Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Detailhandel Zaanstad 2025-2035

Gemeente Zaanstad · geldt sinds 17 oktober 2025

Aanhef

De gemeenteraad van Zaanstad,

gelet op

•Detailhandelsbeleid 2025-2033 Provincie Noord-Holland (2025)

•Regionale detailhandelsvisie Zaanstreek-Waterland (2022)

•Economische visie gemeente Zaanstad (2022)

•Omgevingsvisie gemeente Zaanstad (2025)

•Plintenstrategie gemeente Zaanstad (2025)

Besluit vast te stellen: Beleidskader Detailhandel Zaanstad 2025-2035.

Bijlage 1: Definities

Bedrijfsvloeroppervlakte (BVO)

De bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) is de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of voorziening inclusief de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten.

Dagelijkse detailhandelssector

Dit zijn winkels voor de dagelijkse boodschappen, waaronder onder andere supermarkten, versspeciaalzaken, drogisterijen en slijters vallen.

Hoofdwinkelstructuur

Een winkelgebied behoort tot de hoofdwinkelstructuur als het een belangrijke bijdrage levert (of kan leveren) aan de optimale verzorging van inwoners van de gemeente, als het een cruciale rol vervult in de dagelijkse verzorging van de inwoners op korte afstand (fijnmazigheid), als het in die laatstgenoemde rol een zekere compleetheid biedt en als het winkelgebied toekomstbestendig is (of kan worden).

Koopkrachtafvloeiing

De mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen doen bij winkels buiten dat gebied of naar online winkels.

Koopkrachtbinding

De mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen doen bij winkels die in dat gebied gelegen zijn.

Koopkrachttoevloeiing

Het aandeel van de winkelomzet die van bewoners komt die buiten een bepaald gebied wonen.

Leegstand

Een verkooppunt of pand met een commerciële bestemming, zonder dat daar een winkel is gevestigd. Een leegstaand pand kan in het verleden een winkel zijn geweest, maar ook een andere functie hebben gehad (zoals bijvoorbeeld horeca of dienstverlening).

Marktruimte

Een veelgebruikt rekeninstrument om het huidige functioneren en eventuele indicatieve markt voor detailhandel in de toekomst te kunnen duiden is de distributieve berekening. Hierin wordt het huidige gevestigde aanbod in een specifieke branche (bijvoorbeeld dagelijkse detailhandel) in een afgebakend gebied vergeleken met het landelijke gemiddelde. Daarbij wordt de gemiddelde vloerproductiviteit berekend van het in het gebied gevestigde aanbod. Het verschil tussen de gerealiseerde vloerproductiviteit en de landelijke gemiddelde vloerproductiviteit bepaalt of de desbetreffende branche boven- of ondergemiddeld functioneert. Het verschil tussen de gerealiseerde en gemiddelde vloerproductiviteit kan worden opgevat als indicatieve uitbreidingsruimte, dan wel overaanbod.

Niet-dagelijkse sector

Dit zijn onder andere winkels die kleding, schoenen en lederwaren, huishoudelijke artikelen, juwelen, sportartikelen, speelgoed, media en bruin- en witgoed verkopen. Deze branches zien we vaak in de hoofdwinkelgebieden van een gemeente, met een wijk-/of gemeente-overstijgende aantrekkingskracht.

PDV (perifere detailhandelsvestigingen)- / Volumineuze detailhandel

Perifere detailhandelsvestigingen zijn winkels die goederen verkopen die vanwege hun aard en omvang vaak niet in de traditionele winkelcentra (binnenstad, buurt- en wijkcentra) gevestigd kunnen worden. De producten die zij verkopen vallen niet onder reguliere detailhandel en hebben een grote (volumineuze) omvang of hebben vanwege hun aard en omvang een groot oppervlak nodig voor de uitstalling. Deze benadering van perifere winkels is vanuit het voormalige rijksbeleid ingestoken en dus met name branchegericht. Veelvoorkomende branches zijn: auto’s, boten en caravans (ABC), bouwmarkten, tuincentra en detailhandel in woninginrichting. Deze winkels mogen maximaal 15% nevenassortiment verkopen, waaronder niet-volumineuze artikelen die zijn gerelateerd aan het hoofdassortiment.

Verblijfsgebied

Waar we in het verleden spraken over winkelgebieden, zijn dit tegenwoordig meer verblijfsgebieden. Zo worden horeca, maatschappelijke voorzieningen, cultuur, werkfuncties en vrijetijdsfuncties steeds belangrijker in winkelgebieden, naast het winkelen zelf. Een prettig verblijfsgebied staat voorop.

Vloerproductiviteit

Dit is de omzet van een winkel per m² winkelvloeroppervlak van de betreffende winkel.

Winkelvloeroppervlakte (WVO)

De winkelvloeroppervlakte is de winkeloppervlakte die in gebruik is voor de directe verkoop van goederen. Het is de voor de klant toegankelijke verkoopruimte van de winkel, oftewel de totale bedrijfsvloeroppervlakte min de eventuele kantoor-, personeels- en magazijnruimte, toiletten etc.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.