Gemeentelijke regelgeving

Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart

Gemeente Zandvoort · geldt sinds 11 februari 2022

Aanhef

Op 27 september 2016 is door de raad van de gemeente Zandvoort de Bodemkwaliteitskaart en de Nota bodembeheer vastgesteld voor het grondgebied van de gemeente Zandvoort.

De bodemkwaliteitskaart heeft een geldigheidstermijn van 5 jaar. Daarom is dit ‘Addendum Nota bodembeheer regio IJmond’ inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart gemaakt.

De bodemzones in de vorige bodemkwaliteitskaart (2016) waren opgesteld op basis van de toen actuele bodemkwaliteit. In een aantal gevallen kwamen hierdoor gebieden die verschillen in gebruik in eenzelfde zone terecht. Uit de eerste berekeningen voor het bepalen van de nieuwe bodemkwaliteitskaart bleek dat de zonekwaliteit afweek van de genoemde zonekwaliteit. Voor het opstellen van de zonekaart is daarom nu gekozen om gebruik te maken van de functiekaart als basis van de bodemkwaliteitskaart omdat de kwaliteit mogelijk kan zijn beïnvloed door het gebruik.

Ook is gekozen om het duingebied uit sluiten om zo meer aansluiting te vinden bij de PFAS-bodemkwaliteitskaart (vastgesteld 17 november 2020). Hierdoor de begrenzing van beide kaarten gelijk. In de bodemkwaliteitskaart is er ook een geactualiseerde functiekaart opgenomen. Dit was nodig omdat de voor verschillende gebieden de functies (Landbouw, wonen of Industrie) zijn veranderd middels nieuwe ontwikkelingen.

Het Rapport Bodemkwaliteitskaart Regio IJmond, 22 april 2021, projectnummer 0466267.100 is onderdeel van het Addendum en vervangt het rapport Actualisatiebodemkwaliteitskaart, 23 februari 2016, projectnummer 0269712.00.

Met de vaststelling van dit Addendum Nota bodembeheer regio IJmond ', inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart zijn de volgende kaarten in de Nota bodembeheer regio IJmond (23 februari 2016) ingetrokken en/of vervangen:

-Bijlage I (Gebiedsspecifieke toepassingskaart regio IJmond) is ingetrokken.

-Bijlage II Kaartbijlage generieke toepassingskaart is ingetrokken en vervangen door de kaarten VI (Generieke toepassingskaart bovengrond) en VII (Generieke toepassingskaart ondergrond van de bodemkwaliteitskaart, uit het Rapport Bodemkwaliteitskaart Regio IJmond, 22 april 2021, projectnummer 0466267.100.

-Bijlage III Ontgravingskaart bovengrond is ingetrokken en vervangen door de kaarten IV (Ontgravingskaart bovengrond (tot 0,5 m-mv)), uit het Rapport Bodemkwaliteitskaart Regio IJmond, 22 april 2021, projectnummer 0466267.100.

-Bijlage IV Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2,5 m-mv) is ingetrokken en vervangen door kaart V Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2,5 m-mv)) uit het Rapport Bodemkwaliteitskaart Regio IJmond, 22 april 2021, projectnummer 0466267.100.

De raad der gemeente Zandvoort;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit:

1Het Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van 2 juni 2021 vast te stellen.

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1 Toelichting databewerking

1Type onderzoek

De eerste stap bij de selectie van de juiste onderzoeksgegevens, is de selectie van het type onderzoek en de aanleiding van het onderzoek. In de onderstaande tabellen 1 en 2 is aangegeven welke typen en aanleidingen van onderzoek relevant zijn bevonden voor de bodemkwaliteits-kaart. In deze tabellen is uitgegaan van de omschrijvingen zoals deze aanwezig zijn in het bodeminformatiesysteem. Het gaat hier om aantallen bodemonderzoeken en dus niet het aantal monsters of stoffen per onderzoek.

Tabel 1: Onderzoekstypen

Omschrijving

Relevant

Verkennend onderzoek NEN 5740

Ja

Verkennend onderzoek NVN 5740

Ja

Indicatief onderzoek

Ja

Oriënterend bodemonderzoek

Ja

avr (aanvullend rapport)

Ja

Nul situatieonderzoek

Ja

brf (briefrapport)

Ja

ASB - asbest onderzoek NEN 5707

Ja

Historisch onderzoek

Ja

Nader onderzoek

Nee

Bijzonder inventariserend onderzoek

Nee

Partijkeuring grond

Nee

Sanerings evaluatie

Nee

Sanerings onderzoek

Nee

(niet gevuld)

Nee

Verkennend onderzoek voor water- bodems (NVN 5720)

Nee

Meldingsformulier BUS evaluatiever- slag

Nee

Bodemsanering bedrijven (BSB)

Nee

BOOT

Nee

Saneringsplan

Nee

Monitoringsrapportage

Nee

Bouwstoffenbesluit

Nee

Tabel 2: Aanleiding

Omschrijving

Relevant

Bouwvergunning

Ja

Civieltechnisch

Ja

Transactie

Ja

(niet gevuld)

Ja

bestemmingswijziging, VINEX, loca- tieontwikkeling

Ja

Landsdekkend

Ja

Nulsituatie

Ja

ISV-programmering

Ja

Voorgaand

Nee

Vermoeden of melding verontreini- ging

Nee

Onbekend

Nee

BOOT

Nee

Calamiteit

Nee

2.Periode

De onderzoeksgegevens, op basis waarvan de actuele bodemkwaliteit wordt vastgesteld, moeten voldoende recent zijn om te waarborgen dat de gegevens representatief zijn. In de richtlijn bo-demkwaliteitskaarten is aangegeven dat gegevens daarom in principe niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Het gebruiken van gegevens ouder dan 5 jaar is toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gegevens vergelijkbaar zijn met de recentere gegevens. In de huidige kaart zijn de gegevens tot 10 jaar terug gebruikt.

3.AS3000

Conform het Besluit bodemkwaliteit wordt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart gebruik gemaakt van de data die de laatste 5 jaar is verzameld. In veel gevalleen leidt dit tot onvoldoende meetpunten om een kaart op te stellen. Om de dataset uit te breiden wordt gebruik gemaakt van oudere data. Om te bepalen of dit mogelijk is de data van de afgelopen 5 jaar vergeleken met de eerder verworven data van de zone om te bepalen of deze representatief is. In 2007 is het werken onder de bodemrichtlijn geïntroduceerd en worden analyses bij ster gecertificeerde laboratoria uitgevoerd onder het AS3000 accreditatieschema. Er is geen aanleiding geweest op basis van eerder opgestelde bodemkwaliteitskaarten om hier nog een onderscheidt in te maken.

Op basis van de uitgevoerde vergelijking blijkt de eerder verworven data representatief voor de zone en ins overeenkomstig met de dat van de afgelopen 5 jaar

4.Bodemlagen

Om de analysemonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hiermee wordt bedoeld dat:

•Wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m -mv. valt, dit als bovengrond is beschouwd (bijv. in het geval van een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,7 m -mv.: de gemiddelde diepte is dan 0,45 m -mv.);

•Voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter moet zijn dan 0,5 m -mv. en kleiner dan of gelijk aan 2,5 m -mv. (bijvoorbeeld in het geval van de laag 0,3-0,8 m -mv.; de gemiddelde diepte is 0,55 m -mv.).

5Rapportagegrenzen en somparameters

Voor de omgang met 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden, alsmede de wijze waarop gehalten van individuele parameters moeten worden opgeteld om tot een somparameter te komen, is aangesloten bij recente wet- en regelgeving.

Zo is in de Regeling bodemkwaliteit het volgende aangegeven:

"Bij een resultaat < dan de rapportagegrenzen genoemd in tabel 1 van deze bijlage (zijnde bijlage G), mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden.

Indien de op het analysecertificaat weergegeven < rapportagegrens hoger ligt dan de in tabel 1 vermelde rapportagegrenzen dan dient de desbetreffende < rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen rekenwaarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarden. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een per-centielwaarde worden voor de individuele componenten de gemeten gehalten < rapportagegrens vermenigvuldigd met 0,7. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn of geen rapportagegrens in tabel 1 is opgenomen, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Indien alle individuele waarden als onderdeel van deze berekende waarde< rapportagegrens uit tabel 1 zijn, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden."

Het bovenstaande is op de volgende wijze toegepast op de dataset:

•Voor de somparameter PAK 10 VROM en PCB som 7 is niet uitgegaan van het optellen van de gehalten van alle individuele componenten, zoals hierboven is beschreven, maar van het geregistreerde totaalgehalte. Dit omdat in het bodeminformatiesysteem over het algemeen niet de gehalten van de individuele parameters worden ingevuld.

•Bij het genereren van de gemiddelden gehalten en de diverse kengetallen zijn voor alle parameters de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden vermenigvuldigd met een factor 0,7. De hierbij verkregen rekenwaarde is vervolgens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit betekent dat geen rekening is gehouden met de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden die voldoen aan de voorgeschreven rapportagegrens.

6Kwalibo

De richtlijn geeft aan dat wanneer de datum van een bodemonderzoek is gelegen na 1 juli 2007, het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een erkende instantie. Dit in verband met eisen die vanuit Kwalibo aan onderzoeksgegevens worden gesteld. Bij het invoeren van onderzoeksgegevens in het bodeminformatiesysteem wordt hier vaak geen rekening mee gehouden. Derhalve is ervoor gekozen om dit niet als voorwaarde mee te nemen bij de databewerking.

Verwacht wordt echter dat dit geen noemenswaardige consequenties heeft. Kwalibo is namelijk van toepassing op alle situaties waarbij het bevoegd gezag een beslissing moet nemen. Aangezien bodemonderzoeken, die bij de gemeente worden ingediend, over het algemeen zullen zijn uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning, worden deze onderzoeken gecontroleerd op de eisen vanuit Kwalibo.

De kans wordt dan ook zeer klein geacht dat de bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd na 1 juli 2007, en bij de databewerking zijn geselecteerd om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, niet door een erkende instantie zijn uitgevoerd.

6.Coördinaten

Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn alleen die onderzoeksgegevens gebruikt waarvan in het BIS een rapportcontour is ingetekend. Alleen in dat geval was het namelijk mogelijk om de analyseresultaten van een rapport aan één van de deelgebieden toe te wijzen.

Voor de geografische koppeling, oftewel de toewijzing van een rapport (en daarmee de analysemonsters) aan een deelgebied, is uitgegaan van de centroïde van de rapportcontour. Dit betekent dat voor die gevallen waarbij de rapportcontour gedeeltelijk in deelgebied X en gedeeltelijk in deelgebied Y ligt, alle analyseresultaten aan dat deelgebied zijn toegekend waarin de centroïde van de rapportcontour ligt.

7.Extremenanalyse

Ondanks de onder punt 1 beschreven databewerking zaten er nog verhoogde gehalten in de dataset waarvan het vermoeden bestond dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoorden (zogenoemde 'extremen').

Conform de richtlijn dient van deze gehalten te worden bepaald of ze:

1deel uitmaken van de achtergrondgehalten

2afkomstig zijn van een lokale puntbron

3het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens.

Alleen wanneer kan worden aangetoond dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.

Bijlage 3 Risicotoolbox Bodem

V. Sanscrit 2.7.3

Rapportage Sanscrit.nlV. rapport 2.18 Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren

Algemeen

Naam dossier: IJmond OG

Code: 0466267.100- Zone 6

Beoordelaar: maarten.rutting@anteagroup.com

Datum rapport: woensdag 7 april 2021

Type bodemgebruik: huidig

Uitgevoerde beoordelingen:

Stap1: Ernst van de verontreiniging:

Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging als gevolg van:

-Ernstige bodemverontreiniging

Stap2: Standaardbeoordeling Stap 3: Uitgebreide beoordeling

Humaan

Ecologisch

Verspreiding

= voltooid = niet uitgevoerd = niet relevant op basis van uitkomst stap 2

Opmerkingen bij dossier:

Over Sanscrit

Sanscrit 2.0 is een geautomatiseerde versie van het Saneringscriterium. Het Saneringscriterium is beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013. De applicatie Sanscrit is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van I&W.

Met het Saneringscriterium wordt bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem of van het risico op verspreiding van de verontreiniging in het grondwater. Op basis van de bepaalde risico’s wordt vastgesteld of een sanering met spoed dient te worden uitgevoerd.

Uitgangspunten

De sanering dient met spoed te worden uitgevoerd, tenzij op basis van de risicobeoordeling is aangetoond dat de sanering niet met spoed hoeft te worden uitgevoerd.

De werkwijze van het Saneringscriterium geldt voor:

•een geval van ernstige bodemverontreiniging;

•een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing;

•huidig en voorgenomen gebruik;

•grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld, met uitzondering van asbest;

•alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems. Asbest is dan ook niet opgenomen in het Sanscrit.

(Circulaire Bodemsanering, 2013)

Eindconclusie

Er is een geval van ernstige verontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.

Humane risicobeoordeling - Toetsresultaten

Per stof

Stof

Dosis

[mg/kg lg/d]

MTR

[mg/kg lg/d]

Risico-Index

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

1,82e-4

5,00e-1

0,00

Groen met natuurwaarden

Zink

1,80e-4

5,00e-1

0,00

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

7,21e-3

5,00e-1

0,01

Moestuinen/volkstuinen

Zink

9,99e-2

5,00e-1

0,20

Natuur

Zink

1,80e-4

5,00e-1

0,00

Plaatsen waar kinderen spelen

Zink

9,06e-4

5,00e-1

0,00

Wonen met tuin

Zink

7,21e-3

5,00e-1

0,01

Functie

Sprake van huidcontact?

Wonen met tuin

Nee

Plaatsen waar kinderen spelen

Nee

Moestuinen/volkstuinen

Nee

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Nee

Natuur

Nee

Groen met natuurwaarden

Nee

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Nee

Toelichting:

Uitgebreid overzicht blootstelling

Blootstellingsroute

Relatieve bijdrage [%]

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

98.90

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

1.10

Permeatie drinkwater

0.00

Groen met natuurwaarden

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

99.86

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.14

Permeatie drinkwater

0.00

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

87.41

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

12.50

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.10

Permeatie drinkwater

0.00

Moestuinen/volkstuinen

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

99.09

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

0.90

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.01

Permeatie drinkwater

0.00

Natuur

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Humane risico's - invoergegevens

Stof

C-totaal [mg/kg] C-grondwater [ug/l]

Geheel Bebouwd Onbebouwd Bebouwd Onbebouwd

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

7,36e2

Groen met natuurwaarden

Zink

7,36e2

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

7,36e2

Moestuinen/volkstuinen

Zink

7,36e2

Natuur

Zink

7,36e2

Plaatsen waar kinderen spelen

Zink

7,36e2

Wonen met tuin

Zink

7,36e2

Parameters

Berekening

Diepte verontreiniging [m]

Functie

blootstelling lood:

OS [%]

t.o.v. kruipruimte

t.o.v. maaiveld

Wonen met tuin

Als kind

10,00

0,75

1,25

Plaatsen waar kinderen spelen

Als kind

10,00

0,75

1,25

Moestuinen/volkstuinen

Als kind

10,00

0,75

1,25

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Als kind

10,00

0,75

1,25

1,25

Natuur

Als kind

10,00

0,75

1,25

Groen met natuurwaarden

Als kind

10,00

0,75

1,25

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Als kind

10,00

0,75

Ecologische risicobeoordeling - standaard

De verontreiniging bevindt zich NIET geheel of ten dele in de bovenste meter van de onbedekte bodem. Er is GEEN sprake van gewassen wortelend in verontreinigde bodem dieper dan één meter. Dit betekent dat een ecologische risicobeoordeling niet vereist is.

Risicobeoordeling verspreiding - standaard

Onderdeel

Uitkomst

Liggen er kwetsbare objecten binnen het bodemvolume dat wordt ingesloten door het Nee interventiewaarden-contour en/of zal dit binnen enkele jaren het geval zijn?

Nee

Is er een drijflaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden Nee verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?

Nee

Is er een zaklaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden Nee verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?

Nee

Is er sprake van een bodemvolume groter dan 6.000 m3 dat wordt ingesloten door het Nee interventiewaarden-contour in het grondwater?

Nee

Toelichting:

V. Sanscrit 2.7.3

Rapportage Sanscrit.nlV. rapport 2.18

Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren

Algemeen

Naam dossier: IJmond BG

Code: 0466267.100- Zone 3

Beoordelaar: maarten.rutting@anteagroup.com

Datum rapport: woensdag 7 april 2021

Type bodemgebruik: huidig

Uitgevoerde beoordelingen:

Stap1: Ernst van de verontreiniging:

Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging als gevolg van:

-Ernstige bodemverontreiniging

Stap2: Standaardbeoordeling Stap 3: Uitgebreide beoordeling

Humaan

Ecologisch

Verspreiding

= voltooid = niet uitgevoerd = niet relevant op basis van uitkomst stap 2

Opmerkingen bij dossier:

Voor alle bodemgebruiksvormen is getoetst of de P95-waarden die hoger dan de interventiewaarden liggen, het saneringscriterium overschrijden. Dit hoeft alleen voor de humane risico's te worden gedaan.

Over Sanscrit

Sanscrit 2.0 is een geautomatiseerde versie van het Saneringscriterium. Het Saneringscriterium is beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013. De applicatie Sanscrit is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van I&W.

Met het Saneringscriterium wordt bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem of van het risico op verspreiding van de verontreiniging in het grondwater. Op basis van de bepaalde risico’s wordt vastgesteld of een sanering met spoed dient te worden uitgevoerd.

Uitgangspunten

De sanering dient met spoed te worden uitgevoerd, tenzij op basis van de risicobeoordeling is aangetoond dat de sanering niet met spoed hoeft te worden uitgevoerd.

De werkwijze van het Saneringscriterium geldt voor:

•een geval van ernstige bodemverontreiniging;

•een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing;

•huidig en voorgenomen gebruik;

•grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld, met uitzondering van asbest;

•alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems. Asbest is dan ook niet opgenomen in het Sanscrit.

(Circulaire Bodemsanering, 2013)

Eindconclusie

Er is een geval van ernstige verontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.

Humane risicobeoordeling - Toetsresultaten

Per stof

Stof

Dosis

[mg/kg lg/d]

MTR

[mg/kg lg/d]

Risico-Index

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

2,07e-4

5,00e-1

0,00

Groen met natuurwaarden

Zink

2,05e-4

5,00e-1

0,00

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

8,19e-3

5,00e-1

0,02

Moestuinen/volkstuinen

Zink

1,13e-1

5,00e-1

0,23

Natuur

Zink

2,05e-4

5,00e-1

0,00

Plaatsen waar kinderen spelen

Zink

1,03e-3

5,00e-1

0,00

Wonen met tuin

Zink

8,19e-3

5,00e-1

0,02

Hinder - huidcontact

Sprake van huidcontact?

Functie

Nee

Wonen met tuin

Nee

Plaatsen waar kinderen spelen

Nee

Moestuinen/volkstuinen

Nee

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Nee

Natuur

Nee

Groen met natuurwaarden

Nee

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Nee

Toelichting:

Uitgebreid overzicht blootstelling

Blootstellingsroute

Relatieve bijdrage [%]

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

98.90

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

1.10

Permeatie drinkwater

0.00

Groen met natuurwaarden

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

99.86

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.14

Permeatie drinkwater

0.00

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

87.41

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

12.50

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.10

Permeatie drinkwater

0.00

Moestuinen/volkstuinen

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

99.09

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

0.90

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.01

Permeatie drinkwater

0.00

Natuur

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

99.86

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.14

Permeatie drinkwater

0.00

Plaatsen waar kinderen spelen

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

0.00

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

99.51

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.49

Permeatie drinkwater

0.00

Wonen met tuin

Zink

Consumptie van gewassen uit eigen tuin

87.41

Dermale opname binnen

0.00

Dermale opname buiten

0.00

Dermale opname tijdens baden

0.00

Ingestie grond

12.50

Inhalatie dampen tijdens douchen

0.00

Inhalatie van binnenlucht

0.00

Inhalatie van buitenlucht

0.00

Inhalatie van gronddeeltjes

0.10

Permeatie drinkwater

0.00

Humane risico's - invoergegevens

Stof

C-totaal [mg/kg] C-grondwater [ug/l]

Geheel Bebouwd Onbebouwd Bebouwd Onbebouwd

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Zink

8,36e2

Groen met natuurwaarden

Zink

8,36e2

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Zink

8,36e2

Moestuinen/volkstuinen

Zink

8,36e2

Natuur

Zink

8,36e2

Plaatsen waar kinderen spelen

Zink

8,36e2

Wonen met tuin

Parameters

Berekening

Diepte verontreiniging [m]

Functie

blootstelling lood:

OS [%]

t.o.v. kruipruimte

t.o.v. maaiveld

Wonen met tuin

Als kind

10,00

0,75

1,25

Plaatsen waar kinderen spelen

Als kind

10,00

0,75

1,25

Moestuinen/volkstuinen

Als kind

10,00

0,75

1,25

Landbouw (zonder boerderij en erf)

Als kind

10,00

0,75

1,25

1,25

Natuur

Als kind

10,00

0,75

1,25

Groen met natuurwaarden

Als kind

10,00

0,75

1,25

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Als kind

10,00

0,75

Ecologische risicobeoordeling - standaard

De verontreiniging bevindt zich NIET geheel of ten dele in de bovenste meter van de onbedekte bodem. Er is GEEN sprake van gewassen wortelend in verontreinigde bodem dieper dan één meter. Dit betekent dat een ecologische risicobeoordeling niet vereist is.

Risicobeoordeling verspreiding - standaard

Onderdeel

Uitkomst

Liggen er kwetsbare objecten binnen het bodemvolume dat wordt ingesloten door het Nee interventiewaarden-contour en/of zal dit binnen enkele jaren het geval zijn?

Nee

Is er een drijflaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden Nee verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?

Nee

Is er een zaklaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden Nee verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?

Nee

Is er sprake van een bodemvolume groter dan 6.000 m3 dat wordt ingesloten door het Nee interventiewaarden-contour in het grondwater?

Nee

Toelichting

Kaarten

I. Bodemfunctieklassenkaart

II. Kaart met zone indeling bovengrond

III. Kaart met zone indeling ondergrond

IV. Ontgravingskaart bovengrond (tot 0,5 m-mv.)

V. Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2,5 m-mv.)

VI. Toepassingskaart bovengrond

VII. Toepassingskaart ondergrond

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.