Aanhef
De gemeenteraad van Zaanstad,
gelet op de artikelen 216 en 229 eerste lid onder a en b van de Gemeentewet,
besluit vast te stellen de Verordening marktgeld Zaanstad 2026’.
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
1.
dagplaats
een standplaats, zoals bedoeld in het inrichtingsplan die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel is ingenomen;
2.
jaar
kalenderjaar;
3.
maand
kalendermaand;
4.
markt
de warenmarkt, zoals bedoeld in de Marktverordening Zaanstad 2024 die krachtens besluit van het college op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
5.
inrichtingsplan
op basis van de op de Marktverordening Zaanstad 2024de volgende door het college vastgestelde inrichtingsplannen:
Inrichtingsplan voor de donderdag- en zaterdagmarkt te Zaandam 2024,
Inrichtingsplan voor de dinsdagmarkt te Krommenie 2024 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en
Inrichtingsplan voor de woensdagmarkt te Wormerveer 2024 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)
6.
marktdag
de dag waarop de markt wordt gehouden, waarbij de voor de markt bestemde dagen afzonderlijk worden beschouwd;
7.
marktmeester
de als zodanig door het college aangewezen ambtenaar;
8.
meeloper
een gegadigde voor een dagplaats of een vaste standplaatsvergunning zoals bedoeld in de op de Marktverordening Zaanstad 2024 gebaseerde inrichtingsplannen;
9.
standplaats
de op of voor de duur van een markt door het college aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
10.
standwerker
iemand die publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen;
11.
vaste standplaats
een standplaats zoals bedoeld in het inrichtingsplan, die tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;
12
vergunning- of standplaatshouder
ieder aan wie door het college een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een standplaats in te nemen.
Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht
1Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven terzake van het innemen van een standplaats op de markt.
2Het marktgeld wordt geheven van degene die een standplaats op de markt inneemt, dan wel van degene aan wie een standplaats op de markt is toegewezen.
Artikel 3 Maatstaf van heffing
De maatstaf van heffing is het aantal vierkante meters van de standplaats vermeerderd met het eventueel aanvullend toegewezen aantal vierkante meters, gemeten naar de grootste lengtemaat en de grootste breedtemaat.
Artikel 4 Tarief
Het marktgeld bedraagt per vierkante meter van de toegewezen standplaats en per marktdag:
voor de markten in Krommenie, Wormerveer en Zaandam € 0,73 per m².
Artikel 5 Afronding
Voor de toepassing van deze verordening wordt een gedeelte van een vierkante meter of een gedeelte van een marktdag, voor een gehele vierkante meter of een gehele marktdag gerekend.
Artikel 6 Wijze van heffing
1Het marktgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
2Het marktgeld voor een dagplaats wordt geheven aan het begin van de dag waarop de vergunning- of standplaatshouder de dagplaats inneemt.
3Het marktgeld voor een vaste standplaats wordt voorafgaand aan het kalenderkwartaal geheven.
Artikel 7 Tijdstip van betaling
1Het marktgeld voor een vaste standplaats dient te worden betaald binnen veertien dagen na dagtekening van de in het voorgaande artikel genoemde schriftelijke kennisgeving.
2Het marktgeld voor een dagplaats dient te worden betaald bij uitreiking van de in het voorgaande artikel bedoelde gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
3Het marktgeld wordt door degene die geen vaste standplaats heeft, voor de meeloper die niet per kwartaal betaalt, de standwerker en voor het innemen van extra ruimte, op verzoek van de marktmeester betaald. De betaling vindt elektronisch plaats.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 8 Restitutie
Van het marktgeld dat voor een vaste standplaats of voor een meeloper per kwartaal wordt geheven, wordt indien het gebruik van de standplaats voor het einde van dat kwartaal is beëindigd, restitutie verleend voor zoveel marktdagen als er in dat kwartaal geen gebruik is gemaakt van de standplaats.
Artikel 9 Teruggaaf
Aanspraak op teruggaaf van marktgeld kan ontstaan wegens niet gehouden openbare markten ingevolge een daartoe bij of krachtens de bepalingen van het van toepassing zijnde inrichtingsplan genomen besluit.
Artikel 10 Kwijtschelding
Van het verschuldigde marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Overgangsrecht en citeertitel
1De Verordening Marktgeld 2024, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan;
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking;
3De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026;
4De verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgeld Zaanstad 2026’.
Artikel 12 Bekendmaking
Deze verordening zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de verordening in het Gemeenteblad zoals dat is opgenomen in de Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP). Daarnaast zal de tekst van de verordening worden geplaatst op de website van de overheid.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2025.
De griffier
Conform de machtiging tekenbevoegdheid raadstukken is dit besluit alleen ondertekend door griffier.