3 Ambities en doelen
3.3 Hemelwater
3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering
Wij zien de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is ondoelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen).
Figuur 3.1 voorbeeld waterhinder Panweg [bron gemeente Zeist]
Hoe wij invulling geven aan klimaatadaptatie hebben wij vastgelegd in ‘Klimaatbestendig Zeist (2021)’. In voorliggend vGRP hebben wij de ambities voor zover deze een relatie hebben met de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen en vertaald naar concrete maatregelen (hoofdstuk 4). We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:
•We accepteren dat er tijdelijk water op straat kan staan. We voorkomen dat het water woningen binnenstroomt of voor verkeersopstoppingen op hoofdwegen zorgt. Dit bereiken we door het hemelwater op te vangen daar waar het valt en vast te houden op locaties waar het geen hinder of overlast tot gevolg heeft
•We spreken dan ook van hinder op het moment dat woonstraten tijdelijk onder water staan en er geen sprake is van materiële schade
•We spreken van overlast op het moment dat hemelwater bij woningen naar binnenstroomt of wanneer hoofdwegen onbegaanbaar zijn. Wateroverlast bij een bui van 70 mm in één uur voorkomen wij
•Wateroverlast voorkomen we door zoveel mogelijk versteende gebieden, in zowel de openbare als de private ruimte, te vergroenen. Het credo is hierbij ‘groen tenzij…’ Bij iedere reconstructie in de openbare ruimte zetten we in op het voorkomen van wateroverlast. We hanteren hierbij de uitgangspunten uit de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht.
•Knelpunten pakken wij versneld aan, waarbij het uitgangspunt is dat we:
–In 2030 geen overlast ervaren bij een bui van 30 mm in één uur
–In 2040 geen overlast ervaren bij een bui van 50 mm in één uur
–In 2050 geen overlast ervaren bij een bui van 70 mm in één uur
In paragraaf 3.3.2 is nader uitgewerkt hoe wij hiervoor zowel bestaande als nieuwbouw situaties invulling aangeven.
3.3.2 Duurzame omgang met hemelwater
Conform huidig beleid blijft de gemeente de volgende voorkeursvolgorde hanteren voor:
•Waterkwantiteit:
–Vasthouden
–Bergen
–Afvoeren
•Waterkwaliteit:
–Schoonhouden
–Scheiden
–Schoonmaken
Voor het afkoppelen van verhard oppervlak hanteren wij de afspraken uit ‘Convenant afkoppelbeleid Utrechtse Heuvelrug’. Voor het afkoppelen van hemelwater op oppervlaktewater is het beslisschema van Winnet ‘Besslisschema Directe Afvoer Regenwater op open water’ leidend, zie bijlage 2.
Bestaande (woningen)
We streven ernaar zoveel mogelijk hemelwater van particulieren te infiltreren, tegen zo laag mogelijke kosten. Hiervoor informeren en stimuleren wij particulieren actief over wat zij zelf kunnen doen, zie verder hoofdstuk 4. Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte betrekken wij bewoners actief bij het bovengronds afkoppelen van de voorzijde van de woningen.
Vooralsnog zetten wij in op stimuleren. Op termijn (5-10 jaar) overwegen wij ook het afkoppelen van verhard oppervlak van bestaande gebouwen te verplichten. Dit regelen wij te zijner tijd middels een gebiedsaanwijzing in het omgevingsplan, de drukriolering kunnen we hierbij als gebied aanwijzen.
Bestaande (openbare inrichting)
We gaan niet lukraak afkoppelen, maar hanteren hierbij de volgende drie uitgangspunten en nemen dit mee binnen iedere reconstructie:
•In reconstructieprojecten waar wij de riolering vervangen is 100 % afkoppelen van de openbare ruimte het uitgangspunt, waarbij wij overlast bij een bui van 70 mm in één uur voorkomen
•In reconstructieprojecten waarbij wij alleen de bovenbouw vervangen en de riolering behouden blijft, proberen wij zoveel mogelijk hemelwater oppervlakkig te infiltreren. Hiervoor leggen wij waar mogelijk het groen verlaagd aan, zodat het hemelwater zowel kan infiltreren, maar het groen ook een bufferende werking heeft bij extreme neerslag
•Afhankelijk van het wegtype wordt verkeershinder voorkomen, dit geldt zowel voor bestaand als nieuwbouw:
–Voor wegen binnen een verblijfsgebied geldt dat geen water op straat mag staan bij 35,7 mm neerslag in 45 minuten (bui10)
–Voor gebiedsontsluitingswegen geldt dat maximaal 5 cm water op straat mag staan bij 70 mm neerslag in één uur
–Voor hoofdwegen geldt dat maximaal 5 cm water op straat mag staan bij 90 mm neerslag in één uur
Nieuwbouw
Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties, en vernieuwbouw. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. Wij hanteren hier conform ‘Klimaatbestendig Zeist’ en ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ de volgende uitgangspunten:
•Openbare ruimte:
–Afhankelijk van het wegtype wordt verkeershinder voorkomen, zie toelichten bij bestaande (openbare inrichting)
–Schade aan woningen bij extreme neerslag voorkomen wij. Door middel van een modelmatige doorrekening wordt aangetoond dat bij 90 mm neerslag in één uur geen water de woningen in stroomt. Water op straat is in deze situatie acceptabel
–Infiltratievoorzieningen hebben geen overloop op het vuilwaterstelsel
–Het plangebied mag geen hemelwater afwentelen op omliggende gebieden
•Woningen:
–Ieder perceel kan 45 mm neerslag bergen, waarbij geldt dat tenminste 35,7 mm in 45 minuten direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden
–Particuliere voorzieningen hebben geen overloop op vuilwater- en/of gemeentelijke voorzieningen
De uitgangspunten voor nieuwbouw woningen hebben wij vastgelegd in een nog vast te stellen hemelwaterverordening.
3.3.3 Raakvlakken met hitte en droogte
Naast wateroverlast hebben ook de thema’s hitte en droogte een raakvlak met de gemeentelijke zorgplichten. Waar mogelijk en doelmatig nemen wij voor de invulling van de rioleringszorg en de uitvoering van projecten hierin de volgende (rand)voorwaarden mee:
•In natte periodes infiltreren we zoveel mogelijk hemelwater in de bodem en bouwen zo een buffer op voor droge periodes. Hierdoor gaan we verdroging binnen onze gemeente en op de Utrechtse Heuvelrug tegen
•We kiezen voor sterke beplanting en bomen die afgestemd zijn op de lokale omstandigheden, zoals de grondslag en de beschikbaarheid van (grond)water. We stemmen de keuze voor beplanting hierop af. De plantvakken zijn voldoende groot en het hemelwater kan naar de plantvakken toestromen
•Door goed onderhoud aan onze watergangen is de waterkwaliteit goed en is er geen sprake van blauwalg of botulisme. We brengen het onderhoud aan de watergangen op orde, waarbij we indien mogelijk kiezen voor natuurlijke of natuurvriendelijke oevers in plaats van beschoeiingen
•In onze communicatie met particulieren hebben wij het niet alleen over wateroverlast, maar ook over het tegengaan van hitte en droogte en het vergroten van de biodiversiteit. Hierbij is er aandacht voor vergroenen van tuinen, daken, balkons en gevels (geveltuintjes)
We hebben ook klimaatambities die buiten onze gemeentelijke zorgplichten vallen. Deze kunnen wij niet uit de rioolheffing financieren. Hier moeten wij op een andere manier de financiering voor organiseren. Zo is de komende planperiode voor het verminderen van hittestress (buiten de rioolheffing om) jaarlijks EUR 50.000 beschikbaar.
4 Strategie en maatregelen
4.3 Maatregelen
4.3.1 Onderzoek
Onderzoek is nodig om goed inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en zo tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaand zijn enkele onderzoeken kort benoemd het totaal overzicht aan onderzoeken is opgenomen in tabel 4.2
•Beheergegevens op orde brengen: voor het op orde brengen en houden van de beheergegevens is jaarlijks een budget van EUR 20.000 beschikbaar. Het GWSW-proof maken van de gegevens maakt hier onderdeel van uit
•Opstellen SSW (nieuw BRP): in 2025 stellen wij een SSW op, hiervoor is een bedrag van EUR 75.000 gereserveerd. In het BRP nemen we zowel een hydraulische toetsing van het rioolstelsel als de impact op maaiveld niveau mee. We bepalen ook de theoretische buffercapaciteit van de verschillende stroomgebieden. Onze bemalingsgebieden hebben namelijk een beperkt aantal gemalen en geen noodoverlaten met het bepalen van de buffercapaciteiten krijgen we inzicht in hoe lang een gemaal in storing kan staan voordat er problemen ontstaan. Daarnaast bepalen we het milieutechnisch functioneren van de riolering. hierbij monitoren we tevens het effect van het afkoppelen op de pompovercapaciteit
11Pompovercapaciteit (poc) is het deel van de pompcapaciteit van een rioolgemaal dat beschikbaar is voor de afvoer van ingezamelde neerslag
van het stelsel
•Actualiseren ‘Staat van je straat’: op basis van de analyse ‘Staat van je straat’
12Een klimaatlabel voor de mate van de klimaatrobuustheid op straatniveau
is op straatniveau bepaald waar we wel en niet voldoen aan onze klimaatambities. Ieder 5 jaar actualiseren we waar we staan ten opzichte van onze ambities. Hiervoor is iedere 5 jaar een bedrag van EUR 15.000 gereserveerd, waarvan de eerste staat gepland in 2025
•Inspecteren persleidingen ouder dan 50 jaar: In 2023 laten we persleidingen ouder dan 50 jaar (ca. 6 km) inspecteren en bepalen we de technische staat. Op deze manier bepalen we of de theoretische levensduur van 60 jaar realistisch is voor onze persleidingen. Eventuele maatregelen nemen we mee in de volgende planperiode. We hebben hiervoor een bedrag van EUR 100.000 gereserveerd
•Onderzoek en aanpassen heffingsgrondslagen: We gaan onderzoeken hoe we het concept ‘de vervuiler betaalt’ meer kunnen integreren in onze rioolheffing. Dit kan zowel zijn door onderscheid te maken tussen één- en meerpersoonshuishoudens, maar ook door bijvoorbeeld een andere verdeling in de staffel voor het gebuikersdeel van de niet-woningen. De resultaten van dit onderzoek nemen we mee in de eerstvolgende financiële actualisatie
•Inspecteren vrijvervalriolering: we zijn overgegaan naar een risicogestuurde aanpak. Dit betekent dat we de volgende inspectiestrategie aanhouden:
–Riolering ouder dan 40 jaar en nooit geïnspecteerd, rijdende camera inspectie
–Riolering ouder dan 40 jaar wel eerder geïnspecteerd op basis van inspectieadvies Rasmariant, putvideo inspectie en indien nodig rijdende camera inspectie
Voor de komende planperiode is op basis van bovenstaande uitgangspunten de volgende inspectieplanning opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met waar mogelijk dit wijkgericht uit te voeren en is inclusief 10 % onvoorzien op basis van klachten en meldingen. Voor de komende planperiode houden we rekening met de volgende planning, zie ook bijlage 4:
Put-video
Rijdende camera
50/50
Totaal
2022
5,7
8,2
-
13,9
2023
4,8
8,9
-
13,7
2024
4,9
0
11,1
16,0
2025*
9,2
16,6
-
25,8
2026
-
12,1
-
12,1
Totaal
24,6
45,8
11,1
81,6
* Heel Bosch en Duin i.v.m. aanlegjaar ca. 1985
Gemiddeld is jaarlijks een reiniging- en inspectiebudget beschikbaar van EUR 52.000
•Opstellen beheer en onderhoudsplan infiltratievoorzieningen: we hebben steeds meer infiltratievoorzieningen binnen onze gemeente. Voor de verschillende type voorzieningen bepalen wij het benodigde onderhoud. Daarnaast leggen wij al onze voorzieningen vast in ons beheersysteem. Hiervoor is EUR 25.000 in 2022 gereserveerd
•Opstellen beheer en onderhoudsplan kolken: voor de kolken willen we over gaan op een risicogestuurde aanpak. Dit wil zeggen dat we sommige kolken vaker gaan reinigen waar we andere juist minder vaak gaan reinigen. Infiltratiekolken gaan we sowieso vaker reinigen om te zorgen dat ze hun infiltrerende capaciteit behouden. We maken hierbij een koppeling met het kolkenbestand en de resultaten over de vervuilingsgraad geconstateerd bij reiniging. Hiervoor is EUR 15.000 in 2022 gereserveerd
•Doormeten voedingskabels: In het buitengebied hebben we diverse minigemalen waarvoor
•geldt dat de voeding afkomstig is van de moederkast. Als gemeente zijn we zelf verantwoordelijk voor instandhouding van dit stroomnet. Door middel van het doormeten krijgen we inzicht in locaties waar de kabel in slechte staat verkeert en kunnen we ingrijpen voordat een minigemaal zonder stroom komt te zitten
•Convenant rioolverstoppingen loodgieters: Indien er sprake is van een verstopte huisaansluiting is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor de riolering voor zover deze ligt op eigen perceel. De gemeente is verantwoordelijk voor alle riolering in de openbare ruimte. Bij een verstopping zal de perceeleigenaar dit als eerste opmerken. Om te bepalen waar de verstopping zich bevindt, dient de perceeleigenaar het ontstoppingsstuk ter hoogte van de perceelsgrens op te graven. Als de leiding gevuld is met water is er een verstopping in het gemeentelijk deel. Als de leiding leeg is, is er een verstopping op het eigen perceel.
Als de verstopping aanwezig is in de openbare ruimte vergoedt de gemeente de onderzoekskosten tot een hoogte van EUR 113,65 (tarief 2021). Dit bedrag staat in verhouding tot het opgraven van het ontstoppingsstuk. In de praktijk komt het regelmatig voor dat bedrijven meer werkzaamheden dan noodzakelijk uitvoeren en/of hogere rekeningen in rekening brengen. Als gemeente willen wij hierover afspraken maken met de bedrijven die regelmatig huisaansluitingen ontstoppen in Zeist. Hierdoor hopen we te voorkomen dat inwoners onnodig hoge rekeningen ontvangen. De te maken afspraken leggen we vast in een convenant
•Financiële actualisatie KDP (iedere 5 jaar): Tijdens het opstellen van het vGRP nemen we de
•huidige kennis als uitgangspunt. Gaandeweg zal blijken in hoeverre alle plannen uitgevoerd kunnen worden zoals bedacht is. Om, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen voeren we halverwege de looptijd van dit vGRP een financiële actualisatie van het kostendekkingsplan uit
•Doorrekenen stelsel Soestdijkerweg: Bij neerslag hebben de minigemalen aan de Soestdijkerweg moeite met het verpompen van het (afval)water. Dit kan mogelijk komen doordat regenwater is aangesloten. Daarnaast is onbekend hoe het stelsel precies is aangesloten bij gemeente De Bilt (de persleiding loopt door op hun grondgebied). Middels onderzoek en een doorrekening willen we het stelsel optimaliseren
In tabel 4.2 is een overzicht opgenomen van alle onderzoeken zoals deze zijn voorzien. In het KDP maken deze kosten onderdeel uit van de exploitatie.
Tabel 4.2 overzicht onderzoeksmaatregelen
Onderzoek
Jaar
Kosten [EUR]
Reiniging en inspectie vrijvervalriolering
jaarlijks
52.000
Inspectie BRL pompgemalen
jaarlijks
20.000
Inspectie NEN 3140 (iedere 5 jaar)
2023
15.000
Gegevensbeheer
jaarlijks
15.000
Communicatie budget overig goed gebruik riolering ed
jaarlijks
1.000
Beheer en onderhoudsplan infiltratievoorzieningen (iedere 5 jaar)
2022
25.000
Doormeten voedingskabels
2022
30.000
Onderzoek reductie energieverbruik gemalen
2022
25.000
Beheer en onderhoudsplan kolken
2022
15.000
Inspecteren persleidingen ouder dan 50 jaar + toetsing technische staat
2023
100.000
Convenant rioolverstoppingen loodgieters
2023
10.000
Financiële actualisatie KDP (iedere 5 jaar)
2023
7.500
Doorrekenen stelsel Soestdijkerweg
2024
15.000
Actualiseren 'Staat van je straat' (iedere 5 jaar)
2025
15.000
Opstellen SSW / BRP (incl. theor. buffercapaciteit stroomgebieden) (iedere 10 jaar)
2025
75.000
Opstellen vGRP (iedere 5 jaar)
2025
40.000
4.3.2 Beheerrioleringsgegevens bij nieuwe aanleg
De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering verwerken we conform WIBON in het beheersysteem. Hiermee voldoen de aan de regels van WIBON.
4.3.3 Objectgerichte maatregelen
Objectgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van de toestand (de kwaliteit) van de rioleringsobjecten. Objectgerichte maatregelen zijn zowel vervangingen van verouderde of verslechterde objecten als onderhoudsmaatregelen.
Onderhoud
Alleen de 1e lijnstoringen van pompunits en het ontstoppen van huisaansluitingen en kolken wordt door onze eigen buitendienst opgepakt. Het overig onderhoud loopt via onderhoudscontracten en geldt het volgende:
•Groot onderhoud vrijvervalriolering: groot onderhoud voeren we uit op basis van onze risicogestuurde strategie en maakt onderdeel uit van onze integrale uitvoeringsplanning, zie verder vervanging en renovatie vrijvervalriolering
•Reiniging vrijvervalriolering: Voorafgaand aan de inspectie met behulp van rijdende camera van de vrijvervalriolering reinigingen wij de riolering, voor de planning en kosten zie paragraaf 4.3.1. Daarnaast reinigen we de knelpunten, zie bijlage 4.
•Onderhoud gemalen en pompunits: jaarlijks reinigingen en inspecteren we alle gemalen en pompunits planmatig conform BRL (BRL-K14020). Waar nodig vervangen we hierbij onderdelen vervangen, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd blijft, dit kan ook preventief zijn. Daarnaast keuren wij 1 × per 3 jaar de gemalen en 1 × per 5 jaar de pompunits basis van de NEN-3140 (bedrijfsvoering van elektrische installaties – laagspanning)
•Storingsonderhoud: alle hoofdgemalen, randvoorzieningen en pompunits zijn aangesloten op een telemetriesysteem. De 1e lijnstoringen pakt onze eigen buitendienst op, de overige storingen zijn uitbesteed
•Straatvegen en kolkenreiniging: straatvegen voeren wij uit conform het beeldbestek, vanuit riolering dragen wij 50 % bij in de kosten. Voor de kolkenreinigingen hanteren we vooralsnog e voor de planperiode de volgende frequentie, op basis van de optimalisatie van de beheerstrategie kunnen hier mogelijk wijzigingen in nodig zijn:
–Regulier 2 × per jaar
–Infiltratiekolken en filterkolken 4 × per jaar
•Onderhoud randvoorzieningen: onderhoud vindt 1 × per jaar planmatig plaats
•Beheer bovengrondse infiltratievoorzieningen: jaarlijks moeten we 15 km van de bermen ‘afroven’ om voldoende infiltratiecapaciteit te behouden. Hiervoor dragen wij 50% van de kosten bij aan groen
Structureel onderhoud buitengebied (waterlossingen)
Jaarlijks vindt structureel onderhoud aan sloten en duikers plaats om de waterafvoercapaciteit in stand te houden. Dit onderhoud bestaat uit het maaien van bermen en sloten en het baggeren van de watergangen. Vanuit riolering dragen wij 50 % bij in de kosten.
Tabel 4.3 overzicht objectgerichte maatregelen
Omschrijving
Frequentie
Kosten [EUR]
Groot onderhoud vrijvervalriolering (excl. reiniging/inspectie)
Jaarlijks
497.500
RMN kolken reiniging
Jaarlijks
168.000
Periodieke reiniging pompgemalen
Jaarlijks
25.000
Onderhoud pompgemalen
Jaarlijks
40.000
Extracomptabel onderhoud wegen (50%)
Jaarlijks
686.000
Extracomptabel onderhoud waterlopen (50%)
Jaarlijks
19.500
Extracomptabel afroven bermen
Jaarlijks
20.000
Extracomptabel gemiddelde bijdragen baggerplan (50%)
Jaarlijks
12.500
Groot onderhoud en vervanging gemalen , drukriolering en randvoorzieningen (ME)
Op basis van de jaarlijkse inspectie- en de onderhoudswerkzaamheden plannen we werkzaamheden voor groot onderhoud en/of vervanging van onderdelen van de gemalen en
drukriolering in, deze werkzaamheden vallen binnen de exploitatie. De onderhoudsstaat behouden we hiermee op het gewenste niveau. In de planperiode is daarnaast rekening gehouden met de vervangingsinvesteringen, zoals opgenomen in tabel 4.4.
Vervanging en renovatie vrijvervalriolering
Vervangingen en renovaties plannen wij op basis van onze risicogestuurde aanpak. Binnen deze risicogestuurde aanpak zijn twee variabelen belangrijk: Wat is de impact van falen en wat is de kans op falen? Hiervoor is voor ieder riool een risicoprofiel opgesteld waaruit blijkt hoe belangrijk het riool is (impact) en wat de kans op falen is (kans). Hierbij is de kans op falen gesplitst in drie componenten:
•Constructief: de constructieve sterkte van het riool
•Doorstroming: de mate van afstroming van het afvalwater
•Waterdichtheid: de waterdichtheid van het riool
De strategie is erop gericht dat riolering met het hoogste risicoprofiel een hogere prioriteit krijgt dan riolering met een lager risicoprofiel. Op basis van een analyse volgens rasmariant
13De rasmariant aanpak is er opgericht om op basis van een risicogestuurde aanpak te bepalen wat, waar en wanneer uit te voeren op basis van een geavanceerde degradatie analyses in combinatie met het berekende effect van elk riool op de omgeving en het stelsel.
zijn de benodigde vervangings- en instandhoudingsplanningen bepaald. Hierbij zijn verschillende varianten doorgerekend, zie figuur 4.2.
Figuur 4.2 varianten rasmariant
We hebben gekozen de ‘buurtgerichte’ variant aan te houden. Deze sluit zowel aan bij een risicogestuurde aanpak, als bij een integrale werkwijze. Uit de analyse blijkt dat door de instandhouding de theoretische levensduur van de vrijvervalriolering verder kunnen oprekken van 80 naar 100 tot 120 jaar. De toekomstige inspectieresultaten moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Vanaf 2060 zijn vervangingen voorzien. In het KDP zijn de vervangingen als volgt meegenomen zie ook figuur 4.3 en tabel 4.4:
•De gemiddeld benodigde instandhouding conform rasmariant op basis van eenheidsprijzen relinen Sweco, onderverdeeld naar de periode
–Tot en met 2030
–2031 tot en met 2040
–2041 tot en met 2050
–2051 tot en met 2060
•Vervangingskosten zijn per buurt berekend op basis van kostenkentallen Kennisbank RIONED. Voor het kostendekkingsplan zijn de kosten zoals berekend voor 2061 gelijkmatig verdeeld over de periode 2056 tot en met 2065. De vervangen na 2061 tot met 2080 zijn gelijkmatig verdeeld over de periode 2062 tot en met 2080. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de vervangingen door lopen tot 2101.
•Deze vervangingen vallen echter buiten de 60 jaar scope van het KDP. In totaal valt circa 25 % van de vervangingen buiten de scope van het KDP
•Omdat we de komende jaren geen grootschalige vervangingen gaan uitvoeren, kunnen we niet gezamenlijk optrekken met het wegbeheer. In het kostendekkingsplan is wel rekening gehouden met kosten voor het vervangen van kolken, kolk- en huisaansluitleidingen. Daarnaast hebben we budget beschikbaar voor onvoorziene maatregelen
Figuur 4.3 vervangings- en instandhoudingplanning vrijvervalriolering (incl. vervangingen gemengd door gescheiden)
Tabel 4.4 overzicht vervangingsmaatregelen (bedragen × EUR 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Planperiode
Vrijverval:
Instandhouding
115
115
115
115
115
575
Kolk+aansluitleidingen
443
443
443
443
443
2.213
Onvoorzien
50
50
50
50
50
250
+op klimaat
150
150
150
150
150
750
Gemalen BK
-
-
124
-
-
124
Gemalen ME
34
58
147
65
34
338
Persleiding
-
-
-
-
-
-
Pompunits BK
-
-
4
-
-
4
Pompunits ME
140
24
29
29
87
308
Drukriolering
-
-
-
-
-
-
Randvoorzieningen BK
200
-
-
-
-
200
Randvoorzieningen ME
-
62
-
-
-
62
Totaal
1.131
902
1.061
852
878
4.823
4.3.4 Systeemgerichte maatregelen
Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van het functioneren van het rioolstelsel. Hydraulische maatregelen zijn daarbij gericht op de afstroming naar en in het rioolstel. Hieronder vallen ook maatregelen die worden genomen in het kader van berging op maaiveld. Milieutechnische maatregelen zijn veelal gericht op de berging van het rioolstelsel om overstortingen te beperken en verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen. Vanwege het feit dat de hydraulische maatregelen een directe koppeling hebben met de klimaatmaatregelen, zijn deze hierna onder de noemer klimaatmaatregelen samengevoegd.
Klimaatmaatregelen: afkoppelen bestaand verhard oppervlak
Daar waar we gemengde riolering vervangen, koppelen we het verhard oppervlak volledig af door het gemengde stelsel te vervangen door een gescheiden stelsel. Doordat we komende jaren inzetten op de instandhouding van de riolering gaan we weinig riolering daadwerkelijk vervangen en dus ook weinig nieuwe gescheiden riolering aanleggen. Toch streven we ernaar om jaarlijks gemiddeld 1% verhard oppervlak af te koppelen. We geven hier op de volgende manier invulling aan:
+ op klimaat bij wegbeheer
We dragen vanuit riolering tot en met 2060 jaarlijks EUR 150.000 bij aan wegbeheer voor het realiseren van bovengrondse berging en verwerking van hemelwater als vergoeding. Dit bedrag is gebaseerd op EUR 10,00 per/m² als bijdrage op de meerkosten voor het afkoppelen. Tijdens de financiële actualisatie van het KDP bepalen we op basis van nacalculatie of dit budget toereikend is. Waar nodig passen we de bijdrage aan.
Stimuleren particulier afkoppelen
In 2021 hebben we een online enquête gehouden onder onze inwoners. In totaal hebben 559 respondenten de vragenlijst en controle vragen ingevuld. Er is hierbij gewogen op leeftijd en geslacht voor een evenredig beeld van de resultaten. Deze analyse is uitgevoerd door Pro-Public. De infographic van de enquête is als bijlage 7 opgenomen. Wat opvalt, en ook aansluit bij de boodschap van Klimaatbestendig Zeist, is dat 94% van de respondenten het (zeer) belangrijk vinden dat Zeist klimaatbestendig wordt. En dat 47% van de respondenten bereid zijn om meer te betalen voor een vernieuwing van het rioolsysteem, opvang van regenwater en grotere buizen.
Om hier invulling aan te geven, ondanks dat we in de openbare ruimte alleen meekoppelen met wegbeheer, zetten we in op het extra stimuleren van particulier afkoppelen. Voor de periode tot 2030 is jaarlijkse EUR 250.000 beschikbaar voor het stimuleren van particulier afkoppelen. We hebben hierbij de meeste aandacht voor die gebieden die de hoogste prioriteit hebben voor het behalen van de ambitie geen overlast bij een bui van 30 mm in 2030. Uitgangspunt is dat we het budget gebruiken voor communicatie en samenwerking om onze inwoners in actie te laten komen om het eigen perceel af te koppelen, te vergroenen en/of te voorzien van groene daken. Hierbij hebben we ook aandacht voor het vergroten van de biodiversiteit en het toepassen van bijvoorbeeld geveltuinen voor het beperken van hittestress. We gaan dit bedrag op de volgende manier inzetten, waarbij we jaarlijks bepalen hoe we het budget over de verschillende onderdelen verdelen:
•Inzet van een klimaatmakelaar:
–Aanjagen klimaatadaptief maken particuliere ruimte
–Informeren op bewonersavonden bij projecten
–Actief afkoppelen met extra aandacht voor de buurten waar de grootste wateroverlast wordt verwacht en/of ervaren
–Stimuleren groene daken, hierbij kan gedacht worden aan het leveren van kennis en advies (zoals constructieve kennis) en in de vorm van kortingsbonnen/vouchers bij lokale leveranciers van sedumdaken. Hierbij zoeken wij de samenwerking met Samen Duurzaam Zeist
–Communicatieplan en -planning onderhouden en in uitvoeringsbrengen
•Bijdragen aan Samen Duurzaam Zeist voor het realiseren van groene daken
•Budget om bij te dragen aan het realiseren van particulier afkoppelen (doorzagen regenpijpen aan de voorzijde van de woning)
•Diversen promotiematerialen en advertentiekosten
Klimaatmaatregelen: ambitie 2030
Om aan de ambitie geen overlast in 2030 bij een bui van 30 mm zijn de volgende maatregelen noodzakelijk. Deze maatregelen zijn opgenomen in onze integrale projectenplanning. Een deel van deze maatregelen zijn eind 2021 reeds gereed:
•Paltzerweg: Aanleggen IT-riolering (nog opstarten)
•Erasmuslaan: o.a. aanleg infiltratievelden
•Parmentiersland: ombouwen VGS-stelsel naar GS-stelsel
•Nieuw gemaal Korte Bergweg
•Oude Arnhemseweg: aanleg IT-riool en nieuwe maaiveldinrichting (doorloop t/m 2023)
•Particulier afkoppelen: (nog opstarten)
–Dijnselburg & Patijnpark
–Centrum (schillen)
Milieutechnische maatregelen
De gemeente voldoet aan de milieutechnische eisen ten aanzien van de riolering. In de planperiode zijn dan ook geen milieutechnische maatregelen voorzien. Het verder afkoppelen van verhard oppervlak draagt zoals reeds vermeld wel bij aan het verder terugdringen van emissies uit het rioolstelsel naar bodem en/of oppervlaktewater.
Oppervlaktewatermaatregelen
Om de waterkwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren zijn er diverse maatregelen voorzien:
Baggeren
In samenwerking met het HDSR baggeren wij naar verwachting in 2024 een groot deel van de watergangen in Zeist. Het HDSR zal hierbij alle hoofdwatergangen baggeren. Als gemeente baggeren we alle tertiaire watergangen voor zover wij daarvoor verantwoordelijk zijn en deze niet de afgelopen jaren al gebaggerd zijn. Daarbij maken we als gemeente afspraken met andere onderhoudsplichtigen in het geval er een gedeelde verantwoordelijkheid geldt.
We onderzoeken in welke situaties het gewenst is om dieper dan het leggerprofiel te baggeren. De onderhoudsplicht geldt alleen voor het leggerprofiel; het profiel dat noodzakelijk is voor voldoende afvoercapaciteit van de watergangen. Door dieper te baggeren wordt mogelijk de voedselrijke sliblaag verwijderd. Dit draagt bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zie verder bijlage 9. Vooralsnog zijn we uitgegaan van EUR 250.000. Dit bedrag moeten we nog nader onderbouwen en bepalen, waarbij voor 50 % dekking van het budget uit de rioolheffing plaatsvindt.
Omvormen van oevers
Diverse oeverconstructies zijn aan het einde van de technische levensduur. We streven ernaar om geen harde beschoeiingen toe te passen, tenzij dit noodzakelijk is met het oog op andere doelstellingen. Door het aanleggen van natuurlijke taluds en/of natuurvriendelijke oevers ontstaan kansen voor waterplanten en overige Flora en Fauna. De komende planperiode voorzien we de volgende kansen:
•Rondom het Slot zijn de beschoeiingen aan vervanging toe. Onderzocht wordt in hoeverre een natuurlijk talud mogelijk is. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de cultuurhistorische waarde van de omgeving behouden blijft
•De openbare ruimte ter hoogte van de Griffensteijnselaan wordt naar verwachting in 2022 opnieuw ingericht. Hierbij zal hemelwater oppervlakkig naar de Grift afstromen en richten we de oever natuurlijker in
De kosten voor het omvormen van oevers worden niet gedekt vanuit de rioolheffing, maar vanuit SFI-VIS
14SFI-VIS = Strategisch Financieel Instrumentarium en Vervangingsinvesteringensystematiek, de onderbouwing van de vervangings- en onderhoudskosten van de overige objecten binnen Zeist
.
5 Middelen
5.2 Financiële middelen
5.2.1 Voorzieningen
Conform het vorige vGRP maken wij gebruik van twee voorzieningen te weten een (voorziening BBV 44.1 lid d (spaarvoorziening voor de investeringen), voorziening BBV 44.2 (voorziening beklemde middelen derden voor de egalisatie van de tarieven). Per 1 januari 2021 hebben deze voorzieningen het volgende saldo:
•Voorziening BBV 44.2: EUR - 195.000
•Voorziening BBV 44.1 lid d: EUR 7.561.913
Omdat het niet is toegestaan een negatieve voorziening te hebben, is de voorziening BBV 44.2 tijdelijk aangevuld vanuit de algemene reserve. Omdat we dit bedrag wel weer terug moeten storten, hebben we in het kostendekkingsplan gerekend met de negatieve stand van de voorziening.
5.2.2 Rioolheffing en totale baten
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heffen wij rioolheffing.
Wij maken hiervoor gebruik van een eigenaren heffing voor woningen en gebruikers heffing voor niet-woningen gebaseerd op het drinkwaterverbruik. Bij niet-woningen met een drinkwaterverbruik kleiner dan 250 m³ berekenen wij een vast tarief per object. Boven de 250 m³ hanteren wij een staffel. Zie voor de gehanteerde tarieven in 2021 tabel 5.2.
Tabel 5.2 Tariefsopbouw 2021
Omschrijving
Tarief [EUR]
Woningen:
178,20
Niet-woningen:
Tot 250 m³
178,20
Van 250 tot 2.500 per 10 m³
7,32
Van 2.500 tot 25.000 m³ per 10 m³
3,84
Van 25.000 tot 50.000 m³ per 10 m³
2,40
Van 50.000 tot 100.000 m³ per 10 m³
1,44
Boven 100.000 per 10 m³
1,08
Per 1 januari 2021 zijn er 28.525 woningen dit zorgt voor een baten van EUR 5.083.155. Daarnaast ontvangen EUR 464.889 baten vanuit niet-woningen. Conform het vorige vGRP is rekening gehouden met een stijging van de rioolheffing in 2022 naar EUR 188,40. Daarnaast is rekening gehouden met een stijging in het aantal woningen in 2021 van 457 tot 28.982 woningen.
5.2.3 Vervangingsinvesteringen en investeringen projectenplan
In tabel 5.3 zijn alle investeringsbedragen opgenomen die in de planperiode nodig zijn om de investeringen uit het projectenplan en de benodigde vervangingen uit te voeren. Een totaal overzicht van alle investeringen is opgenomen in bijlage 11. In de bijlage zijn ook de investeringen (ca. EUR 4,8 miljoen) die in 2021 zijn uitgevoerd opgenomen, zodat deze onderdeel uit maken van de kostendekkingsberekening.
•De investeringen uit het projectenplan betreffen alle projecten die opgenomen zijn in de integrale projectenplanning van de gemeente
•De vervangingsmaatregelen zijn de maatregelen zoals deze uit de berekeningen (rasmariant voor de vrijvervalriolering en aanlegjaar + technische levensduur voor de overige objecten) naar voren komen. Deze maatregelen maken wij de komende jaren concreet in onze nieuwe integrale projectenplanning. Hierbij bindt een integrale afweging plaats op basis van kwaliteit en passend binnen onze risicogestuurde aanpak
In totaal is in de planperiode een investering van circa EUR 5,1 miljoen benodigd.
Tabel 5.3 Benodigde investeringen planperiode 2022 – 2026 (excl. BTW en inflatie, bedragen × EUR 1.000)
omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Plan- periode
vrijvervalriolering
758
758
758
758
758
3.788
gemalen BK
-
-
124
-
-
124
gemalen ME
34
58
147
65
34
338
pompunits BK
-
-
4
-
-
4
pompunits ME
140
24
29
29
87
308
randvoorz. BK
200
-
-
-
-
200
randvoorz. ME
-
62
-
-
-
62
projectenplan
305
-
-
-
-
305
Totaal
1.436
902
1.061
852
878
5.128
5.2.4 Totale lasten voorziening BBV 44.2
De totale lasten betreffen alle lasten niet zijnde investeringen. Deze zijn opgebouwd uit de exploitatiekosten, de onderzoekskosten, de kapitaallasten uit het verleden, eventuele nieuwe kapitaallasten (wanneer de spaarvoorziening niet toereikend is) en de dotatie aan de voorziening 44.1 lid d.
Daarnaast is de BTW hier extracomptabel aan toegevoegd over zowel de exploitatie- en onderzoekskosten als de investeringen. In het kostendekkingsplan is de BTW meegenomen als een gemiddelde over een periode van 5 jaar. Conform BBV worden deze lasten niet geactiveerd. In bijlage 11 is een overzicht opgenomen van alle financiële gegevens die als basis dienen voor het kostendekkingsplan. De totale lasten in de planperiode bedragen circa EUR 27,3 miljoen (zie tabel 5.4). In figuur 5.1 zijn de lasten op de lange termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 60 jaar (2021 - 2080) bedragen circa EUR 353 miljoen.
Tabel 5.4 Totale lasten rioleringszorg voorz. BBV 44.2 planperiode 2022-2026 (excl. inflatie, bedragen × EUR 1.000)
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Plan- periode
dotatie (voorz. BBV 44.1d)
1.785
1.234
1.263
1.309
1.329
6.920
Nieuwe kapitaallasten
-
-
-
-
-
-
Kapitaallasten verleden
592
574
550
510
487
2.714
Exploitatie
2.569
2.569
2.569
2.569
2.569
12.844
Onderzoek aanvullend*
40
10
-
-
-
50
Klimaatadaptatie bestaand
250
250
250
250
250
1.250
BTW
689
696
701
694
697
3.477
Totaal
4.139
4.099
4.070
4.024
4.003
27.255
* overige onderzoeken maken onderdeel uit van de exploitatie
Figuur 5.1 Totale lasten rioleringszorg voorz. BBV 44.2 periode 60 jaar (excl. inflatie)
5.2.5 Totale investeringen ten lasten van voorziening BBV 44.1 lid d
Alle investeringen brengen we zolang de voorziening BBV 44.1 lid d toereikend is direct in mindering op het saldo van de voorziening. Op het moment dat de voorziening niet meer toereikend is kapitaliseren we deze investeringen. De nieuwe kapitaallasten die hiermee gepaard gaan, komen ten laste van de voorziening BBV 44.2. In tabel 5.5 zijn de onttrekkingen en dotaties voorziening BBV 44.1 lid d gedurende de planperiode weergegeven. In paragraaf 5.3.3 is het verloop van de voorziening BBV 44.1 lid d nader toegelicht en weergegeven.
Tabel 5.5 Onttrekkingen en dotaties voorziening BBV 44.1 lid d (excl. BTW en inflatie, bedragen × EUR 1.000)
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Plan- periode
vervangingen
1.131
902
1.061
852
878
4.823
projectenplan
305
-
-
-
-
305
dotatie
-1.785
-1.234
-1.263
-1.309
-1.329
-6.920
Totaal
-350
-332
-201
-457
-451
-1.791
5.3 Kostendekking
5.3.1 Uitgangspunten kostendekking
In de berekening van de rioolheffing is met de volgende gemeentelijke financiële uitgangspunten rekening gehouden:
•Bij de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met inflatie
•Alle genoemde bedragen zijn prijspeil 2021
•Zolang de voorziening BBV 44.1 lid d toereikend is worden nieuwe investeringen direct afgeboekt
•Wanneer de voorziening BBV 44.1 lid d niet meer toereikend is worden nieuwe investeringen geactiveerd en gekapitaliseerd. Hierbij gaan wij uit van het volgende
–Rentepercentage over investeringen: 0,5 % over de boekwaarde per 01/01
–Lineaire afschrijving
–Start afschrijving in jaar na investering
•Theoretische levensduur en afschrijvingstermijn (wanneer van toepassing):
–Vrijvervalriolering 80 jaar 80 jaar
–Elektromechanische installatie gemalen en pompunits 20 jaar 20 jaar
–Bouwkundige onderdelen gemalen en pompunits 60 jaar 60 jaar
–Pers- en drukleiding 60 jaar 60 jaar
–Elektromechanische installatie randvoorzieningen 20 jaar 20 jaar
–Bouwkundige onderdelen randvoorzieningen 80 jaar 80 jaar
•Rente over de voorzieningen: 0 %
5.3.2 Uitgangspunten Besluit begroting en verantwoording (Bbv)
De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor.
In het BBV zijn ook regels en randvoorwaarden opgenomen voor gemeenten met betrekking tot het bepalen van de kostendekking van de rioolheffing en financiering van investeringen in de riolering. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden opgenomen:
•Investeringen ten behoeve van riolering worden gezien als investeringen met meerjarig economisch nut en dienen te worden geactiveerd (artikel 59, lid 1)
•Jaarlijkse exploitatiekosten worden niet geactiveerd (ontbreken voorwaarde meerjarig economisch nut)
•Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd (artikel 62, lid 1)
•Een specifieke bijdrage van derden die in directe relatie staat tot de investering mag in mindering worden gebracht (direct afboeken) (artikel 62, lid 2)
•Er wordt gebruik gemaakt van een voorziening (BBV artikel 44, lid 2) met als doel ongewenste schommelingen te egaliseren. De rioolheffing mag alleen worden uitgegeven aan het doel waarvoor het is ingesteld (zogenaamd gebonden besteding)
5.3.3 Bepaling rioolheffing
Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode
2021 – 2080. Uitgangspunt hierbij is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend is. Hiervoor zijn meerdere varianten doorgerekend. Hierbij hebben wij onderscheid gemaakt in de volgende aspecten:
•Wel/niet meenemen van de klimaatadaptieve maatregelen:
–In de variant zonder klimaatadaptieve maatregelen is wel rekening gehouden met de maatregelen zoals deze zijn opgestart vanuit het projectenplan en het vervangen van de gemengde riolering door een gescheiden systeem vanaf 2060
–In de variant met klimaatadaptieve maatregelen is naast de bovenstaande maatregelen ook rekening gehouden met:
–De ‘+ op klimaat’ bij wegbeheer voor het realiseren van bovengrondse berging (EUR 150.000 per jaar tot en met 2060
–Bijdrage voor realiseren afkoppelen bestaand particulier terrein (EUR 250.000 per jaar tot en met 2029)
•Financieringssystematiek: Er komt een grote investeringsgolf aan vanaf 2060 met een investeringsvolume van meer dan EUR 10 miljoen per jaar. Op dit moment betalen we deze investeringen uit onze voorzieningen BBV 44.1 lid d een zogenaamde spaarvoorziening van vervangingen in de toekomst.
Deze spaarvoorziening is niet toereikend om de investeringen in de toekomst nog op te kunnen vangen. Uiteindelijk zullen we weer over moeten tot het kapitaliseren van de investeringen. In de varianten is onderscheid gemaakt tussen:
•Het zolang mogelijk doorgaan met de spaarvoorziening
•Na 10 jaar te stoppen met de spaarvoorziening
Dit heeft geleid tot de volgende varianten (de resultaten van de verschillende varianten zijn opgenomen in bijlage 12):
1Zonder klimaat en maximale inzet spaarvoorziening
2Met klimaat en maximale inzet spaarvoorziening
3Zonder klimaat en 10 jaar spaarvoorziening
4Met klimaat en 10 jaar spaarvoorziening
Omdat het investeringsvolume voor de korte termijn lager is dan waarmee in eerdere scenario’s is gerekend is het mogelijk om in 2023 een verlaging van de heffing door te voeren. In de varianten is hier op de volgende manier mee omgegaan:
•In de varianten 1 en 2 is rekening gehouden met een daling van 10 % in 2023
•In de varianten 3 en 4 is rekening gehouden met een daling van 25 % in 2023
•In alle varianten is rekening gehouden met een verdere stijging naar wat nodig is
Hierbij is zoals reeds vermeld nog geen rekening gehouden met een indexering. De rioolheffing moet naast de voorgestelde stijging voor de toekomst nog worden geïndexeerd, zie verder tabel 5.6.
Tabel 5.6 Verloop rioolheffing planperiode verschillende varianten
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Variant 4
2021 (huidig)
178,20
178,20
178,20
178,20
2022
188,40
188,40
188,40
188,40
2023
169,56
169,56
141,30
141,30
2024
169,56
169,56
141,30
141,30
2025
169,56
169,56
141,30
141,30
2026
169,56
169,56
141,30
141,30
Vooralsnog houden we hierbij vast aan de huidige heffingsgrondslagen. In de komende planperiode onderzoeken we hoe we nog het concept ‘de vervuiler betaalt’ meer kunnen integreren in onze rioolheffing. Dit kan zowel zijn door onderscheid te maken tussen één- en meerpersoonshuishoudens, maar ook door bijvoorbeeld een andere verdeling in de staffel voor het gebuikersdeel van de niet-woningen.
Figuur 5.2 Verloop inkomsten, lasten, saldo voorzieningen (linker as) en rioolheffing (rechter as) – variant 2
Wij adviseren om voor nu te kiezen voor variant 2, met de volgende onderbouwing:
•Conform Klimaatbestendig Zeist nemen we klimaatadaptieve maatregelen mee, dit is ook wat uit de enquête onder de inwoners als wenselijk naar voren komt
•We maken zolang mogelijk gebruik van de spaarvoorziening. Op de lange termijn is kapitaliseren als gevolg van de rentecomponent altijd duurder dan direct afboeken. Dit valt ook uit de grafieken af te lezen. De totale lasten in de varianten 1 en 2 zijn in 2080 circa EUR 2 miljoen lager dan in de varianten 3 en 4. Bovendien rekenen we nu met een omslagrente van 0,5 %, op termijn is het zeker mogelijk dat deze omslagrente aanzienlijk zal stijgen waardoor de totale (kapitaal)lasten nog verder oplopen
•We verlagen in 2023 de rioolheffing met 10 %. De komende jaren gaan wij verder met het inspecteren van onze riolering. Op basis van deze kwaliteitsgegevens stellen wij de vervangingsplanning bij. We weten niet wat hier uit naar voren gaat komen. Daarnaast moeten we nog invulling geven aan de klimaatdoelstellingen voor 2040 (50 mm) en 2050 (70 mm). Dit leidt mogelijk nog tot aanvullende maatregelen. Tijdens de financiële actualisatie van het KDP in 2023 bepalen we de heffing en de benodigde strategie opnieuw.
Bijlage 1 Bouwstenen voor omgevingsplan
Niet aansluiten bij nieuwbouw:
Conform Klimaatbestendig Zeist is het niet toegestaan om hemelwater vanaf een nieuwbouwlocatie te lozen op de openbare ruimte. Dit hebben wij vastgelegd in de nog vast te stellen hemelwaterverordening artikel 3 lid 1.
Artikel 3 : verbod op het lozen van hemelwater op de riolering
1Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein
Waterberging bij nieuwbouw:
Daarnaast eisen wij dat nieuwbouwlocaties ‘waterrobuust’ en `klimaatbestendig’ worden ontwikkelen. We eisen dan ook een bergingsvoorziening, dit hebben we vastgelegd in de hemelwaterverordening artikel 3 lid 2.
Artikel 3 : verbod op het lozen van hemelwater op de riolering
2De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt:
a.het perceel kan 45 mm neerslag bergen, waarbij geldt dat tenminste 35,7 mm in 45 minuten dat op het dak valt direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden
b.de berging in een aanwezig groen dak (in mm) mag in mindering worden gebracht op de vereiste berging zoals genoemd in lid 2a;
c.de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden;
d.bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen.
4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Afkoppelen bestaande situatie:
Daar waar het doelmatig, technisch uitvoerbaar en kosteneffectief is, kunnen we ook de perceeleigenaren in het bestaande bebouwde gebied verplichten om het hemelwater op eigen terrein te verwerken door infiltratie in de bodem, direct op het oppervlaktewater te lozen, of anders gescheiden aan te bieden aan de erfgrens. Vooralsnog kiezen we ervoor dit niet verplicht te stellen en alleen in te zetten op het stimuleren hiervan. Middels de gebiedsaanwijzing hebben wij de mogelijkheid om dit in de toekomst wel verplicht te stellen. Zoals opgenomen in artikel 3 lid 3 van de hemelwaterverordening
Artikel 3 : verbod op het lozen van hemelwater op de riolering
3Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verbod zoals genoemd in het eerste lid ook geldt voor alle reeds bestaande bouwwerken en verharde oppervlakken, en/of een andere dan de in het vorige lid onder a genoemde verwerkingseis geldt. Bij het vaststellen van een dergelijke gebiedsaanwijzing geldt het volgende:
a.Het college houdt rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen / omgevingsplan;
b.de gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 3e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt en bevat een termijn waarop aan de aanwijzing moet worden voldaan. Deze termijn bedraagt tenminste 6 weken;
c.op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Aansluiten op de riolering:
Alle percelen worden aangesloten op de vuilwater- riolering of een vergelijkbare voorziening. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het aansluitvoorschrift van het Bouwbesluit 2012 (Afdeling 6.4. Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouw artikel 6.15 t/m 6.18) overgenomen in het omgevingsplan (artikel 2.2.3.5 van de bruidsschat
15De voormalige rijksregels die via het invoeringsbesluit Omgevingswet overgaan naar het omgevingsplan
) We kunnen dit anders vormgeven door de eisen aan aansluiten op de openbare riolering als algemene regel te formuleren. Op deze manier zijn dan alleen in bijzondere gevallen nog individuele maatwerkvoorschriften nodig. We kunnen hierbij eisen stellen aan ligging en technische uitvoering van de aansluitleiding. Vooralsnog hebben wij deze niet nader uitgewerkt.
Bijlage 3 Grondwaternotitie
Zeist ligt grotendeels op de Utrechtse Heuvelrug wat een uniek stukje Nederland is. De heuvelrug is bekend om zijn uitgebreide bossen, het groene karakter en de wellen/sprengen die zich van oudsher aan de voet van de heuvelrug bevinden. Naast het zichtbare karakter heeft het gebied ook hoge ecologische waarden en is het belangrijk voor de drinkwatervoorziening in de directe omgeving. Het regenwater dat op de heuvelrug valt stroomt via de bodem naar de voet van de heuvelrug en komt als kwelwater bovenin onder andere het Kromme-Rijngebied (waar Zeist-West in ligt).
Als gevolg van verstening (uitbreiding van dorpen en steden) infiltreert steeds minder regenwater direct in de bodem, maar wordt het water via de riolering afgevoerd naar de zuivering. Daarnaast hebben we onder, en aan de rand van, de heuvelrug diverse drinkwaterwinningen aangelegd om te zorgen dat we voldoende drinkwater hebben. Ook wordt bedrijfsmatig grondwater gewonnen (Vrumona). Dit alles heeft geleid tot structureel lagere grondwaterstanden op de Heuvelrug en daarmee minder kwelwater in het Kromme-Rijngebied.
De afgelopen jaren hebben we als gemeente onze verantwoordelijkheid genomen door regenwater van de riolering af te koppelen en te infiltreren daar waar het valt. Ook voor nieuwbouwwoningen geldt dat deze sinds de jaren ’70 al niet meer met hemelwater aangesloten mogen worden op de riolering. Het regenwater moet op het eigen perceel infiltreren.
De verandering van het klimaat maakt dat we nog meer te maken krijgen met extreme weersomstandigheden zoals langdurige droogte. Om hiertegen bestand te zijn, is het belangrijk dat we zoveel als mogelijk het hemelwater infiltreren daar waar het valt. Dit doen we als gemeente door binnen projecten af te koppelen, waarbij we steeds rekening houden met andere waarden zoals natuur en ecologie. Ook is veel private verharding nog aangesloten op de riolering. Door goede informatievoorziening en stimulering door bijvoorbeeld inwoners te ontzorgen, zetten we in op versnelling van afkoppelen. Op deze wijze geven wij invulling aan de urgentie om af te koppelen.
Over hoe de verantwoordelijkheden met betrekking tot grondwater zijn verdeeld is meer te vinden in de volgende flyer van onder andere provincie Utrecht en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR):
https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020- 03/grondwater_wie_doet_wat_december_2009_0.pdf
Actuele en historische grondwaterstanden zijn te vinden via:
•https://grondwater.webscada.nl/zeist
•www.dinoloket.nl
Bijlage 4 Reiniging, inspecties en overige uitgangspunten vrijvervalriolering
Tabel B 2 Reiniging knelpunten en overige constructies
Locatie
Type
Frequentie [× / jaar]
1
Brugakker 50 serie
Knelpunt
6
2
J.v. Oldenbarneveldlaan
Knelpunt
6
3
Fazantenplein
Knelpunt
2
4
Odijkerweg van Brummelen
Knelpunt
3
5
Molenweg
Knelpunt
6
6
Zinzendorflaan, hoek Nassau Odijklaan
Knelpunt
12
7
De Clomp flat 40
Knelpunt
5
8
Duinweg
Knelpunt
3
9
Nijenheim 1004 - 1006
Knelpunt
2
10
Zinzendorflaan, thv Karpervijver
Zinker
6
11
Kersbergenlaan
Stuwput
3
12
Montaubanstraat/Hogeweg
Stuwput
6
13
Tulpstraat/van Reenenweg
Stuwput
6
14
Schaerweijdelaan/Van Lennepplein
Stuwput
12
15
Sanatoriumlaan
Stuwput
6
16
Utrechtseweg/Henriette van Lijndenlaan
Stuwput
3
17
Johannes Postlaan
Zinker
3
18
Noordweg/Sniplaan
Zinker
6
19
De Brink
Zinker
12
20
Ridderschapslaan
Zinker
3
21
A28 (Huis ter Heideweg)
Zinker
3
22
Dolderseweg/Fornheselaan
Zinker
3
23
Laan van Vollenhove
Knelpunt
3
24
Amersfoortseweg/pr. Alexanderweg
Knelpunt
2
25
Van Renesselaan/gemeentewerf
Zinker
2
26
De Clomp
Knelpunt
12
Uitgangspunten vervangingen vrijverval
Algemene uitgangspunten:
•Tot en met 2060 gaan we uit dat strengen die vervangen moeten worden 100% worden gerelined. Hiermee stellen we daadwerkelijke vervangingen uit. Dit is een overschatting, omdat in de praktijk veelal deelliners geplaatst kunnen worden
•Vervangingen pakken we vanaf 2060 integraal en buurtgericht aan
•In de periode tot en met 2060 hebben we in het KDP rekening gehouden met de kosten voor:
–vervanging van de kolk, kolkaansluitleiding en perceelaansluitleiding gelijktijdig met wegwerkzaamheden (gekoppeld aan de meerjarige planning van wegen)
–onvoorziene kosten voor mocht toch vervanging noodzakelijk blijken EUR 50.000
–kosten voor het treffen van bovengrondse maatregelen gelijktijdig met wegbeheer EUR 150.000
Vervangingskosten:
•Conform Kennisbank RIONED
•Prijspeil 2015 naar 2021
•Incl. toeslagen 41,7 %:
–Uitvoeringskosten, CAR-verzekering (opdrachtnemer): 10 %;
–Algemene kosten, winst en risico (opdrachtnemer): 12 %;
–Voorbereiding, toezicht en advies (opdrachtgever): 15 %
•Eenheidsprijzen zijn incl.:
–Verwijderen + aanbrengen leiding
–Grondwerk (sleuf)
–Verwijderen + aanbrengen verharding boven de sleuf
–Diversen:
–Verkeersmaatregelen
–Toegankelijkheid bebouwing
–Kabels/bomen/leidingen
–Vervanging rioolput
–Vervanging kolken en kolkaansluitleiding (1 per 10 m¹)
–Vervanging perceelaansluitleiding (1 per 10 m¹)
Bijlage 5 Ambitiekaart duurzaam & circulair inkopen (rioleringen en water)
Ambitiekaart duurzaam & circulair inkopen gemeente Zeist Categorie: Rioleringen en water
Ambitie gemeente Zeist:
Ambitieweb & MVI thema’s
Zeist wil zo snel mogelijk energieneutraal zijn, toewerken naar een circulaire economie, in een groene en gezonde leefomgeving.
Ambitie voor rioleringen en water
Rioleringszorg draagt bij aan het behalen van de ambities uit de biodiversiteitsvisie, energietransitie en de brede milieuvisie. Op basis van de afspraken uit Klimaatbestendig Zeist.
Dit houdt in een klimaatadaptief en energieneutraal rioleringssysteem, gericht op het stabiel houden van het grondwaterpeil door hemelwater zo veel mogelijk af te koppelen van de riolering. Bestaande rioolbuizen worden gerelined waarmee de levensduur weer maximaal verlengd wordt.
Doelen Zeist:
Doelen voor de categorie:
Zeist wil uiterlijk in 2050 energieneutraal en aardgasvrij zijn, de eigen organisatie in 2030.
–Energieneutraal: Zeist wil in 2030 energieneutraal zijn. Vanuit riolering dragen we hieraan bij door waar mogelijk het stroomverbruik van de gemalen te verlagen.
–Circulaire economie: waar mogelijk hergebruiken we beton en maken we gebruik van gerecyclede materialen.
–Riothermie en aquathermie: op basis van onderzoek blijken er kansen hiervoor, uitwerking vindt plaats in de warmtevisie.
Strategie & mogelijke maatregelen:
Inkopen & aanbestedingen:
Milieu: Hemelwater afkoppelen zodat grondwater stabieler blijft, informatievoorziening over medicijnresten wegspoelen, koeltorens om rioolwater te koelen / riothermie.
Energie: sturen op schoon vervoer aannemers, zuinige gemalen inkopen, verouderde gemalen vervangen, zelfontstoppende pompen, rioolbuizen met LCA/MKI aanbesteden.
Klimaatadaptatie: hemelwater afkoppelen, minder verhardingen, berging creëren.
Circulair: rioolbuizen met LCA/MKI aanbesteden, slib uit baggerwerkzaamheden hergebruiken, hemelwater hergebruiken, relinen van rioolbuizen om levensduur te verlengen.
MKB: regionale aannemers selecteren bij meervoudig onderhands.
Social return: bij opdrachten meer dan 200.000 5% social return, afhankelijk van aandeel loonsom.
Minimumeisen: social return, hemelwater afkoppelen in openbare ruimte, minder verhardingen in openbare ruimte, schoon vervoer (minimaal euro 6).
Extra belonen op: schoon vervoer (emissievrij), energiezuinige pompen, lagere MKI waarde van rioolbuizen, plan voor verbeteren klimaatadaptatie.
Nog onderzoeken: riothermie, slib hergebruiken, verouderde gemalen eerder vervangen.
Eigen organisatie/borging: Een deel van de keuzes worden al in ontwerptrajecten voor de openbare ruimte genomen. In aanbestedingen kan nog extra op kwaliteit gegund worden.
Goede voorbeelden:
Kansrijke projecten:
Linkjes om te bekijken:
Oude Arnhemseweg midden wordt afgekoppeld van hemelwaterafvoer. Eigenlijk alle projecten worden zo veel mogelijk afgekoppeld
Warme water benutten voor verwarming
Links naar relevante handreikingen & MVI Criteria tool
Bijlage 6 Lozingspunten
Nr
Naam
Plaats
Putnummer
Locatie ID H2gO
Type
Stelseltype
Drempel breedte [m¹]
Drempel- hoogte [m¹ NAP]
X-coördinaat
Y-coördinaat
Opmerkingen
maatregelen na inwerkingtreding
1.
Noordweg (ZEI_0007)
Zeist
03_1106
5167
Bergbezinkbassin + Externe Overstort
Gemengd
36
2,25
142923,8
455754,4
geen actie, externe overstort is op de Kromme Rijlaan
2.
Griftlaan/Kroostweg
Zeist
03_30220
5187
Bergbezinkbassin + Externe Overstort
Gemengd
36
2,21
144041,6
455422,8
Ookwel bekend als BBB Kinderboederij De Brink
automatische spoelfunctie van HDSR treedt inwerking
3.
Couwenhove 31-24
Zeist
02_393
6251
Bergbezinkbassin + Externe Overstort
Gemengd
7
1,80
143530,4
454844,0
Ookwel bekend als BBB Koppeldijk of Filips van Bourgondielaan
geen actie, externe overstort is op de Grift
4.
Fornheselaan
Den Dolder
28_28030
5133
Bergbezinkbassin + Externe Overstort
Gemengd
ca.10
6,12
145986,0
461687,3
Infiltratieveld na overstort. Drempelbreedte niet exact te bepalen, drempel ligt niet waterpas
geen actie, overstort is op de bodem
5.
Van Renesselaan
Zeist
02_444
5188
Bergbezinkbassin
Gemengd
n.v.t.
n.v.t.
144136,7
454949,1
Ookwel bekend als BBB Gemeentewerf
6.
Van Renesselaan (ZEI_0001-H01)
Zeist
n.v.t.
2453
Externe Overstort
Gemengd
12,5
2,04
144170,3
454920,9
Zitten achter BBB Gemeentewerf
geen actie, externe overstort is op de Grift
7.
Van Renesselaan (ZEI_0001-H02)
Zeist
02_446
2454
Externe Overstort
Gemengd
12,5
2,04
144155,5
454906,4
Zitten achter BBB Gemeentewerf
geen actie, externe overstort is op de Grift
8.
Ridderschapslaan (ZEI_0002)
Zeist
02_1907
2455
Externe Overstort
Gemengd
1,98
2,34
143909,1
455029,8
9.
Nijenheim, Grift (ZEI_0005)
Zeist
03_936
2457
Externe Overstort
Gemengd
1,99
2,19
143361,8
455120,3
10.
Nijenheim, Grift (ZEI_0006-H01)
Zeist
03_991
2458
Externe Overstort
Gemengd
5,04
2,14
143482,0
455134,5
11.
Nijenheim, Grift (ZEI_0006-H02)
Zeist
03_3003
2459
Externe Overstort
Gemengd
4,9
2,12
143484,8
455134,6
12.
Laan van Vollenhove / Gunninglaan (ZEI_0013)
Zeist
13_13042
2466
Externe Overstort
Gemengd
7,55
2,94
143961,9
457011,7
13.
Beukbergen
Zeist
17_17224
2685
Externe Overstort
Gemengd
Onbekend
4,44
147153,7
459444,7
14.
Waterlooweg
Austerlitz
16_16065
5897
Externe Overstort
Gemengd
3,8
10,85
149764,5
454422,6
Infiltratieveld na overstort
geen actie, externe overstort is op de bodem, bij meldingen van grote vervuiling ruimen we dat op
15.
Laan van Rijnwijk
Zeist
24_24010
-
Externe Overstort
Gemengd
Onbekend
Onbekend
145806,3
453411,4
Particulier
De vuilste overstorten zijn voorzien van een randvoorziening, we blijven inzetten op het verder afkoppelen van verhard oppervlak waarmee we de vuilemissie verder terugdringen.
Bijlage 8 Ambities en resultaten ecoscans
Locatie
Code
Ambitie
2015
2018
2021
(concept)
Status
Slotvijver
ZT280
Levendig
Zichtbaar
Laag
Laag
Voldoet niet
Watergang De Brink
ZT281
Zichtbaar
Zichtbaar
Laag
Levendig
Voldoet
Poelen Couwenhoven
ZT282
Levendig
Laag
Levendig
Natuurlijk
Voldoet
Randsloot Brugakker
ZT283
Levendig
Zichtbaar
Zichtbaar
Zichtbaar
Voldoet niet
Kromme Rijnlaan
ZT284
Zichtbaar
Laag
Laag
Zichtbaar
Voldoet
Afwatering spreng Pestersbosje
ZT285
Zichtbaar
Laag
Laag
-
Voldoet niet
Vijver Winkelcentrum Vollenhove
ZT286
Zichtbaar
Zichtbaar
Laag
Zichtbaar
Voldoet
Watergang OSG Schoonoord
ZT287
Zichtbaar
Laag
Laag
-
Voldoet niet
Zusterplein
ZT288
Zichtbaar
Zichtbaar
Laag
Laag
Voldoet niet
Vijver Oranje Nassauplein
ZT289
Zichtbaar
Laag
Laag
Laag
Voldoet niet
Vijver Wilhelminapark
ZT290
Zichtbaar
Zichtbaar
Laag
Zichtbaar
Voldoet
Vijver Walkartpark
ZT291
Zichtbaar
Zichtbaar
Zichtbaar
Zichtbaar
Voldoet
Vijver Kersbergen
ZT292
Zichtbaar
Laag
Laag
Laag
Voldoet niet
Poelen de Brink
ZT293
Levendig
Levendig
Levendig
Natuurlijk
Voldoet
Spreng Pestersbosje
ZT294
Zichtbaar
Laag
Laag
-
Voldoet niet
Watergang Vollenhove
ZT295
Levendig
Laag
Laag
Laag
Voldoet niet
Grift (t.h.v. De Clomp)
ZT364
Levendig
-
Laag
Laag
Voldoet niet
Zeister Grift (achter RWZI)
ZT365
Zichtbaar
-
Laag
Zichtbaar
Voldoet
Vijver Nijenheim
ZT366
Zichtbaar
-
-
Laag
Voldoet niet
Thorbeckevijver
ZT367
Zichtbaar
-
-
Laag
Voldoet niet
Karpervijver
ZT368
Zichtbaar
-
-
Laag
Voldoet niet
Randsloot Couwenhoven
ZT369
Levendig
-
-
Natuurlijk
Voldoet
Voldoet niet: 13
Voldoet: 9
Bijlage 9 Baggerplan 2024
Onderstaande kaart geeft een overzicht van de watergangen die opgenomen zijn voor baggeren in 2024. Hierbij is tevens aangegeven welke watergangen niet in het baggerplan zijn opgenomen, onder de figuur is dit nader toegelicht.
De volgende watergangen zijn niet opgenomen in de baggerplanning:
1Pestersbosje: wordt gebaggerd in 2021/2022
2Gooyertiend: wordt gebaggerd in 2021/2022
3Sniplaan: wordt gebaggerd in 2021/2022
4De Brink: wordt gebaggerd in 2021/2022
5Kersbergenvijver: is gebaggerd in 2019
6Poelen De Brink: is aangelegd in 2016
7Vijver Walkartpark: uit inpeiling van 2021 blijkt dat hier nauwelijks slib aanwezig is en dat het leggerprofiel ruimschoots behaald wordt
8Vijver Wilhelminapark: uit inpeiling van 2021 blijkt dat hier nauwelijks slib aanwezig is en dat het leggerprofiel ruimschoots behaald wordt
9Vijver Thorbeckepark: uit inpeiling van 2019 blijkt dat hier nauwelijks slib aanwezig is en dat het leggerprofiel ruimschoots behaald wordt
10Watergang Vollenhove (ten noorden van De Dreef): is niet opgenomen in afwachting van de herontwikkeling van dat gebied
Bijlage 10 Analyse personele middelen
Uitgangspunten:
•Rekentool Stichting RIONED (voormalige module D2000 Leidraad Riolering)
•1 fte is 175 dagen/jaar
•Gemiddeld uurtarief (excl. Overhead): opgave maart 2021
o Binnendienst EUR 57,00
o Buitendienst EUR 43,00
•65.057 inwoners per 01-01-2021 (bron: https://www.cbs.nl/)
•In de rekentool wordt de benodigde personele capaciteit voor de volgende onderdelen bepaald:
o Planvorming
o Onderzoek
o Facilitair
o Onderhoud
o Maatregelen
•Per onderdeel is nagegaan wat op basis van areaalgegevens, uitvoeringsprogramma huidige GRP en inwonersaantal:
o de totale benodigde personele capaciteit (wanneer de gemeente niets uitbesteed)
o de mate waarin de gemeente werkzaamheden uitbesteed
o welke personele capaciteit nog overblijft
•Voor die onderdelen die geen onderdeel uitmaken van de rekentool (samenwerking, klimaatadaptatie, innovatie en duurzaamheid) is een inschatting gemaakt over de benodigde personele capaciteit.
Planvorming, onderzoek en facilitair:
Uitgangspunt: maximale uitbesteding op het vlak van planvorming, onderzoek en facilitair.
Voor een gemeente groter dan 50.000 inwoners geldt een tijdsbesteding van:
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Zeist
Tijdbesteding Zeist [dg/jr.]
planvorming
GRP
85
60%
34
Afstemming en overleg
40
-
40
Jaarprogramma’s
175
90%
20
Onderzoek
inventarisatie
10
-
10
inspectie/controle
350
90%
35
meten
50
50%
25
functioneren (berekeningen, afkoppelplannen, ed)
40
-
40
Facilitair
verwerken revisiegegevens
40
90%
4
vergunningen en voorlichting gebruik
35
-
35
klachtenanalyse en -verwerking
75
-
75
Totaal
900
318
Fte’s
5,1
1,8
Onderhoud:
Areaal gegevens: obv areaalgegevens opgenomen in GRP 2016-2021 (het aantal bijzondere voorzieningen regenwater is in ieder geval uitgebreid)
Omschrijving
Omvang
Opmerking
Gemengd
190,3
km (GEM)
Gescheiden
70,4
Km (DWA+HWA+IT)
Aantal pompunits
170
St.
Aantal bijzondere voorzieningen regenwater
16
St.
drainage
1,4
Km
Uitgangspunt: al het onderhoud wordt uitbesteed met uitzondering van 1e lijns storingen pompunits buitengebied (ca. 25%) en ontstoppen huisaansluitingen en kolken (ca. 15%)
Op basis van de bovenstaande areaalgegevens geldt een tijdsbesteding van:
Onderdeel
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Zeist
Tijdbesteding Zeist [dg/jr.]
Riolen / kolken
834
85%
125
Gemalen / mech. Riolering
480
75%
120
Infiltratievoorz. / regenwater voorz.
64
100%
0
Drainage
2
100%
0
Planning en begeleiding
15
-
15
Totaal
1.349
260
Fte’s
7,7
1,5
Maatregelen:
Uitgangpunten:
1maximaal uitbesteden
2gemiddelde investering voor vervanging en verbetering obv alle maatregelen planperiode GRP (2016-2021)
3kale investeringsbedragen (excl. toeslagen van 41,7%)
4investeringen verhoogd naar prijspeil 2021 (inflatiecorrectie 2,0% per jaar, conform GRP)
5percentag voor VAT-kosten is 15% (conform GRP)
Op basis van de bovenstaande uitgangspunten geldt een tijdbesteding van:
Onderdeel
‘Kale’ investering
VAT-kosten
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Zeist
Tijdbesteding Zeist [dg/jr.]
Vervanging
925.000
138.750
304
60%
122
verbetering
0
0
0
60%
0
Totaal
304
122
Fte’s
1,7
0,7
Overig:
Op basis van een inschatting van de taken voor overige taken die geen onderdeel uitmaken van de rekentool geldt een tijdsbesteding van:
Onderdeel
Tijdsbesteding [fte]
Toelichting
Samenwerking (incl. KA, innovaties en duurzaamheid)
0,45
16uur per week (36 urige werkweek)
RO-zaken
0,1
4uur per week (36 urige werkweek)
Totaal fte’s
0,5
Totaal:
Op basis van het voorgaande is de volgende tijdsbesteding benodigd:
Onderdeel
Tijdsbesteding [Fte]
Planvorming, onderzoek en facilitair
1,8
Onderhoud
1,5
Maatregelen
0,7
Overig
0,5
Totaal fte’s
4,5
Let op: dit is op basis van een investeringsvolume (kale investering) van ca. EUR 0,9 mln. per jaar.
In begroting 2021 is rekening gehouden met de volgende personele doorbelasting op het product riolering:
Onderdeel
Tijdsbesteding
Binnendienst
1,89
Buitendienst S&O
1,50
Totaal fte’s
3,39
Opmerkingen:
•VAT-kosten in uitvoering brengen projecten/investeringen maken in de kostendekkingsberekening onderdeel uit van het investeringsbedrag, de 0,7 fte voor maatregelen worden direct op de betreffende projecten geboekt
•De tijdsbesteding voor heffen en invorderen maken geen onderdeel uit van de analyse benodigde personele capaciteit
•In het overzicht met beschikbare fte’s is geen rekening gehouden met (deze vallen onder een ander taakveld):
o De toezichthouder reinigen en inspecteren vrijvervalriolering
o De aansturing van de RMN voor wat betreft het reinigen van de kolken
o Gegevensbeheer valt binnen Zeist onder de overheadkosten. In het kostendekkingsplan is rekening gehouden met een apart budget voor gegevensbeheer
Analyse en conclusie:
•De benodigde personele capaciteit (zonder maatregelen) bedragen 3,8 fte. De beschikbare personele capaciteit in de begroting bedraagt 3,4 fte. Hiermee is ontstaat een financieel gat in de begroting van 0,4 fte op personele capaciteit. De gemeente ervaart dit tekort niet als zodanig. Mogelijk wordt het verschil verklaart door de niet meegenomen fte’s voor toezicht, aansturing RMN en gegevensbeheer.
•Tot 2030 is in het kostendekkingsplan rekening gehouden met budget voor het inzetten van een klimaatmakelaar. Dit budget valt buiten de fte’s.
Bijlage 14 Lijst met afkortingen
Afkortingen
Betekenis
BAW
Bestuursakkoord Water
BBB
Bergbezinkbassin
BRP
Basisrioleringsplan, voorloper van SSW
DWAAS
Droog Weer Afvoer Analyse Systematiek
GGW
Gezondheidskunde Grenswaarden
GS stelsel
Gescheiden Stelsel
GWSW
Gegevenswoordenboek Stedelijk Water
H2gO
Gemalen beheersysteem
HAAS
Hemelwater Afvoer Analyse Systematiek
HDSR
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
IBA
Individuele Behandeling Afvalwater
IT-riool
Infiltratieriolering
KDP
Kostendekkingsplan
KRW
Kader Richtlijn Water
ODRU
Omgevingsdienst Regio Utrecht
POC
Pompovercapaciteit
RAS
Regionale Adaptatie Strategie
RMN
Reinigingsbedrijf Midden Nederland
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie
SFI-VIS
Strategisch Financieel Instrumentarium en Vervangingsinvesteringensystematiek
SSW
Systeemoverzicht Stedelijk Water, voorheen BRP
vGRP
verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
VGS stelsel
Verbeterd Gescheiden Stelsel
Winnet
Water innovatie netwerk, tegenwoordig: Netwerk Water & Klimaat