Aanhef
De burgemeester van de gemeente Zaanstad,
gelet op de bepalingen in de Wet tijdelijk huisverbod en het daarin opgenomen artikel 9 lid 1, Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
-de burgemeester een opgelegd tijdelijk huisverbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken nadat het is opgelegd indien de dreiging van het gevaar, of het ernstige vermoeden daarvan, zich voortzet;
-dat voorafgaand aan een verlenging betrokkene(n) in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun zienswijze hiertoe kenbaar te maken;
-dat het horen van betrokkene(n) wordt uitgevoerd door de GGD Zaanstreek Waterland;
-dat de uitkomsten van het horen worden verwerkt in het adviesrapport aan de burgemeester alvorens hij een besluit neemt tot het al dan niet verlengen van het tijdelijk huisverbod;
besluit: