Gemeentelijke regelgeving

Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa 2024

Gemeente Zeewolde · geldt sinds 21 augustus 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Zeewolde,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 februari 2024;

gehoord de oordeelsvormende vergadering d.d. 14 maart 2024;

Besluit

1de nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa 2024 vast te stellen;

2de nota Waarderen en afschrijven 2017 tot en met 2020 in te trekken.

3. Activeren

3.2 Soorten activa

3.2.1 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa (artikel 34, BBV) bestaan uit:

•kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;

•kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

•bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio

Aan het aangaan van geldleningen kunnen kosten verbonden zijn. Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. De wetgeving biedt de mogelijkheid om deze kosten gedurende maximaal de looptijd van de lening af te schrijven. Het BBV beveelt echter aan – vooral indien deze kosten gering zijn – deze kosten niet af te schrijven, maar direct als last in de exploitatie te nemen.

Uitgangspunt(en) 1:

De kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd als voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 60, BBV), te weten:

•het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

•de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

•het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;

•de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, kunnen dus deze kosten worden geactiveerd, waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar (artikel 64, lid 5, BBV). Wordt hieraan niet voldaan, dan mogen de kosten niet worden geactiveerd, maar moeten in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht.

Omdat dit soort kosten binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering van Zeewolde beperkt voorkomen, wordt gezien de keuzemogelijkheid geadviseerd deze kosten niet te activeren.

Uitgangspunt(en) 2:

Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden direct ten laste van de exploitatie gebracht en bij

uitzondering – indien geactiveerd – in maximaal 5 jaar afgeschreven.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Bijdragen in activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd (artikel 61, BBV), indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

•er is sprake van investering door een derde;

•de investering bijdraagt aan de publieke taak;

•de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen, en

•de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering (bijvoorbeeld door pand- of hypotheekrecht).

Kern is derhalve, dat het bij de bijdrage aan activa in eigendom van derden moet gaan om een investering:

•die bijdraagt aan de publieke taak;

•waarbij de gemeente de derde partij kan verplichten daadwerkelijk te investeren, en

•dat bij in gebreke blijven de gemeente de bijdrage kan terugvorderen of (mede)eigenaar kan worden van de investering. De afschrijvingstermijn voor een dergelijke bijdrage kan gelijkgesteld worden aan de termijn waarop de gemeente een dergelijke investering zelf zou afschrijven.

Uitgangspunt(en) 3:

Bijdragen door de gemeente aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd, indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 BBV.

3.2.2 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn investeringen met een (meerjarig) economisch nut of investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Alle materiële vaste activa moeten worden geactiveerd. Een uitzondering op deze regel vormen de kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Het gaat hier bijvoorbeeld om kunstwerken in eigendom, ongeacht de plek waar de kunstwerken te bezichtigen zijn. Deze investeringen worden niet geactiveerd (artikel 59, lid 2, BBV).

De materiële vaste activa kunnen worden onderscheiden in drie groepen (artikel 35, lid 1, BBV), die ook afzonderlijk op de balans moeten worden opgenomen:

•investeringen met een economisch nut;

•investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

•investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

In het kader van uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid is het zogenaamde netto activeren verplicht gesteld (artikel 62, lid 2 BBV). Dit houdt in, dat bijdragen van derden die in een directe relatie staan met het actief in aftrek moeten worden gebracht op de investering.

Het verrekenen van bijdragen uit reserves is niet toegestaan. Wel is het mogelijk om vanuit de reserves een specifieke bestemmingsreserve te vormen, die wordt ingezet om de afschrijvingslasten (en de eventueel toe te rekenen rente) te dekken. Deze methode wordt binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering toegepast.

Investeringen met een economisch nut

Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties of automatisering. Maar ook investeringen op het terrein van afvalinzameling en –verwerking en riolering behoren tot deze groep. Deze laatste zijn investeringen die vallen in de categorie “investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven”.

De gemeente kan er overigens bij deze laatste categorie zelf voor kiezen om ergens geen of geen kostendekkend tarief te rekenen, maar die keuze is niet van invloed op de vraag of het actief economisch nut heeft en moet worden geactiveerd. Eenzelfde redenering geldt voor de verhandelbaarheid.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Dit betreft investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen en overige civiele kunstwerken, en openbaar groen. Deze investeringen genereren geen middelen en er is geen markt voor. Activeren en vervolgens daarop afschrijven is een plicht (artikel 59, lid 1 BBV).

3.2.3 Financiële vaste activa

Ook de financiële vaste activa moeten zichtbaar worden gemaakt op de balans (artikel 36, BBV). Hieronder vallen:

•kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;

•leningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet financiering decentrale overheden (FIDO), woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;

•overige langlopende leningen;

•uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

•uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

•overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Deze activa vertegenwoordigen een financiële waarde of een bezit (aandelenkapitaal). Financiële vaste activa moeten altijd worden geactiveerd, maar worden – gezien hun aard – niet afgeschreven. Wel kan de waarde wijzigen doordat, bijvoorbeeld op de leningen, wordt afgelost.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.