Hoofdstuk 1 – Basisgegevens en inrichting markt
Artikel 1. Marktdagen en -tijden
1Aan de Peperstraat en Savornin Lohmanstraat te Zaandam wordt op de eerste zondag van de kermis te Zaandam de Lappendag gehouden van 8.30 tot 16.30 uur.
2Het college is bevoegd een andere plaats aan te wijzen voor het houden van de markt.
3Het college is bevoegd te besluiten dat de markt tijdelijk wordt verplaatst.
Artikel 2. Inrichting van de markt
1De inrichting van de Lappendag wordt op de marktdag zelf bepaald.
2Alle artikelengroepen zijn toegelaten voor zover de plaatselijke omstandigheden en de hogere wetgeving dit toelaten.
3De afmeting van een standplaats is bepaald op maximaal 24 meter pervergunninghouder.
4Er is geen brancheregeling op deze markt van toepassing.
5Op dit inrichtingsplan is geen anciënniteitsstelsel van toepassing.
6Het is de vergunninghouder verboden de ruimte tussen de kramen en deloopruimte voor de standplaatsen op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren. De minimale doorgang (breedte) van een looppad op de markt is 3,5 meter.
Artikel 3. Gebruik standplaats
1Op grond van artikel 2, lid 3 van de ‘Marktverordening 2015 Gemeente Zaanstad’ dienen de vergunninghouders en de gegadigden voor een dagplaats een half uur voor het begintijdstip van de markt hun plaats te hebben ingenomen op het marktterrein. De vergunninghouders dienen een half uur na het begintijdstip van de markt hun verkoopwaar volledig uitgepakt en de marktkraam volledig opgebouwd te hebben. Hun vervoermiddel dient een half uur na het begintijdstip van het marktterrein verwijderd te zijn, tenzij het vervoermiddel achter de marktkraam geplaatst kan worden en deze daar gedurende de gehele marktdag kan blijven staan zonder dat er hinder ontstaat voor de marktbezoekers, andere vergunninghouders en/of hulpdiensten.
2De vergunninghouders zijn verplicht hun standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Zij mogen vanaf een half uur voor sluitingstijd aanvangen met inpakken van hun verkoopwaar.
3De vergunninghouders mogen vanaf 3 uur voor aanvangstijd van de marktbeginnen met opbouwen. Vanaf 18.00 uur moet het marktterrein leeg zijn, zodat het marktterrein kan worden vrijgegeven.
4Het voertuig van de vergunninghouder mag vanaf 16.30 uur het marktterreinopgereden worden.
5Het college kan van de hiervoor genoemde leden ontheffing verlenen.
6Vanaf 3 uur voor bovengenoemde aanvangstijden en tot 2 uur na bovengenoemde eindtijden is het verboden marktterrein op enige wijze in gebruik te nemen, tenzij anders aangegeven.
7Het is de vergunninghouder verboden voor de verlichting van de standplaats gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting.
8Het is de vergunninghouder verboden de standplaats als opslagruimte te gebruiken.
Artikel 4. Opvolgen aanwijzingen
De vergunninghouder dient tijdens de markt direct de aanwijzingen van de marktmeester op te volgen. Het niet (direct) opvolgen hiervan kan leiden tot verwijdering van de markt.
Hoofdstuk 2 – Bepalingen over standplaatsen
Artikel 5. Vergunningsaanvraag
Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend een handelsbekwaam natuurlijk persoon in aanmerking die de aanvraag heeft ingediend bij het college en daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. De vergunning komt te allen tijde op de naam van de natuurlijk persoon. De gegevens die verstrekt moeten worden door de aanvrager voor de vergunningsaanvraag worden vermeld op het aanvraagformulier en zijn in ieder geval:
· Inschrijving Kamer van Koophandel
· Geldig legitimatiebewijs van de aanvrager
Artikel 6. Standwerkersplaats
1Een standwerkvergunning kan worden aangevraagd bij en verstrekt door de marktmeester.
2De gegadigde dient zelf het benodigde materiaal mee te nemen, waarvoor eenmaximum van 6m2 als standplaats geldt.
3Op basis van een standwerkvergunning mag geen één-op-één-verkoop plaatsvinden.
4Er mogen op basis van een standwerkvergunning geen prijskaarten worden geplaatst.
5Een standwerkvergunning is geldig tot maximaal 18.00 uur. Na deze tijd dient de gegadigde zich verwijderd te hebben van de standplaats.
6Wanneer een plaats wordt toegewezen mag uitsluitend het bij aanmelding opgegeven artikel voor verkoop worden aangeboden.
Artikel 7. Verkoopwagens
1De vergunninghouder maakt gebruik van de kraam die van de door het college aangewezen kramenverhuurder kan worden gehuurd dan wel van een eigen verkoopwagen. Dit laatste dient te worden aangegeven bij de vergunningaanvraag.
Artikel 8. Afbreken markt ten gevolge van bijzondere omstandigheden
1Indien bij aanvang van de markt of gedurende de tijdsperiode waarop de markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten e.d. de orde op de markt kunnen verstoren, er direct gevaar dreigt voor de vergunninghouder, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein, waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden, kan het college besluiten:
a.de vergunninghouder te verplichten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen;
b.de markt anders op te stellen c.q. in te richten;
c.de markt niet te laten aanvangen;
d.de markt onmiddellijk te beëindigen.
2Indien een dergelijk geval zich voordoet en een markt door bijzondere (weers-)omstandigheden niet kan plaatsvinden, wordt dit zo spoedig mogelijk door de marktmeester gecommuniceerd.
Artikel 9. Betaling
De verschuldigde marktgelden dienen per pin aan de marktmeester betaald te worden. Contante betalingen zijn niet toegestaan.
Artikel 11. Meet- en weegwerktuigen
De vergunninghouder is, onverminderd het bepaalde in de IJkwet en het IJkreglement, verplicht:
a.voor zover goederen per maat of gewicht worden verkocht, ervoor te zorgen dat de gebruikte meet- en/of weegwerktuigen in deugdelijke staat verkeren.
b.het weegwerktuig zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijde van de standplaats te plaatsen, dat het daarop bij weging aangegeven gewicht steeds voor het publiek duidelijk leesbaar is.
Artikel 12. Citeertitel
Dit inrichtingsplan wordt aangehaald als ‘Inrichtingsplan voor de Lappendag te Zaandam’.
Artikel 13. Inwerkingtreding
Dit inrichtingsplan treedt in werking op 1 februari 2015.