Nota Investeringen Zaanstad
Artikel 1 Soorten investeringen
Investeringen worden onderscheiden in vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen.
Artikel 2 Vervangingsinvesteringen
Voor een vervangingsinvestering geldt:
1Een vervangingsinvestering betreft het vervangen van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage en indien van toepassing het aanpassen ervan aan de huidige normen en standaarden en laatst vastgestelde beleidsmatige uitgangspunten.
2Investeringen in onderwijshuisvesting worden altijd als vervangingsinvestering aangemerkt.
3Een vervangingsinvestering die voor minder dan 30% van de totale oorspronkelijke investeringssom uitbreiding betreft, wordt volledig als vervangingsinvestering aangemerkt. Boven de 30% wordt de investering gesplitst in een deel vervangingsinvestering en een deel uitbreidingsinvestering.
4Vervanging van investeringen vindt plaats op basis van bedrijfseconomische afwegingen en vindt in de regel niet eerder plaats dan nadat het actief volledig is afgeschreven.
Artikel 3 Uitbreidingsinvesteringen
Voor een uitbreidingsinvestering geldt:
1Een uitbreidingsinvestering is een investering ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten en/of voorzieningen of expansie van huidige activiteiten en/of voorzieningen, met uitzondering van schoolgebouwen.
a.Ten aanzien van Investeringsfonds-uitbreidingsinvesteringen (IF-uitbreidingsinvesteringen): Directe lasten en afschrijvingslasten van IF-uitbreidingsinvesteringen worden gedekt uit de bestemmingsreserve Investeringsfonds. De rentelasten zijn onderdeel van de totale gemeentelijke financiering en komen ten laste van de algemene middelen.
Voor de dekking van uitbreidingsinvesteringen geldt:
b.Ten aanzien van MeerjarigInvesteringsPlan-uitbreidingsinvesteringen (MIP-uitbreidingsinvesteringen): Afschrijvingslasten en rentelasten van MIP-uitbreidingsinvesteringen zijn onderdeel van de totale gemeentelijk financiering en worden gedekt uit de daarvoor tot en met het jaar 2029 beschikbare stelpost kapitaallasten in de begroting. Deze stelpost kent een begrenzing.
3Besluitvorming over uitbreidingsinvesteringen vindt in 3 stappen plaats:
Stap 1: plaatsing van een investering op de wensenlijst.
Stap 2: reservering van een bedrag om de investering mogelijk te maken.
Stap 3: besluitvorming over de kredietaanvraag voor de investering.
4Elke bovenstaande stap vereist een besluit van de raad.
Stap 1 en stap 2 zijn onderdeel van de besluitvorming over de kadernota of begroting.
Stap 2 kan alleen genomen worden als stap 1 op een eerder moment genomen is.
Stap 3 kan op elk moment ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd, maar alleen nadat stap 2 op een eerder moment genomen is.
5Het Investeringsfonds bevat een risicobuffer van € 5 miljoen. De risicobuffer geldt alleen voor dekking van financiële tegenvallers bij een IF-uitbreidingsinvestering, waarvan de raad het investeringskrediet (stap 3) al heeft geautoriseerd in de Begroting 2025. Indien de risicobuffer is aangesproken, wordt deze niet meer aangevuld tot € 5 miljoen, omdat het Investeringsfonds wordt opgeheven (sterfhuisconstructie).
6Een ‘uitbreidingsinvestering’ kan ook een incidentele bijdrage betreffen. Besluitvorming over incidentele bijdragen vindt op dezelfde manier plaats als over de uitbreidingsinvesteringen waarover afgeschreven wordt.
7Bij een voorstel tot reservering van een uitbreidingsinvestering moet ook een raming van de jaarlijkse exploitatielasten daarvan worden opgenomen.
Artikel 4 Rapportage
1Twee keer per jaar, bij de kadernota en bij de begroting, worden alle investeringsuitgaven voor een periode van tien jaar (lopend jaar + negen jaar) geactualiseerd. Dit geldt zowel voor de vervangings- als uitbreidingsinvesteringen.
2In de kadernota, begroting, bestuursrapportages en jaarstukken neemt het college een onderdeel Investeringen (bijlage of hoofdstuk) op, waarin het verloop van de vervangings- en uitbreidingsinvesteringen wordt toegelicht.
3In de kadernota neemt het college in het onderdeel Investeringen een geactualiseerde raming van de investeringsuitgaven voor de komende tien jaren op. Daarbij worden de wijzigingen ten opzichte van de raming in de laatst vastgestelde begroting per begrotingsprogramma toegelicht en onderscheiden in:
•Opname van nieuwe investeringen.
•Bijstellingen van investeringsuitgaven en uitgavenplanningen.
•Bijstellingen als gevolg van loon- en prijsindexering.
•Bijstellingen in de bijdragen van derden.
4De wijzigingen van investeringsuitgaven in het lopend jaar naar aanleiding van de actualisatie bij de kadernota worden in de burap ter besluitvorming voorgelegd.
5De investeringsbedragen worden reëel geraamd op basis van het benodigd bedrag voor het komend jaar.
6De investeringsbedragen in de meerjarenraming kennen geen apart geoormerkte post onvoorzien.
7Bij de begroting vindt een tweede actualisatie van de investeringen voor het lopend jaar en de komende tien jaar plaats. Daarbij is het financieel kader bepaald door de raming die bij de kadernota is gepresenteerd en gaat het bij de begroting voornamelijk om eventuele bijstellingen in tijd en onvoorziene nieuwe ontwikkelingen.
8In de begroting neemt het college in het onderdeel Investeringen een geactualiseerde raming van de investeringsuitgaven voor de komende tien jaren op. Daarbij wordt eenzelfde indeling als bij de kadernota gehanteerd. Daarbij worden de verschillen met de raming bij de kadernota toegelicht.
9De investeringsuitgaven in het eerstkomende begrotingsjaar worden bij de begroting ter besluitvorming voorgelegd.
10De wijzigingen van investeringsuitgaven in het lopend jaar naar aanleiding van de actualisatie bij de begroting worden in de narap ter besluitvorming voorgelegd.
Artikel 5 Overgangsbepalingen
Deze Nota treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025.
Artikel 6 Citeertitel
Deze nota kan worden aangehaald als "Nota investeringen Zaanstad".
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaanstad in de openbare vergadering van 27 november 2025,
de voorzitter,
de raadsgriffier,