Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels uitwegen Gemeente Zeewolde 2025, artikel 2:12 APV (versie 2025)

Gemeente Zeewolde · geldt sinds 16 januari 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde,

gelezen het voorstel van team Wonen en Economie d.d. 16 december 2024;

vast te stellen de Beleidsregels uitwegen gemeente Zeewolde 2025, artikel 2:12 APV (versie 2025)

De wettelijke basis voor het mogen maken van een uitweg is artikel 2:12 van de APV.

5. Technische regels voor het maken of veranderen van een uitweg.

5.2 Uitwegen voor gemotoriseerd verkeer

5.2.1 Breedte uitwegen

Breedte uitwegen binnen de bebouwde kom volgens de APV

-Een uitweg ten behoeve van een woning naar een perceel waarop een woning staat, mag maximaal 5,5 meter breed zijn.

-Een uitweg naar een bedrijfsperceel op bedrijventerrein Trekkersveld waarop een bedrijfspand staat, mag maximaal 9 meter breed zijn.

-Een uitweg naar een bedrijfsperceel op de overige bedrijventerreinen waarop een bedrijfspand staat, mag maximaal 6,5 meter breed zijn.

Breedte uitwegen buiten de bebouwde kom volgens de APV

-Een uitweg naar een agrarisch bouwperceel mag maximaal 5,5 meter breed zijn.

-Een uitweg naar een windturbine mag maximaal 4 meter breed zijn.

Een uitweg ten behoeve van een bedrijf mag breder worden als door de melder aannemelijk kan worden gemaakt dat dit uit economische motieven nodig is en een alternatieve oplossing op eigen terrein niet mogelijk is.

De aangegeven breedtes moeten worden gemeten ter plaatse van de erfgrens op gemeentelijk gebied. Veelal is dit het smalste punt van de uitweg.

De bochtstraal van de uitweg ter hoogte van de rijweg wordt aangepast aan de te verwachten voertuigen. Minimale straal is 8 meter.

5.2.2 Maken/verandering en kosten:

-De uitweg die aansluit op een weg die in beheer of eigendom is van de gemeente Zeewolde wordt gemaakt of veranderd door óf in opdracht van de gemeente Zeewolde.

-Alle kosten die voortvloeien uit het maken of veranderen van de uitweg langs wegen die in beheer zijn bij de gemeente Zeewolde zijn voor rekening van de melder.

-Een standaarduitweg in een gebied dat wordt ontwikkeld, ingericht en beheerd door de gemeente Zeewolde, wordt aangelegd door en voor rekening van het Team Wonen en Economie. De eventueel tijdelijk aan te brengen uitweg wordt eveneens door en voor rekening van het Team Wonen en Economie aangelegd. Een standaarduitweg in een woonwijk is 4 meter breed. Een standaarduitweg op een bedrijventerrein is 6,5 meter.

-De kosten voor het eventueel wijzigen of verplaatsen van gemeentelijke eigendommen zoals kolken, lichtmasten, bomen, beplanting, verkeersborden, voorzieningen van nutsbedrijven en straatmeubilair ten behoeve van de uitweg, zijn voor rekening van de melder.

-Het werk zal worden uitgevoerd door een aannemer die is aangewezen door de gemeente Zeewolde.

-De kosten voor het verwijderen van een uitweg als elders een nieuwe uitweg wordt gemaakt en een tweede uitweg wordt geweigerd, komen voor rekening van de melder.

5.2.3 Materiaal:

De uitweg moet worden aangelegd op een wijze die is omschreven in het beeldkwaliteitplan dat van toepassing is voor die straat, buurt of wijk.

Het kan voorkomen dat een beeldkwaliteitplan niet aanwezig is. Daarnaast kan een beeldkwaliteitsplan onvoldoende duidelijk zijn. Als laatste kan het zijn dat de (in het beeldkwaliteitplan) aangegeven richtlijnen niet goed functioneren. In deze gevallen moet als volgt gehandeld worden:

-Indien in een woonwijk binnen de bebouwde kom de uitweg een fiets- of voetpad kruist, moet de uitweg in het verlengde van voet- of fietspad zijn

-gemaakt van het verhardingsmateriaal met dezelfde kleur, maat en structuur als de verharding die ook aanwezig is in het aangrenzende voet- en fietspad.

-Als de openbare weg is opgebouwd uit asfalt, beton of betonklinkers moet de uitweg binnen de bebouwde kom zijn gemaakt van betonstraatsteen, keiformaat. Buiten de bebouwde kom kan gekozen worden tussen drie varianten, namelijk asfalt, betonstraatstenen of stelconplaten. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met de specifieke kenmerken per type uitweg.

-In een gebied dat wordt ontwikkeld en ingericht door het Team Wonen en Economie van de gemeente Zeewolde zal eerst een tijdelijke uitweg worden aangebracht van betonnen rijplaten. Later zal de definitieve uitweg worden aangebracht.

-Het toe te passen verhardingsmateriaal en de opbouw en samenstelling van het cunet van de uitweg moet zijn aangepast aan het te verwachten gebruik.

-Indien een uitweg een trottoir of fietspad kruist moet de uitweg op het niveau van fiets- en voetpad worden aangebracht. Indien sprake is van een hoogteverschil tussen fiets- of voetpad enerzijds en de weg anderzijds moeten ter plaatse van de weg inritbanden worden toegepast. In alle andere gevallen moet de uitweg op het niveau van de weg worden aangelegd.

-Als de uitweg lager ligt dan het omliggende gebied of naast de uitweg geen verharding aanwezig is, moet de verharding van de uitweg worden opgesloten met een opsluitband.

5.2.4 Aanvullende eisen:

De uitweg bestemd voor autoverkeer watert af richting de openbare weg (ligt dus op de kavelgrens hoger dan de rand van de weg) of naar de naastliggende berm.

Een uitweg voor een windturbine mag alleen gebruikt worden voor het onderhoud aan de windturbine en niet als een tweede ontsluiting van de landbouwkavel.

5.3 Uitwegen voor voetgangers

5.3.1 Breedte uitwegen

-Een uitweg voor voetgangers is 1 meter breed (3 tegels naast elkaar, opgesloten door 2 trottoir bandjes) over de gehele lengte.

5.3.2 Maken/verandering en kosten:

-De uitweg die aansluit op een weg, voet- of fietspad die in beheer of eigendom is van de gemeente Zeewolde wordt gemaakt of veranderd door óf in opdracht van de gemeente Zeewolde.

-Alle kosten die voortvloeien uit het maken of veranderen van de uitweg langs wegen, voet- of fietspaden die in beheer zijn bij de gemeente Zeewolde zijn voor rekening van de melder.

-Het werk zal worden uitgevoerd door een aannemer die is aangewezen door de gemeente Zeewolde.

-Als een extra nieuwe uitweg wordt aangevraagd en als gevolg daarvan één bestaande uitweg moet verdwijnen, komen kosten voor het verwijderen van een uitweg en herstellen van de groenstrook voor rekening van de melder.

5.3.3 Materiaal:

-Een uitweg voor voetgangers bestaat uit 3 tegels (grijs, 30x30) naast elkaar, opgesloten door 2 trottoirbanden.

-De uitweg wordt aangelegd volgens de tekening welke als bijlage 2 is opgenomen.

5.3.4 Aanvullende eisen:

-De uitweg watert af richting de naastliggende berm of richting de openbare weg.

-Een uitweg leidt naar het dichtstbijzijnde verharde voetpad, fietspad of weg.

-Een uitweg is maximaal 5 meter lang.

-Een uitweg ligt haaks op de erfgrens.

-Een uitweg wordt niet aangebracht als het moet worden aangebracht op een talud dat steiler is dan 1: 5.

-Bij het bepalen van het maximaal aantal aan te brengen uitwegen per perceel/woning/bedrijf telt een uitweg voor voetgangers als één uitweg mee.

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels uitwegen gemeente Zeewolde 2025”

Toelichting beleidsregels

Normaal gebruik van de openbare ruimte:

Het gebruik van de openbare ruimte waarvoor deze bedoeld/ingericht is. Zo is een trottoir met name bedoeld voor verkeersbewegingen van voetgangers, een fietspad voor verkeersbewegingen van fietsers, een parkeerplaats om een auto of motor te parkeren, enz.

Maximale breedte uitweg:

De breedte van een uitweg is gemaximaliseerd om te voorkomen dat de openbare ruimte versteent en om te voorkomen dat de weg plaatselijk erg breed wordt. Dit laatste kan tot gevolg hebben dat er plaatselijk te hard wordt gereden.

De aangegeven breedte van de uitweg is aangepast aan het verkeer dat er gebruik van zal gaan maken.

Aanleg uitweg:

De uitweg wordt door of namens de gemeente Zeewolde aangelegd als deze op gemeentelijk grondgebied ligt omdat zij verantwoordelijk is voor de toestand en de veiligheid van de uitweg en zij de kosten voor het toekomstig beheer moet dragen.

Materiaal:

De totale opbouw van de uitweg moet zijn berekend op de voertuigen die daar gebruik van zullen maken. Dit betekent onder andere dat de dikte van het verhardingsmateriaal en de dikte, opbouw en samenstelling van het cunet daarop zijn aangepast. Tevens moet de uitweg passen in het straatbeeld en mag het wegtypen van een functioneel hogere orde (bijv. fiets- of voetpad) niet onderbreken. Het verhardingsmateriaal van het rode fietspad of het grijze voetpad moet doorlopen ter plaatse van de uitweg.

Uitweg voor windturbine:

Het is niet toegestaan de uitweg voor een windturbine te gebruiken voor het berijden van het land omdat daardoor de kans op verontreiniging van de weg wordt vergroot. Zie ook 5.2.4.

Uitwegen en veiligheid:

Op verkeerstechnisch complexe/drukke of minder overzichtelijke wegen kan een uitweg snel over het hoofd gezien worden. De verkeersveiligheid is er bij gebaat hier geen uitwegen aan te brengen.

Uitwegen en uitzicht:

Op plaatsen waar door obstakels geen of slecht zicht aanwezig is op de weg, wordt uit veiligheidsoverwegingen geen uitweg aangelegd. Obstakels zijn bijvoorbeeld gebouwen of hoog opgaande beplanting.

Uitwegen en wegverloop:

Indien een te klein deel van de weg kan worden overzien en daarmee onvoldoende kan worden geanticipeerd op het overige verkeer, is de kans groot dat verkeersdeelnemers elkaar te laat zien en niet of onvoldoende kunnen anticiperen op de situatie. Dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid. Op die plaatsen mag een uitweg niet worden gemaakt of veranderd.

Uitweg en eigen ruimte voor opstellen auto:

Een uitweg wordt aangebracht om per auto het eigen perceel te kunnen bereiken. Als op het eigen perceel geen of te weinig ruimte is om een auto te parkeren, mag de uitweg niet worden gemaakt of veranderd. De kans is immers groot dat na het aanbrengen van de uitweg de auto half op eigen terrein en half op de openbare weg wordt geplaatst. Dit hindert de doorstroming en gaat ten koste van de veiligheid.

Verplanten van een boom:

Om een boom te kunnen verplanten moet deze aan twee voorwaarden voldoen:

-Er is ruimtelijke gezien geen bezwaar. Dit betekent bijvoorbeeld dat de bomen niet in een regelmatig ritme of patroon staan.

-De boom moet goed verplantbaar zijn. Dit betekent dat de kans dat de boom aanslaat en in goede gezondheid doorgroeit na het verplanten groot is.

De te maken kosten voor het verplanten moeten worden betaald door de melder van de uitweg. Als het nodig is extern advies in te winnen voor het kunnen beoordelen van de aanslagkansen van de verplante boom zullen ook deze worden doorberekend aan de melder van de uitweg.

Schade aan bomen:

Voor bomen zijn de boomwortels van groot belang. Enerzijds voor het opnemen van water en voedingstoffen, anderzijds voor de stabiliteit. Voor zowel de vitaliteit van de boom als voor veiligheid van de omgeving mogen niet te veel wortels worden verwijderd. Voor de veiligheid wordt daarom de norm 8 x de stamdiameter gehanteerd. Deze afstand moet worden gemeten vanuit het hart van de stam.

Als nu door voorzichtig graafwerk met een schep blijkt dat op kortere afstand van de boom geen wortels aanwezig zijn die van groot belang zijn voor de stabiliteit en de kans op schade zeer beperkt blijft kan op korte afstand van de boom gegraven worden. De uitweg kan dan ook op kortere afstand daarvan aangelegd worden. Eventueel te maken kosten voor dit onderzoekswerk moeten worden betaald door de melder.

Te verwijderen bomen:

Als zeker is dat een boom binnen twee jaar zal worden verwijderd, mag de boom wijken voor een uitweg.

Afschermend groen:

Afschermend groen is aangebracht om een gebouw of gebied visueel af te schermen van de omgeving. Indien een uitweg wordt aangebracht wordt deze beplanting doorbroken. Dit kan ongewenst zijn.

Aantal uitwegen (binnen en buiten de bebouwde kom):

Het aantal uitwegen wordt o.a. beperkt om te voorkomen dat het groene karakter van een weg verdwijnt. Pas als aangetoond kan worden dat de bestaande uitweg om dringende economische of sociale redenen niet volstaat en het probleem niet op eigen terrein van de melder kan worden opgelost, is het aanbrengen van een tweede uitweg een mogelijkheid. Of deze daadwerkelijk aangebracht kan worden hangt af van veiligheid en functionele inrichting van de omgeving.

Dringende sociale redenen om een extra uitweg aan te leggen:

Een sociale reden om het maken van een extra uitweg te melden kan voortkomen uit een sterk gevoel van onveiligheid of overlast. Een extra uitweg kan worden aangebracht of de bestaande kan breder worden gemaakt dan toegestaan, als door de melder aannemelijk gemaakt wordt dat hier sprake is van sociale nood die niet op een andere voor de hand liggende manier kan worden opgelost.

Economische redenen om een extra uitweg aan te leggen:

Een economische reden om het maken van een extra uitweg te melden kan voortkomen uit de wetenschap dat een bedrijf niet kan groeien of forse bedrijfseconomische schade lijdt als het gevolg van het niet kunnen aanleggen van een extra uitweg of het verbreden daarvan. Een extra uitweg kan worden aangebracht of de bestaande kan breder worden gemaakt dan toegestaan, als door de melder aannemelijk gemaakt wordt dat het probleem niet op een voor de hand liggende manier op eigen terrein kan worden opgelost.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.