2. Begrippenkader en wettelijke spelregels
2.1 Reserves
2.1.1 De functies van reserves
Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden:
Bufferfunctie
De algemene reserves hebben een bufferfunctie en dienen om bepaalde (onvoorziene) risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Verder worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor is het mogelijk noodzakelijke aanpassingsprocessen geleidelijk en dus niet schoksgewijs te laten verlopen en onverwachte tegenvallers op te vangen. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het aanspreken van de algemene reserve verlaagt de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen dat de relatie weergeeft tussen de gekwantificeerde risico’s en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Voor een beschrijving van de relatie tussen het weerstandsvermogen en de algemene reserve wordt verwezen naar paragraaf 3.2 Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen.
Egalisatiefunctie
Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Zo ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.
Financieringsfunctie
Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op overige financieringsbronnen (van derden) worden beperkt. Van belang is hierbij de met ingang van 1 januari 2001 in werking getreden Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt een solide financieringswijze van de decentrale overheden te bevorderen en schommelingen van rentelasten zo veel mogelijk te beperken. De financiering van kapitaaluitgaven kan onder meer door gebruik te maken van de eigen reserves (en voorzieningen) als financieringsmiddel (interne financiering), door het aantrekken van vaste geldleningen (vaste financiering) en kasgeld voor zover dat valt binnen de kasgeldlimiet. Bij gebruik van reserves (eigen vermogen) en voorzieningen (vreemd vermogen) hoeft geen beroep te worden gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Het gebruiken als intern financieringsmiddel wordt aangeduid met de financieringsfunctie. Door gebruik te maken van reserves als intern financieringsmiddel hoeft minder rente betaald te worden. De keuze om al dan niet rente toe te rekenen aan reserves wordt toegelicht in paragraaf 3.3 Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.
Bestedingsfunctie
De gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Er is sprake van een bestedingsfunctie als een deel van het eigen vermogen wordt ingezet voor een bepaald doel en gebruikt wordt ter dekking van toekomstige lasten. Het inzetten van de bestedingsfunctie beïnvloedt de financiële positie van de gemeente en leidt tot een verlaging van de financieringsfunctie van de reserves.
2.1.2 Wettelijke regels voor bestemmingsreserves
De belangrijkste regels voor het omgaan met reserves en voorzieningen zijn al door de wetgever bepaald door het vaststellen van het BBV. De wetgever heeft bijvoorbeeld bepaald dat bestemmingsreserves niet negatief mogen zijn. Immers: negatieve bestemmingsreserves passen per definitie niet bij de aard en de beoogde betekenis van reserves: een ‘spaarpot’. Substantiële negatieve reserves vertroebelen bovendien het inzicht in de financiële positie.
Deze reserves worden gevormd om binnen een bepaalde tijd een bepaald beleidsdoel te realiseren of voor egalisatie van ongewenste schommelingen van baten en lasten in een afgebakend deel van de begroting.
Het instellen, opheffen en doteren/onttrekken valt onder het budgetrecht van de raad. Dat krijgt concreet gestalte door de volgende werkafspraken waardoor de raad grip houdt:
Mutaties bestemmingsreserves
Een belangrijke wettelijke regel is dat stortingen en onttrekkingen aan reserves alleen zijn toegestaan wanneer deze zijn gedekt door een vóór 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit dan wel wanneer door de raad een principebesluit is genomen om bepaalde (toekomstige) baten en/of lasten te muteren in een bepaalde reserve. Indien hier niet aan is voldaan is er sprake van een financiële onrechtmatigheid.
Voor alle stortingen en onttrekkingen is een voor 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit nodig. Dit kan expliciet bij resultaatbestemming in het kader van de jaarrekening, maar ook vooraf bij de vaststelling van de begroting. Ook kan een afzonderlijk raadsbesluit genomen worden over een storting of onttrekking aan een reserve. In de jaarrekening kunnen toevoegingen en onttrekkingen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen.
Wijzigen doel of bestemming
Het principe van een bestemmingsreserve is, dat de gemeenteraad te allen tijde het doel of de bestemming kan wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is dus altijd een raadsbesluit nodig.
Instellen/ opheffen bestemmingsreserve
Reserves worden ingesteld door de raad.
Wanneer het doel op basis waarvan een bestemmingsreserve is gevormd op enig moment vervalt, dan dient de reserve door middel van een raadsbesluit te worden opgeheven. De vrijkomende middelen worden ten gunste van de algemene reserve gebracht of ten gunste van de exploitatie.
Informatie over reserves
Het BBV eist dat per reserve jaarlijks in een overzicht inzicht wordt geboden in het verloop (stand begin jaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand eind jaar). In de programmabegroting en de jaarrekening is een dergelijk overzicht standaard opgenomen.
2.2 Voorzieningen
2.2.1 Verplichte vorming voorziening
Er is in een aantal gevallen sprake van een verplichte vorming van een voorziening in een jaar (in ieder geval per balansdatum dus per einde van het jaar):
1Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s (artikel 44 lid 1a en 1b BBV);
2Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid, onder b. (artikel 44 lid 1d BBV);
3Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming is gebonden (artikel 44 lid 2 BBV).
Bij 1. gaat het om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter (artikel 44 lid 1a BBV), of om voorzieningen die een (beste) schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen of reorganisaties (artikel 44 lid 1b BBV).
Bij 2. betreft het overschotten die zijn gerealiseerd op de exploitatie van bijvoorbeeld riolering of afvalstoffenheffing die het gevolg zijn van achterstand in de uitvoering van vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing (rioolheffing, afvalstoffenheffing) van de burger is geheven. Dergelijke overschotten kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht, omdat dit geld is van de belastingbetaler wat de gemeente in de toekomst nog moet besteden aan vervangingsinvesteringen riolering. Deze bedragen moeten verplicht in de voorziening worden opgenomen. Op het moment dat de vervangingsinvestering daadwerkelijk wordt gedaan, moet het bedrag wat daarvoor is opgenomen in de voorziening (spaarcomponent vervangingsinvestering) in mindering worden gebracht op het geactiveerde bedrag aan investeringen met een economisch nut.
In Zandvoort wordt geen gebruik gemaakt van dergelijke voorzieningen.
Bij 3. betreft het bijvoorbeeld schenkingen van derden met een specifieke bestedingsverplichting, de van derden (niet-overheidslichamen) verkregen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en de tariefegalisatie inzake heffingen van tarieven van derden met een restitutieplicht.
Het is niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor:
–De gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in causaal verband staan met de gemeentelijke bedrijfsvoering in het huidige jaar;
–Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (denk aan vakantiegeld van de medewerkers).
2.2.2 Niet verplichte vorming voorziening
Verder is er nog sprake van een niet verplichte, dus facultatieve, voorziening. Dit betreft de voorziening ter egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV).
Aan het vormen van deze voorziening zijn twee eisen gesteld, te weten:
1er moet sprake zijn van kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, maar waarvan de oorsprong wel (mede) ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar;
2de voorziening moet strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren.
Het gaat bij de laatste categorie over (toekomstige) lasten waar de gemeente niet ‘onderuit’ kan. Hierbij valt met name te denken aan het cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen, waterwegen, riolering en gebouwen. Het vormen van een voorziening is in dit geval niet verplicht; er kan ook voor gekozen worden de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren voor de te verwachten bedragen in de meerjarenraming op te nemen.
Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd en financieel te zijn getoetst. De commissie BBV doet de aanbeveling om tenminste éénmaal in de vier jaar een integrale beleidsnota over het beleidskader onderhoud kapitaalgoederen door de raad te laten vaststellen en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening groot onderhoud dus niet toegestaan, maar kunnen de kosten van groot onderhoud wel door vrijval via resultaatbestemming vanuit een (daartoe gevormde) bestemmingsreserve worden gedekt.
2.2.3 Wettelijke regels voor voorzieningen
Ook voor voorzieningen geldt dat de regels zijn vastgelegd in het BBV.
Instellen voorziening
De hoogte van de voorziening heeft conform de wettelijke spelregels een directe relatie met het risico en/of met de toekomstige verplichting. Bij de voorzieningen dient het niveau in overeenstemming te zijn met het doel waarvoor ze zijn gevormd. Omdat voorzieningen een verplichtend karakter hebben, heeft de raad niets te kiezen (allocatiefunctie) bij het al dan niet instellen. Formeel dient de raad de betreffende lasten echter wel te autoriseren. Daarvoor gelden de normale budgetregels. Als het geautoriseerde lastenbedrag van het programma lopende het jaar wordt overschreden door een ontoereikende omvang van een voorziening, is daarvoor een door de raad vast te stellen begrotingswijziging nodig. Als het lastenbedrag van het programma niet wordt overschreden omdat er meevallers zijn op andere onderdelen van het programma, is er geen begrotingswijziging nodig tenzij er sprake is van een belangrijke beleidswijziging die politiek gevoelig wordt geacht.
Schattingsmethoden vormen voorziening
Het kan lastig zijn om precies te bepalen hoe hoog een voorziening moet zijn: het schattingselement speelt bij voorzieningen in het bijzonder een rol omdat deze naar hun aard een groot onzekerheidselement kennen. De best mogelijke schatting wordt gebruikt bij het vormen van de voorziening. Het kan zijn dat er meerdere schattingen mogelijk zijn. Als geen meest waarschijnlijke variant kan worden aangegeven, maar slechts een reeks van mogelijke uitkomsten dan wordt de voorziening gesteld op het gemiddelde van de reeks van mogelijke uitkomsten.
Als iets echt niet in te schatten is dan kan ook geen voorziening worden gevormd. Dan past vermelding als niet in de balans opgenomen verplichting.
Mutaties voorzieningen
Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat het noodzakelijk niveau anders wordt, wordt de omvang van de voorziening daarop afgestemd. Andere onttrekkingen dan voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld, zijn niet toegestaan.
Toevoegingen (stortingen) aan voorzieningen of het vormen van een nieuwe voorziening worden, conform de vastgestelde (meerjaren-)begroting als last bij de producten c.q. programma’s opgenomen en door vaststelling van de programma’s geautoriseerd.
Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer toekomstige verplichtingen te kunnen waarborgen, is het van belang periodiek te beoordelen of het niveau van de voorziening op termijn de gewenste dekking zal bieden. Middels interne controle worden voorzieningen getoetst aan de vastgestelde criteria en beoordeeld op hun omvang. Ze moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s.
Opheffen voorziening
Een voorziening wordt opgeheven als een verplichting of een risico waarvoor een voorziening is ingesteld, is weggevallen. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een op te heffen voorziening komt ten gunste van de exploitatie (algemene middelen).
Informatie over voorzieningen
Het verloop van een voorziening wordt – net als bij de reserves - beschreven in de begroting en de jaarstukken.
4. Effect keuzes in besteding reserves op financiële positie
4.1 Inleiding
4.2.1 Netto schuldquote, impact en verloop
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen, waaronder dus de reserves. Ook geeft de schuldquote een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Het verloop van de netto schuldquote over de komende jaren is als volgt:
Kengetallen (afgerond in hele %)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
54%
60%
72%
91%
Doordat de schulden de komende jaren in omvang toenemen (op basis van de Programmabegroting 2023 van € 35 miljoen in 2023 naar € 65 miljoen in 2027) en de reservepositie afneemt (op basis van de Programmabegroting 2023 van € 30 miljoen in 2023 naar € 28 miljoen in 2027) verslechtert de netto schuldquote.
4.2.2 Solvabiliteitsratio, impact en verloop
De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
Het verloop van de solvabiliteitsratio over de komende jaren is als volgt:
Kengetallen (afgerond in hele %)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Solvabiliteitsratio
37%
36%
33%
29%
Ook bij de solvabililteitsratio is de komende jaren een verslechtering te zien.
5. Overzicht reserves
5.1 Toelichting reserves
5.1.1 Algemene reserve
Naam van de reserve
Algemene reserve
Programma
7Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Doel van de reserve
De Algemene reserve is een buffer om grote risico’s op te vangen. Deze kan worden aangesproken indien risico’s niet gedekt kunnen worden uit de Egalisatiereserve. Daarmee is Algemene reserve de belangrijkste pijler van de weerstandscapaciteit.
Daarnaast is de algemene reserve belangrijk voor de financiering met eigen middelen. De middelen in de algemene reserve hebben namelijk geen bestedingsdoel en zijn daardoor een vast bestanddeel van de financieringsmix, waardoor minder geleend hoeft te worden. Door de hoogte van de algemene reserve aan te passen kan tevens gestuurd worden op de solvabiliteitsratio en de schuldquote.
Functie
Bufferfunctie en financieringsfunctie
Budgethouder
Concerncontroller Zandvoort
Voeding/ dotatie
Vanuit de Egalisatiereserve indien daar bij het einde van het jaar het maximum is bereikt of vanuit de exploitatie. Ook andere reserves kunnen bijdragen aan de Algemene reserves (bij het opheffen van reserves of als het maximum van een reserve is bereikt). Alle voor- en nadelen die niet specifiek anders bestemd zijn, evenals het saldo van de jaarrekening lopen via de Egalisatiereserve
Besteding/ onttrekking
n.v.t.
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
Toereikend voor weerstandsratio van minimaal 1,4 (ruim voldoende) samen met de Egalisatiereserve.
Omvang 31-12-2022
€ 6.000.000
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
n.v.t.
5.1.2 Bestemmingsreserves
Naam van de reserve
Egalisatiereserve (NIEUW)
Programma
7Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Doel van de reserve
De Egalisatiereserve kan door de raad worden ingezet om voor- en nadelen die gedurende het jaar ontstaan op te vangen, en om het jaarrekeningresultaat aan toe te voegen of te onttrekken. Ook saldi van grondexploitaties of opbrengsten van verkoop van gronden lopen via deze reserve. Verder kan de Egalisatiereserve eventueel ingezet worden als incidentele dekkingsmiddel om bijvoorbeeld nieuwe projecten te kunnen starten of te realiseren. Indien besloten wordt om een gedeelte van de Egalisatiereserve in te zetten voor een bepaald doel, wordt het bedrag uit de Egalisatiereserve gehaald en toegevoegd aan een specifieke reserve en /of verwerkt in de exploitatie. Dit beperkt de schommelingen in de Algemene reserve en biedt duidelijkheid in de ruimte (in de Egalisatiereserve). Daarnaast maakt deze reserve samen met de Algemene reserve deel uit van de weerstandscapaciteit.
Functie
Egalisatiefunctie
Budgethouder
Concerncontroller Zandvoort
Voeding/ dotatie
Alle voor- en nadelen die niet specifiek anders bestemd zijn, evenals het saldo van de jaarrekening lopen via de egalisatiereserve
Besteding/ onttrekking
n.v.t.
Maximale omvang
€ 4.000.000 eind van het jaar
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 0
Naam van de reserve
Reserve Budgetoverheveling (NIEUW)
Programma
7Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Doel van de reserve
Deze reserve wordt ingezet voor budgetten die over meerdere jaren lopen. Een voorbeeld hiervan zijn de budgetoverhevelingen, maar ook bijvoorbeeld posten zoals het Coronafonds, waarbij beschikbare middelen over meerdere jaren worden ingezet. Het betreffen incidenteel beschikbaar gestelde middelen die over meerdere jaren kunnen worden ingezet.
Functie
Egalisatiefunctie
Budgethouder
Concerncontroller Zandvoort
Voeding/ dotatie
Niet bestede gelden of incidentele middelen worden via raadsbesluit bij planning en control documenten overgeheveld / beschikbaar gesteld.
Besteding/ onttrekking
Bedragen die in jaar t-1 worden gedoteerd worden in jaar t (of t+ n) onttrokken en toegevoegd aan het exploitatiebudget waar zij betrekking op hebben.
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 0
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
-
Naam van de reserve
Reserve Uitvoering regelingen sociaal domein
Programma
Programma’s 1, 2 en 3 Sociaal domein
Doel van de reserve
Middelen vanuit het Rijk voor het sociaal domein, zonder terugbetalingsverplichting, in te kunnen zetten voor de werkzaamheden waarvoor ze bedoeld zijn.
Functie
Financieringsfunctie
Budgethouder
Afdelingshoofd Schulden, Minima en Sociale Recherche
Voeding/ dotatie
Middelen vanuit het Rijk
Besteding/ onttrekking
Op dit moment wordt de reserve enkel ingezet voor uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de kindertoeslagenaffaire (de reserve is gevoed met de betreffende beschikbaar gestelde middelen), de verwachte looptijd is van 2021-2024.
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 48.000
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
-
Naam van de reserve
Strategische Investerings Agenda (SIA)
Programma
7Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Doel van de reserve
Ter dekking van projecten die passen binnen de ambities van Zandvoort die vastgelegd zijn in de structuurvisie "Zandvoort Parel aan de Zee +”. Met deze reserve kunnen ook incidentele uitgaven worden gedaan om een extra impuls te geven en om andere partners zoals de provincie, het Rijk, Europa en hoogheemraadschap te inspireren om mee te doen.
Functie
Bestedingsfunctie
Budgethouder
Concerncontroller Zandvoort
Voeding/ dotatie
Door de raad besloten bedragen in eerste instantie vanuit de Egalisatiereserve.
Besteding/ onttrekking
De reserve wordt o.a. ingezet voor de ontwikkeling van de boulevard (claim).
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 10.600.000
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
-
Naam van de reserve
Wonen
Programma
4Ruimtelijke ontwikkeling, toerisme en economie
Doel van de reserve
Voor het mogelijk maken van (sociale) woningbouw
Functie
Bestedingsfunctie
Budgethouder
Afdelingshoofd Economie, duurzaamheid, cultuur en wonen
Voeding/ dotatie
Door de raad besloten bedragen vanuit de reserve SIA in te zetten als dekking voor het realiseren van (sociale) woningbouw en de bedragen van derden vanuit de compensatieregeling sociale huurwoningen bij kleine projecten.
Besteding/ onttrekking
De reserve wordt ingezet voor het realiseren van (sociale) woningbouw
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 0
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
Nota Actualisatie spelregels voor nieuwbouw en vaststellen compensatieregeling (2023/57003) in de raadsvergadering van 21 maart 2023
Naam van de reserve
Kapitaallasten
Programma
7Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Doel van de reserve
Het (deels) afdekken van kapitaallasten van investeringen met eigen middelen
Functie
Financieringsfunctie
Budgethouder
Concerncontroller Zandvoort
Voeding/ dotatie
Bedragen vanuit andere reserves waarvan door de raad is besloten deze in te zetten als dekking voor investeringen (verplicht te activeren kosten) of door de raad besloten dotaties vanuit de algemene middelen.
Besteding/ onttrekking
De reserve wordt besteed aan kapitaallasten (afschrijvingslasten) van investeringen. De bestedingen vloeien voort uit de reguliere afschrijving van de investeringen waarvoor deze reserve wordt ingezet.
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 7.913.000
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
Het moment van voeding is in principe op het moment dat krediet wordt verleend voor een investering die (deels) vanuit een reserve wordt gedekt.
Naam van de reserve
Duurzaamheidsfonds
Programma
4Ruimtelijke ontwikkeling, toerisme en economie
Doel van de reserve
Zandvoort versneld te verduurzamen. Het duurzaamheidsfonds dient als dekking om de thema’s uit het beleidsplan duurzaamheid te stimuleren.
Functie
Bestedingsfunctie
Budgethouder
Afdelingshoofd Economie, cultuur, duurzaamheid en wonen
Voeding/ dotatie
In de reserve zijn middelen gestort uit de verkoop van de aandelen Eneco
Besteding/ onttrekking
Maximale omvang
n.v.t.
Minimale omvang
€ 0
Omvang 31-12-2022
€ 3.967.000
Maximale duur/ datum opheffen
n.v.t.
Bijzonderheden
-