Aanhef
De raad van de Gemeente Woudenberg,
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 19 juli 2004, nr. 2004-50;
gelet op het bepaalde in de artikelen 1 en 6 onder c van de Wet stankemmissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen de Verordening kleinschalige nevenactiviteiten.
VIII.1 Verordening kleinschalige nevenactiviteiten
Artikel 1 Definities
wet:
Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden;
kleinschalige nevenactiviteit:
Bij gemeentelijke verordening als zodanig aangewezen activiteit, die een organisatorische binding heeft met een agrarisch bedrijf en binnen de inrichting, of in de onmiddellijke nabijheid daarvan plaatsvindt;
Deze activiteiten zijn in artikel 3 van deze verordening opgesomd;
zodanige activiteit:
Bij gemeentelijke verordening als zodanig aangewezen activiteit, qua aard en omvang vergelijkbaar met een kleinschalige nevenactiviteit (zie artikel 1 onder b), die na het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het agrarische bedrijf op of na 19 maart 2000 is voortgezet of opgestart;
agrarisch bedrijf:
Veehouderij of andere inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het verbouwen van akkerbouw- of tuinbouwproducten;
veehouderij:
Inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren.
Artikel 2 Gelijkstelling
Op grond van artikel 6 onder c van de wet wordt een kleinschalige nevenactiviteit en een zodanige activiteit gelijkgesteld met een gevoelig object, behorende tot dezelfde categorie als een bij een veehouderij behorende woning.
Artikel 3a Voorwaarden kleinschalige nevenactiviteit
Een kleinschalige nevenactiviteit als genoemd in artikel 4 van deze verordening kan slechts worden gelijkgesteld met een gevoelig object, behorende tot dezelfde categorie als een bij de veehouderij behorende woning, als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1De aanvrager van de nevenactiviteit dient te beschikken over een agrarisch bedrijf met een positieve agrarische bestemming;
2de aanvrager van de nevenactiviteit dient te beschikken over een geldige milieuvergunning of het bedrijf dient te vallen onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer of het Besluit glastuinbouwbedrijven milieubeheer;
3de nevenactiviteit moet plaatsvinden op het bedrijf (bouwblok en/of gebouwen) of direct aangesloten aan het bedrijf;
4de nevenactiviteit moet naar aard en schaal passen in het buitengebied;
5de nevenactiviteit dient te vallen onder categorie 1 of 2, en onder voorwaarden onder categorie 3 van de SBI-codes zoals opgenomen in de Standaard bedrijfsindeling 1993 editie 2002 van de VNG.
Artikel 3b Voorwaarden zodanige activiteit
Een zodanige activiteit (verder te noemen activiteit) als genoemd in artikel 4 van deze verordening kan slechts worden gelijkgesteld met een gevoelig object, behorende tot dezelfde categorie als een bij de veehouderij behorende woning, als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1De aanvrager van de activiteit moet kunnen aantonen dat de betreffende locatie minstens tot 19 maart 2000 een agrarisch bedrijf was met een positieve agrarische bestemming;
2de aanvrager van de activiteit moet kunnen aantonen dat het betreffende agrarische bedrijf minstens tot 19 maart 2000 beschikte over een geldende milieuvergunning of viel onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit akkerbouw-bedrijven milieubeheer of het Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt;
3de activiteit moet plaatsvinden op het voormalige agrarische bedrijf (bouwblok en/of gebouwen) of direct aangesloten aan het voormalige agrarische bedrijf;
4de activiteit moet naar aard en schaal passen in het buitengebied;
5de activiteit dient te vallen onder categorie 1 of 2, en onder voorwaarden onder categorie 3 van de SBI-codes zoals opgenomen in de Standaard bedrijfsindeling 1993 editie 2002 van de VNG.
Artikel 4a Activiteiten
De volgende activiteiten worden als kleinschalige nevenactiviteiten of zodanige activiteiten aangemerkt:
Thema
Activiteit ¹
Maximaal omvang bebouwd oppervlak en overige parameters
(m2, aantal, zonering e.d.) ²
Landbouwverwante /agrarische functies
Agrarische hulpbedrijven
-Landbouwmechanisatie
-Loonbedrijf
300m2
Toeleverende bedrijven
-Spermabank
-Fouragehandel
-Zaaizaad en pootgoed
-Hoefsmederij
300m2
Bedrijven gebonden aan het landelijk gebied
-Hoveniersbedrijven
-Boomverzorgingsbedrijven
300m2
Agrotoerisme/Recreatie
Verblijven:
-Vakantiewoning/bungalow
-Kleinschalige verblijfsrecreatie ³
-Appartementen
-Bed & breakfast
300m2
maximaal 25 plaatsen
max. 15 bedden
idem
Dagrecreatie:
-Horeca
-Terras/thee-tuin
-IJsjesverkoop
-Bezoekerscentrum
-Paardenpension
-Verhuur van fietsen, kano’s
-IJsmakerij
-Zalenverhuur
300m2
Overige dienstverlening
-Dierenarts
-Atelier
-(Para)medische praktijk
-Kapper
300m2
“
-Privékliniek
-Kuuroord
-Dierenkliniek
-Groepspraktijk
300m2
“
-Kinderopvang
-Landbouw & zorg (dagopvang)
-Zorg met woonvoorziening
-Cursuscentrum
-Adviesbureau
-Kunsthandel
-Museum
-Dierenasiel
-Verkoop aan huis (zuivelproducten e.d.)
-Vergaderaccommodatie
300m2
Ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven
-Zuivelverwerking + verkoop
-Slachterij
300m2
Overige bedrijven
-Rietdekkersbedrijf
-Bouwbedrijf
-Pallethandel
-Riet- en vlechtwerk
-Assemblage (fietsen, speelgoed, kleding)
300m2
Alle qua aard en hinder vergelijkbare activiteiten
300m2
¹ Alleen activiteiten die stankgevoelig zijn en activiteiten die in bepaalde omstandigheden stankgevoelig zouden kunnen zijn, zijn opgenomen.
² De daadwerkelijk toegestane omvang wordt in specifieke situaties bepaald door het ter plaatse geldende planologische beleid.
³ Vooruitlopend op de afschaffing van de WOR (in de loop van 2004) is kleinschalige recreatie wel opgenomen. Het aantal kampeerplaatsen is daarbij gesteld op maximaal 25.
Artikel 4b Stapeling meerdere activiteiten
Bij stapeling van meerdere activiteiten kan niet op voorhand worden uitgegaan van het optellen van de verschillende oppervlaktes. De maximaal toelaatbare hoeveelheid m2 moet voor elke afzonderlijke situatie bepaald worden, waarbij het kleinschalige karakter behouden blijft (maatwerk).
Artikel 5 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Verordening kleinschalige nevenactiviteiten”.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na bekendmaking.