Gemeentelijke regelgeving

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Zaanstad 2019

Gemeente Zaanstad · geldt sinds 5 juli 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad,

gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

besluit vast te stellen de volgende regeling: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Zaanstad 2019.

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.college: college van burgemeester en wethouders.

b.burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

c.secretaris: de secretaris bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

d.wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouder

1Het college stelt aan de burgemeester ten laste van de gemeente een dienstauto met chauffeur ter beschikking als bedoeld in artikel 3.2.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2De aan de burgemeester ter beschikking gestelde dienstauto met chauffeur kan worden gebruikt voor zakelijke doeleinden en voor maximaal 500 km per jaar voor bestuurlijke doeleinden.

3Voor de wethouder is een dienstauto voor gemeenschappelijk gebruik beschikbaar. Deze wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden, met uitzondering van woon-werkverkeer.

4Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.

5Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de burgemeester naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in het belang van de gemeente is.

6Indien de burgemeester een aan hem ter beschikking gestelde dienstauto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de gemeentekas gestort.

7Voor zover de burgemeester gebruik maakt van de dienstauto met chauffeur heeft hij geen aanspraak op vergoeding van reiskosten zoals bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 3.2.9, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

8Voor zover de wethouder gebruik maakt van een dienstauto voor gemeenschappelijk gebruik, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van reiskosten, bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid, onder b van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

1De burgemeester of de wethouder die wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de vervulling van zijn functie, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de secretaris of een door hem aangewezen ambtenaar. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

2De kosten voor scholing komen voor rekening van de gemeente als deelname naar de mening van het college noodzakelijk of wenselijk wordt geacht in verband met de behoorlijke uitoefening van het ambt van burgemeester of wethouder.

Artikel 4. Informatie- en communicatievoorzieningen

1De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 5. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 6. Betaling en declaratie van onkosten

1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

b.betaling vooruit uit eigen middelen

2De wijze van declareren is als volgt:

a.Verantwoording van de vergoeding als bedoeld in lid 1 onder a vindt plaats door een begeleidingsformulier volledig in te vullen en te ondertekenen;

b.Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in lid 1 onder b gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na het maken van de kosten door de burgemeester of wethouder ingediend bij de secretaris.

4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouders binnen redelijke termijn na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Zaanstad 2019.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, d.d. 16-04-2019,

De burgemeester,

De secretaris,

Artikel 2. Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouders

Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat een auto ter beschikking kan worden gesteld.

Ten behoeve van het vervoer van de burgemeester heeft de gemeente voor de burgemeester een dienstauto met chauffeur beschikbaar. De dienstauto van de burgemeester kan door de burgemeester gebruikt worden voor zakelijke doeleinden en voor maximaal 500 km per jaar voor bestuurlijke doel-einden. Hiermee wordt voorkomen dat de fiscale grens van 500 km per jaar voor privégebruik bereikt wordt waardoor geen sprake zal zijn van fiscale bijtelling. Hiervoor is een rittenadministratie noodzakelijk.

Onder zakelijk gebruik wordt verstaan het fiscaal-zakelijk gebruik. Hieronder vallen ritten voor woon-werkverkeer, dienstreizen en ritten voor ambtsgebonden (qq-) functies.

Als de burgemeester bijvoorbeeld de gemeente vertegenwoordigt en daarvoor de dienstauto gebruikt, is er vanuit zijn functie bezien sprake van zakelijk gebruik van die auto. Ook bij de onbezoldigde commissies en functies van de VNG neemt de Belastingdienst het standpunt in dat sprake is van zakelijke ritten. Bij (andere) bestuurlijke commissies of adviescolleges kan zich echter de situatie voordoen dat iemand deelneemt op grond van deskundigheid en reputatie, en niet uitsluitend als bijvoorbeeld burgemeester van een bepaalde gemeente. In dat geval zal de Belastingdienst eerder aannemen dat de bezoldigde nevenfunctie, waarvan de bezoldiging niet in de gemeentekas wordt gestort, niet wordt vervuld in de hoedanigheid van het ambt, en dat er dus sprake is van een niet-zakelijke rit.

Fiscaal gezien wordt al het andere gebruik dan zakelijk gebruik voor het ambt aangemerkt als gebruik voor privé-doeleinden, waarop de Regeling privégebruik auto van de werkgever (de zogenoemde bijtellingsregeling) van toepassing is.

Wethouders kunnen voor dienstreizen en reizen in het kader van ambtsgebonden nevenfuncties in beginsel gebruik maken van een vooraf te reserveren dienstauto voor gemeenschappelijk gebruik, het openbaar vervoer of eigen auto. Indien mogelijk kunnen wethouders voor dienstreizen en reizen in het kader van ambtsgebonden nevenfuncties gebruik maken van de dienstauto met chauffeur van de burgemeester. Dit is slechts mogelijk indien de dienstauto niet gebruikt wordt door de burgemeester, de burgemeester heeft te allen tijde voorrang.

Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.

Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente.

Artikel 6. Informatie en communicatievoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking op grond van een bruikleenovereenkomst.

Aan burgemeester en wethouders wordt een tabletcomputer en een mobiele telefoon beschikbaar gesteld.

Artikel 7. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in deze regeling aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan een burgemeester of wethouder kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten

De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. De voorkeur gaat uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Hierbij dient de burgemeester of wethouder het daarvoor bestemde begeleidingsformulier volledig in te vullen en te ondertekenen. Indien de burgemeester of wethouder de kosten uit eigen middelen heeft betaald gaat de aanvraag om een vergoeding van de onkosten vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

De burgemeester en de wethouders declareren hun kosten bij de gemeentesecretaris.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.