Gemeentelijke regelgeving

Beleid Op weg naar een circulair Zeewolde

Gemeente Zeewolde · geldt sinds 11 februari 2026

4. BELEIDSINSPANNINGEN

4.1. Grondstoffen (afval)

4.1.1. Inwoners

HVC, het publieke energie- en afvalbedrijf in onder andere de gemeente Zeewolde, verzorgt voor inwoners de inzameling van GFT, papier en karton, PMD, textiel en frituurvet via verzamelcontainers. Grof afval kan worden afgegeven bij het afvalbrengstation. Om inwoners te helpen bij afvalscheiding biedt HVC ook een Afvalwijzer-app met informatie over welk afval in welke bak thuishoort.

In februari 2025 stelde de gemeente het Recycleplan Zeewolde 2025–2030 vast. Dit plan stimuleert bewoners om afval beter te scheiden, onder andere door invoering van een recycle-tarief op restafval.

Daarnaast zet de gemeente zich in tegen zwerfafval. Zo geldt er een verbod op het oplaten van plastic ballonnen, is er een actieve Zwerfafvalbrigade en vindt jaarlijks een inzamelactie voor vuurwerkafval plaats.

Ook via de website Duurzaam Zeewolde worden inwoners gestimuleerd bij te dragen aan een schonere en duurzamere leefomgeving. Tips over afval verminderen, afval scheiden en het tegengaan van zwerfafval is hier als apart thema opgenomen, naast onderwerpen als biodiversiteit, energietransitie en klimaatadaptatie.

Wat doen we al?

1We hanteren het Recycleplan voor inwonersafval.

2We faciliteren verzamelcontainers voor afgedankte textiel.

3Kringloop de Basisz heeft een container met begeleiding bij de gemeentewerf staan. In deze container kunnen meubels en andere producten die bij de werf worden aangeleverd “gered” worden van de sloop indien deze nog geschikt blijken voor de verkoop.

4We faciliteren een container en/of plek op de gemeentewerf voor organisaties die specifieke afvalstromen inzamelen die nog bruikbaar zijn, mits er plek is en aan bepaalde eisen wordt voldaan.

5We organiseren in de jaarlijkse klimaatweek een zero-waste evenement (met workshops) met Stichting Zero Waste Nederland voor inwoners.

6We organiseren een campagne “Wij gaan voor afvalvrij” met HVC.

7We stellen middelen beschikbaar, zoals grijpers, hesje en handschoenen, voor de Zwerfafvalbrigade die actief is in de gemeente.

8We verbieden het oplaten van ballonnen.

9We organiseren een inzamelactie voor vuurwerkafval.

10We delen tips over afval verminderen, afval scheiden en tegengaan van zwerfafval op de website Duurzaam Zeewolde.

Waar gaan we op inzetten?

11We zetten ons, ook na inzameling door HVC, in voor een zo circulair mogelijke verwerking van afvalstromen.

12We wijzen inwoners via communicatie uitingen op de mogelijkheid om particulier sloopafval gescheiden aan te leveren. Het gescheiden aanbieden van sloopafval bij de gemeentewerf is gratis.

13We verbieden het strooien van plastic confetti, serpentines en andere producten gemaakt van single-use-plastic bij evenementen en binnen de gemeentegrenzen. Dit nemen we op in de APV en het evenementenbeleid.

4.1.2. Bedrijven en organisaties

Het inzamelen van bedrijfsafval is geen taak van de gemeente. Daarom is er weinig inzicht in scheidingspercentages. Ook is er beperkte handelingsperspectief voor de gemeente. We kunnen wel verkennen hoe er gestuurd kan worden op de scheidingsplicht van bedrijven binnen de gemeente.

Wat doen we al?

De gemeente heeft momenteel nog geen beleidsinspanningen voor deze doelgroep binnen dit thema.

Waar gaan we op inzetten?

14We onderzoeken scheidingspercentages van bedrijven in de gemeente. Indien nodig intensiveren we voorlichting en toezicht hierop. Wanneer nodig verkennen we de mogelijkheden over de handhaving van scheidingsplicht van bedrijven binnen de gemeente samen met de Omgevingsdienst.

15We verkennen samen met de Bedrijven Investeringszone (BIZ) Centrum de mogelijkheid om de afvalinzameling gezamenlijk te organiseren. Hierbij is het voor de gemeente van belang dat er naast bedrijfsafval ook andere stromen zoals papier, verpakkingsmateriaal (plastic) en organisch bedrijfsafval wordt gescheiden.

4.1.3. Gemeentelijke organisatie

Sturen op afvalscheiding is voor de gemeentelijke organisatie ook een kans om meer circulair te opereren. Onderstaande beleidsinspanningen gaan in op het gemeentehuis maar kunnen worden uitgebreid naar al het gemeentelijk vastgoed.

Wat doen we al?

16We scheiden het afval op het gemeentehuis.

Waar gaan we op inzetten?

De gemeentelijke organisatie zelf kan het goede voorbeeld geven door afvalscheiding en -reductie op het gemeentehuis verder te stimuleren. Dit kan op verschillende manier gecommuniceerd worden met medewerkers.

17We geven met posters aan welke afval in welke bak hoort om afvalscheiding op het gemeentehuis te stimuleren.

18We delen tips met medewerkers via intranet om afval te verminderen, zoals dubbelzijdig printen stimuleren en zwart printen i.p.v. in kleur.

19We verkennen in hoeverre gegevens over afval (zoals omvang, scheidingspercentage) samen met eventuele andere monitoringsgegevens kunnen worden gerapporteerd in het jaarverslag. Het delen van afvalcijfers kan bewustwording vergroten en een motivatie zijn om afval te verminderen.

4.2. Producten en materialen

4.2.1. Inwoners

Inwoners vervullen een belangrijke rol in de circulaire gemeente. Zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om producten te delen of te lenen in plaats van zelf aan te schaffen, zoals bij gereedschap vaak het geval is. Ook kunnen zij de levensduur van hun bezittingen verlengen door deze te laten repareren bij de kledingmaker, schoenmaker of in een repaircafé.

Wat doen we al?

20We hebben de subsidie voor duurzame activiteiten en projecten voor inwoners, verenigingen en stichtingen (non-profit).

Waar gaan we op inzetten?

21We verkennen het verzorgen van reparatievouchers voor mensen met een krappe beurs, zodat kleding, schoenen of huishoudelijke apparaten kunnen worden gerepareerd.

22We betrekken op één of meerdere momenten de jongerenraad (middelbare scholieren) om op te halen wat er volgens hen nodig is om een circulaire gemeente te worden. Uitkomsten worden indien mogelijk meegenomen in dit beleid óf in het hierop volgende beleid.

4.2.2. Bedrijven en organisaties

Voor een circulaire economie is bedrijvigheid nodig. Circulaire bedrijven en organisaties kunnen nog niet altijd op eigen benen staan omdat het voor de consument vaak nog niet financieel aantrekkelijk is om een product te laten repareren t.o.v. het kopen van een nieuw product.

Wat doen we al?

23We ondersteunen lokale reparatie-initiatieven, en initiatieven die zich inzetten voor hergebruik en de deel-economie. Dat zijn op dit moment kringloop de Basisz en het repaircafé.

Waar gaan we op inzetten?

24We onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een circulair ambachtscentrum of circulaire hub met buurgemeenten of binnen eigen gemeentegrenzen.

4.2.3. Gemeentelijke organisatie

Gemeente Zeewolde is onderdeel van het samenwerkingsverband Meerinzicht. Daarnaast is de gemeente onderdeel van de Inkoopsamenwerking Noord-Veluwe (ISNV). Op het gebied van producten en materialen gaat het in de gemeente met name over de inkoop van producten en diensten. In het Inkoopbeleid van de gemeente wordt gesteld dat inkoop op een verantwoorde en milieubewuste wijze plaatsvindt. Bij het inkoopproces wordt al rekening gehouden met circulair inkopen waarbij de productie en (her)gebruik van producten en diensten wordt gestimuleerd. Deelnemende gemeenten van ISNV kunnen bij inkopen en aanbestedingen bijvoorbeeld het hergebruik van materialen en afvalreductie eisen. Daarnaast worden in aanbestedingsstukken de duurzaamheidscriteria van PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden als minimumeis opgenomen. Daarnaast kan het Stappenplan inkoopproces van het Versnellingsnetwerk Circulair Inkopen (VCI) inspiratie bieden.

Wat doen we al?

25We hebben op het gemeentehuis alle wegwerpbekers vervangen voor herbruikbare bekers.

26We hebben op het gemeentehuis enkele locaties ingericht met tweedehands meubilair.

27We hebben vragen over circulaire inkoop toegevoegd aan het inkoopstartformulier. Het doel is om de inkopende medewerker te laten onderzoeken of het product mogelijk ook circulair kan worden ingekocht.

Waar gaan we op inzetten?

28We gaan het Manifest MVOI (Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkoop) ondertekenen en hiervoor een actieplan aanleveren.

29We zetten de ambities op het gebied van duurzaam inkopen door naar Meerinzicht. Hiervoor wordt een apart afstemmingstraject opgestart.

30We zetten ons in om de interne kennis over de circulaire economie en circulair inkopen voor alle betrokkenen binnen de organisatie te vergroten, bijvoorbeeld met behulp van trainingen via een intern digitaal leerplatform of kennisomgeving voor medewerkers. Dit zijn in ieder geval de inkoopadviseurs en medewerkers die veel met inkopen te maken hebben, maar daarnaast mogelijk ook medewerkers die veel met bedrijven te maken hebben zoals de accounthouder bedrijven.

31We starten een monitoring op het gebied van circulaire inkoop. Hier moet nog een aanpak voor worden opgesteld. Er wordt ten minste in aantallen bijgehouden of circulariteit wel of geen onderdeel was van een inkooptraject.

4.3. Voedsel

4.3.1. Inwoners

Een belangrijk onderdeel van een circulair voedselsysteem is het verkorten van de keten en het voorkomen van verspilling. Door inwoners en bedrijven te stimuleren om lokaal voedsel te kopen, wordt de regionale economie versterkt en worden transportstromen beperkt.

Waar gaan we op inzetten?

32We verkennen het opzetten van een campagne of stimuleringsregeling voor het kopen van lokaal voedsel en tegengaan van voedselverspilling.

4.3.2. Bedrijven en organisaties

De transitie naar een circulair voedselsysteem gaat onder andere over andere productiemethoden. Kringlooplandbouw is een vorm van landbouw waarbij lokale reststromen zoals mest en voedselresten opnieuw worden benut. Dit kan zorgen voor een gezondere bodem, minder toevoegingen van (kunst)mest en een lagere milieudruk door het verminderen van transportafstanden. In de gemeente zijn al verschillende initiatieven actief.

Wat doen we al?

33We sommen enkele bedrijven en initiatieven die werken aan kringlooplandbouw op, op de website Duurzaam Zeewolde.

Waar gaan we op inzetten?

34We zetten in op een samenwerking met omliggende gemeente om lokaal voedsel te stimuleren. Hierbij verkennen we of voedsel van lokale boeren kan worden geleverd aan de lokale (horeca)bedrijven.

35We verkennen welke rol we als gemeente kunnen oppakken om kringlooplandbouw te stimuleren.

4.4. Vastgoed en infrastructuur

4.4.1. Inwoners

Inwoners kunnen bij het (ver)bouwen rekening houden met circulaire bouwmaterialen. Daarnaast kunnen zij het materiaal wat vrijkomt doorgeven of verkopen zodat iemand anders er weer gebruik van kan maken. Dit kan bijvoorbeeld via tweedehandsplatforms.

Wat doen we al?

36Er is een tegeltaxi die stenen uit de tuinen van inwoners meeneemt voor hergebruik en recycling.

Waar gaan we op inzetten?

37We wijzen bewoners op de mogelijkheden die er zijn om te (ver)bouwen met gerecyclede of biobased materialen via de website duurzaamzeewolde.

4.4.2. Bedrijven en organisaties

Vastgoed en infrastructuur wordt gebouwd, beheerd en gedemonteerd door bedrijven. Nederlandse aannemers en ontwikkelaars zijn al behoorlijk bedreven met circulaire bouw in zowel de infrastructuur als woning- of utiliteitsbouw. De gemeente heeft vanuit het duurzaamheidsbeleid al een aantal beleidsinspanningen in uitvoering, die ook betrekking hebben op circulariteit.

Wat doen we al?

38We zijn aangesloten bij het Convenant toekomstbestendig bouwen. Het convenant gaat over toekomstbestendig bouwen en niet alleen over circulair bouwen. De indicatoren die in het convenant zijn opgenomen zijn gebaseerd op het Nieuw Normaal van Cirkelstad. Deze zijn al deels verwerkt in het Beoordelingskader duurzaam bouwen woningen en bedrijventerreinen.

39We hanteren een beoordelingskader duurzaam bouwen voor woningen en voor bedrijfspanden met circulaire toetsingscriteria. Deze eisen zijn bijvoorbeeld: Milieu-impact € /m2 (MPG-score), % massa hernieuwbaar, hergebruikt en gerecyclede materialen, % aanpasbaar adaptief gebouw, % gecertificeerd en % lokaal hout

40We hanteren een duurzaamheidsscore met circulaire eisen bij de uitgifte van bedrijfskavels. Dit is onder andere bij Horsterparc toegepast.

41We hanteren een methode waarbij bedrijven bij het bouwen van een nieuwe bedrijfsgebouwen een meerprijs betalen. Deze meerprijs wordt door de gemeente terugbetaald wanneer er kan worden aangetoond dat er duurzaamheidsmaatregelen getroffen zijn. Hieronder vallen ook maatregelen met betrekking tot circulariteit.

1Deze methode is een invulling van de methode die in de motie groene leges wordt benoemd.

42Met de invoering van de omgevingswet is het indienen van een melding wanneer een object gesloopt gaat worden en er meer dan 10m3 sloopafval vrijkomt verplicht (sloopmelding). De gemeente kan deze gegevens gebruiken om inzicht te krijgen in de materiaalstromen binnen de gemeentegrenzen. We verkennen of het wenselijk is om een maatwerkvoorschrift toe te voegen waarbij wordt gevraagd naar een uitsplitsing van de materialen die vrijkomen bij de sloop.

Waar gaan we op inzetten?

Voor bedrijven en organisaties bestaan al veel eisen op het gebied van de circulaire economie. Deze maatregelen worden gecontinueerd.

4.4.3. Gemeentelijke organisatie

In de gemeentelijke context gaat circulair vastgoed en infrastructuur met name over het aanbesteden van het aanleggen, onderhouden of demonteren ervan. Op dit moment ligt bij de infraprojecten van de gemeente de nadruk op een hoge kwaliteit en een lange levensduur. Dit wordt onder meer bereikt door zorgvuldig materiaalgebruik; de juiste materialen worden op de juiste manier toegepast. Zo wordt bij het ontwerpen van kunstwerken bewust gekozen om combinaties van hout, grond en water te vermijden. Deze combinaties leiden namelijk vaak tot snellere degradatie van het materiaal.

Op het gebied van circulaire bouw levert dit een uitdaging op: stalen bruggen zijn robuust, vergen weinig onderhoud en hebben een lange levensduur. Het maken ervan kost veel energie. Bruggen van hout of biobased materialen vergen meer onderhoud, hebben een kortere levensduur, maar het maken ervan kost minder energie. Beide opties kunnen als circulair worden gezien. Om hier de juiste keuze te maken kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van milieukostenindicatoren (MKI’s). Dit zijn methoden om inzichtelijk te maken welke keuze het meest circulair is. De gemeente kan dit uitvragen bij een aanbesteding of op voorhand zelf een keuze maken.

De MKI is een rekenmethode die de totale milieubelasting van een product of bouwwerk uitdrukt in één getal, uitgedrukt in euro’s. Het omvat de impact op onder andere klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Gemeenten gebruiken MKI-scores om materialen en ontwerp opties te vergelijken en zo onderbouwde, duurzamere keuzes te maken binnen aanbestedingen en ontwerp- en beheerprocessen.

Ook in het openbaar groen worden circulaire principes toegepast, bijvoorbeeld door hergebruik van boompalen en gietranden. Door maaisel in te zetten als veevoer, of door grond op te waarderen in plaats van te vervangen.

Wat doen we al?

43We vragen nu al een groot deel van de Grond-, Weg- en Waterbouw opdrachten circulair uit, onder andere door het gebruik van Milieukostenindicator (MKI) of andere circulaire principes. Dit wordt de standaard werkpraktijk.

44We implementeren principes voor circulair assetmanagement door de R-ladder toe te passen. Denk aan reparatie van onderdelen uit gemalen, pompen, en bruggen, het inkopen van beter repareerbare assets.

45We hebben een circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgenomen zoals: Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.

Waar gaan we op inzetten?

46We verkennen de mogelijkheid voor het vervangen van strooizout voor een duurzamer alternatief.

47We verkennen de mogelijkheid om materiaalstromen bij (ver)bouw en demontage van het gemeentelijk vastgoed inzichtelijk te maken en deze materialen zoveel mogelijk een tweede leven te geven. Bij de bouw zoeken we juist naar mogelijkheden voor het gebruik van secundaire of biobased materialen.

48Bij nieuwbouw, renovatie en sloop van gebouwen in eigendom van de gemeente is circulariteit een van gunningscriteria op basis waarvan de opdracht wordt aanbesteed of uitgevoerd.

49We nemen een aantal circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR): Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.

Bijlage I. Betrokken partijen

Betrokken

Rol

Diverse intern betrokken medewerkers en teams

Ambtelijke organisatie

Waterschap Zuiderzeeland, Provincie Flevoland

Overheden

Natuur en Milieufederatie

Maatschappelijke organisatie

Kringloopwinkel Basisz, het Repaircafe

Lokale initiatieven

Bedrijvenkring Zeewolde, Winkeliersvereniging Detailhandel

Bedrijvenorganisaties

HVC

Afvalinzamelaar

Center Parcs De Eemhof, FlevoNatuur

Recreatiesector

Inwoners Zeewolde (enquete)

Inwoners

Bijlage II. Resultaten enquête

Van half juni tot half juli stond vier weken lang een enquête over de circulaire economie open via het burgerpanel en een openbare link. Bewoners zijn geïnformeerd via de lokale omroep en krant en gemeentelijke website en sociale media kanalen. Dit leverde 517 reacties op.

Achtergrond respondenten

Driekwart van de respondenten heeft via het panel en een kwart via de open link gereageerd. In de genderverdeling zien we dat vrijwel evenveel mannen als vrouwen op de enquête gereageerd hebben. De leeftijd is minder goed verdeeld; de helft van de respondenten was tussen de 45 en 64 jaar, een derde was 65 jaar en ouder en 12,5% was tussen de 18 en 44 jaar. De herkomst (wijk) van de respondenten was relatief goed verdeeld.

Gewogen antwoorden

Voor het vervolg van dit rapport gebruiken we gewogen gemiddelden op basis van leeftijd en gender, zodat de resultaten representatiever zijn voor de inwoners van Zeewolde.

Hoe bekend ben je met het begrip Circulaire Economie?

We zien dat een grote groep inwoners een beetje bekend (60%) is met het onderwerp en 26% heel erg bekend. We kunnen hieruit concluderen dat het begrip circulaire economie bekend is onder de inwoners.

Hoe belangrijk vind je dat de gemeente inzet op een circulaire economie?

We zien dat een ruime meerderheid het belangrijk (44%) of zeer belangrijk (25%) vindt dat de gemeente inzet op een circulaire economie. Hieruit blijkt dat er draagvlak is onder de inwoners om beleid te voeren over dit thema.

Hoe zet jij je in voor een circulaire economie?

In onderstaand figuur wordt inzichtelijk waar bewoners zelf op inzetten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er op het gebied van bewustwording en het activeren van bewoners stappen zijn gezet. Er zijn ook nog kansen zoals het aantrekkelijk en beschikbaar maken van lokale (voedsel) producten en het stimuleren van het kopen van tweedehands en refurbished producten. Met name het faciliteren van lenen / huren van producten en het mogelijk maken van reparatie kunnen interessant zijn voor de gemeente, omdat dit nog weinig gebeurt.

Wat verwacht je van de gemeente op het gebied van de circulaire economie?

In de onderstaande grafiek is een overzicht gegeven van de verschillende rollen die de gemeente kan aannemen binnen de circulaire economie. Meer dan de helft (62%) van de inwoners vindt een voorbeeldfunctie passend. Daarnaast vinden inwoners (47%) dat de gemeente een behulpzame en informerende rol zou moeten aannemen. Van de respondenten vindt 42% dat de gemeente subsidies op het gebied van de circulaire economie zou moeten verstrekken. 28% vindt dat de gemeente een sturende en regelgevende rol op zich moet nemen.

17% heeft ook aanvullende antwoorden gegeven: deze antwoorden gaven echter geen antwoord op de vraag welke andere rol de gemeente aan kon nemen, maar benadrukten het antwoord wat al gegeven was. Hieruit blijkt dat veel inwoners al actief bezig zijn met circulaire keuzes, zoals reparatie, hergebruik en bewuste consumptie. Zij voelen zich daardoor niet altijd aangesproken door de antwoordopties en geven aan dat er eigenlijk niets is wat hen tegenhoudt om in te zetten op circulariteit. Daarnaast komt naar voren dat inwoners obstakels ervaren, zoals het ontbreken van goed aanbod of toegankelijkheid van kringloopwinkels, repaircafés en lokale producten. Meerdere respondenten benoemen dat zij afhaken als circulaire keuzes te veel tijd, geld of moeite kosten.

Tot slot worden producten vaak ontworpen op een manier die reparatie of recycling bemoeilijkt of duurder maakt dan nieuwkoop. Dit geeft aan dat economische prikkels en ontwerpkeuzes van producenten cruciaal zijn voor circulair gedrag, en dat inwoners hierin vaak beperkte mogelijkheden ervaren. Dit ligt niet binnen het handelsperspectief van de gemeente, maar is wel een van de barrières voor een circulaire economie.

Wat maakt het voor jou lastig om (meer) circulair te handelen?

Het grootste deel (33%) van de inwoners geeft aan dat er een gebrek aan tijd is. De gemeente kan hier niet echt op inspelen. Op het gebrek aan mogelijkheden (30%), en gebrek aan geld (12%) kan de gemeente wel beleidsinspanningen opstellen.

Uit de open antwoorden op de optie "Anders, namelijk" wordt benoemd dat gemak, gewoonte of gebrek aan zichtbaarheid van lokale initiatieven ervoor zorgen dat circulaire keuzes minder vanzelfsprekend zijn. Dit wijst op een kloof tussen intentie en uitvoering, waarbij gedrag vaak afhankelijk is van praktische haalbaarheid. Daarnaast zijn veel van de “anders namelijk” antwoorden toevoegingen op het antwoord:

Gebrek aan mogelijkheden:

•“Kringloop neemt niks aan”

•“Repaircafe is maar heel beperkt open”

•“Te weinig lokaal bio voedsel”

•“Mijn winkelmomenten sluiten niet aan bij de aanbieders”

•“Weinig plekken waar ik lokaal voedsel kan kopen”

•“Soms is het moeilijk om aan de producten te komen”

•“Producten zijn niet altijd makkelijk recyclebaar”

Gebrek aan geld:

•“Duurzame producten zijn vaak veel te duur”

•“Geen gebrek aan geld, maar duurzame verpakkingen zijn veel duurder”

•“Te duur en vaak ook nog discutabel”

•“Ik doe wat mogelijk is, maar als iets online goedkoper is, kies ik daarvoor”

Gebrek aan kennis:

•“Ik krijg te weinig info over wat ik zelf kan doen”

•“Er moet meer bekendheid gegeven worden aan lokaal geproduceerde producten”

•“Misschien zijn de mogelijkheden er, maar deze worden niet makkelijk gepresenteerd aan de inwoner”

Gebrek aan tijd:

•“Dat heb ik eerder, ik neem onvoldoende de tijd”

•“Komt er niet van. De wil is er wel”

•“Marktplaatsen kosten erg veel tijd”

Gebrek aan interesse:

•“Ben helemaal klaar met circulair gebruik in Europa”

•“Ik ben materialistisch qua spullen. Wil graag de nieuwste spullen”

•“Waarom zou ik moeite doen als mensen het toch niet willen hebben?”

Wat zou helpen om duurzamer om te gaan met grondstoffen?

Bijna de helft van de respondenten ziet kansen voor subsidies of kortingen voor duurzame lokale producten of diensten. Daarnaast wordt, in lijn met de vorige resultaten, ook aangegeven dat meer mogelijkheden en plekken waar lokaal of tweedehands kan worden ingekocht, ingeleverd of gerepareerd ook wenselijk is.

In de “anders namelijk” antwoorden bevestigen veel respondenten het belang van lokale inleverplekken en tweedehands winkels. Er wordt gepleit voor meer reparatieplekken, bijvoorbeeld een uitleenplek voor gereedschap of een doe-het-zelf-garage. Ook is er de wens voor meer duidelijkheid en betere communicatie over afvalscheiding. Inwoners vragen zich af wat gebeurt met hun afval nadat het is weggegooid. Daarnaast wordt er gepleit voor subsidie op regentonnen, weckcursussen (oppotten van voedsel) en betaalbare reparaties. Ook waren er antwoorden die ingaan op landelijke of internationale regelgeving, zoals minder verpakkingsmateriaal, betere productkwaliteit en minder wegwerpproducten. Tot slot werden zorgen geuit over toegankelijkheid, bijvoorbeeld voor ouderen zonder vervoer of met verminderde mobiliteit en huurders met minder mogelijkheden voor scheiden of wegbrengen van afval.

Hoe zou je zelf betrokken willen worden bij dit onderwerp?

Hier blijkt dat inwoners vooral betrokken willen worden via digitale kanalen. Zo heeft 49% voorkeur voor online informatie van de gemeente, 42% voor nieuwsbrieven en 35% voor sociale media. Een kleiner deel van de respondenten noemt de lokale krant of Zeewolde Actueel (10%), bijeenkomsten (8%) of andere vormen van communicatie (7%) als voorkeur. Opvallend is dat 17% aangeeft niet betrokken te willen worden bij dit onderwerp. Deze resultaten geven richting aan hoe de gemeente haar communicatie en betrokkenheid rondom circulaire economie het beste kan vormgeven. In de “anders namelijk” categorie zaten veel reacties over Zeewolde Actueel of de lokale krant. Deze zijn opgeteld en toegevoegd aan de resultaten.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.