Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de Raadscommissie Woudenberg 2023

Gemeente Woudenberg · geldt sinds 9 augustus 2024

Aanhef

De raad van de Gemeente Woudenberg,

gelezen het voorstel van het presidium van 5 september 2023;

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de Verordening op de Raadscommissie Woudenberg 2023

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.lid: lid van de raadscommissie;

b.voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens vervanger;

c.griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

d.vergadering: vergadering van de raadscommissie;

e.verzenden van stukken: het langs elektronische weg verzenden van stukken

Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling

Artikel 2 Instelling raadscommissies

1De raad stelt één raadscommissie in.

2De raadscommissie adviseert en overlegt over alle onderwerpen die de gemeente aangaan.

Artikel 3 Taken

De raadscommissie heeft de volgende taken:

a.het beraadslagen over een voorstel of onderwerp voordat het voor de raad wordt geagendeerd;

b.het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;

c.voeren van overleg met het college of de burgemeester over de door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen of het door hen gevoerde bestuur.

Artikel 4 Samenstelling

1De raadscommissie bestaat uit alle leden van de gemeenteraad.

2De raad kan op voordracht van een fractie voor de raadscommissie ten hoogste twee plaatsvervangende leden per fractie benoemen, die zitting in een raadscommissie kunnen hebben bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid.

3Tot plaatsvervangend lid kunnen uitsluitend personen worden benoemd die

a.bij de laatstgehouden verkiezingen voor de gemeenteraad op de kandidatenlijst hebben gestaan, of

b.aan de betreffende fractievoorzitter een VOG (met specifiek screeningsprofiel 01 Politieke ambtsdragers) kunnen overleggen en lid zijn van de partij die hen voordraagt.

4De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn op het plaatsvervangende lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Voorzitter

1De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd.

2De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de vergadering;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van deze verordening;

d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

1De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

2Een lid en een plaatsvervangend lid houden op lid te zijn van de raadscommissie indien zij geen raadslid meer zijn, respectievelijk niet meer voldoen aan de in de artikelen 10, 11, 12 en 13 en 15 van de Gemeentewet gestelde eisen.

3De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.

4Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat direct in.

5Indien door overlijden of ontslag een vacature van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

6Indien een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het plaatsvervangende lid / de plaatsvervangende leden die op voordracht van die fractie zijn benoemd.

Artikel 7 Griffier en commissiegriffier

1De griffier ondersteunt de raadscommissie.

2De griffier is in iedere vergadering aanwezig.

3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de waarnemend griffier.

4De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen deelnemen.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding

Artikel 8 Vergaderfrequentie

1De raadscommissie vergadert volgens een door het presidium vast te stellen planning.

2De vergaderingen van de raadscommissie vangen in de regel aan om 19.30 uur en vinden in de regel plaats in het gemeentehuis.

3Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

4De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het presidium en de griffier.

Artikel 9 Oproep

1De voorzitter zendt tenminste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.

3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 10 De agenda

1Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast.

2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

3Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

4Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

5Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 11 De stukken

1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep verzonden en op de website van de gemeente geplaatst.

2Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten de locatie van ter inzage legging gebracht.

3Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid in een besloten gedeelte van het Raadsinformatiesysteem geplaatst.

4Ten behoeve van de beraadslagingen in de raadscommissie kunnen leden van de raad en plaatsvervangend commissieleden schriftelijk technische vragen stellen. Het presidium kan een regeling voor technische vragen vaststellen.

Artikel 12 Openbare kennisgeving

1De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.

2De openbare kennisgeving vermeldt:

a.de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering;

b.de wijze waarop en de plaats waar een ieder van de agenda en de daarbij behorende stukken kennis kan nemen;

c.de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 15.

Paragraaf 2 Ter vergadering

Artikel 13 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst.

Artikel 14 Opening vergadering en quorum

1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.

3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Artikel 15 Spreekrecht insprekers

1De bij de vergadering aanwezige toehoorders hebben het recht het woord te voeren over de agendapunten.

2Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

3Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit bij voorkeur uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier.

4De voorzitter geeft insprekers de gelegenheid te spreken, waarna de commissieleden vragen kunnen stellen of een reactie kunnen geven. Er vindt geen discussie plaats tussen insprekers onderling en tussen een inspreker en deelnemers aan de vergadering. Het presidium kan een spreektijd vaststellen.

5Wanneer een lid van het college van burgemeester en wethouders aanwezig is geeft de voorzitter aan hem/haar gelegenheid om te reageren.

6De inspreker krijgt de gelegenheid te reageren op de gegeven reacties.

Artikel 16 Rondvraag

1Na de opening van de vergadering is er een rondvraag, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat de rondvraag op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de rondvraag eindigt.

2De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens de rondvraag aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadscommissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

3De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld.

4De vragensteller krijgt desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

5Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raadscommissie het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

6Tijdens de rondvraag kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

7Het presidium kan een regeling voor de rondvraag vaststellen.

Artikel 17 Besluitenlijst

1De griffier draagt zorg voor het opstellen van de besluitenlijst en voor de geluidsopname van de vergadering

2Het concept besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep.

3Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.

4De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk is weergeven hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend.

5Het verslag moet inhouden:

a.de namen van de voorzitter, de griffier, de burgemeester, de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, evenals van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.welke leden afwezig waren;

c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

d.het oordeel van de commissie dat het onderwerp als bespreekstuk dan wel als hamerstuk voor de raad kan worden geagendeerd;

e.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

6Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 18 Actielijst (toezeggingen) en overzicht stand van zaken moties

Over de actielijst en het overzicht stand van zaken moties kunnen leden van de raad en plaatsvervangend commissieleden schriftelijk technische vragen stellen. Het presidium kan hiervoor een regeling vaststellen.

Artikel 19 Ingekomen stukken en externe vergaderstukken

1Ingekomen stukken en externe vergaderstukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt voor de raadscommissie geagendeerd.

2De raadscommissie stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

3Over ingekomen stukken kunnen leden van de raad en plaatsvervangend commissieleden technische vragen stellen. Het presidium kan hiervoor een regeling vaststellen.

4Geeft een antwoord van het college op een technische vraag aanleiding om een ingekomen stuk te agenderen, dan wordt dit aangegeven bij het agendapunt ‘ingekomen stukken’ in de vergadering. De motivering wordt dan direct mondeling gegeven. Leden van de raad en plaatsvervangend commissieleden kunnen een nadere toelichting op de motivering vragen. Nadien wordt de motivering alsnog schriftelijk bij de griffier aangeleverd, uiterlijk een dag voor het aanbieden van de commissiestukken (volgens het vergaderschema). Zonder tijdige schriftelijke motivering volgt geen agendering.

5Bespreking van het ingekomen stuk in de raadscommissievergadering vindt plaats als een gewoon agendapunt, maar blijft binnen het kader van de gegeven motivering. Dit geldt zowel voor de fractie die het ingekomen stuk heeft geagendeerd als voor de andere fracties.

6Is een ingekomen stuk geagendeerd dan beslist de raadscommissie bij meerderheid van stemmen op een eventueel verzoek van de inbrengende fractie om het punt van de agenda te halen.

Artikel 20 Geen stemmingen

In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

Artikel 21 Aantal spreektermijnen

1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

4Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 22 Spreektijd

Het presidium kan een spreektijdregeling vaststellen.

Artikel 23 Voorstellen van orde

1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen.

2Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 24 Handhaving orde; schorsing

1De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

2Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;

b.een lid hem interrumpeert.

3De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

4Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

5De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

6De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 25 Beraadslaging

1De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

2Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door anderen

1De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 27 Advies m.b.t. bespreekstuk, dan wel hamerstuk

1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.

2Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of het onderwerp als bespreekstuk dan wel als hamerstuk voor de raad kan worden geagendeerd.

3Indien een lid wenst dat een onderwerp als bespreekstuk voor de raad wordt geagendeerd, legt de commissie zich bij deze wens neer.

Hoofdstuk 4 Besloten vergadering

Artikel 28 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 29 Besluitenlijst

1De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst.

2De leden, de voorzitter en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering te doen. De wethouders en de secretaris hebben, indien zij bij de vergadering aanwezig zijn geweest dit recht eveneens. Een voorstel tot verandering dient voor de commissievergadering bij de griffier te worden ingediend.

3De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 30 Opheffen geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers

Artikel 31 Toehoorders en pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen de openbare vergaderingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 33 Gebruik mobiele telefoons e.d.

Het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen is toegestaan mits de orde van de vergadering hierdoor niet wordt verstoord.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 34 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 35 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag, volgend op die van haar bekendmaking. Op dat moment vervalt de Verordening op de raadscommissie 2022.

2Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de raadscommissie Woudenberg 2023.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.