad via een verordening gemeentelijke adviescommissie. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare mandaatvergadering bijeen en behandelt zij de voorliggende plannen.

Plannen die op verzoek van de aanvrager of de ruimtelijke adviseur van de commissie worden geagendeerd en besproken in de openbare mandaatvergadering.

Overige plannen worden digitaal via de Samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO afgehandeld.

De commissie behandelt alle relevante aanvragen voor een omgevingsvergunning en ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet.

Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

De VGGM werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij zijn de brandweer, GGZ, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis. Zij adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VGGM op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel.

De samenwerkingsafspraken tussen de VGGM en de gemeente zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling voor de hele regio.

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

De ODRA voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voert zij toezicht uit op de milieuaspecten. Ook voert zij de taken met betrekking tot sloop- en asbestmeldingen (controle en toezicht) uit, zie hoofdstuk 4 de vergunningverleningsstrategie. De ODRA ondersteunt de gemeente bij diverse projecten en is aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. De ODRA stelt met ons jaarlijks een werkprogramma op aan de hand van vastgesteld beleid.

De gemeente en de omgevingsdienst hebben een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hier is eveneens een mandaatbesluit voor genomen. Afspraken m.b.t. intake- en omgevingstafel staan in een regionale werkafspraken document.

Het contactpersoon vanuit de gemeente heeft nauw contact met diverse contacten binnen de omgevingsdienst en zorgt voor afstemming van de belangen en wensen.

Provincie

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingstafel plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie.

Afstemming met de Provincie is afhankelijk van het project.

De vergunningverlener/behandelaar is afhankelijk van de externe en interne samenwerking. Voor de integrale afweging worden specialisten gevraagd om hun advies over de aanvraag te geven. Dat kunnen interne of externe specialisten zijn (veiligheidsregio, waterschappen of provincie).

Waterschap/ Hoogheemraadschap

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 5.1) stemmen wij af met het Waterschap. Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel.

bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies.

Met het Waterschap Rijn en IJsel zijn er regionale informele werkafspraken. Eventuele adviezen vragen wij rechtstreeks op.

Het waterschap heeft een accountmanager in dienst die verantwoordelijk is voor het contact met de gemeente.

Politie en Openbaar Ministerie

Voor vergunningverlening kan omtrent openbare orde en veiligheid kan advies worden ingewonnen bij de Nationale Politie. De casemanager coördineert de uitvraag van deze adviezen en verwerkt de ontvangen adviezen uiteindelijk in de vergunning.

Voor strafrechtelijke handhaving kan er ook afgestemd worden met Nationale politie en Openbaar Ministerie. Wij volgen de LHSO. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat de politie wordt ingeschakeld of dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject.

Er wordt case by case besproken wat de werkafspraken zijn.

Rijksdienst cultureel erfgoed (RCE) (van Ministerie OCW)

Afhankelijk van de impact van initiatief adviseert RCE over het behoud van het cultureel erfgoed. Voor meervoudige aanvragen is de gemeente bevoegd gezag en voor enkelvoudige aanvragen het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap (dus de RCE).

Deze adviesplicht vloeit voort uit het Bkl (besluit kwaliteit leefomgeving). Betreffende aanvragen worden doorgestuurd via de samenwerkingsfunctionaliteit ter advisering.

Tabel 12 Risicoanalyse en prioritering APV+

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.