Gemeentelijke regelgeving

Vuurwerkverkoopbeleid gemeente Zaanstad - 2019

Gemeente Zaanstad · geldt sinds 4 oktober 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,

Gelet op het Vuurwerkbesluit, artikel 160 van de Gemeentewet, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad,

besluit:

Tot het vaststellen van het Vuurwerkverkoopbeleid gemeente Zaanstad - 2019.

Beleidsregels

Artikel 1. Algemeen

Bij een vuurwerkverkooppunt wordt consumentenvuurwerk ter beschikking gesteld dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig gehouden.

Artikel 2. Vuurwerkverkoopvergunning

1Het exploiteren van een vuurwerkverkooppunt is verboden zonder een vergunning van het college op grond van artikel 2:72 van de APV.

2De vuurwerkverkoopvergunning geeft toestemming voor de verkoop van vuurwerk op 29, 30 en 31 december. Wanneer één van deze dagen op een zondag valt, is ook 28 december een verkoopdag in plaats van de zondag.

3De vergunning is zowel locatie- als persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

4De vergunning valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob.

Artikel 3. Maximumstelsel

1In Zaanstad worden maximaal tien vuurwerkverkoopvergunningen, zoals bedoeld in artikel 2:72 van de APV, verleend.

2Een aanvraag voor een vuurwerkverkoopvergunning wordt enkel in behandeling genomen indien het maximum aantal van tien vuurwerkverkoopvergunningen nog niet bereikt is en er geen verdere geïnteresseerden zijn, of wanneer de aanvrager na het doorlopen van de Aanvraag- en selectieprocedure vuurwerkverkoopvergunning – 2019 in aanmerking komt voor het aanvragen van een vuurwerkverkoopvergunning.

Artikel 4. Verdeling schaarse vuurwerkverkoopvergunningen

Verdeling van een vrijgekomen vuurwerkverkoopvergunning vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de Aanvraag- en selectieprocedure vuurwerkverkoopvergunning – 2019.

Artikel 5. Looptijd vuurwerkverkoopvergunning

1De vuurwerkverkoopvergunning wordt verleend voor een periode van tien jaar.

2Na afloop van deze termijn komt de vergunning opnieuw beschikbaar en zal er een nieuwe aanvraag- en selectieprocedure worden opgestart.

Artikel 6. Locatiecriteria

1Naast het bepaalde in de APV gelden een aantal locatiecriteria bij het beoordelen van een aanvraag voor een vuurwerkverkoopvergunning:

a.voor vestiging van vuurwerkverkooppunten in de nabijheid van kwetsbare objecten gelden de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in het Vuurwerkbesluit;

b.er is geen concentratie van vuurwerkverkooppunten toegestaan in een gebied waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat als gevolg van deze concentratie het woon- en leefklimaat in dat gebied in ontoelaatbare mate worden belast. Dit betekent dat er minimaal 200 meter afstand tussen twee vuurwerkverkooppunten moet zitten.

Artikel 7. Vergunningvoorschriften

1Aan de vergunning worden voorschriften verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

a.de verkoopdagen en -tijden;

b.de aanwezigheid van de exploitant tijdens de openingstijden van het vuurwerkverkooppunt;

c.de leeftijdscontrole bij verkoop van consumentenvuurwerk;

d.voorlichting aan bezoekers met betrekking tot de risico’s en het veilig afsteken van vuurwerk en de lokale vuurwerkregels;

e.tegengaan van verkeer- en parkeeroverlast.

Artikel 8. Weigeringsgronden

1Het college weigert, behoudens hetgeen bepaald wordt in artikel 1:8 van de APV, de vuurwerkverkoopvergunning in ieder geval indien:

a.het maximaal aantal af te geven vuurwerkverkoopvergunningen reeds is verleend;

b.de exploitant de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

c.de exploitant reeds een vuurwerkverkooppunt binnen de gemeente Zaanstad exploiteert;

d.de locatie niet voldoet aan de locatiecriteria zoals genoemd in artikel 6;

e.de vuurwerkverkoop strijdig is met het geldende bestemmingsplan of de geldende beheersverordening en geen omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening is verleend;

f.niet wordt voldaan aan de bepalingen uit het Bouw- en/of Vuurwerkbesluit.

2De vergunning kan ook worden geweigerd indien:

a.toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft;

b.er negatief advies door de politie, de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VRZW) en/of de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied (OD NZKG) wordt gegeven.

Artikel 9. Intrekkingsgronden

1Het college trekt, behoudens hetgeen wordt bepaald in artikel 1:6 van de APV, de vuurwerkverkoopvergunning in indien:

a.niet -langer- wordt voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorschriften;

b.niet -langer- wordt voldaan aan de bepalingen uit het Bouw- en/of Vuurwerkbesluit;

c.de exploitant toelaat of gedoogt dat in zijn verkooppunt strafbare feiten worden gepleegd;

d.zich in of vanuit het verkooppunt anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het verkooppunt gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of openbare veiligheid, of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het verkooppunt;

e.er bij opslag van minder dan 10.000 kilogram consumentenvuurwerk geen melding in het kader van het Vuurwerkbesluit bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is gedaan;

f.de omgevingsvergunning voor opslag van meer dan 10.000 kilogram consumentenvuurwerk door de provincie Noord-Holland is geweigerd of ingetrokken.

2De vergunning kan ook worden ingetrokken indien toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft.

Artikel 10. Handhaving

1Indien er sprake is van een overtreding van het Vuurwerkbesluit of van de vergunningvoorschriften van de vuurwerkverkoopvergunning, zullen de daartoe ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen worden aangewend.

2Daar waar inzet van het bestuursrechtelijke handhavingsmiddel van een (tijdelijke) sluiting niet adequaat blijkt te zijn, wordt de vuurwerkverkoopvergunning ingetrokken.

Artikel 11. Overgangsbepaling

1Voordat wordt overgegaan tot loting, worden de exploitanten van de tien vuurwerkverkooppunten ten tijde van vaststelling van dit beleid als eerste in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor een vuurwerkverkoopvergunning op grond van artikel 2:72 van de APV in te dienen. In artikel 6 van de aanvraag- en selectieprocedure vuurwerkverkoopvergunning – 2019 is opgenomen welke bescheiden overlegd moeten worden bij deze vergunningaanvraag.

2De huidige exploitanten van vuurwerkverkooppunten dienen zelf, indien nodig, een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening.

Artikel 12. Citeertitel

Dit beleid kan worden aangehaald als: Vuurwerkverkoopbeleid gemeente Zaanstad - 2019.

Artikel 13. Bekendmaking

Dit beleid zal worden bekendgemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad en publicatie op overheid.nl.

Artikel 14. Inwerkingtreding

1Dit beleid treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

2Met de inwerkingtreding van dit beleid vervalt de Beleidsnota consumentenvuurwerk Zaanstad 2009 die op 2 juni 2009 is vastgesteld.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad op 18-06-2019.

Drs. J. Hamming, burgemeester

Drs. F.H.M. Apeldoorn, gemeentesecretaris

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.