Aanhef
Vastgesteld door de gemeenteraad van Zandvoort: d.d. 25 mei 2011
Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant: d.d. 23 juni 2011
Inwerkingtreding: d.d. 24 juni 2011
Registratienr: 2011/03/000012 Z2011-000830
Datum: 1 maart 2011
Gemeente Zandvoort
PROCEDUREVERORDENING PLANSCHADEVERGOEDING 2011
DE VERORDENING
1.1 BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de
gemeente Zandvoort;
2de raad: de gemeenteraad van Zandvoort.
3de Gemeente: de Gemeente Zandvoort
4aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;
5adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te
wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1.onder c, Besluit ruimtelijke
ordening:
6adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid van deze verordening;
7besluit: Besluit ruimtelijke ordening;
8planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid,
Wet ruimtelijke ordening;
9planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke
ordening;
10wet: Wet ruimtelijke ordening.
11drempelbedrag: bedrag dat de gemeente in rekening brengt bij de
aanvrager voor behandeling van de aanvraag tot planschadevergoeding.
12belanghebbende: degene die met de gemeente voor het geven van
zekerheid een planschadeovereenkomst heeft gesloten.
Artikel 2 Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst
1De aanvraag om tegemoetkoming in de schade dient te voldoen aan de
eisen die zijn vastgelegd in artikel 6.1.2.2 van het Besluit ruimtelijke
ordening. De aanvrager kan hiervoor gebruik maken van een door het
college vastgesteld aanvraagformulier. Dit formulier kan worden gedownload van de Website van de gemeente Zandvoort.
2Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan op het aanvraagformulier.
3De ontvangst wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan
aanvrager.
4Van de aanvraag wordt een afschrift toegezonden aan de derdebelanghebbende.
5In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager er op dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag verschuldigd is en deelt mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending op rekening van de gemeente Zandvoort dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. De hoogte van het drempelbedrag bedraagt € 500,--.
Artikel 3 Besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvrager
Indien het drempelbedrag niet binnen de in artikel 2 gestelde termijn is
bijgeschreven of gestort, verklaart het college de aanvrager niet-ontvankelijk tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest.
Artikel 4 Besluit tot afwijzing van de aanvraag wegens kennelijke nietontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid
1Het college wijst de aanvraag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling van ontvangst af indien sprake is van kennelijke nietontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid van de aanvraag.
2De termijn van vier weken kan één keer met ten hoogste vier weken worden verlengd.
Artikel 5 Besluit tot opdrachtverstrekking
Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het Besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het Besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 6 Adviseur of adviescommissie
1Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt
door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.
2Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering.
3Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering.
4Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van
toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen.
5Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.
6De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.
Artikel 7 Deskundigheid adviseur
1Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig
te zijn met betrekking tot de in artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen.
2Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad.
3Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische
maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 8 Betrokkenheid aanvrager en belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of Adviescommissie
1Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 5
verstrekt, stelt het college de aanvrager en eventuele andere betrokken
bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van
a.een adviseur als bedoeld in artikel 6 lid 1;
b.meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 6 lid 2;
2De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de Wet kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen.
3Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het
tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs.
Artikel 9 Werkwijze van de adviseur
1De adviseur stelt de aanvrager, een belanghebbende en het college in degelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling hun visie te geven over de aanvraag om vergoeding van planschade.
2Van een mondelinge uiteenzetting door de aanvrager, de belanghebbende of de vertegenwoordiger van het college wordt een samenvatting gemaakt. De samenvatting wordt opgenomen in het advies.
Artikel 10 Werkwijze adviseur of adviescommissie
1Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.
2Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat.
3De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of
meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de Wet worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
4De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip
waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.
5Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt.
6Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid
bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.
7Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet . De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen.
8De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept-advies schriftelijk hierop te reageren.
9In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de
adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.
10In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.
11De adviseur zendt een afschrift van het definitieve advies aan de aanvrager en de belanghebbende.
Artikel 11 Beschikking van het college
1Zoals bepaald in artikel 6.1.3.6 van het Besluit beslist het college acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag om vergoeding van planschade en maakt deze beslissing binnen deze termijn bekend aan de aanvrager. Het college maakt deze beslissing eveneens binnen deze termijn bekend aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de derdebelanghebbenden.
2Het college kan de in het eerste lid bedoelde beslissing, onder opgaaf van redenen, éénmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.
Artikel 12 Uitbetaling
Indien het college een vergoeding van planschade vaststelt vindt uitbetaling plaats op een door aanvrager aangegeven rekening direct na het onherroepelijk worden van de beschikking.
Artikel 13 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
1De Procedureregeling planschadevergoeding 2005 wordt ingetrokken
2De Procedureverordening planschadevergoeding 2011 treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 14 Slotbepalingen
1Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
2Deze Verordening wordt aangehaald als Procedureverordening voor
advisering tegemoetkoming in planschade Zandvoort 2011.
Aldus vastgesteld in de Raadsvergadering van 25 mei 2011
De griffier,
De voorzitter,