1.1 UITVOERINGSREGELING VISSERIJ
Verbod
Artikel 12a
Het recreatief gebruik van vistuig van het type staand want in de visserijzone is verboden.
Vrijstelling
Zandvoort is vrijstelling verleend voor het gebruik voor de recreatieve visserij met vistuig van het type staand want op basis van artikel 52b van de Uitvoeringsregeling Visserij.
Artikel 52b Uitvoeringsregeling Visserij
1Van het verbod, bedoeld in artikel 12a wordt, voor het grondgebied van de gemeenten (waaronder gemeente Zandvoort), genoemd in bijlage 19, vrijstelling verleend voor het gebruik voor de recreatieve visserij van een vistuig per persoon van het type staand want, mits:
a.het een vistuig betreft:
1°. met een maaswijdte van ten minste 105 millimeter, gestrekt gemeten;
2°. dat niet uit meerdere lagen netten bestaat;
3°. dat bestaat uit enkeldradig of tot één draad gewonden garen;
4°. met een lengte van ten hoogste 50 meter, gemeten langs de bovenpees van het net, en
5°. met een hoogte van ten hoogste 110 centimeter, gestrekt gemeten.
b.het net wordt verankerd aan de bodem, waarbij de bovenpees ten hoogste 65 centimeter boven de bodem aan de verankering wordt bevestigd;
c.het net wordt geplaatst tussen de hoog- en de laagwaterlijn;
d.het vistuig ten minste eenmaal per etmaal wordt geïnspecteerd en degene die vist bij de gemeente waar de visserij plaatsvindt in voorkomend geval opgave doet van de aantallen gevangen bruinvis en de plaats waar deze zijn gevangen.
2Op de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de voorwaarden bedoeld in artikel 52a, onderdelen c en d, van overeenkomstige toepassing.
3Artikel 52a, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 52a onderdelen c en d, vierde en vijfde lid
c.degene die van de vrijstelling gebruik maakt heeft zijn voornemen hiertoe gemeld aan de gemeente binnen wiens grondgebied hij de recreatieve visserij, als bedoeld in het eerste lid, uitoefent;
d.het vistuig is boven elk heersend waterpeil voorzien van een markering waarop duidelijk leesbaar het nummer, bedoeld in vijfde lid, is vermeld.
4De melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, geschiedt per kalenderjaar en omvat de naam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum van degene die voornemens is van de vrijstelling gebruik te maken.
5De gemeente verstrekt een uniek nummer aan degene die een melding als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, doet.