Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels mindervalideparkeerplaats op kenteken

Gemeente Wormerland · geldt sinds 18 juni 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Wormerland;

gelet op het bepaalde in

•artikel 4:81 van de Algemene wet Bestuursrecht;

•artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994;

•artikel 12, 29, 49 t/m 55 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);

•artikel 26 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

overwegende dat:

•het aanwijzen van een locatie tot mindervalideparkeerplaats op kenteken geschiedt door middel van het nemen van een verkeersbesluit;

•naast het nemen van een verkeersbesluit ook een beslissing op aanvraag voor een mindervalideparkeerplaats moet worden genomen;

•dat hiervoor regels ontbreken en het wenselijk is om deze te hebben;

•het belangrijk is om voorzieningen te bieden die het voor mensen met een beperking mogelijk maken om mee te kunnen doen aan de samenleving;

•de aanleg van de mindervalideparkeerplaats geschiedt conform deze beleidsregels en met inachtneming van de landelijk geldende normen voor de mindervalideparkeerplaats;

•voor de aanleg en/of aanpassing van een mindervalideparkeerplaats kosten zijn vastgesteld in de legesverordening die jaarlijks wordt bijgesteld.

Besluiten vast te stellen de:

Beleidsregels mindervalideparkeerplaats op kenteken

Artikel 1 Voorwaarden bij aanvraag van een parkeerplaats op kenteken

Een aanvraag kan worden gedaan onder de volgende voorwaarden:

1De aanvrager is in het bezit van een Europese gehandicaptenkaart voor bestuurders;

2De aanvrager heeft Europese gehandicaptenkaart voor passagiers en is afhankelijk van de bestuurder. Dit betekent dat de passagier van deur tot deur afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.

3De aanvrager is in het bezit van een auto, brommobiel of gehandicaptenvoertuig waarvoor de parkeerplaats op kenteken wordt aangevraagd;

4De aanvrager heeft geen eigen parkeerplaats (bijvoorbeeld een oprit of garage) of er is geen (collectieve) parkeervoorziening binnen 100 meter vanaf woonadres;

5De aanvrager is in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven en woont op het adres waarvoor de mindervalideparkeerplaats wordt aangevraagd.

Artikel 2 Locatie parkeerplaats op kenteken

Een mindervalideparkeerplaats op kenteken wordt voor 1 persoon, voor 1 kenteken en op 1 adres aangewezen. Voor de locatiebepaling van het parkeervak op kenteken gelden de volgende voorwaarden:

1maximaal binnen een loopafstand van 100 meter van het woonadres van de aanvrager op een verkeersveilige en voor de aanvrager bereikbare locatie;

2aanleg binnen de bestaande parkeerruimte, tenzij hiervoor geen geschikte locatie is.

3De aanleg van een mindervalideparkeerplaats mag geen negatief effect hebben op de doelmatigheid, doorstroming en verkeersveiligheid van de weg.

4De aanleg van een mindervalideparkeerplaats moet met eenvoudige aanpassingen van het wegprofiel en/ of groenvakken gerealiseerd kunnen worden. Bomenkap is niet toegestaan.

Artikel 3 Aanleg parkeerplaats op kenteken

1Aanwijzing van de mindervalideparkeerplaats op kenteken geschiedt door middel van een verkeersbesluit (artikel 18 Wegenverkeerswet 1994) binnen 8 weken na de ontvangst van de aanvraag. Wanneer dit besluit niet binnen de gestelde termijn kan worden genomen, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld en wordt de termijn maximaal 1 keer verlengd met 8 weken.

2De aanleg van de mindervalideparkeerplaats geschiedt zoveel mogelijk conform de geldende CROW-richtlijnen.

3Een mindervalideparkeerplaats op kenteken wordt minimaal gerealiseerd met:

a.Het bord E6 in bijlage I van het RVV met een onderbord waarop het kenteken staat vermeld;

b.Markering van de mindervalideparkeerplaats door middel van een geklinkerde of opgespoten markering;

4De mindervalideparkeerplaats op kenteken wordt zo mogelijk aangelegd binnen 10 werkdagen na publicatie van het verkeersbesluit aangelegd onder de voorwaarde dat de kosten voor de aanleg zijn voldaan. Wanneer de aanleg niet binnen deze termijn mogelijk is, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

5De houder van een mindervalideparkeerplaats op kenteken is verplicht door te geven als het kenteken van het motorvoertuig wijzigt. De wegbeheerder plaatst na de melding en de betaling van de kosten zo spoedig mogelijk een nieuw onderbord en informeert de aanvrager als dat niet binnen een week mogelijk is.

Artikel 4 Wijze van aanvragen parkeerplaats op kenteken

Een aanvraag kan digitaal worden gedaan via de website, via het aanvraagformulier of bij de balie van het gemeentehuis. Een aanvraag dient minimaal voorzien te zijn van:

1De NAW-gegevens;

2Kopie gehandicaptenparkeerkaart, beide zijden;

3Kopie kentekenbewijs

Artikel 5 Kosten mindervalideparkeerplaats op kenteken

Voor de volgende handelingen worden kosten in rekening gebracht:

1De behandeling van een aanvraag mindervalideparkeerplaats op kenteken;

2De aanleg van de mindervalideparkeerplaats;

3De wijziging van het kentekenbord;

4Verplaatsing van een mindervalideparkeerplaats (nieuw verkeersbesluit nodig).

Artikel 6 Weigeringsgronden

Het college weigert een besluit tot toekenning voor een mindervalideparkeerplaats op kenteken:

1Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze beleidsregels;

2indien een mindervalideparkeerplaats op kenteken van dezelfde aanvrager is opgeheven op grond van artikel 7, tweede lid onder a en b.

Artikel 7 Intrekkingsgronden

1Het college heft een mindervalideparkeerplaats op kenteken op en verwijdert de bijbehorende verkeersborden:

a.Indien degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, is verhuisd;

b.Indien degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, is overleden;

c.Indien degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, niet meer beschikt over een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart;

d.Indien degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen niet meer de houder is van het motorvoertuig waarvoor de parkeerplaats is aangevraagd;

e.Indien niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze beleidsregels;

f.Indien de parkeerplaats is aangewezen op grond van de door aanvrager verschafte onjuiste gegeven en de parkeerplaats niet zou zijn aangewezen indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest;

g.Op schriftelijk verzoek van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen;

h.Om redenen van algemeen belang;

i.binnen drie maanden na het vervallen van de geldigheid van het betreffende rijbewijs;

2Het college kan een mindervalideparkeerplaats op kenteken opheffen:

a.Indien de mindervalideparkeerplaats niet wordt gebruikt ten behoeve van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen;

b.Indien zich een wijziging voordoet in de omstandigheden voor zover die gewijzigde omstandigheden zich verzetten tegen instandhouding van de mindervalideparkeerplaats op kenteken;

Artikel 8.

De houder van een mindervalideparkeerplaats op kenteken is verplicht zelf een wijziging in de omstandigheden, waaronder de mindervalideparkeerplaats is aangevraagd, door te geven. De termijnen hiervoor zijn als volgt:

a.Binnen 1 maand na verhuizing;

b.Door de nabestaanden binnen 1 maand na overlijden van de aanvrager;

Artikel 9 Inwerkingtreding

1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag van bekendmaking.

2Deze beleidsregels vervangen alle eerdere beleidsregels ten aanzien van het aanwijzen en intrekken van mindervalideparkeerplaatsen op kenteken.

Artikel 10 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels mindervalideparkeerplaats op kenteken’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.