Aanhef
De raad, het college en de burgemeester van de gemeente ZALTBOMMEL;
ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
gelezen het voorstel van het college;
gelet op artikelen 84, 96 en 149 Gemeentewet en artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
besluiten
vast te stellen de volgende Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Zaltbommel 2025:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
b) commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften (hierna: bezwaarschriftencommissie);
c) wet: Algemene wet bestuursrecht;
d) ambtelijk horen: horen van belanghebbenden als bedoeld in artikel 7:5 van de wet;
e) Enkelvoudige kamer: een kamer bestaand uit een voorzitter of een lid.
Artikel 2. Inleidende bepaling commissie
1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. Door of namens het college kan worden besloten om bezwaarschriften niet door de commissie te laten behandelen.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten
a.op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken.
b.besluiten en daarmee gelijkgestelde beslissingen en andere handelingen van bestuursorganen in de zin van de Awb, betreffende personele en organisatie aangelegenheden.
Artikel 3. Samenstelling van de commissie
1De commissie wordt verdeeld in twee kamers:
-kamers 1 en 2: Algemene Zaken
2Elke kamer bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en minimaal twee onafhankelijke leden.
3De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
4De commissie regelt de onderlinge vervanging.
5Alle leden kunnen optreden als dagvoorzitter. Zodra een zaak is geagendeerd voor een hoorzitting, neemt de dagvoorzitter van die hoorzitting alle taken en bevoegdheden met betrekking tot de geagendeerde zaken over van de voorzitter.
6De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Zaltbommel. verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Zaltbommel.
Artikel 4. Secretaris
1De commissie wordt bijgestaan door een door het college aangewezen ambtenaar als secretaris. Het college kan meer dan één secretaris aanwijzen.
2De secretaris kan een externe secretaris inschakelen om op te treden als plaatsvervangend secretaris.
Artikel 5. Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. Voor leden die per 1 april 2017 zijn benoemd, geldt dat zij maximaal twee keer voor een periode van 4 jaar kunnen worden herbenoemd.
2Het college kan voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in het eerste lid, als het betreffende commissielid niet naar behoren functioneert, dan wel als door veranderde omstandigheden het lidmaatschap van het commissielid niet meer verenigbaar is met de (onafhankelijke)aard van de commissie, het betreffende commissielid ontslaan.
3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
4De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij dit noodzakelijkerwijs niet kan.
Artikel 6. Uitoefening bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie:
a) artikel 2:1, tweede lid;
b) artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;
c) artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
d) artikel 7:4, tweede lid;
e) artikel 7:6, vierde lid.
Artikel 7. Vooronderzoek
1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging door of namens het college vereist.
Artikel 8. Hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
4De voorzitter kan in bijzondere gevallen besluiten het horen te laten plaatsvinden door één voorzitter of lid van de commissie.
Artikel 9. Uitnodiging zitting
1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.
2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.
4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 10. Horen van kinderen
1Het horen van kinderen die belanghebbende zijn bij een procedure die voortvloeit uit de Jeugdwet of een procedure op grond van de Wet tijdelijk huisverbod gebeurt door een deskundige. Dit kan een persoon zijn die geen lid is van de commissie.
2De deskundige brengt een schriftelijk verslag uit aan de commissie.
3De deskundige heeft een specifieke opleiding gevolgd voor het horen van (meestal kwetsbare) kinderen.
4Bij het horen is geen ander persoon aanwezig dan degene die hoort en het kind dat gehoord wordt; het kind kan zich laten bijstaan.
5Het horen gebeurt nadat het kind op correcte wijze is geïnformeerd over de procedure en zoveel mogelijk op zijn of haar gemak is gesteld.
6Het verslag van het horen is primair bestemd voor de voorzitter en de leden van de commissie.
7Het kind bepaalt of het verslag dat van het horen wordt gemaakt naar de ouders/verzorgers of andere instanties gaat of niet. Het kind krijgt voldoende tijd om het verslag te bestuderen.
8Artikel 11 van deze verordening is niet van toepassing.
Artikel 11. Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Dit geldt niet in geval toepassing is gegeven aan artikel 8, vierde lid.
Artikel 12. Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 13. Openbaarheid zitting
1De zitting van de commissie is openbaar.
2De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
Artikel 14. Schriftelijke verslaglegging
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.
3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden, niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.
4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
6In plaats van een afzonderlijk verslag kan ook in het advies aan het bestuursorgaan een beknopte weergave van hetgeen ter zitting is besproken, worden opgenomen.
Artikel 15. Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dat verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16. Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb , ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 18. Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 19. Intrekking
De Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Zaltbommel 2021 vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2025.
Artikel 21. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Zaltbommel 2025.