Gemeentelijke regelgeving

Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026

Gemeente Zaltbommel · geldt sinds 22 juni 2023

Aanhef

“Riolering is van wezenlijk belang! Sinds de 19e eeuw heeft rioleringszorg meer voor de volksgezondheid en de levensverwachting betekend dan de medische wetenschap daarna.”

Bijlage A: begrippenkader

Verschillende soorten afvalwater

Het onderscheid in verschillende soortenafvalwater is als volgt:

Huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;

Bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door bedrijfsmatige processen en dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;

Glastuinbouw: afvalwater dat vrijkomt bij de teelt van gewassen in kassen en dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. Het gaat hier onder andere om spoelwater, spuiwater, drainagewater, reinigingswater en condenswater;

Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of ander afvalwater;

Ander afvalwater: datgene wat niet onder een van voorgaande begrippen is te vatten. Een voorbeeld van 'ander afvalwater' is 'zwembadwater' bij een particulier huishouden dat geloosd moet worden. Te lozen zwembadwater van een professioneel zwembad is echter bedrijfsafvalwater.

Particulier terrein

De particulier is op eigen terrein verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Hieronder valt ook het in stand houden van de diverse leidingen (binnens- en buitenshuis) die gebruikt worden voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater. Op de erfgrens gaat de verantwoordelijkheid over naar de gemeente. Op de erfgrens is veelal een zogenaamd ontstoppingsstuk aangebracht. Via dat ontstoppingsstuk wordt in geval van een verstopping nagegaan in welke deel van de riolering de verstopping aanwezig is (particulier of gemeente). In geval van een verstopping zoekt de particulier het ontstoppingsstuk op. Is de verstopping in het gemeentelijk deel van de riolering aanwezig dan lost de gemeente deze op. Bij een verstopping in het deel van de particulier is de particulier zelf verantwoordelijk voor het oplossen.

Watersysteem

Het watersysteem bestaat uit verschillende onderdelen waarbij water in zijn verschillende verschijningsvormen met elkaar samenhangt. Zo valt hemelwater op de grond en zakt in de bodem (grondwater) of loopt naar het zichtbare water in rivieren en sloten (oppervlaktewater). Het grootste deel komt uiteindelijk in zee terecht. Daar verdampt het, vormt het wolken die naar land drijven en opnieuw neerslag geven. Dit vormt de natuurlijke weg van het water - de natuurlijke waterkringloop - ook wel watersysteem genoemd.

Watergang

Een watergang wordt gevormd door de waterbodem en de oevers. Daarnaast behoren ook de onderhoudstroken en de voorzieningen zoals duikers en stuwen tot de watergang. De watergangen bieden afhankelijk van de inrichting ook veel of weinig vestigingsmogelijkheden voor dieren en planten. Binnen de Bommelerwaard komen grote en kleine watervoerende maar ook droogvallende watergangen voor.

Hieronder worden een aantal aan watergangen gekoppelde begrippen toegelicht.

Nat profiel: Het deel van de dwarsdoorsnede van een watergang dat gevormd wordt door de bodem en de natte oevers tot de waterlijn.

Droog profiel: Het deel van de dwarsdoorsnede van een watergang dat gevormd wordt door de droge oevers vanaf de waterlijn tot aan het maaiveld.

Bagger: Dat is slib dat op de waterbodem van de watergang ligt. Dit slib ontstaat doordat plantenresten, afval, bladeren en bodemmateriaal zoals zand zich vastzetten op de bodem van de watergangen. Deze bagger neemt ruimte in van het profiel, waardoor de capaciteit van de watergang om water af te voeren verminderd kan worden. Daarnaast beïnvloedt bagger de waterkwaliteit onder andere doordat voedingsstoffen vrijkomen uit dit slib. Heb baggerslib regelmatig verwijderen (baggeren) is dan ook belangrijk.

Afvoer(capaciteit): Afvoer is de hoeveelheid water die per tijdseenheid uit een gebied stroomt. Het profiel van een watergang en de grootte van de duikers bepalen hoeveel water afgevoerd kan worden. De afvoercapaciteit moet voldoende groot zijn om het water af te kunnen voeren zodat geen wateroverlast optreedt.

Drooglegging: De afstand tussen het actuele waterpeil in de watergang en het maaiveld.

Waterkwaliteit

Schoon water is van levensbelang. Voor de mens, voor planten, voor dieren. Het oppervlaktewater kan zeer van kwaliteit verschillen. Denk maar aan vuil dat opwaait en in een vijver terechtkomt, troebel water, groene dekken van kroos of algen waarin bij mooi weer vissterfte optreedt tot aan mooi helder water met waterplanten, zwevende libellen en rondzwemmende vissen. De waterkwaliteit bestaat uit twee te onderscheiden onderdelen, de chemische waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit, die elkaar onderling beïnvloeden.

Een chemisch gezond water bevat geen te hoge hoeveelheden van gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, zink en bestrijdingsmiddelen. Dit geldt ook voedingsstoffen zoals stikstof of fosfaat die bepalen of het water helder is of een groene soep wordt. Een chemisch gezond water bevat ook voldoende zuurstof. Verschillende lokale bronnen, waaronder de riolering, beïnvloeden in belangrijke mate de kwaliteit van het water. Een chemisch gezond water bevat namelijk voldoende zuurstof en wordt niet nadelig beïnvloedt door riooloverstorten en/ of algenbloei en kroosdek.

Daarnaast is er de ecologische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de aanwezigheid van water- en oeverplanten en vis, algen, waterplanten en kleine dieren in het water en dieren nabij de watergang. In het algemeen bieden de Nederlandse wateren niet voldoende vestigingsmogelijkheden voor waterplanten, vissen en andere dieren.

De inrichting van watergangen levert een zeer belangrijke bijdrage aan de uitstraling van de watergangen, de waterkwaliteit en vestigingsmogelijkheden voor planten en dieren in en nabij de watergangen. Water van voldoende omvang is van belang. Een robuuste watergang met voldoende diepte biedt betere randvoorwaarden voor een stabiele waterkwaliteit. Zo bieden flauwe oevers met begroeiing vestigingsmogelijkheden voor planten en dieren in tegenstelling tot steile, strak gemaaide oevers of zelfs oevers met harde oeverbeschoeiingen. Tevens is de structuur van het watersysteem van belang. Zo kennen doodlopende watergangen zonder doorstroming vaak een slechte waterkwaliteit.

Gemengd rioolstelsel

Riolen zijn niets meer of minder dan middelen voor de inzameling en transport van afval- en hemelwater. Er bestaan verschillende typen rioolstelsels. In de Bommelerwaard bestaat het overgrote deel van de vrijverval riolering (circa 75%) uit gemengde rioolstelsels. Bij een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater gezamenlijk met huishoudelijk en bedrijfsafvalwater ingezameld en afgevoerd. Het gemengde stelsel moet dus geschikt zijn om bij zware regenval aanzienlijke hoeveelheden hemelwater en afvalwater te bergen en af te voeren.

Rioolgemaal

Om de stroomsnelheid te bewaren, lopen riolen schuin omlaag. Wanneer de riolen circa 3 meter diep onder de grond liggen wordt een pomp (rioolgemaal) geplaatst dat het water omhoog pompt in een hoger gelegen deel van het rioolstelsel of over langere afstand transporteert. Dit is goedkoper dan het riool over grote afstand steeds dieper te leggen.

Rioolwaterwaterzuiverings- installatie (RWZI)

Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt via rioolgemalen en persleidingen afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) Bommelerwaard-Oost in Zaltbommel, Aalst en Dreumel, waar het wordt gezuiverd.

Overnamepunten

In de rioleringszorg is sprake van een tweetal zogenaamde overnamepunten. Allereerst het punt waar de gemeente het stedelijk afvalwater (hemelwater + afvalwater) van de particulieren (woningen en bedrijven) overneemt. Het tweede punt betreft het punt waar het waterschap het stedelijk afvalwater overneemt van de gemeente (aansluitpunt).

Riooloverstort

Het is niet doelmatig om het gemengde rioolstelsel zo groot te maken dat bij hevige regenval al het met hemelwater verdund afvalwater kan worden afgevoerd naar de RWZI. In het rioolstelsel zijn daarom op verschillende plaatsen riooloverstorten aanwezig. Via een overstort wordt het verdund afvalwater dat (op dat moment) niet door de riolering kan worden verwerkt, afgevoerd naar oppervlaktewater. Het oppervlaktewater raakt hierdoor mogelijk vervuild waardoor risico's voor de volksgezondheid en aantasting van natuurwaarden kunnen optreden.

Gescheiden en verbeterd gescheiden rioolstelsels

Om overstortingen van afvalwater te voorkomen zijn in woonwijken en op bedrijventerreinen zogenaamde gescheiden rioolstelsels aangelegd. Een gescheiden stelsel bestaat uit een apart riool voor het afvalwater en een apart hemelwaterriool. Via het hemelwaterriool komt het hemelwater rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht.

Randvoorziening

Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn in de Bommelerwaard diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten. De randvoorzieningen in de Bommelerwaard zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon.

Afkoppelen

Een meer duurzame methode om riooloverstortingen te verminderen is voorkomen dat (te veel) schoon hemelwater in het gemengde rioolstelsel terecht komt. Dit kan door hemelwateraansluitingen van het gemengde rioolstelsel 'af te koppelen'. Bijkomend voordeel van afkoppelen is dat het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toeneemt. Afgekoppeld hemelwater kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Mechanische riolering (drukriolering)

Is een riolering met natuurlijk verval niet mogelijk of in ieder geval onpraktisch of ondoelmatig, dan wordt mechanische riolering toegepast. Mechanische riolering wordt vaak in het buitengebied toegepast om het afvalwater van verspreid liggende boerderijen en andere percelen naar een rioolwaterzuiveringinrichting te vervoeren. Met mechanische riolering wordt uitsluitend afvalwater getransporteerd in verband met de beschikbare capaciteit. Hemelwater wordt lokaal afgevoerd naar open water.

Er zijn drie typen mechanische riolering: drukriolering, vacuümriolering en luchtpersriolering. Bij alle drie typen wordt het water in een put verzameld. Als het waterpeil in de put een bepaald niveau bereikt, dan zorgt het systeem er automatisch voor dat de put geleegd wordt. Bij het meest gebruikte type, drukriolering, leegt een afvalwaterpomp een of enkele malen per etmaal de pompput en duwt het verzamelde afvalwater in de leiding. Bij vacuümriolering wordt de leiding door een hoofdstation vacuüm leeggezogen. Bij een luchtpersriolering wordt het afvalwater met behulp van een compressor door middel van luchtdruk naar het lozingspunt gestuwd. Zo ontstaat een "treintje" van afwisselend hoeveelheden afvalwater en lucht.

IBA

De inzet van mechanische riolering heeft z'n grenzen. Naarmate de afstand tussen verspreid liggende boerderijen en andere percelen in het buitengebied groter wordt zullen de kosten toenemen. Op een bepaald moment is het niet meer doelmatig mechanische riolering in te zetten. Dan komen de IBA's in beeld. IBA staat voor: individuele behandeling van afvalwater. Een IBA is in feite een mini-rioolwaterzuivering. Bij een IBA wordt het afvalwater lokaal bij het betreffende perceel gezuiverd.

Er zijn verschillende soorten IBA's. Sommige zijn heel simpel en zuiveren in zeer beperkte mate, zoals de septic tank. Andere zijn bijna mini-RWZI’s die nagenoeg dezelfde prestaties leveren als de rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Hemelwateroverlast

Riolering

Door de klimaatverandering treden zeer zware regenbuien vaker en heftiger op. In alle KNMI- scenario's nemen de buien toe. Het traditionele rioolstelsel kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Daarvoor is het niet ontworpen. De riolering is bedoeld om bij normale regenbuien het water van wegen en daken af te voeren. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Bijvoorbeeld infiltratie in de bodem, afvoer naar open water en kortdurende berging op straat of in de openbare ruimte. Maar ook kunnen we de particulier stimuleren/dwingen het water op eigen terrein te verwerken.

Wel moeten we leren accepteren dat door toename van hevige buien vaker water op straat zal staan. Wat wel en niet acceptabel is en hoeveel geld aan maatregelen wordt uit gegeven, zijn lokale keuzes die in het WRP zijn gemaakt.

Oppervlaktewater

Een belangrijke taak van het oppervlaktewatersysteem is het bergen en afvoeren van hemelwater en kwelwater. Indien onvoldoende ruimte voor water aanwezig is en de watergangen niet voldoende water kunnen afvoeren kan uiteindelijk het water buiten de oevers treden van de watergang bij extreme neerslag of hoge rivierafvoeren. Voordat dit gebeurt kan het waterpeil in de watergangen al zo gestegen zijn dat riooloverstorten en drainage niet meer onbelemmerd af kunnen stromen.

Binnen het Nationaal Bestuursakkoord Water is bepaald dat overstroming vanuit de watergangen door extreme neerslag of hoge rivierafvoeren, die leidt tot waterschade aan gebouwen, gewassen en bouwwerken aangemerkt kan worden als wateroverlast.

Hierbij worden verschillende beschermingsniveaus voor verschillende functies onderscheiden, rekening houdend met de klimaatwijzigingen waarbij de buien heviger worden.

Grondwaterproblemen

Hemelwater zakt de bodem in tot het niet verder kan. Dan stuit het op een laag grond die geen water doorlaat. Boven deze laag raakt de grond 'verzadigd'. Dit houdt in dat de grond geen water meer kan opnemen. De hoogte waar deze verzadiging optreedt, is de grondwaterstand (of het grondwaterpeil). Het water eronder noemen we grondwater.

Als de grondwaterstand in bebouwd gebied langere tijd te hoog of te laag is, kan dit problemen geven. Te diepe grondwaterstanden kunnen leiden tot zettingsproblemen (scheuren in woningen en riolering), droogval en aantasting van (houten) paalfunderingen en droogteschade aan planten en bomen. Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot grondwater en vocht in de kruipruimten met optrekkend vocht in de woningen als gevolg. Hierdoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan. Als gevolg van de klimaatveranderingen kunnen deze problemen verergeren of er kunnen zelfs nieuwe problemen ontstaan.

Bij slecht doorlatende bodems (zoals klei of leem) kan door het traag weg trekken van hemelwater, water (tijdelijk) stagneren en kan een schijngrondwaterstand ontstaan. Dit 'schijngrondwater' ontstaat vooral in de winterperiode (dan is de verdamping laag).

Typerend voor de Bommelerwaard is dat de grondwaterstanden lokaal sterk stijgen bij hoge waterstanden op de rivieren met als gevolg dat het oppervlaktewatersysteem veel kwelwater afvoert. Maar ook dat veel watergangen nabij de rivieren droogvallen in de zomer.

Bijlage B: wettelijk kader; taken en plichten

De afgelopen jaren is nieuw beleid en regelgeving ingevoerd met consequenties voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen in het beleid en de regelgeving beschreven. Hierbij is specifiek aangegeven wat de taakstellingen/ verplichtingen van de gemeenten en het waterschap zijn.

Onderstaand schema geeft aan op welke wijze dit WRP invulling geeft aan dit (nieuwe) beleid en regelgeving.

Algemeen

Aspect

Taakstellingen/ verplichtingen

Rol WRP

Europese kaderrichtlijn Water

Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk afspraken te maken over de na te streven doelen en de wijzewaarop deze bereiktworden. Dit gezamenlijke WRP vormt hier een platform voor.

Waterschapswet

Zorgplicht zuivering stedelijk afvalwater

Het WRP geeft aan op welke wijze de afvalwaterzuiveringszorgplicht wordt ingevuld.

Waterwet

Samenwerken aan een samenhangend waterbeheer.

Zorgplichtvoor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater.

Zorgplicht voor voorkomen/ beperken van schade door grondwateroverlast.

In het WRP worden de activiteiten in het waterbeheer tussen gemeenten en waterschap afgestemd en geborgd.

Het WRP geeft aan op welke wijze de hemelwaterzorgplicht wordt ingevuld.

Het WRP geeft aan op welke wijzede grondwaterzorgplicht wordt ingevuld.

Algemeen

Aspect

Taakstellingen/ verplichtingen

Rol WRP

Wet milieubeheer

Zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater.

Planverplichting opstellen GRP.

Lozingseisenhemel- en grondwater.

Het WRP geeft aan op welke wijze deafvalwaterzorgplicht wordt ingevuld.

Het WRP vormt een combinatie van het stedelijk waterplan en het verbreed GRP.Met het opstellen en vaststellen van dit WRP wordt invullinggegeven aan de planverplichting.

Dit WRP vormt een mogelijk platform voor het maken van afspraken en het eventueel opstellen van protocollen en/ of verordeningen voor hetverwerken van hemel-en grondwater op eigen terrein en de wijze waarop dit water aangeleverd wordt aan de gemeente.

Gemeentewet

Rioolheff ing.

Het WRP geeft aan welke kosten toegerekend worden aan de rioolheffing en op welke wijze de rioolheffing wordt doorbelast aan de bewonersen ondernemers in de Bommelerwaard.

Bestuursakkoord Water 2011

Doelmatiger waterbeheer

Het WRP heeft een voorbeeldfunct ie voor meer samenwerking in de waterketen, volgens de afspraken uit het bestuursakkoord.

Deltaprogramma 2015

Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk te streven naarhet klimaatbestendigen water robuust inrichten van de openbare ruimte. Dit gezamenlijk WRP vormt hier een platform voor.

Algemeen

Aspect

Taakstellingen/ verplichtingen

Rol WRP

Nationaal Waterplan 2016-2021

Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk te streven naar meer waterbewustzijn onder de bewoners. Dit gezamenlijke WRP vormt hier een platform voor.

Omgevingswet

Art2.16 lid 1 onder a

Dit WRP geeft weerhoe de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodemof een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan wordt vormgegeven.

Het beschrijft wanneer het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond vandeze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is; Het geeft weer hoe we omgaan met de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater;

En hoe we het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordeningals bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (toewijzing zuivering door waterschap aan gemeente) regelen.

Europese kaderrichtlijn Water

Een goede waterkwaliteit vinden we belangrijk in Nederland. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig. Sinds eind 2000 is daarom de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte→ en grondwater in Europa in 2027 op orde is.

De concrete implementatie van de KRW vindt plaats in zogeheten stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen zijn de waterlichamen aangewezen, zijn doelen afgeleid voor de ecologische en chemische toestand. Ook zijn maatregelen benoemd om de doelen te bereiken, per achterlichaam en voor gebieden als geheel.

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) kent een uitvoeringsperiode van in totaal 18 jaar (2010 tot en met 2027), verdeeld over drie planperiodes van elk 6 jaar. In 2009 zijn de eerste stroomgebied- beheerplannen vastgesteld. In 2015 zijn nieuwe plannen vastgesteld voor de periode 2016-2021.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de benodigde maatregelen. Dit zijn maatregelen aan de riolering (o.a. overstortingen, afkoppelen), inrichting en beheer openbare ruimte (o.a. onkruidbestrijding), baggeren en functiewijziging of gebruiksbeperkingen (bestemmingsplan).

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de benodigde maatregelen. Voor de oppervlaktewaterkwaliteit geldt tenminste een stand stillprrincipe: verslechtering van de waterkwaliteit is niet toegestaan.

Deltaprogramma 2021

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en water robuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en water robuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Jaarlijks wordt de doelstelling op Prinsjesdag verantwoord en herijkt.

Gezamenlijke taakstellingen/ verplichtingen gemeente en waterschap

Gemeente en waterschap zijn verantwoordelijk voor het opnemen van klimaatbestendig en water robuust inrichten van de openbare ruimte in het beleid. Het te hanteren uitgangspunt is dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. In 2050 dienen gemeenten klimaatbestendig en water robuust ingericht te zijn.

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen we samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal.

Op basis van de wettelijke taken van het kabinet en het nationale ruimtelijke beleid richt het nationale waterbeleid zich op de volgende hoofdonderwerpen:

•Waterveiligheid

•Zoetwater

•Waterkwaliteit en natuur

•Scheepvaart

•Klimaatadaptatie

In het Waterprogramma is het rijksbeleid voor het waterbeheer vastgelegd. De operationalisaties van het Waterplan zijn stroomgebiedsbeheerplannen. In de stroomgebiedsbeheerplannen zijn per stroomgebied de maatregelen vastgelegd om in de toekomst te voldoen aan de eisen van de Europese kaderrichtlijn Water. Tevens is in de stroomgebiedsbeheerplannen de koppeling gelegd met de doelstellingen van het NBW.

Het nieuwe Waterprogramma dient nog vastgesteld te worden.

Gezamenlijke taakstellingen/ verplichtingen gemeente/ waterschap

Ons Water:

Om de waterbewustheid te vergroten, is de publiekscommunicatie Ons Water gestart. Hierin werken waterschappen en gemeenten samen met het Rijk, provincies, drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat. Waterschap en gemeente hebben de taak de waterbewustheid on der de bewoners te vergroten.

Ecologische verbindingszones (EVZ)

Waterlopen spelen een belangrijke schakel in ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur (hierna EHS). De EHS is opgebouwd uit kerngebieden en gekoppeld door droge en natte ecologische verbindingszones (hierna EVZ). Diverse waterlopen hebben een status als natte EV, dit betreft een provinciale functietoekenning. Dit betekent dat er maatregelen worden vereist om de inrichting en de hydraulische kenmerken te verbeteren.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: Invulling geven aan de natte ecologische hoofdstructuur

Waterschappen hebben de taak op zich genomen de natte EVZ voor 2018 te realiseren. Toekenning van de functie natte EVZ stelt navolgende eisen:

•Waterlopen en oevers hebben een natuurvriendelijke inrichting;

•Waterlopen vormen een schakel in de migratie van watergebonden fauna;

•Waterlopen zijn vispasseerbaar zijn en/of er bestaan mogelijkheden voor migratie over de oevers.

Waterschapswet

Op 6 juni 1991 is de Waterschapswet vastgesteld. Deze wet regelt de taken en inrichting van de waterschappen en de samenstelling van hun besturen.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk verplicht: Zorgplicht zuivering stedelijk afvalwater

Het waterschap heeft op grond van de Waterwet en de Waterschapswet een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht sluit direct aan op de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater.

Wettelijk verplicht: Beheer en Onderhoud

Watergangen en waterschapswerken

De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van de watergangen en het onderhoud van de A-watergangen. De waterschapswerken zijn vastgelegd in de legger en hebben een juridische status. Aanpassingen van of werkzaamheden nabij waterlopen vereisen een KEUR ontheffing (onderdeel watervergunning)

Voor de overige waterlopen en greppels ligt de onderhoudsplicht bij gemeenten of particulieren. Hierin zijn B-watergangen en C-watergangen te onderscheiden met afnemend belang voor de regionale waterhuishouding.

Naast de KEUR is algemeen beleid van kracht. Het beleid is echter slechts globaal omschreven in de waterbeheerplannen en richt zich op het effectief en efficiënt uitvoeren van het vereiste beheer en onderhoud, waarbij de inrichting bij voorkeur robuust en zelfregulerend is. Waar nodig wordt een technische inrichting gekozen om aan de gestelde eisen vanuit het waterbeheer te voldoen.

Waterwet

Op 22 december 2009 is de Waterwet van kracht geworden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen bijvoorbeeld het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.

In de Waterwet is ook de overdracht van een deel van het operationele grondwaterbeheer van de provincies naar de waterbeheerders geregeld. Daarnaast introduceert de Waterwet de watervergunning, die een flink aantal vergunningen integreert. Voor alle handelingen in het watersysteem is nog slechts één vergunning nodig. Voor de regionale wateren wordt het waterschap verantwoordelijk voor de verlening van de watervergunning.

Gezamenlijke taakstellingen/ verplichtingen gemeente & waterschap

Samenwerken aan een samenhangend waterbeheer

De Waterwet zorgt voor een duidelijke afbakening met de Wet milieubeheer. In tegenstelling tot z’n voorganger de Wvo, is de Waterwet niet van toepassing op lozingen op rioolstelsels, vuilwaterriolen, hemelwaterriolen en ontwateringstelsels (de zogeheten indirecte lozingen). De Waterwet is van toepassing op lozingen die direct in het oppervlaktewater plaatsvinden (bijvoorbeeld een lozing van een bedrijfshemelwaterriool op oppervlaktewater) en lozingen rechtstreeks op de RWZI. Alle overige lozingen vallen onder de Wet milieubeheer en in sommige gevallen nog onder de Wet Bodembescherming. Kortom de verhouding tussen gemeente en waterbeheerder bij indirecte lozingen verandert. Ondanks dat de waterbeheerder geen bevoegd gezag is heeft zij nog wel een aantal bevoegdheden. De Waterwet (art. 3.8) verplicht gemeente en waterbeheerder dan ook samen te werken aan een samenhangend waterbeheer, waarbij de nodige afstemming van taken en bevoegdheden moet plaatsvinden.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: Waterschapsbelasting

De Waterwet geeft de grondslag voor de verontreinigingsheffing van de waterschappen. Naast de Waterwet is ook de Waterschapswet van belang, deze geeft de basis voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing van de waterschappen.

•Watersysteemheffing: De opbrengsten worden ingezet voor goed watersysteembeheer.

•Zuiveringsheffing: Woningen die op het riool zijn aangesloten, betalen naast watersysteemheffing ook zuiveringsheffing.

•Verontreinigingsheffing: Woningen die niet op het riool zijn aangesloten,

betalen naast watersysteemheffing ook verontreinigingsheffing. Met deze heffing draagt u bij aan het schoonhouden van het oppervlaktewater.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater

Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor hemelwater op eigen terrein. De zorgplicht legt de nadruk op een eerste verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is voor de perceeleigenaar om het hemelwater zelf te verwerken, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Hierbij gaat het dus om het aanbieden van een voorziening.

Zorgplicht voor voorkomen/ beperken van schade door grondwateroverlast

Vanuit de Waterwet heeft de gemeente tevens een zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen.

De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsplicht. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en leidt niet tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De wetgeving geeft aan dat de burger met grondwateroverlast bij de gemeente met zijn probleem terecht moet kunnen. De gemeente is het eerste aanspreekpunt (loket) voor de burger. De gemeente is echter geen probleemhouder en ook niet aansprakelijk.

Wet milieubeheer

Op 1 maart 1993 is de Wet milieubeheer (Wm) van kracht geworden Dit is de belangrijkste milieuwet in Nederland. In de wet is via diverse regels aangegeven hoe overheden zoals gemeenten en provincies het milieu moeten beschermen.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk verplicht: Planverplichting opstellen GRP

Naast de zorgplichten hebben gemeenten vanuit de Wet milieubeheer ook een verplichting voor het opstellen van een Gemeentelijke Rioleringsplan (artikel 4.23). In dit plan moeten gemeenten beschrijven hoe zij invulling geven aan hun zorgplicht en wat zij de komende jaren op rioleringsgebied van plan zijn te doen. De Wet schrijft voor waaraan de inhoud van het plan ten minste moet voldoen en met welke partijen afstemming moet plaatsvinden.

Wettelijk verplicht: Zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater

Vanuit de Wet milieubeheer heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. De gemeente kan zelf kiezen via welke voorzieningen (riolering of een lokale zuiverende voorziening (IBA)) ze haar zorgplicht invult, zowel voor de bebouwde kom als voor het buitengebied.

Gelet op de soms grote afstanden tussen bebouwing in het buitengebied is in de wet de mogelijkheid van ontheffing van de zorgplicht meegenomen. Wanneer aanleg van riolering niet als doelmatig wordt beschouwd kan Gedeputeerde Staten* voor een aangewezen gedeelte van het grondgebied van de gemeente voor een nader te bepalen termijn de gemeente ontheffen van haar zorgplicht.

* In het Bestuursakkoord Water 2011 is de afspraak gemaakt de zorgplicht voor inzameling van stedelijk afvalwater aan te passen, zodat geen provinciale ontheffing nodig is wanneer de gemeente om doelmatigheidsoverwegingen besluit in een deel van het buitengebied geen afvalwater in te zamelen.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: Adviesrol bij opstellen GRP

Het waterschap heeft een adviesrol bij het opstellen van het GRP.

Lozingseisen afvalwater op de riolering

Om zowel het functioneren van de riolering én de RWZI als de bescherming van de omgeving (bodem en oppervlaktewater) te waarborgen kan de gemeente eisen stellen aan hoeveelheid en samenstelling van het door de particulier te lozen afvalwater middels een verordening. Voor lozingen zijn of worden verschillende lozingenbesluiten van toepassing (amvb’s). Alle lozingsvoorschriften kennen een zorgplicht voor de lozer. Die mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Aanvullende voorschriften staan in de lozingsvoorschriften. Per doelgroep is (respectievelijk komt) er een amvb:

•Voor particulieren: Regels voor het lozen op de riolering, de bodem en het oppervlaktewater zijn gebundeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens dat op 1 januari 2008 in werking is getreden.

•Voor bedrijven: Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking getreden waarin voor bedrijven het lozen op de riolering wordt geregeld. Voor landbouwbedrijven komt een apart besluit.

•Lozen vanuit openbaar gebied: Dit is geregeld in het Besluit lozing afvalwater buiten inrichtingen (BLBI). Op 1 juli 2011 is het BLBI in werking getreden.

•Voor glastuinbouw: Regels voor het lozen van afvalwater (o.a. spuiwater) op de riolering en het oppervlaktewater. Het besluit Glastuinbouw is op 1 april 2002 in werking getreden.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk mogelijk: opstellen verordeningen

Door middel van een verordening kan de gemeente eisen stellen aan hoeveelheid en samenstelling van het door de particulier te lozen afvalwater.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: adviseren bij opstellen verordeningen

Het waterschap kan de gemeente adviseren/ bijstaan bij het opstellen van de verordening.

Wet milieubeheer

Voorkeursvolgorde omgang afvalwater

Ter bescherming van het milieu is in de Wet milieubeheer een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater opgenomen:

1Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;

2Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;

3Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer;

4Huishoudelijk afvalwater en voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, wordt ingezameld en afgevoerd naar een RWZI;

5overige afvalwater wordt zo nodig na zuivering bij de bron:

a.hergebruikt

b.in het milieu gebracht

c.afgevoerd naar een RWZI

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk mogelijk: afwijken van voorkeursvolgorde

De voorkeursvolgorde omgang afvalwater is geen dogma. Dit betekent dat de uiteindelijke afweging lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Indien daartoe argumenten aanwezig zijn, kan van de bovenstaande voorkeursvolgorde worden afgeweken.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: adviesrol in voorkeursvolgorde

Het waterschap kan de gemeente adviseren/bijstaan bij het opstellen en hanteren van de voorkeursvolgorde, bijvoorbeeld in het watertoetsproces.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk mogelijk: Lozingseisen hemel- en grondwater

Vanuit de Wet milieubeheer hebben gemeenten de mogelijkheid om via een verordening regels te stellen aan het lozen van hemelwater en grondwater. Zij kunnen met de verordening dus voorschrijven dat particulieren hemelwater en/ of grondwater op eigen perceel moeten verwerken of gescheiden aan de gemeente moeten aanleveren. De verordening kan geen eisen stellen aan het lozen van stedelijk en/of huishoudelijk afvalwater. Gemeenten zijn niet verplicht om de verordening op te stellen.

Wet op de Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten

Per 1 juli 2008 is de ‘Wet op de Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten’ (ook bekend als de ‘Grondroerdersregeling’ of WION-regeling) in werking getreden. Het doel van de wet is het voorkomen van graafschade en de verschillende verantwoordelijkheden juridisch vast te leggen.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk verplicht: Vastleggen gegevens kabels en leidingen

De wet verplicht gemeenten als kabel- en leidingbeheerder al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid (tot 1m aan weerszijden van de leiding) digitaal beschikbaar, up-to-date en uitwisselbaar te hebben en te melden bij het Kadaster.

Basisinspanning

De basisinspanning riooloverstorten is een aanbeveling van de CUWVO (coördinatiecommissie uitvoering WVO) uit 1992 die er op neerkomt dat rioolsystemen zodanig aan te passen dat de vuiluitworp uit overstorten van deze systemen wordt verminderd. Veel genomen maatregelen zijn het aanbrengen van meer berging of pompovercapaciteit. Een deel van de inspanning moet daarbij door de gemeente worden gedaan, een ander deel door het waterschap.

De bedoeling is dat met deze investering in het rioolstelsel de vuiluitworp van rioolstelsels via riooloverstorten wordt verminderd. In de praktijk wordt veelal aan de basisinspanning voldaan door afkoppelen van verhard oppervlak, aanleg van bergbezinkbassins of aanbrengen van meer pompcapaciteit.

De basisinspanning is ingezet als middel om de vuiluitworp vanuit riooloverstorten terug te brengen naar acceptabele niveaus. Het voldoen aan de basisinspanning is echter geen wettelijke verplichting. Het bestuursakkoord water vraagt bestaande afspraken te heroverwegen in het licht van nut en noodzaak van de maatregelen. In het kader van de basisinspanning betekent dit dat bij het terugdringen van de vuilemissie de impact op het lokale water en een lokale kosten-baten afweging meegenomen dient te worden.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk mogelijk: bewust afwijken van de basisinspanning

De basisinspanning is ingezet als middel om de vuiluitworp vanuit riooloverstorten terug te brengen naar acceptabele niveaus, maar is geen wettelijke verplichting. Vanuit de KRW worden wel eisen gesteld aan de te bereiken waterkwaliteit van het oppervlaktewater in 2027. Riooloverstorten kunnen het realiseren van deze kwaliteitsdoelstellingen in de weg staan. De kwaliteit van het water wordt echter niet alleen bepaald door deze overstorten. Het bestuursakkoord stimuleert gemeente en waterschap het einddoel in beeld te houden en daar op een zo efficiënt mogelijke wijze (doelmatig waterbeheer) naar toe te gaan. Dat kan door het nemen van maatregelen in de waterketen, maar ook door het nemen van andere bronmaatregelen of maatregelen in het watersysteem.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: stimuleren van uitvoeren basis-inspanning

Als waterkwaliteitsbeheerder heeft het waterschap de taak om de gemeente zoveel mogelijk te stimuleren maatregelen in de waterketen te nemen om de vuilbelasting van het oppervlaktewater terug te dringen.

Waterkwaliteitsspoor

Het rioleringsbeleid is erop gericht dat lozingen vanuit riolering op oppervlaktewater niet de gewenste kwaliteit voor oppervlaktewater in de weg staan. Hiervoor is een tweesporenbeleid, welke bestaat uit een emissiespoor (basisinspanning) en een waterkwaliteitsspoor. Het tweesporenbeleid is een landelijk gedragen beleid. De invulling hiervan kan per waterschap verschillen.

Het doel van het waterkwaliteitsspoor is het bereiken van de gewenste kwaliteit voor oppervlaktewater. Na de uitvoering van de basisinspanning wordt elk lozingspunt beoordeeld op de waterkwaliteit. Dit is het waterkwaliteitsspoor. Als niet wordt voldaan aan de gewenste (basis) kwaliteit dan wordt de locatie aangeduid als knelpunt. Elk waterschap bepaalt in overleg met gemeenten de definitie van een knelpunt en de oplossingsrichting.

Het waterkwaliteitsspoor sluit aan op het bestuursakkoord water, maar is afhankelijk van het waterschap, nog sterk overstort gericht. Het bestuursakkoord stimuleert waterschap en gemeente breder te kijken en nut en noodzaak van maatregelen niet uit het oog te verliezen. Het uiteindelijke doel is het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater in 2027. De wijze waarop dit bereikt wordt kan per locatie/gebied verschillend zijn.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Landelijke afspraak: voldoen aan het waterkwaliteitsspoor

Het invullen van het waterkwaliteitsspoor is op verschillende wijzen mogelijk. Het spoor wordt ingezet om te voldoen aan de waterkwaliteitsdoelstelling voor de betreffende locatie. De gemeente is hierin samen met het waterschap aan zet om de kwaliteitsdoelstellingen te bereiken. Normaliter beschikt het waterschap over een aanpak van het waterkwaliteitsspoor. Aan de gemeente echter de taak om, mede vanuit het bestuursakkoord, in overleg met het waterschap te komen tot doelmatige maatregelen, waarbij niet enkel wordt gekeken naar de waterketen.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Landelijke afspraak: voldoen aan het waterkwaliteitsspoor

Elk waterschap heeft de mogelijkheid het waterkwaliteitsspoor (in overleg met de gemeente) op eigen wijze in te vullen. In overleg met het waterschap worden de knelpunten en de oplossingsrichting bepaald. Opgemerkt wordt dat Waterschap Rivierenland reeds in een vroeg stadium (de begin jaren van deze eeuw) breed beleid ingezet heeft om een goede waterkwaliteit te behalen, waarbij overstorten slechts een bron zijn die de waterkwaliteit negatief kan beïnvloeden.

Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel

In 1999 is de Commissie Waterbeheer 21e eeuw ingesteld. Aanleiding waren de hoge rivierstanden in 1993 en 1995, de overlast door extreme neerslag in 1998 en de verwachte klimaatverandering. Het advies van deze commissie staat aan de basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water (hierna NBW) dat in 2003 door Rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschappen (Unie van Waterschappen) is ondertekend.

Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 het watersysteem in Nederland op orde te krijgen en op orde te houden om zodoende de kans op wateroverlast in het stedelijk gebied tot een minimum te beperken. In het NBW is daarom afgesproken in 2008 de Stedelijke Wateropgave in beeld te brengen.

De stedelijke wateropgave bestaat uit de aanpak van wateroverlast door overstromend oppervlaktewater; de aanpak van de wateroverlast in relatie tot rioolcapaciteit en de aanpak van grondwateroverlast. Hierdoor is de stedelijke wateropgave een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zowel het waterschap als de gemeente. Door samen te werken aan de stedelijke wateropgave kunnen meerdere knelpunten integraal worden opgelost.

Doel van de Stedelijke Wateropgave is knelpunten in het stedelijk gebied met betrekking tot riolering, oppervlaktewater en grondwater in beeld te brengen, rekening houdend met klimaatveranderingen.

Gezamenlijke taakstellingen/ verplichtingen gemeente & waterschap

Landelijke afspraak: gezamenlijk invullen van stedelijke wateropgave

Gemeente en waterschap hebben gezamenlijk de taak om, aan de hand van de NBW-normering, de kans op wateroverlast in het stedelijk gebied en de aangrenzende gebieden te minimaliseren. De wijze waarop is door waterschap en gemeente in te vullen. Wel is in het Nationaal bestuursakkoord Water 2003, en nog sterker in het Bestuursakkoord Water 2011, ingezet op het zoeken naar integrale oplossingen door een goede samenwerking in waterketen en watersysteem.

Bestuursakkoord Water 2011

Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hebben op 23 mei 2011 het Bestuursakkoord Water 2011 ondertekend. In het akkoord staan concrete afspraken over een doelmatiger waterbeheer.

De belangrijkste afspraken in het Bestuursakkoord Water gaan over:

•Waterveiligheid: Nederland beschermen tegen overstromingen en wateroverlast door neerslag;

•Beschermen van waterkwaliteit zoetwatervoorziening;

Doelmatig samenwerken in de waterketen.

Gezamenlijke taakstellingen/ verplichtingen gemeente & waterschap

Landelijke afspraak: doelmatig waterbeheer

Doelmatigheid is de term die centraal staat in het Bestuursakkoord Water 2011. Dit WRP biedt de mogelijkheid om invulling te geven aan deze term. Naast de Stedelijke wateropgave vraagt het bestuursakkoord van gemeente en waterschap invulling te geven aan het doelmatig samenwerken in de waterketen, het thema waterveiligheid en de bescherming van de waterkwaliteit en de zoetwatervoorziening. Dit WRP geeft invulling aan de samenwerking in de waterketen en biedt de mogelijkheid om invulling, in de vorm van beleid en maatregelen, te geven aan de genoemde thema’s.

Advisering omtrent indirecte lozingen

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat de vergunningverlening voor indirecte lozingen (lozingen op de riolering), afhankelijk van de grootte van de lozing, zal plaatsvinden door gemeente of provincie. Daarnaast bepaalt de Wabo dat de bevoegde overheid de lokale waterbeheerder de gelegenheid moet geven om advies uit te brengen indien een indirecte lozing een groot risico oplevert voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie of oppervlaktewater.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk verplicht: vergunningverlening indirecte lozingen

De gemeente is, afhankelijk van de grootte van de lozing, de vergunningverlener voor indirecte lozingen, waarbij ze de lokale waterbeheerder de gelegenheid moet krijgen advies uit te brengen indien een indirecte lozing een groot risico oplevert voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie of oppervlaktewater.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: adviseren bij vergunningverlening indirecte lozingen

Bij indirecte lozingen die een groot risico opleveren voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie of het oppervlaktewater krijgt het waterschap van de gemeente of de provincie de gelegenheid advies uit te brengen ten behoeve van de vergunningverlening.

Bodembescherming

Vanuit de Wet op de Bodembescherming is op 1 juli 2011 het ‘Besluit lozen buiten inrichtingen’ in werking getreden. Het besluit gaat uit van een zorgplicht voor verwerking van afstromend wegwater en kunstwerken. De zorgplicht houdt in dat zoveel mogelijk maatregelen moeten worden genomen om de vervuiling van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater door afstromend wegwater tegen te gaan. Het beleid is gericht op naleving van onderstaande zachte voorwaarden:

1Toepassen van berminfiltratie bij afstromend wegwater van wegen, bruggen, viaducten en tunnels (indirecte lozing). Is dat niet mogelijk, dan kan geloosd worden op het oppervlaktewater;

2Uitvoeren van adequaat beheer om doorslag van de verontreinigingen tegen te gaan (denk aan regelmatig maaien, toplagen van bermen weg te schrapen en het op gezette tijden schoonmaken van kolken).

De keuze voor bovenstaande principes is gebaseerd op de wijze waarop verontreinigingen zich verspreiden die door het water worden afgevoerd. Om verspreiding van schadelijke stoffen in het milieu zoveel mogelijk te beperken, is berminfiltratie de meest geschikte oplossing. Verontreinigingen zijn in de bodem minder mobiel dan in water. In de berm blijft de verontreiniging beperkt tot de bovenste laag (circa 30 centimeter). Doorslag van de toplaag is pas te verwachten na vele jaren. Verontreinigingen geloosd op het oppervlaktewater verspreiden zich daarentegen in snel afnemende concentraties over een steeds groter gebied en zijn hier niet meer uit te verwijderen.

Taakstellingen/ verplichtingen gemeente

Wettelijk verplicht: voorkomen verontreiniging van afstromend wegwater en kunstwerken

Als eigenaar van de weg of een kunstwerk is de gemeente verplicht te voldoen aan de zorgplicht om vervuiling van bodem, het grondwater en het oppervlaktewater door afstromend wegwater tegen te gaan.

Taakstellingen/ verplichtingen waterschap

Wettelijk mogelijk: adviseren voorkomen verontreiniging van afstromend wegwater en kunstwerken

Het waterschap kan de gemeente adviseren/ bijstaan bij voldoen van deze zorgplicht, bijvoorbeeld in het watertoetsproces.

Ontwikkelingen in de glastuinbouw (vervolg Besluit Glastuinbouw)

In 2027 naar een (nagenoeg) nulemissie vanuit de glastuinbouw:

Op dit moment is het in de Nederlandse glastuinbouw gangbaar om de waterstromen die bij de productie vrijkomen te lozen op het riool en af te voeren naar de RWZI. Omdat dit water weinig vervuiling bevat, hebben de RWZI’s dit water liever niet (het verdund de afvalwaterstroom, waardoor de zuivering lastiger wordt). Echter het water is ook niet schoon genoeg voor directe lozing in de sloten.

Water is een essentieel productiemiddel voor de glastuinbouw, er moet voldoende water van goede kwaliteit beschikbaar zijn om te kunnen telen. Door de klimaatverandering en verzouting kan de beschikbaarheid van goede kwaliteit water onder druk komen te staan. Een zo veel mogelijk gesloten waterkringloop is van belang om emissies te voorkomen maar ook noodzakelijk voor het voortbestaan van een gezonde glastuinbouw.

Vanuit dit licht bekeken heeft de stuurgroep van het Platform duurzame glastuinbouw (voorheen GlaMi) op 31 maart 2010 de uitvoeringsagenda ‘Duurzaam water in en om de kas’ goedgekeurd. Deze heeft tot doel de uitstoot van milieubelastende stoffen vanuit de glastuinbouw naar riolering, grond- en oppervlaktewater in 2027 tot nagenoeg ‘nul’ te reduceren.

Invoering zuiveringsverplichting voor de glastuinbouw

In het ‘Hoofdlijnenakkoord zuivering glastuinbouw’ is de afspraak opgenomen dat per 1 januari 2018 het drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater indien voor het spoelen van het filter drainwater of bemest gietwater wordt gebruikt, voorafgaand aan de lozing op het oppervlaktewater of vuilwaterriool gezuiverd moet worden, waarbij ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen wordt verwijderd. Voor collectieve zuiveringen is het onder voorwaarde mogelijk om uitstel te krijgen tot 1-1-2021. De verplichting tot zuivering wordt naar verwachting op korte termijn opgenomen in het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

Omgevingswet

Zorgplichten

De Omgevingswet geeft aan dat de wet (art. 1.3) met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang:

a.bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en

b.doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

In artikel 2.1 schrijft de Omgevingswet dat overheden, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen. Dit WRP geeft hiervoor de handvatten als het om waterbeheer en sanitatie gaat in de fysieke leefomgeving.

Binnen het kader van de Omgevingswet is het aan de gemeente om aan te geven hoe zij de taken zoals omschreven in Art 2.16 uitvoert. Dit gebeurt in het Omgevingsplan. De Omgevingswet kent de gemeente vijf taken toe (Art 2.16 lid 1 onder a).

•de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen en het transport en de verwerking daarvan;

•het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is;

•de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater;

•het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid

•de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (toewijzing zuivering door waterschap aan gemeente)

Bijlage C: Hemelwaterbeleid gemeente Maasdriel

Aanleiding

Door de klimaatverandering zullen zware regenbuien vaker en heftiger optreden. Ook komen langere perioden van droogte voor. De gemeente Maasdriel wil een klimaatbestendige gemeente worden en blijven. Dat betekent dat hemelwater niet tot onnodig veel schade mag leiden, nu en in de toekomst.

Bebouwing zorgt ervoor dat er minder hemelwater in de bodem wegzakt. Dit water zal daardoor sneller wegstromen over de verharding of blijven staan op lage delen. We willen overlast en schade voorkomen door minder én vertraagde afvoer van hemelwater naar het regionale watersysteem. Daarmee nemen piekafvoeren en wateroverlast af, en vermindert in sommige situaties de verdroging (te weinig water in de ondergrond). Dat doen we binnen de wettelijke kaders, waarbij de gemeente een zorgplicht heeft en er een taak ligt bij de perceeleigenaar.

Wettelijk kader

De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van overtollig afvloeiend hemelwater. Dit is vastgelegd in de Waterwet en de Wet gemeentelijke watertaken (2008). De gemeente hoeft voor de afvoer van hemelwater alleen op openbaar terrein voorzieningen te treffen. De gemeente is dus niet verplicht om al het hemelwater in te zamelen. Perceeleigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het hemelwater dat op een perceel terecht komt. Pas wanneer de gemeente redelijkerwijs niet langer van een perceeleigenaar kan vragen om zelf hemelwater te verwerken, heeft de gemeente een taak om dit afvloeiende hemelwater af te voeren. Dit hemelwaterbeleid geeft de kaders voor hemelwatervoorzieningen, zowel op openbaar als particulier terrein.

Doelen

Om (nog) duurzamer om te gaan met hemelwater streven we de volgende doelen na:

•We scheiden schone en vuile waterstromen

•We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater op het gemengde stelsel

•We verbieden het afvoeren van hemelwater op drukriolering

•We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag

Door in te zetten op de bovenstaande doelen kunnen we de gevolgen van wateroverlast beperken en daardoor zorgen voor minder water op straat, minder overstorten vanuit de gemengde riolering op oppervlaktewater, en minder schoon water afvoeren naar de zuivering. Ook dragen we door het vasthouden van water bij aan droogtebestrijding.

Visie

Om naar deze doelen toe te werken is naast de inzet van de gemeente Maasdriel ook zeker de inzet van perceeleigenaren nodig. Vertrekpunt is het principe dat we stedelijk afval- en hemelwater gescheiden inzamelen. De gemeente Maasdriel hecht veel waarde aan duurzaamheid en streeft in naar afkoppeling van het op de gemengde riolering aangesloten verhard oppervlak.

Beleid

De overheid heeft op 21 juni 2004 landelijk hemelwaterbeleid vastgesteld. De uitgangspunten hiervan zijn:

1Vervuiling van hemelwater wordt zoveel mogelijk beperkt of voorkomen;

2Hemelwater wordt waar mogelijk ter plekke in de bodem geïnfiltreerd of in het oppervlaktewater gebracht;

3Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd;

4De daadwerkelijke keuze wordt gebaseerd op een integrale afweging op lokaal niveau.

Voorkeursvolgorde ‘omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’

De voorkeursvolgorde uit het landelijke hemelwaterbeleid is gebaseerd op schade door droogte tegen te gaan en wateroverlast te beperken. Vanuit dat perspectief heeft het infiltreren van hemelwater in de bodem de voorkeur boven lozing op oppervlaktewater, wat leidt tot de volgende voorkeursvolgorde.

1Vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen nuttig gebruiken

2Op maaiveld infiltreren waar mogelijk

3Ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening

4Verwerken in het oppervlaktewater

Inwoners en bedrijven

Inwoners en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verwerking van hemelwater. Bijvoorbeeld door het verminderen van verhardingen, het lokaal bergen van water en afkoppelen van verhard oppervlak (zie voor voorbeelden https://www.riool.info/voorbeeld-ontwerpen). Vooralsnog betrekt de gemeente haar inwoners op vrijwillige basis. De gemeente intensiveert hiervoor de algemene en projectgebonden ‘water’ communicatie. Pas als deze vrijwillige aanpak onvoldoende effectief blijkt, overweegt de gemeente het gebruik van juridische middelen, zoals maatwerkvoorschriften, gebiedsgerichte verordening en eventueel een maximering van de hoeveelheid terreinverharding.

Strategie

De strategieën die we volgen om naar onze doelen toe te werken zijn hieronder toegelicht.

We scheiden schone en vuile waterstromen

Hemelwater gescheiden houden van huishoudelijk afvalwater

Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afval- en hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/ verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken.

Overeenkomstig de voorkeursvolgorde worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel) water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen, en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer).

oor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/ bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt.

Afgekoppeld bestaand oppervlak

Verhard oppervlak dat eerst via een gemengd rioolstelsel wordt afgevoerd wordt nu gescheiden afgevoerd en verwerkt in oppervlaktewater en/ of een hemelwatersysteem. De ‘extra’ afvoer van hemelwater wordt geneutraliseerd door het vergroten van de

bergingscapaciteit van oppervlaktewater of het realiseren van hemelwatervoorzieningen. De compensatiemaatregelen dienen zo dicht mogelijk bij lozingspunt gerealiseerd te worden.

We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater op het gemengde stelsel

We bergen water lokaal (vasthouden waar het valt)

Nieuwbouw en ook her- en aanbouw van woningen en infrastructuur kan tot een toename van (afvoerend) verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat er een extra afvoer van hemelwater, om wateroverlast te voorkomen dienen er binnen het plangebied maatregelen genomen te worden om versnelde afvoer te voorkomen. In verband met de toename van verhard oppervlak, intensievere regenbuien en langere droogteperioden streeft de gemeente naar een situatie waarbij hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden waar het valt. Het is verboden om zonder toestemming van de gemeente neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Nieuw verhard oppervlak tot 500 m2 moet bovengronds afstromend naar openbaar terrein. Bij meer nieuw verhard oppervlak moet dit afstromend hemelwater worden gecompenseerd door middel van een bergings- of infiltratievoorziening (hemelwatervoorziening) die vertraagd afvoert. Zie bijlage 1 voor meer informatie.

In verband met onze op plaatsen slecht doorlatende bodem is het niet altijd mogelijk om hemelwater te infiltreren. Hemelwater bergen en daarna vertraagd afvoeren naar het oppervlaktewater of de hemelwater- of gemengde riolering kan wel.

Het beleid van de gemeente is dat het hemelwater bovengronds afgevoerd wordt naar een hemelwatervoorziening binnen het plangebied. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar een of enkele robuuste centrale voorzieningen in plaats van meerdere kleine verspreide voorzieningen. De hemelwatervoorziening kan uitgevoerd worden als een watergang of wadi en de compensatienorm is 43,6 mm/ m2 (t=10+10%) voor alle nieuwe verhard oppervlak binnen het plangebied. Indien dit redelijkwijs niet haalbaar is kan in overleg met de gemeente van deze eis afgeweken worden.

De eisen ten aanzien van de technische specificaties zijn opgenomen in bijlage 1. Aandachtspunt bij de hemelwatervoorzieningen is dat de soms beperkte ontwateringsdiepte (afstand tussen grondwater en maaiveld) betekent dat waterberging een relatief groot beroep doet op het ruimtebeslag van een ontwikkeling.

Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/ of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie. Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf.

Het is het belangrijk om de omgang met water vroegtijdig mee te nemen in het planvormingsproces. De specificaties ten aanzien van dit proces zijn in bijlage 2 opgenomen.

We stimuleren infiltreren daar waar dit mogelijk is qua bodem

Over het algemeen is het zeer lastig om te infiltreren in de bodem in de gemeente Maasdriel. Dit heeft te maken met de grondgesteldheid van de bodem. Indien de ontwikkelaar wenst te infiltreren dan kan dit mits de ondergrond dat toelaat. De ontwikkelaar dient door middel van een doorlatendheidsonderzoek de k-waarde (maat voor de waterdoorlatendheid) te bepalen. Indien de k-waarde groter is dan 1 dan (k>1) is deze locatie geschikt om te infiltreren mits de onderkant van de voorziening minimaal 0.30 m boven GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ligt. Indien met een doorlatendheidsonderzoek kan worden aangetoond dat de infiltratiecapaciteit van de bodem ter plaatse van waar de hemelwatervoorziening infiltreert voldoende groot is (K > 1 m/d) mag ook een infiltrerende hemelwatervoorziening worden aangelegd. Hierbij mag worden gerekend met een dynamische bergingseis waarbij rekening wordt gehouden met infiltratie in de t ijd: de 43,6 mm valt niet in 1 keer. Dat betekent dus dat de hemelwatervoorziening mogelijk kleiner kan. Voorwaarde is wel dat de berging in de voorziening binnen 48 tot 96 uur weer beschikbaar moet zijn om een nieuwe bui op te vangen. Voor deze berekening moeten de uitgangspunten van de Kennisbank Stedelijk Water worden gevolgd.

We stimuleren groene daken

Groene daken of vegetatiedaken zijn klimaatadaptief: ze vertragen de afvoer van hemelwater, vergroten de biodiversiteit en hebben een isolerende werking. Wanneer er bij een nieuwe ontwikkeling een groen dak wordt aangelegd telt dit oppervlak als onverhard, en hoeft hiervoor geen hemelwatervoorziening aangelegd te worden. Voor overige verharding moet afhankelijk van het oppervlak bovengronds naar openbaar terrein worden afgewaterd of middels een hemelwatervoorziening worden gecompenseerd (zie bijlage 1).

We verharden niet onnodig

Bij ontwikkelingen in de openbare ruimte weegt de gemeente het belang en de noodzaak van verharding af. Dit vragen we eveneens van particulieren en bedrijven: verhard niet onnodig. Daar waar je niet verhard betekent het dat je wateropgave kleiner wordt, en heb je meer ruimte voor groen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling t ijdens hete zomers. Doordat het hemelwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige hemelwater t ijdens piekbuien.

We streven naar een maximale verharding van 70% van het totale perceeloppervlak.

Omgang met hemelwater bij reconstructies en herinrichtingen

Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies en herinrichtingen de openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt voorzien van een vuilwateraansluiting. Hemelwater van inwoners en bedrijven dienen binnen het perceel verwerkt te worden. Indien dit niet mogelijk is dient het hemelwater vanaf het perceel bovengronds afgevoerd te worden naar de openbare ruimte. De doelmatigheidsbeoordeling voor afkoppelen is maatwerk per situatie, gebaseerd op een maatschappelijke kosten baten afweging

Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente streeft naar een bergingscapaciteit van 43,6 mm/ m2 verhard oppervlak. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de bestaande bergingscapaciteit minimaal blijft gehandhaafd.

We stimuleren afkoppelen

De gemeente stimuleert particulieren om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. De gemeente heeft hiervoor zolang beschikbaar een afkoppelsubsidie en versterkt op aanvraag advies.

We verbieden het afvoeren van hemelwater op drukriolering

De gemeente Maasdriel maakt met name in het buitengebied gebruik van drukriolering om het huishoudelijk afvalwater van inwoners en bedrijven in te zamelen. Drukriolering is een kwetsbaar en kostbaar inzamelsysteem. Om de bedrijfsvoering en de doelmatige werking te kunnen borgen is het niet toegestaan om hemelwater via de drukriolering af toe voeren. De eigenaren, beperkt gerechtigden en overige rechthebbenden van percelen dienen na aanschrijving binnen 3 maanden af te koppelen en afgekoppeld te blijven van de drukriolering.

We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag

Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel

De gemeente Maasdriel toetst de afvoercapaciteit van het bestaande rioolstelsel. We hanteren voor de maatgevende extreme buien de volgende ontwerpbuien, met bijbehorend, berekend risico:

-Eenmaal per jaar: bui van ca. 20 mm in één uur: geen water op straat

-Eenmaal per 100 jaar: bui van 80 mm in één uur: geen toename van reeds berekende wateroverlast gebaseerd op neerslaggebeurtenis.

Deze ontwerpbuien zijn gebaseerd op de verwachte kans van voorkomen over 30-60 jaar en daarmee zwaarder dan de huidige kans van voorkomen. We doen dit omdat alle ingrepen die we nu doen in openbare ruimte en openbare riolering minimaal de komende 40-70 jaar aan de doelstellingen moeten kunnen voldoen.

Bij buien met relatief beperkte intensiteit (kans van voorkomen eenmaal per jaar of groter):

•Toetsnorm voor nieuwe ontwikkelingen is geen water op straat bij bui van ca. 20 mm (bui 08).

•Zamelen we al het hemelwater in en verwerken we het via een gemeentelijk (boven- of ondergronds) hemelwatersysteem of gemengde riolering, zodat er geen water op het straatoppervlak blijft staan.

•Ondervinden we geen overlast van water op straat zodat de openbare ruimte kan worden gebruikt waarvoor die bedoeld is.

•Lossen we verstoppingen van straat- en trottoirkolken, riolen en/ of duikers, waarbij een veiligheidsrisico ontstaat zo snel mogelijk op en andere verstoppingen uiterlijk binnen één week.

Bij buien met een hoge intensiteit (kans van voorkomen tussen eenmaal per jaar en eenmaal per 100 jaar):

•Spannen we ons in om te voorkomen dat hemelwater vanuit de openbare ruimte rechtstreeks woningen en gebouwen kan instromen, mits het vloerpeil van woningen en gebouwen minimaal 20 cm hoger ligt dan de aangrenzende openbare ruimte.

•Spannen we ons in om te voorkomen dat straten onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en overig verkeer. We accepteren dat verkeer stapvoets moet rijden. We streven ernaar dat wegen uiterlijk 3 uur na de bui weer gebruikt kunnen worden als waarvoor ze bedoeld zijn.

•Spannen we ons in om te voorkomen dat er veiligheids- of gezondheidsrisico’s ontstaan door opdrijvende putdeksels of door afvalwater dat door terugstuwing uit het riool op het maaiveld terecht komt.

Bij buien met een extreem hoge intensiteit (kans van optreden kleiner dan eenmaal per 100 jaar)

•Beperkt onze inspanning zich tot het waarborgen dat de vitale infrastructuur blijft functioneren of bij uitval zo snel mogelijk weer in bedrijf is, samen met de verantwoordelijken voor vitale infrastructuur (o.a. drinkwater, elektriciteit, internet, gas, maar ook ziekenhuizen etc.) en andere overheidsorganen. Voor openbare ruimte die al voldoet aan deze doelstellingen geldt bij ingrepen dat de situatie niet mag verslechteren (stand-still beginsel). Voor openbare ruimte die nog niet voldoet geldt bij ingrepen de inspanningsplicht om de situatie te verbeteren.

Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in?

Bij nieuwbouw werken we volgens eerder beschreven hoofdprincipes. Bij reconstructie geven we geleidelijk invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze.

Locaties met een grote kans op wateroverlast door extreme neerslag kunnen niet altijd wachten op een geplande rioolvervanging of herinrichting. Bij grote urgentie pakken we die zelfstandig op. Dit kunnen zowel locaties in de openbare ruimte zijn als overlastlocaties op particulier terrein, waarbij van de particulier niet meer in redelijkheid verwacht kan worden dat deze de overlast helemaal zelf oplost.

Wij onderzoeken de mogelijkheden voor het realiseren van maatregelen in de openbare ruimte, die tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten kunnen worden gerealiseerd, als op dezelfde locatie:

•twee keer per 5 jaar, òf

•drie keer per 15 jaar, òf

•vier keer per 25 jaar

overlast van hemelwater als gevolg van extreme neerslag optreedt.

Daarnaast hanteren we onderstaand afwegingskader om in te grijpen bij wateroverlast.

Typering

Omschrijving

Aanpak gemeente

Hinder

Kortdurend (<30 min) water op straat tussen trottoirbanden en in groenvoorzieningen

De gemeente treft geen maatregelen. Er wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van burgers en aanpassing van het weggedrag. Ter bevordering hiervan start de gemeente een communicatietraject

Ernstige hinder/Overlast

Ernstige hinder (30-120 min) met forse hoeveelheden water op straat en stremmingen van hoofdontsluitingswegen

Tijdens de extreme weersomstandigheden treft de gemeente veiligheidsmaatregelen, zoals verkeersafzettingen. In combinatie met reconstructiewerkzaamheden realiseert de gemeente structurele verbeteringsmaatregelen en liftende putdeksels.De doorlooptijd tot structurele maatregelen bedraagt maximaal 10 jaar

Schade

Water op straat van een zodanige omvang dat schade aan eigendommen optreedt en/of essentiële gebruiksfuncties uitvallen.

Tijdens de extreme weersomstandigheden treft de gemeente veiligheidsmaatregelen. Vervolgens stelt de gemeente een onderzoek in naar oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen en de herhalingskans, treft de gemeente binnen 2 jaar (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Als onderdeel van de Operationele Programma’s (OP’s) realiseert de gemeente binnen een periode van 10 jaar structurele verbeteringsmaatregelen. Indien dit effectiever is, kunnen de locatie van de verbeteringsmaatregel en het knelpunt verschillen. Uitgangspunt bij de uitvoering van maatregelen is dat geen sprake is van overmacht.

Bijlage 1: technische specificaties hemelwaterbeleid

Berging en afvoereisen

In onderstaande tabel is toegelicht welke maatregelen moeten worden genomen per hoeveelheid nieuw verhard oppervlak.

Nieuwverhardoppervlak

[m 2 ]*

Eigenaar

Onderhoudsplichtigeduiker

< 50

-

In tuin/ vertraagd afvoeren naar openbare ruimte

50- 499

43,6 mm [t=10+10%]

Vertraagd afvoeren naar openbare ruimte

500-10.000

43,6 mm [t=10+10%]

Vertraag afvoeren naar een hemelwatervoorziening/ gecreëerde berging in oppervlaktewater binnen

het plangebied

>10.000

Waterhuishoudkundig plan

Vertraag afvoeren naar een hemelwatervoorziening/ gecreëerde bergingin oppervlaktewater binnen

het plangebied

* Wanneer in het toetsstadium niet bekend is wat de totale verharding is binnen het perceel dan rekenen we met kentallen (zie ‘ Rekenkentallen bij onbekende hoeveelheid verhard oppervlak’ verderop in bijlage A).

In het buitengebied is het niet toegestaan hemelwater te lozen op het systeem voor huishoudelijk afvalwater (drukriolering).

Eisen hemelwatervoorziening

De hemelwatervoorziening moet aan devolgende eisen voldoen:

•De bodem van de voorziening ligt 30 cm boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).

•De voorziening moetreinigbaar en inspecteerbaar zijn.

•De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/ of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater of hemelwater- of gemengde riolering. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben.

•Er moet altijd een overloopconstructie zijn.

Hemelwatervoorzieningen die op openbaar terrein worden gerealiseerd en voldoen aan de eisen van de gemeenteworden om niet door de gemeente overgenomen.

Bergen inwadi’s

De waterdiepte in de wadi mag maximaal 30 cm zijn en de bodem dient 30 cm boven GHG te liggen. Onderstaand is het principedwarsprofiel van de wadi weergegeven.

Watergangen enkunstwerken

In verband met de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud moet bij watergangen een schouwstrook aanwezig zijn. De breedte van deze schouw en onderhoudsstroken is afhankelijk van het type watergang.

A-watergang.

Hetbeleid van de Keur van waterschap Rivierenland is daarin leidend. Het beleid op het moment van schrijvenis dat bij een watergang met een breedte tot 8 m vanaf de insteek van de watergang een schouwstrook van 4 m obstakelvrij moet blijven hiervoor. Bijeen breedte meer dan8 mdient aanbeide zijde van dewatergang eenschouwstrook tezijn.

Deze schouwstrook is eveneens verplicht bij andere waterkunstwerken als bruggen, duikers, watergangen, laad- en losvoorzieningen, etc. Zie hieronder voor het principedwarsprof iel van een watergang.

B-watergang.

Bij een B-watergang waarvan de gemeente aanliggendeigenaar is dientaaneen zijde een obstakelvrije onderhoudsstrook meteen breedte van 4 m zijn.

De maximale peilstijging in de watergang is 30 cm boven hetmaatgevende waterpeil van zowel zomer- als winterpeil. De peilhoogten van het peilvak zijn op te vragen bij waterschap Rivierenland.

Afvoer uitplangebied

Versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak moet worden beperkt tot de maatgevende afvoer van het gebied (1,5l/ s/ ha).

Rekenkentallen bij onbekende hoeveelheid verhard oppervlak

De watertoets dient u tebaseren opde werkelijke hoeveelheid nieuw verhard oppervlak. Wanneer ten tijde van het indienen van de watertoets het nog bekendis hoeveel verharding er ophet perceel komt, dan dient u te rekenen met de volgende kentallen:

Type woning

Rekenwaarde verhard oppervlak (per perceel)

Rijtjeswoningen

90% van de kavel oppervlakte

2-1 kap

80% van de kavel oppervlakte

Vrijstaand

70% van de kavel oppervlakte

Groene daken

Groene daken worden als onverhard beschouwd (0% van groen dak)

Verharding

100% van oppervlakte

Halfverharding

50%

Verharde sportvelden

100%

Kunstgrasvelden

50%

Bijlage 2: proces toetsing waterhuis- houdkundige situatie

Bij (her)ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de waterhuishoudkundige situatie moeten zowel de gemeente Maasdriel als het waterschap Rivierenland hun goedkeuring geven op de plannen. Dit watertoetsproces vindt plaats in verschillende vormen: vastleggen in waterparagraaf in (herzien) bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing en vastleggen bij omgevingsvergunning (WABO). De initiatiefnemer is verantwoordelijk dat het watertoetsproces met de gemeente alsmede het waterschap doorlopen wordt. Indien wenselijk dan kan op wens en op initiatief van de initiatiefnemer een gezamenlijk proces doorlopen worden.

Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/ of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie.

Onderstaand gaan we in op de waterhuishoudkundige onderbouwing die nodig is in een waterparagraaf en bij een omgevingsvergunning. Voor de onderbouwing in een waterhuishoudkundigplan verwijzen we naar de regels in de Keur van waterschap Rivierenland.

Waterparagraaf

Een waterparagraaf is onderdeel van een (herzien) bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing.

Bij ontwikkelingen met een toename aan verhard oppervlak van meer dan 10.000m2 volstaat alleen een waterparagraaf niet, en moet een uitgebreider waterhuishoudkundigplan worden opgesteld. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.

In een waterparagraaf wordt onderbouwd wat de invloed is van de waterhuishoudkundige situatie op andere aspecten als bodem, verontreinigingen, gebieden met beschermde status (zoals Natura2000), drinkwater (grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden), etc. Daarnaast moet uit de waterparagraaf blijken dat er binnen het plangebied voldoende ruimte is om invulling te geven aan het ruimtebeslag voor waterberging, en dat de ontwateringsdiepte voldoet aan de gestelde eisen voor de functie van de ontwikkeling. Het effect hiervan kan dusdanig groot zijn dat de plannen moeten worden aangepast of dat het terrein moet worden opgehoogd. Daarom is het van belang de waterhuishoudkundige situatie in een vroegtijdig stadium in beeld te hebben.

Onderstaand is toegelicht welke informatie in een waterparagraaf moet terugkomen:

Een beschrijving van de bestaande waterhuishoudkundige situatie, waarin wordt ingegaan op:

•de situatie;

•ligging t.o.v. bestaande waterlopen, persleidingen, ruimtelijke zoneringen;

•bodemgesteldheid;

•grondwater;

•afvoercoëfficiënt.

Plannen en beleid van andere overheden zoals:

•Verordening Ruimte en het Provinciaal Waterplan van de provincie Gelderland;

•Waterbeheerplan en Uitgangspunten Watertoets van waterschap Rivierenland;

•WRP van de gemeente Maasdriel.

De gevolgen van de geplande ontwikkelingen voor de waterhuishouding:

•Onderzoek naar (mogelijke) knelpunten in het waterbeheer of de riolering bij toename van verhard oppervlak;

•Lokale wateroverlast (maatgevende afvoer, bergingsopgave en voorkomen afwenteling);

•Rioleringssysteem (gericht op het niet afvoeren van hemelwater naar de rwzi);

•Volksgezondheid (water gerelateerde ziekten en plagen);

•Grondwateroverlast (peilregiem, afwatering stedelijk gebied);

•Grondwaterkwaliteit (bescherming drinkwatervoorziening, kwelafhankelijke natuurwaarden en grondwaterverontreinigingen);

•Inrichting van het watersysteem (streefbeelden bv. wadi). Een afweging van de waterhuishoudkundige belangen ten opzichte van de overige ordenende principes (bv. bodem, water, cultuurhistorie, enz.)

Een raamwerk van de nieuwe waterhuishoudkundige infrastructuur in samenhang met de inrichting van hetrioolstelsel. Aandachtspunten met betrekking tot de inrichting zijn:

•Toepassen van de drietrapsstrategie in de waterketen: hergebruik infiltreren/ lozen opp. water rioleren;

•Toepassen van de drietrapsstrategie in het watersysteem: vasthouden bergen afvoeren;

•Aansluiting op bestaande rioleringsstelsels en hoe om te gaan met hemelwater en piekafvoeren;

•Duurzaamheidaspecten/ duurzaam bouwen (technische uitgangspunten: berging/oppervlaktewater);

•Ruimtebeslag voor waterhuishoudkundige voorzieningen, hierbij rekening houdend met de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG);

•Beheer en onderhoud van waterhuishoudkundige voorzieningen;

•Afstemming met de Keur. Ten aanzien van de laatstgenoemde punten is het van belang om oppervlakte- wateren (en bijbehorende kunstwerken) ook als zodanig op de plankaart aan te geven en te bestemmen. Dit geldt bij uitstek voor A-wateren met een watersysteemfunctie. In die gevallen adviseren wij ook in het bestemmingsplan een verwijzing naar de Keur op te nemen.

Omgevingsvergunning

In het stadium van de omgevingsvergunning moet een gedetailleerde uitwerking van de hemelwatervoorziening en de ligging daarvan op tekeningworden weergegeven. Daarbij moeteen onderbouwing zitten van hetverhard oppervlak en de bergingsberekening. De dimensies van de voorziening, dewijze vanafwatering naar de voorziening en de wijze van afwatering wanneer devoorziening volzit. Bijde dimensies van de voorziening moet rekening worden gehouden met de hoogte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Vitens beheert het grondwaternetwerk van de gemeente, zij beschikken over de best bekende gegevens betreffende het grondwater.

•Toepassen van de drietrapsstrategie in de waterketen: hergebruik →infiltreren/ lozen opp. water →rioleren;

•Toepassen van de drietrapsstrategie in het watersysteem: vasthouden →bergen →afvoeren;

Bijlage E: kwaliteitscatalogus

Inzameling van stedelijk afvalwater

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Afvalwater wat niet is aangesloten op de riolering wordt lokaal gezuiverd in een geavanceerde IBA

Riolen worden juist gebruikt, er zijn geen verstoppingen

Aansluitingen

Bijna al het afvalwater wordt ingezameld en centraal gezuiverd. Op enkele locaties wordt het afvalwater lokaal gezuiverd in een geavanceerde IBA. Het afvalwater kan dus niet ongezuiverd in sloten of bodem lopen. Er zijn geen stankklachten en of verontreinigingen van sloten en bodem.

Scheiden van de stromen

De waterstromen in woningen en bedrijven worden proactief gescheiden.

Gebruik van de aansluitingen

Op de voorzieningen vinden géén lozingen plaats die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren.

Basis

Afvalwater wat niet is aangesloten op de riolering wordt lokaal gezuiverd in een IBA

In beperkte mate vetaanslag in het riool door foutief gebruik

Aansluitingen

Bijna al het afvalwater wordt ingezameld en centraal gezuiverd. Op enkele locaties wordt het afvalwater lokaal gezuiverd in een IBA. Het gezuiverd afvalwater loost lokaal in sloot of bodem. Af en toe is sprake van stankklachten.

Scheiden van de stromen

Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd de waterstromen te scheiden.

Gebruik van de aansluitingen

Af en toe is sprake van lozingen op de voorzieningen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater beperkt belemmeren.

Laag

Septic tanks voorkomen dat ongezuiverd afvalwater in de sloot stroomt

Riolen raken verstopt door foutief gebruik

Aansluitingen

Bijna al het afvalwater wordt ingezameld en centraal gezuiverd. Op enkele locaties wordt het afvalwater lokaal gezuiverd ineen oude septictank. Regelmatig is sprake van stankklachten.

Scheiden van de stromen

Op beperkte schaal wordt geprobeerd de waterstromen te scheiden.

Gebruik van de aansluitingen

Regelmatig is sprake van lozingen op de voorzieningen die de inzameling(en zuivering) van afvalwater belemmeren.

Kwaliteitsnorm

Hoog

•Alle percelen waar afvalwater vrijkomt zijn aangesloten op de riolering of een lokale zuiveringsvoorziening (IBA ); minimaal klasse II.

•Voor de percelen die aangesloten zijn op een IBA beschikt de gemeente over een ontheffing van de zorgplicht.

•De lozing vanuit de IBA’s voldoet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit.

•Er wordt jaarlijks onderzoek verricht naar mogelijke bronnen van rioolvreemd water.

•Indien sprake is van rioolvreemd water wordt gehandhaafd.

•Er vindt periodiek controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij alle aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt gehandhaafd.

•Er wordt jaarlijks onderzoek verricht naar mogelijk onjuist gebruik van de voorzieningen.

•Indien sprake is van onjuist gebruik van de voorzieningen wordt gehandhaafd.

•Er vindt periodiek controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij alle aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt gehandhaafd.

Basis

•Alle percelen waar afvalwater vrijkomt zijn aangesloten op de riolering of een lokale zuiveringsvoorziening (IBA).

•De lozing vanuit de IBA’s voldoet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit.

•Bestaand gebied: scheiden van waterstromen indien technisch uitvoerbaar én kosteneffectief.

•Nieuwbouw: scheiden van waterstromen in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht.

•Naar aanleiding van meldingen wordt onderzoek verricht naar bronnen van rioolvreemd water.

•Indien sprake is van rioolvreemd water wordt gehandhaafd.

•Er vindt als daar aanleiding voor is controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij de Wm-vergunningplichtige/ Wm- meldingsplichtige aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt gehandhaafd.

Laag

•Niet alle percelen waar afvalwater vrijkomt zijn aangesloten op de riolering of IBA.

•De lozing vanuit de IBA’s voldoet niet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit.

•Bestaand gebied: geen scheiding van de waterstromen.

•Nieuwbouw: scheiden van waterstromen in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht.

•Er vindt geen onderzoek plaats naar bronnen van rioolvreemd water.

•Indien sprake is van rioolvreemd water wordt alleen bij overlast gehandhaafd.

•Er vindt geen periodieke controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij de Wm-vergunningplichtige/ Wm- meldingsplichtige aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt niet gehandhaafd.

Transport van stedelijk afvalwater

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Gemalen verkeren in een goede technische staat

Riolen vertonen geen schades

Afvoercapaciteit

Doordat het afvalwater snel wordt afgevoerd komt aantasting van het riool niet voor en zijn er geen risico’s op beschadigde riolen.

Bedrijfszekerheid gemalen

De bedrijfszekerheid van rioolgemalen en minigemalen is meer dan voldoende gewaarborgd. Kans op calamiteiten bij uitval is hiermee uitgesloten.

Afstroming

Afvalwater kan ongehinderd afstromen.

Technische staat

De voorzieningen voor transport van stedelijk afvalwater verkeren in een goede technische staat.

Basis

Gemalen staan af en toe in storing

Riolen hebben enige vorm van schade, dit belemmert het functioneren enigszins

Afvoercapaciteit

Doordat het afvalwater voldoende snel wordt afgevoerd komt aantasting van het riool beperktvoor en zijn er beperkte risico’s op beschadigde riolen

Bedrijfszekerheid gemalen

De bedrijfszekerheid van rioolgemalen en minigemalen is voldoende gewaarborgd. Kans op calamiteiten bij uitval is hiermee beperkt.

Afstroming

Afvalwater kan grotendeels ongehinderd afstromen.

Technische staat

De voorzieningen voor transport van stedelijk afvalwater verkeren in een redelijke technische staat

Laag

Door storingen in gemalen ontstaat overlast voor de omgeving

Verstopte riolen door wortelingroei

Afvoercapaciteit

Doordat het afvalwater onvoldoende snel wordt afgevoerdkomt aantasting van het riool regelmatig voor en zijn er risico’s op beschadigde riolen.

Bedrijfszekerheid gemalen

De bedrijfszekerheid van rioolgemalen en minigemalen is onvoldoende gewaarborgd. Kans op calamiteiten bij uitval is redelijk groot.

Afstroming

Afvalwater kan niet altijd ongehinderd afstromen.

Technische staat

De voorzieningen voor transport van stedelijk afvalwater verkeren in een slechte technische staat.

Kwaliteitsnorm

Hoog

•De maximale gemiddelde vullingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen bedraagt 20%.

•De verblijftijd van het afvalwater in de vrijverval riolen is maximaal 12 uur.

•De maximale gemiddelde vervuilingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen bedraag10%.

Rioolgemalen

Minigemalen

Storingen:

Gemiddeld minder dan 2 keer per jaar

Gemiddeld minder dan 5 keer per jaar

Inzet reservepomp:

Binnen 24uur (incl. stroomvoorz.)

Binnen 48 uur

Aanwezigheid telemetrie:

Alle gemalen in gemengde deelgebieden met een overstort

Rode lamp

•Er is geen sprake van stankoverlast in openbaar gebied.

•Er is geen sprake van verloren berging in de vrijverval riolen

•Meldingen over slecht functionerende aansluitleidingen zijn binnen 24 uur verholpen.

•Waarschuwingsmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol komen niet voor.

Basis

•De maximale gemiddelde vullingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen bedraagt 30%.

•De verblijftijd van het afvalwater in de vrijverval riolen is meer dan 12 uur, doch maximaal 20 uur (overeenkomstig het beleid van het waterschap).

•De maximale gemiddelde vervuilingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen bedraagt 20%.

Rioolgemalen

Minigemalen

Storingen:

Gemiddeld minder dan 4 keer per jaar

Gemiddeld minder dan 10 keer per jaar

Inzetreservepomp:

Binnen 24 uur

Binnen 72 uur

Aanwezigheidtelemetrie:

80-100% v/d gemalen in gemengde deelgebieden met een overstort

Rode lamp

•Wanneer sprake is van stankoverlast in openbaar gebied wordt dit binnen een week verholpen.

•De verloren berging in de vrijverval riolen bedraagt maximaal 5% (gemiddeld per deelgebied).

•Meldingen over slecht functionerende aansluitleidingen zijn binnen 48 uur verholpen.

•Ingrijpmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol komen niet voor.

Laag

•De maximale gemiddelde vullingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen is meer dan 30%.

•De verblijftijd van het afvalwater in de vrijverval riolen is meer dan 20 uur.

•De maximale gemiddelde vervuilingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen is meer dan 20%.

Rioolgemalen

Minigemalen

Storingen:

Gemiddeld minder dan 4 keer per jaar

Gemiddeld minder dan 10 keer per jaar

Inzet reservepomp:

Binnen 24 uur

Binnen 72 uur

Aanwezigheid telemetrie:

80-100% v/d gemalen in gemengde deelgebieden met een overstort

Rode lamp

Wanneer sprake is van stankoverlast in openbaar gebied wordt dit niet binnen een week verholpen. De verloren berging in de vrijverval riolen bedraagt meer dan 5% (gemiddeld per deelgebied).

Meldingen over slecht functionerende aansluitleidingen zijn niet binnen 48 uur verholpen. Ingrijpmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol komen voor.

Inzameling van overtollig hemelwater

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Hemelwater wordt lokaal in wadi’s geïnfiltreerd

Regentonnen opparticulier terrein om schoon water vast te houden

Inzameling in openbaar gebied

Bij nieuwbouw worden de waterstromen gescheiden. In bestaand gebied wordt schoon hemelwater proactief gescheiden van het vuile afvalwater.

Inzameling bij particulieren

Particulieren worden proactief gestimuleerd overtollig hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hemelwater wat de particulier niet kan verwerken wordt door de gemeente ingezameld.

Gebruik van de aansluitingen

Op de voorzieningen vinden géén lozingen plaats die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

Basis

Hemelwater wordt waar mogelijk lokaal geïnfiltreerd

Uitlogingvan zware metalen wordt beperkt

Inzameling in openbaar gebied

Af en toe is sprake van lozingen op de voorzieningen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

Inzameling bij particulieren

Particulieren worden gestimuleerd overtollig hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hemelwater wat de particulier niet kan verwerken wordt door de gemeente ingezameld.

Gebruik van de aansluitingen

Af en toe is sprake van lozingen op de voorzieningen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

Laag

Bij rioolvervangingwordt niet gekozen voor scheiden van schoon hemelwater

Er wordt chemische onkruidbestrijding toegepast

Inzameling in openbaar gebied

Alleen bij nieuwbouw worden de waterstromen gescheiden. In bestaand gebied wordt niet afgekoppeld.

Inzameling bij particulieren

Particulieren worden niet gestimuleerd overtollig hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hemelwater wat de particulier niet kan verwerken wordt door de gemeente ingezameld.

Gebruik van de aansluitingen

Vaak is sprake vanlozingen op de voorzieningen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren.

Hoog

•Nieuwbouw: scheiden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht.

•Bestaand openbaar gebied: afkoppelen van verhard oppervlak indien technisch uitvoerbaar én toelaatbaar voor het milieu.

•Afkoppelen mag niet leiden tot overbelasting van het watersysteem.

•Bij een goed doorlatende ondergrond (conform het aansluitprotocol hemelwater) en géén storende lagen in de ondergrond wordt de particulier

proactief gestimuleerd hemelwater op eigen terrein te verwerken.

•Indien percelen grenzen aan oppervlaktewater wordt de particulier proactief gestimuleerd hemelwater hierop af te voeren.

•Er wordt jaarlijks onderzoek verricht naar mogelijk onjuist gebruik van de voorzieningen.

•Indien sprake is van onjuist gebruik van de voorzieningen wordt gehandhaafd.

•Er vindt periodiek controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij alle aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt gehandhaafd.

Basis

•Nieuwbouw: scheiden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht.

•Bestaand gebied: afkoppelen van verhard oppervlak indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu én kosteneffectief.

•Afkoppelen mag niet leiden tot overbelasting van het watersysteem.

•De gemeente stimuleert particulieren van bestaand verhard oppervlak om hemelwater op eigen terrein te verwerken

•Indien percelen grenzen aan oppervlaktewater wordt de particulier gestimuleerd hemelwater hierop af te voeren.

•Naar aanleiding van meldingen wordt onderzoek verricht naar onjuist gebruik van de voorzieningen.

•Indien sprake is van onjuist gebruik van de voorzieningen wordt gehandhaafd.

•Er vindt periodiek controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij de Wm-vergunningplichtige/ Wm-meldingsplichtige aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt gehandhaafd.

Laag

•Nieuwbouw: scheiden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen indien kosteneffectief.

•Bestaand gebied: geen verhard oppervlak afkoppelen.

•Afkoppelen mag niet leiden tot overbelasting van het watersysteem.

•De gemeente stimuleert particulieren niet om hemelwater op eigen terrein te verwerken.

•De gemeente zamelt het overtollig hemelwater van de particulier in.

•Er vindt geen onderzoek plaats naar onjuist gebruik van de voorzieningen.

•Indien sprake is van onjuist gebruik van de voorzieningen wordt niet gehandhaafd.

•Er vindt geen periodieke controle plaats van de lozings- en aansluitverordeningen bij de Wm-vergunningplichtige/ Wm-meldingsplichtige

aansluitingen.

•Indien sprake is van overtreding van de lozings- en aansluitverordeningen wordt niet gehandhaafd.

Verwerking van overtollig hemelwater in riolen

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Bij ‘water-op-straat’ situaties is geen sprake van hinder

Vuiluitworp via overstorten leidt niet tot stank en vervuiling

Afvoercapaciteit kolken

De openbare ruimte is goed ingericht op afvoer van water. Bij hoosbuien kan het water goed afvoeren naar de riolering. Hinderlijke plassen op straat komen niet voor.

Afvoercapaciteit riolering

Bij hoosbuien kan de riolering het water afvoeren zonder dat dit leidt tot hinder.

Technische staat

De voorzieningen verkeren in een goede technische staat.

Vuiluitworp

Bij hoosbuien wordt het water opgevangen in de riolen (eneventuele bergingsvoorzieningen). De vuiluitworp is minimaal en leidt niet tot risico’s voor mens en omgeving. Er is geen sprake van stank en vervuiling.

Basis

Bij ‘water-op-straat’ situaties is sprake van hinder

Vuiluitworp via overstorten leidt af en toe tot stank en vervuiling

Afvoercapaciteit kolken

De openbare ruimte is redelijk goed ingericht op afvoer van water. Bij hoosbuien kan het water redelijk goed afvoeren naar de riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor. Dit leidt niet tot overlast.

Afvoercapaciteit riolering

Bij hoosbuien kan de riolering het water afvoeren zonder dat dit leidt tot overlast.

Technische staat

De voorzieningen verkeren in een redelijke technische staat.

Vuiluitworp

Bij hoosbuien wordt het water afdoende opgevangen in de riolen (eneventuele bergingsvoorzieningen). De vuiluitworp is beperkt en leidt tot beperkte risico's voor mens en omgeving. Slechts af en toe is sprake van stank en vervuiling.

Laag

Bij ‘water-op-straat’ situaties is sprake van overlast, straten staan blank en niet meertoegankelijk

Na een hoosbui is sprake van vissterfte in de sloten en vijvers

Afvoercapaciteit kolken

De openbare ruimte is onvoldoende ingericht op afvoer van water. Bij hoosbuien kan het water niet goed afvoeren naar de riolering. Hinderlijke plassen op straat komen vaak voor. Dit leidt tot overlast.

Afvoercapaciteit riolering

Bij hoosbuien kan de riolering het water niet afvoeren. Regelmatig is sprake van straten die blank staan. Dit leidt tot overlast.

Technische staat

De voorzieningen voor verkeren in een slechte technische staat.

Vuiluitworp

Bij hoosbuien wordt het water onvoldoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergingsvoorzieningen). De vuiluitworp is hoog en leidt tot risico's voor mens en omgeving. Regelmatig is sprake van stank en vervuiling.

Kwaliteitsnorm

Hoog

•Plasvorming dient binnen een half uur na een normale regenbui (4 mm/ uur) weg te zijn.

•Plasvorming mag bij maximaal 2% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte kolken zijn binnen een week verholpen.

•De vrijverval riolering moet in staat zijn een bui met een herhalingstijd van 1 x per 5 jaar te verwerken.

•Theoretisch berekende ‘water-op-straat’ situaties mogen niet leiden tot wateroverlast.

•Waarschuwingsmaatstaven volgens het inspectie beoordelingsprotocol komen niet voor.

•De vuiluitworp uit de rioolstelsels voldoet ruimschoots aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit (emissiespoor en waterkwaliteitsspoor).

•Alle overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie. Er is geen sprake van risicovolle overstorten.

Basis

•Plasvorming dient binnen één uur na een normale regenbui (4 mm/ uur) weg te zijn.

•Plasvorming mag bij maximaal 5% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte kolken zijn binnen een week verholpen.

•De vrijverval riolering moet in staat zijn een bui met een herhalingstijd van 1 x per 2 jaar te verwerken zonder dat dit tot theoretische ‘water-op- straat’ situaties leidt.

•Theoretisch berekende ‘water-op-straat’ situaties mogen niet leiden tot wateroverlast.

•Ingrijpmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol komen niet voor.

•De vuiluitworp uit de rioolstelsels voldoet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit (emissiespoor en waterkwaliteitsspoor).

•Niet alle overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie.

•Er is geen sprake van risicovolle overstorten.

Laag

•Plasvorming is na een normale regenbui (4 mm/ uur) niet binnen één uur weg.

•Bij meer dan 5% van de kolken komt plasvorming voor.

•Incidenteel verstopte kolken zijn niet binnen een week verholpen.

•De vrijverval riolering is niet in staat een bui met een herhalingstijd van 1 x per 2 jaar te verwerken; er is sprake van theoretische ‘water-op-straat’ situaties.

•Theoretisch berekende ‘water-op-straat’ situaties leiden tot wateroverlast.

•Ingrijpmaatstaven volgens het beoordelingsprotocol komen voor.

•De vuiluitworp uit de rioolstelsels voldoet niet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit (emissiespoor en waterkwaliteitsspoor).

•De overstorten van gemengde stelsels zijn niet voorzien van meetregistratie.

•Er is sprake van risicovolle overstorten.

Inzameling van grondwater

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Kruipruimtes zijn droog

Kruipruimtes zijn droog

Loketfunctie

Burgers en ondernemers kunnen bij het gemeentelijk waterloket terecht voor klachten en vragen omtrent grondwater(overlast). Geregistreerde meldingen worden proactief onderzocht om te achterhalen ofsprake is van een grondwaterprobleem.

Inzicht/ meten

Van de locaties in openbaar gebied diegevoelig zijn voorhoge of lage grondwaterstanden is inzichtinde grondwaterstanden beschikbaar.

Inzameling

Wanneer de grondwaterstandin openbaar gebied leidt tot schade aan gebouwen (verrotte vloeren en/ of fundering) en omgeving (onbegaanbare terreinen) of tot gezondheidsproblemen (muffe lucht en/ofbeschimmelde muren in gebouwen) worden maatregelen getroffen.

Basis

Tuinen zijn een periode van regen enige dagen drassig

In kruipruimtestaat in een natte periode enig water

Loketfunctie

Burgers en ondernemers kunnen bij het gemeentelijk waterloket terecht voor klachten en vragen omtrent grondwater(overlast). Bij herhaalde meldingen wordt onderzoek verricht om te achterhalen ofsprake is van een grondwaterprobleem.

Inzicht/ meten

De grondwaterstanden van locaties in openbaar gebied met problemen door hoge of lage grondwaterstanden zijn inzichtelijk.

Inzameling

Wanneer degrondwaterstand in openbaar gebied leidt tot schade aangebouwen (verrotte vloeren en/of fundering) of tot gezondheidsproblemen (muffe lucht en/ of beschimmelde murenin gebouwen) worden maatregelen getroffen.

Laag

Beschimmeldemuren in de woning

Kruipruimte staat vol water

Loketfunctie

Burgers en ondernemerskunnen bij het gemeentelijkwaterloket terecht voor klachtenen vragen omtrentgrondwater (overlast). Deze meldingen worden geregistreerd.

Inzicht/ meten

Er is geen inzicht in de grondwaterstanden in openbaar gebied beschikbaar.

Inzameling

Alleen wanneer degrondwaterstand in openbaar gebied leidt tot gezondheidsproblemen(muffe luchten/ of beschimmelde muren in gebouwen) worden maatregelen getroffen.

Kwaliteitsnorm

Hoog/Basis

•Geregistreerde meldingen worden binnen een week naar melding onderzocht.

•Binnen een maand na binnenkomst van de melding wordt een locatiebezoek uitgevoerd en wordt een klein buurtonderzoek verricht (vaststellen of er meer bewoners zijn met een grondwaterprobleem).

•Rondom locaties die gevoelig zijn voor hoge of lage grondwaterstanden is een grondwatermeetnet ingericht.

•De grondwaterstanden worden maandelijks uitgelezen.

•Halfjaarlijks vindt een validatie van de data plaats.

•De gemiddeld hoogste of laagste grondwaterstand (conform het ontwateringsprotocol) wordt niet overschreden.

•Er zijn geen meldingen bekend omtrent water in de kruipruimten.

•Er is sprake van structurele grondwaterproblemen wanneer binnen een straat sprake is van meerdere locaties met grondwaterproblemen.

Hoog/Basis

•Geregistreerde meldingen worden na een maand naar melding onderzocht.

•Binnen twee maanden na binnenkomst van de melding wordt een locatiebezoek uitgevoerd. Er wordt geen buurtonderzoek verricht.

•Rondom de probleemlocaties met hoge of lage grondwaterstanden is een grondwatermeetnet ingericht.

•De grondwaterstanden worden eens per kwartaal uitgelezen.

•Jaarlijks vindt een validatie van de data plaats.

•De gemiddeld hoogste of laagste grondwaterstand (conform het ontwateringsprotocol) wordt gedurende maximaal 30 dagen op jaarbasis overschreden

•Er zijn meldingen bekend omtrent water in de kruipruimten; water staat minder dan 30 dagen per jaar in de kruipruimte.

•Er is sprake van structurele grondwaterproblemen wanneer binnen een wijk sprake is van meerdere locaties met grondwaterproblemen.

Laag

•Geregistreerde meldingen worden pas na een maand naar melding onderzocht.

•Er wordt geen locatiebezoek uitgevoerd. Vragen over aard en omvang van de melding worden telefonisch afgehandeld.

•Er is geen grondwatermeetnet ingericht.

•De gemiddeld hoogste of laagste grondwaterstand (conform het ontwateringsprotocol) wordt op jaarbasis meer dan 30 dagen overschreden.

•Er zijn meldingen bekend omtrent water in de kruipruimten; water staat meer dan 30 dagen per jaar in de kruipruimte.

•Er is sprake van structurele grondwaterproblemen wanneer binnen een wijk sprake is van meerdere locaties met grondwaterproblemen.

Verwerking van grondwater

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Indien nodig maatwerkoplossingen

De voorzieningen verkeren in een goede technische staat

Verwerking in bestaand gebied

Eventuele grondwaterproblemen worden snel opgelost. De overlast voor de omgeving wordt beperkt tot een minimum.

Verwerking bij nieuwbouw

In de voorbereidingsfase is uitgebreid aandacht voor de grondwatersituatie.

Technische staat

De voorzieningen verkeren in een goede technische staat.

Basis

Simpel maar doelmatig problemen voorkomen

Drainage voorzieningen verkeren in een redelijke technische staat

Verwerking in bestaand gebied

De aanpak van grondwaterproblemen wordt bij voorkeur integraal afgestemd met overige maatregelen in de openbare ruimte. Dit kan betekenen dat de overlast voor de omgeving toch enige tijd aanhoudt.

Verwerking bij nieuwbouw

In de voorbereidingsfase is aandacht voor de grondwatersituatie.

Technische staat

De voorzieningen verkeren in een redelijke technische staat.

Laag

Door gebrekkige ontwatering regelmatig wateroverlast

Kapotte drainage voorzieningen leidt tot wateroverlast

Verwerking in bestaand gebied

De aanpak van grondwaterproblemen wordt integraal afgestemd met overige maatregelen in de openbare ruimte. Dit kan betekenen dat de overlast voor de omgeving toch enige jaren aanhoudt.

Verwerking bij nieuwbouw

In de voorbereidingsfase is geen aandachtvoor de grondwatersituatie.

Technische staat

De voorzieningen verkeren in een slechte technische staat.

Kwaliteitsnorm

Hoog/Basis

•Aanpak van de grondwaterproblemen vindt bij voorkeur plaats bij de eerstvolgende weg- of rioolvervanging. Indien deze vervanging zich pas na 5 jaar voordoet worden eerder autonome maatregelen getroffen.

•Bij rioolvervanging wordt altijd drainage mee gelegd. Zodat deze bij meldingen van grondwaterproblemen in bedrijf gesteld kan worden

•Getroffen maatregelen moeten minimaal 30 jaar kunnen functioneren.

•In de waterparagraaf van de bestemmingsplannen maakt het grondwater een vast onderdeel uit.

•Als het risico aanwezig is op hoge of lage grondwaterstanden worden vooraf maatregelen getroffen.

•Aanwezige voorzieningen worden structureel (conform het gemeentelijk ontwateringsprotocol) onderhouden.

Basis/Hoog

•Aanpak van de grondwaterproblemen vindt bij voorkeur plaats bij de eerstvolgende weg- of rioolvervanging. Indien deze vervanging zich pas na 10 jaar voordoet worden eerder autonome maatregelen getroffen.

•Alleen bij locaties met hoge grondwaterstanden wordt bij rioolvervanging drainage mee gelegd.

•Getroffen maatregelen moeten minimaal 30 jaar kunnen functioneren.

•In de waterparagraaf van de bestemmingsplannen maakt het grondwater een vast onderdeel uit.

•Bij locaties met hoge grondwaterstanden is het verplicht ontwaterende voorzieningen aan te leggen.

•Er vindt geen structureel onderhoud van de aanwezige voorzieningen plaats. Alleen naar aanleiding van meldingen wordt onderhoud uitgevoerd.

Laag

•In de bestemmingsplannen wordt geen aandacht aan grondwater gegeven.

•Er gelden geen voorschriften voor de verplichte aanleg van ontwaterende voorzieningen.

•Er is geen grondwatermeetnet ingericht.

•Er vindt geen structureel onderhoud van de aanwezige voorzieningen plaats.

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

In stedelijk gebied is voldoende oppervlaktewater aanwezig

Oevervoorzieningenverkeren in een goede technische staat

Berging/ afvoercapaciteit

In het stedelijk gebied zijn voldoende voorzieningen (oppervlaktewater, groenvoorzieningen e.d.) aanwezig waar het hemelwater bij extremebuien eenvoudig naar toe kan stromen.

Technische staat

Bij extreme buien zullende peilen in de watergangen stijgen. De omgeving ondervindt hiervan geen hinder.

Kunstwerkenverkeren in een goede technischestaat. Er is geen sprake van beschadigingen.

Aanwezig baggeren de begroeiing van oevers leidt niet tot belemmeringen voor de water aan- en afvoer.

Basis

Voldoende oppervlaktewater maar beperkt toegankelijk

Oevervoorzieningen verkeren in een redelijke technische staat

Berging/ afvoercapaciteit

In het stedelijk gebied zijn voldoende voorzieningen (oppervlaktewater, groenvoorzieningen e.d.) aanwezig. Het hemelwater kan bij extreme buien hier niet altijd eenvoudig naartoe stromen.

Bij extreme buien zullen de peilen in de watergangen stijgen. De omgeving zal hier wellicht hinder van ondervinden maar geen overlast of schade.

Technische staat

Kunstwerken verkeren in een redelijke technische staat. Aanwezige beschadigingen hebben geen negatief effect op water aan- en afvoer.

Bagger en begroeiing van oevers belemmerd in geringe mate de water- aan en afvoer, maar nergens overde gehele breedte van het profiel

Laag

Onvoldoende oppervlaktewater aanwezig, straten staan blank en zijn niet meer toegankelijk

Oevervoorzieningen verkeren in een slechte technische staat

Berging/ afvoercapaciteit

In het stedelijk gebied zijn onvoldoende voorzieningen (oppervlaktewater, groenvoorzieningen e.d.) aanwezig waar het hemelwater bij extremebuien naar toe kan stromen.

Bij extreme buien zullende peilen in de watergangen stijgen. De omgeving zal hier overlastof schade van ondervinden.

Technische staat

Beschoeiingenen kunstwerken verkeren in een slechte technische staat. Aanwezige beschadigingen hebben een negatief effect op water aan- en afvoer.

Bagger en begroeiing van oevers belemmeren de water- aan en afvoer.

Kwaliteitsnorm

Hoog/Basis

•Bij buitengewone omstandigheden vindt waterberging en afvoer van water plaats in daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is zodanig ingericht dat bij extreme omstandigheden (eens per 100 jaar) geen hinder voor de omgeving optreedt.

•De maximale peilstijging van het oppervlaktewater in stedelijk gebied (rekening houdend met klimaatwijzigingen) bedraagt:

•dagelijkse praktijk T=1: water stijgt niet tot boven het niveau van de overstorten

•ontwerp situatie T=10: water stijgt niet tot boven het niveau van de overstorten

•extreme situatie T=100: watergangen treden niet buiten hun oevers

•Bij meer dan 75% van de duikers is het doorstroomprofiel schoon.

•Bij meer dan 75% van de roosters is het doorstroomprofiel schoon.

•Het minimaal benodigd vrije profiel van de watergang is het gehele jaar gewaarborgd, met inbegrip van de aanwezigheid van bagger en plantengroei

op bodem en oever.

Basis/Hoog

•Bij buitengewone omstandigheden vindt waterberging plaats in daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is zodanig ingericht dat bij extreme omstandigheden (eens per 100 jaar) geen overlast voor de omgeving optreedt.

•De maximale peilstijging van het oppervlaktewater in stedelijk gebied (rekening houdend met klimaatwijzigingen) bedraagt:

•dagelijkse praktijk T=1: water stijgt niet tot boven het niveau van de overstorten

•ontwerp situatie T=10: water stijgt tot boven het niveau van de overstorten, terugslagkleppen voorkomen instroom van oppervlaktewater

•extreme situatie T=100: watergangen treden buiten hun oevers, dit leidt niet tot overlast

•Het minimaal benodigd vrije profiel van de watergang is 50 tot 75% van het jaar gewaarborgd, met inbegrip van de aanwezigheid van bagger en

plantengroei op bodem en oever

•De vuiluitworp uit de rioolstelsels voldoet aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit (emissiespoor en waterkwaliteitsspoor).

•Niet alle overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie.

•Er is geen sprake van risicovolle overstorten.

Laag

•Bij buitengewone omstandigheden vindt in beperkte mate waterberging plaats in daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is onvoldoende ingericht om bij buitengewone omstandigheden (eens per 100 jaar) overlast voor de omgeving te voorkomen.

•De maximale peilstijging van het oppervlaktewater in stedelijk gebied (rekening houdend met klimaatwijzigingen) bedraagt:

•dagelijkse praktijk T=1: water stijgt tot boven het niveau van de overstorten, water stroomt via overstorten het riool in, dit leidt tot overlast

•ontwerp situatie T=10: water stijgt tot boven het niveau van de overstorten, water stroomt via overstorten het riool in, dit leidt tot overlast

•extreme situatie T=100: watergangen treden buiten hun oevers, dit leidt tot overlast/ economische schade

•Minder dan 50% van de duikers is het doorstroomprofiel schoon.

•Minder dan 50% % van de roosters is het doorstroomprofiel schoon;

•Het minimaal benodigd vrije profiel van de watergang is minder dan 50 % van het jaar gewaarborgd als gevolg van de aanwezigheid van bagger en plantengroei op bodem en oever

Inrichting van watergangen

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Kwaliteitsnorm

Hoog

Een net aangelegde natuurlijke oever voor zowel het natte als droge profiel

Een natuurlijke oever in bloei

Ecologisch water

De wateren met een ecologische functie beschikken ruimschoots over de gewenste diversiteit aan flora en fauna .

•Watergangen met een ecologische functie zoals de KRW-waterlichamen voldoen ruimschoots aan de ecologische normen zoals het GEP en de normen voor chemie.

Waterkwaliteit overige wateren

De kwaliteitvan het water is goed op orde (schoon en helder water). De flora en fauna van het water kent een grotere diversiteit.

•De overige watergangen voldoen aan de normen voor prioritaire stoffen, de MTR normen en de ecologische doelstellingen zoals opgenomen in het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

Nat profiel

Het natteprofiel biedt veel en diverse vestigingsmogelijkheden voor gevarieerde flora en fauna.

•Bij meer dan 50% van de watergangen voldoet het nat profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen. De waterkwaliteit wordt niet beïnvloed door de aanwezigheid van bagger op de waterbodem.

Droog profiel

Het nattedraagt bij aan een goede waterkwaliteit.

•Bij meer dan 50% van de watergangen voldoet het droge profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

Watersysteem

Het droge profiel biedt vele en diverse vestigingsplaatsen voor flora en fauna.

•Er zijn geen doodlopende watergangen aanwezig, het oppervlaktewatersysteem is met elkaar verbonden en kent voldoende doorspoelmogelijkheden.

Basis

Water is beeldbepalend in stedelijk gebied en schoon

Kruidenrijke berm en oeverbegroeiing langs een waterloop gelegen in groene zone stedelijk gebied

Ecologisch water

Nagenoeg alle wateren met een ecologische functie beschikken over de gewenste flora en fauna.

•75% van de watergangen met een ecologische functie zoals de KRW- waterlichamen voldoen aan de ecologische normen van het GEP en de normen voor chemie.

Waterkwaliteit overige wateren

Het water is schoon, helder en vrij van kroos/algenbloei, stank en vissterfte. De kwaliteit van het wateren de flora en fauna van het water is op een basisniveau goed.

•De overige wateren voldoen aan de normen voor prioritaire stoffen en grotendeels aan de MTR-normen. De ecologische doelstellingen, zoals opgenomen in het protocol inrichtingsprofiel, zijn voor 50% behaald.

Nat profiel

Het natte profiel biedt vestigingsplaatsen voor flora en fauna vooreen basis ecologisch systeem. Het natte profiel beïnvloedt de waterkwaliteit nagenoeg niet.

•Bij 25% tot 50% van de watergangen voldoet het nat profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

•De waterkwaliteit wordt in geringe mate beïnvloed door de aanwezige bagger op de waterbodem.

Droog profiel

Het droge profiel biedtlokaal vestingings- mogelijkheden voor floraen fauna.

•Bij 25 tot 50 % van de watergangen voldoet het droog profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

Watersysteem

De structuur van het watersysteem vormt een samenhangend geheel zodat geen waterkwaliteitsproblemen ontstaan en voldoende zuiverend vermogen kent .

•Zo min mogelijk doodlopende watergangen. Eventueel aanwezige doodlopende watergangen zijn indien nodig doorspoelbaar met afgekoppeld hemelwater of oppervlaktewater. Op specifieke locaties, zoals nabij bepaalde overstorten, is specifiek ingezet op een groter zuiverend vermogen

Laag

Het water is niet schoon en heeft een kroosdek

Beschoeide oever zonder vestigingsmogelijkheden flora en fauna

Ecologisch water

De wateren met een ecologische functie beschikken niet over de gewenste flora en fauna en voldoen nietaan de KRW-normen.

•Minder dan 75% van de watergangen met een ecologische functie zoals de KRW- waterlichamen voldoen aan de ecologische normen van het GEP en de normen voor chemie.

Waterkwaliteit overige wateren

Het water is vervuild,het water is troebel of bedekt met algenbloei / kroosdek.

Incidenteel of frequent stinkt het water, er worden dode beesten (watervogels, vissen) aangetroffen.

•De chemische normen (prioritaire stoffen en MTR) worden voor meerdere stoffen niet gehaald.

•Het water is visueel zichtbaar vervuild en het doorzicht is niet of zeer beperkt aanwezig.

•Er is sprake van stankoverlast en dode beesten zoals vissen en watervogels.

Nat profiel

Het natte profiel biedt zeer beperkt vestigingsmogelijkheden voor flora en fauna en beïnvloedt de waterkwaliteit nadelig.

•Bij minder dan 25% van de watergangen voldoet het natte profiel aan het protocol inrichtingsprofiel.

•Waterkwaliteit wordt nadelig beïnvloed door achterstallig onderhoud van waterbodems.

Droog profiel

Het droge profiel biedt nagenoeg geen vestigingsplaatsen voor flora en fauna en beïnvloedt de waterkwaliteit nadelig.

•Bij minder dan 25% van de watergangen voldoet het droge profiel aan het protocol inrichtingsprofiel. Zo zijn er nagenoeg geen natuurlijke overgang van water naar land en begroeiing met (oever)planten.

Watersysteem

De structuur van het watersysteem is versnipperd zodat waterkwaliteitsproblemen ontstaan.

•Waterkwaliteitsproblemen treden op doordat er doodlopende watergangen aanwezig zijn met geen of nauwelijks doorspoelingsmogelijkheden.

Kwaliteitsnorm

Hoog

•Watergangen met een ecologische functie zoals de KRW-waterlichamen voldoen ruimschoots aan de ecologische normen zoals het GEP en de normen voor chemie.

•De overige watergangen voldoen aan de normen voor prioritaire stoffen, de MTR normen en de ecologische doelstellingen zoals opgenomen in het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

•Bij meer dan 50% van de watergangen voldoet het nat profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen. De waterkwaliteit wordt niet beïnvloed door de aanwezigheid van bagger op de waterbodem.

•Bij meer dan 50% van de watergangen voldoet het droge profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

•Er zijn geen doodlopende watergangen aanwezig, het oppervlaktewatersysteem is met elkaar verbonden en kent voldoende doorspoelmogelijkheden.

Basis

•75% van de watergangen met een ecologische functie zoals de KRW- waterlichamen voldoen aan de ecologische normen van het GEP en de normen voor chemie.

•De overige wateren voldoen aan de normen voor prioritaire stoffen en grotendeels aan de MTR-normen. De ecologische doelstellingen, zoals opgenomen in het protocol inrichtingsprofiel, zijn voor 50% behaald.

•Bij 25% tot 50% van de watergangen voldoet het nat profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

•De waterkwaliteit wordt in geringe mate beïnvloed door de aanwezige bagger op de waterbodem.

•Bij 25 tot 50 % van de watergangen voldoet het droog profiel aan het protocol inrichtingsprofiel watergangen.

•Zo min mogelijk doodlopende watergangen. Eventueel aanwezige doodlopende watergangen zijn indien nodig doorspoelbaar met afgekoppeld

•hemelwater of oppervlaktewater. Op specifieke locaties, zoals nabij bepaalde overstorten, is specifiek ingezet op een groter zuiverend vermogen.

Laag

•Minder dan 75% van de watergangen met een ecologische functie zoals de KRW- waterlichamen voldoen aan de ecologische normen van het GEP en

de normen voor chemie.

•De chemische normen (prioritaire stoffen en MTR) worden voor meerdere stoffen niet gehaald.

•Het water is visueel zichtbaar vervuild en het doorzicht is niet of zeer beperkt aanwezig.

•Er is sprake van stankoverlast en dode beesten zoals vissen en watervogels.

•Bij minder dan 25% van de watergangen voldoet het natte profiel aan het protocol inrichtingsprofiel.

•Waterkwaliteit wordt nadelig beïnvloed door achterstallig onderhoud van waterbodems.

•Bij minder dan 25% van de watergangen voldoet het droge profiel aan het protocol inrichtingsprofiel. Zo zijn er nagenoeg geen natuurlijke overgang

van water naar land en begroeiing met (oever)planten.

•Waterkwaliteitsproblemen treden op doordat er doodlopende watergangen aanwezig zijn met geen of nauwelijks doorspoelingsmogelijkheden.

Inrichting en gebruik rondom watergangen

Sfeerbeelden

Kwaliteitsbeschrijving

Hoog

Beheer (openbare) ruimte

Beheer en onderhoud wordt afgestemd op de actuele weersituatie.

Knelpunten in beheer en onderhoud worden actief opgehaald onder inwoners en informatie wordt gedeeld voor bewustzijn. Hierbij stelt de gemeente eigen communicatiemateriaal op.

Droogte

Het watergebruik in de gemeente gaat omlaag en hemelwater wordt via de bodem verwerkt

Het groen binnen de gemeente ondervindt geen hinder van klimaatverandering

Wateroverlast

Particulierewoningen, bedrijven en winkels ervaren geen wateroverlast bijhevige neerslag. Hiertoe worden alle locaties die risico lopen op overlast geanalyseerd.

Basis

Beheer (openbare) ruimte

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform regulier beleid, maar hierbij wordt rekening gehouden met de actuele situatie in het fysiek domein.

Over klimaatadaptatie worden inwoners actief geïnformeerd binnen bestaande communicatietrajecten

Droogte

Inwoners en gemeenten gaan aan het werk om waar het doelmatig kan water vast te houden.

Het groen in de gemeente ondervindt hinder van droogte.

Wateroverlast

Particuliere woningen, bedrijven enwinkels ervaren geen onverwachte wateroverlast bij hevige neerslag.

Laag

Beheer (openbare) ruimte

Beheer en onderhoud wordt niet afgestemd op de actuele weersituatie.

Vanuit de gemeente wordt niet actief gecommuniceerd

Droogte

Ten behoeve van droogtebestrijding worden geen aanvullende maatregelen getroffen in stedelijk gebied. Hemelwater wordt afgewenteld op oppervlaktewater rond de bebouwde omgeving.

Het groen in de gemeente ondervindt hinder van droogte.

Wateroverlast

Particuliere woningen, bedrijven en winkelservaren voorlopig wateroverlast bij hevige neerslag.

•Bij bladval door extreme droogte wordt in de zomermaanden maandelijks extra veegrondes ondernomen om te voorkomen dat kolken verstopt raken.

•Het reinigen van kolken wordt uitgebreid met een monitoringsprogramma op vervuiling

•Hoogteverschillen in straatwerk met een water geleidende functie worden op hoogte gehouden.

•Er is een online onderhoudsmonitor waar inwoners terecht kunnen met opmerkingen over de staat van onderhoud van hun eigen leefomgeving

•Inwoners worden bewuster gemaakt van de gemeentelijke watertaken.

•De voorkeursvolgorde benutten-vasthouden-bergen-afvoeren wordt volledig ingevuld in gemeentelijke projecten en particulieren benutten hemelwater actief.

•Minder dan 10% van het groenareaal krijgt groeiachterstand of droogteschade.

•Alle locaties met een risico op wateroverlast worden binnen 5 jaar aangepakt zodat er geen wateroverlast risico meer is.

•Particuliere oppervlakken worden waar mogelijk gestimuleerd af te koppelen van het gemengde rioolstelsel.

Basis

•Bij extreme bladval door extreme droogte wordt overwogen extra veegrondes te om te voorkomen dat kolken verstopt raken. Verzakkingen in hoogteverschillen in straatwerk met een water geleidende functie worden vastgelegd.

•Er wordt aangesloten bij regionale communicatietrajecten om inwoners bewust te maken van klimaatadaptatie.

•Inwoners worden gestimuleerd af te koppelen. Het benutten maakt deel uit van reguliere informatie.

•De gemeente maakt bij start van een project een doelmatigheidsafweging of water vastgehouden wordt in de bodem.

•Er wordt geen nadere inzet gepleegd op de verdroging van groen en de samenstelling van het groenareaal.

•Burgers worden voorgelicht over consequenties voederen watervogels. Zo zijn bij bekende locaties met grote hoeveelheden watervogels

voorlichtingsborden geplaatst.

Laag

•Het reguliere straatveegschema wordt onderhouden zonder rekening te houden met externe omstandigheden.

•Inwoners krijgen passief informatie mee (vanuit journaals) over klimaatadaptatie

•Er wordt geen inzet gepleegd op droogtebestrijding.

•De mate, vorm en inhoud van de overlast voor groen hebben geen invloed op de omgang met openbaar groen en water.

•Er wordt geen separate inzet gepleegd op voor wateroverlast gevoelige locaties. De komende generatie wordt gewerkt binnen rioolvervangingen aan het afkoppelen van hemelwater wat een verbetering in de afvoercapaciteit inhoudt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.