UITWEGEN
Artikel 1 Beleidsregels betreffende artikel 2:12, lid 3 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
In de APV Zeist 2011 wordt in artikel 2:12 bepaald dat het verboden is om zonder vergunning een uitweg naar de openbare weg te maken dan wel deze te veranderen. Vervolgens worden in het derde lid een vijftal weigeringsgronden genoemd. Een uitwegvergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a.de bruikbaarheid van de weg;
b.een veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
e.het parkeren
Artikel 2 Begripsomschrijving
Uitweg: een weg die een perceel met de openbare weg verbindt.
Artikel 3 Beslistermijn
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een uitwegvergunning binnen acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. De beslissing kan voor ten hoogste zes weken verdaagd worden. Bij de toetsing of een uitweg of verandering wel of niet wordt toegestaan wordt uitgegaan van de in dit document vastgestelde regels.
Artikel 4 Beleidsregels weigeringsgronden
Aangezien de weigeringsgronden in artikel 2:12 lid 3 zeer algemeen geformuleerd zijn, wordt in onderstaande beleidsregels uitgelegd op welke wijze deze weigeringsgronden worden toegepast. Deze uitleg is een vastlegging van de wijze waarop in de afgelopen jaren in de praktijk uitleg is gegeven aan deze weigeringsgronden bij de beoordeling van vergunningsaanvragen. Hierbij is tevens rekening gehouden met het beleid bij andere gemeenten in Nederland.
1bruikbaarheid van de weg
Vergunningverlening dient de bruikbaarheid van de weg (artikel 2:12, lid 3, sub a) niet aan te tasten. Dit betekent dat:
a.Een uitweg van maximaal 3 meter breed is toegestaan.
b.Bij een dubbele uitweg ten behoeve van twee woningen naast elkaar is de maximale breedte 5 meter is. Het samenvoegen van twee naast elkaar gelegen maar aparte uitwegen tot één uitweg is alleen mogelijk als de totale breedte maximaal 5 meter is of wordt.
c.Bij woningen één uitweg per woning is toegestaan.
d.Het terrein waartoe de uitweg aangevraagd wordt, dient minimaal 6 meter diep te zijn (dus de ruimte vóór een eventueel aanwezige garage, carport of ander bouwwerk).
e.Als in het traject van de uitweg een bushokje, elektriciteitskast of andere voorziening staat, het niet mogelijk is daar een uitweg te realiseren.
f.De uitweg niet mogelijk is wanneer dit betekent dat een voor de openbare verlichting aanwezige lantaarnpaal verplaatst moet worden, die wegens de verlichtingseisen niet verplaatst kan worden.
2veilig en doelmatig gebruik van de weg
Een uitweg mag er niet toe leiden dat de verkeersveiligheid of de verkeersdoorstroming negatief beïnvloed wordt. Dit gebeurt wanneer:
a.de uitweg direct op een doorgaande weg met een snelheidsregime van 50 of 80 km/h komt te liggen.
b.de uitweg na een stopstreep voor een verkeerslicht komt te liggen.
c.de uitweg ter hoogte van opstelstroken van verkeerslichten komt te liggen.
d.de uitweg binnen een straal van 5 meter van een kruising of splitsing van wegen komt te liggen.
e.de uitweg op een locatie gerealiseerd wordt waar de aanliggende rijbaan van de weg dermate smal is dat de uitweg wegens te beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden opgereden;
f.de uitweg op een zodanige locatie gerealiseerd wordt dat de bestuurder van een voertuig op enig punt van de uitweg niet of nauwelijks zicht heeft of kan hebben op de weg, het trottoir of op fiets-en/of voetpaden;
g.de uitweg op een locatie gerealiseerd wordt, waar deze uitkomt op het verlengde van een fiets-en/of voetgangerspad-of oversteek en dat pad of die oversteek moet worden bereden om de openbare ruimte te bereiken;
3bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
Voor het bepalen of een in-/uitrit zodanige gevolgen op het uiterlijk aanzien van de omgeving heeft dat de in-/uitritvergunning wordt geweigerd (artikel 2:12 lid 3 sub c), gelden onderstaande richtlijnen.
a.Bij rijtjeswoningen is het parkeren van auto's in de voortuin niet toegestaan. Bij hoekwoningen kan alleen een uitweg gemaakt worden om een auto naast of achter de woning te stallen, indien de uitweg verder aan alle voorwaarden voldoet.
4bescherming van groen-/ speelvoorzieningen in de gemeente
De kwaliteit van de woon-/werkomgeving wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van groenvoorzieningen. De ligging van groenvoorzieningen kan conflicteren met de wens een uitweg te realiseren. Onderstaande richtlijnen worden gehanteerd om te bepalen of de groenvoorzieningen geschaad worden door de aangevraagde uitweg.
a.De uitweg mag niet ten kosten gaan van bomen met een bijzondere status.
b.De uitweg mag in principe niet ten kosten gaan bomen zonder een bijzondere status.
c.De uitweg moet minimaal 3 meter vanaf een boom aangelegd worden.
5het parkeren
De uitweg mag in beginsel niet ten koste gaan van parkeerplaatsen, omdat het daadwerkelijk gebruik van de bijbehorende parkeerplaats op eigen terrein juridisch niet kan worden afgedwongen. Hierbij geldt:
a.Als de aanleg van een uitweg er toe leidt dat het totaal aantal openbare parkeervlakken verminderd wordt, dan moeten die 1 op 1 gecompenseerd worden.
b.Indien een uitwegvergunning wordt aangevraagd in een straat waar de bezettingsgraad op enig dagdeel hoger is dan 90%, dan wordt geen uitwegvergunning verleend.
Artikel 5 Beleidskaders ten aanzien van de uitvoering
Uitvoering aanleg door gemeente op gemeentegrond en kosten
Bij de uitvoering van de aanleg van de uitrit of de wijziging hiervan zal de aanvrager de rechten van derden moeten respecteren. Hieronder vallen ook de rechten van de gemeente als eigenaar van de weg.
Als de uitweg gaat over grond waarvan de gemeente eigenaar is, dan gelden de volgende regels:
1Uitvoering
Het is particulieren verboden aanlegwerkzaamheden op openbaar terrein van de gemeente zelf uit te (laten) voeren. De aanleg van het gedeelte van de uitweg op openbaar gebied wordt in opdracht van de gemeente verricht. De gemeente bepaalt uit welk materiaal de uitweg wordt gemaakt. Vanuit het oogpunt van kwaliteit en duurzaamheid zal zij hierbij zoveel mogelijk aansluiten bij de omgeving. De gemeente kan wel een uitzondering maken. Hier kunnen uitwegen dan door de aanvrager zelf uitgevoerd worden op eigen kosten. Dit wordt per aanvraag beoordeeld. Uitgangspunt hierbij is dat de rechten van andere verkeerdeelnemers gewaarborgd blijven. De aanvrager zal in dat geval wel altijd moeten toestaan dat de gemeente en opdrachtnemers van de gemeente toegang hebben tot leidingen en kabels die in de grond onder de uitweg liggen.
2Kosten
De aanlegkosten, inclusief het aanbrengen en verwijderen van bestrating en bomen, van de wijziging van de openbare ruimte als gevolg van de aanleg van de uitweg worden bij de aanvrager in rekening gebracht. Hieronder worden ook de kosten begrepen van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen en het eventueel verplaatsen / verwijderen van straatmeubilair.
3Leges
De Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) is van toepassing op een omgevingsvergunning voor het realiseren van een uitweg. Op basis van de gemeentelijke legesverordening zijn hier leges voor verschuldigd.
Artikel 6 Overige bepalingen
1Algemeen uitgangspunt Het aanleggen van een uitweg mag niet leiden tot schade aan eigendommen van derden zoals de gemeente, de provincie, buren etc. Indien er tijdens de aanleg van een uitweg wel schade ontstaat aan eigendommen van derden dan is de aanvrager/gebruiker hiervoor aansprakelijk.
2Rechten van derden
De beleidsregel gaat in op de eigendomsrechten van de gemeente. De uitvoering zal door of namens de gemeente op kosten van de aanvrager plaatsvinden indien de uitweg zich op (openbaar) gemeentegrond bevindt. Ook zal de aanvrager rekening moeten houden met rechten van derden als buren, provincie en waterschappen als de uitweg zich op gronden van deze eigenaren bevindt.
3Hardheidsclausule/afwijking gestelde in deze notitie
a.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het gestelde in deze beleidsregels in geval toepassing hiervan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
b.In bepaalde gebieden kunnen bij percelen die enkel toegang hebben tot de openbare weg door het aanleggen van een uitweg uitzonderingen worden gemaakt met betrekking tot de bescherming van de groenvoorziening en verkeerveiligheid. Eventuele afwijkingen moeten wel gemotiveerd worden.
4Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waar deze notitie niet in voorziet In gevallen, de uitvoering van deze notitie betreffende, waarin deze regeling niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.
5Handhaving
Handhaving vindt plaats door de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen.
Meer informatie
Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Beheer Openbare Ruimte of de afdeling Vergunningen, telefoon 14 030. U kunt ook altijd langskomen bij de publieksbalie.