Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2026

Gemeente Winterswijk · geldt sinds 8 november 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Winterswijk;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, nr. 2395804;

gelet op artikel 229, lid 1, sub a en b van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELD 2026

(Verordening Marktgeld 2026)

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.markt: de markten die in deze gemeente worden gehouden;

b.standplaats: de op of voor de duur van een markt door of vanwege het gemeentebestuur aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen;

c.vaste standplaats: een standplaats, die tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;

d.niet-vaste standplaats: een standplaats, die niet tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld;

e.kwartaal: een kalenderkwartaal.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op één van de markten in deze gemeente.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de natuurlijk persoon die de in artikel 2 bedoelde standplaats inneemt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

Als maatstaf van heffing geldt de oppervlakte van de standplaats, uitgedrukt in vierkante meters, die op de markt wordt ingenomen. Een gedeelte van een vierkante meter wordt naar boven afgerond op een hele vierkante meter.

Artikel 5 Tarieven

1Het marktgeld in het belastingtijdvak voor het innemen van een vaste standplaats bedraagt 75% van de in lid 2 en 3 genoemde bedragen, vermenigvuldigd met de factor 13.

2Het marktgeld voor het innemen van een niet-vaste standplaats bedraagt per dag of gedeelte daarvan op woensdag:

a.met kramen, tafels, weegtoestellen, hand- of andere wagens, auto's enz., alsmede voor uitstallingen daarnevens, die kennelijk bij de ingenomen standplaats behoren, per vierkante meter € 0,77;

b.met kramen en stands voor de verkoop van vis, patates frites en andere eetwaren, die ter plaatse worden bereid, boter en/of kaas en/of eieren, geslacht gevogelte en wild, waarvoor extra kosten moeten worden gemaakt, voor het schoonhouden van dat deel van de markt, per vierkante meter € 1,03.

3Het marktgeld voor het innemen van een niet-vaste standplaats bedraagt per dag of gedeelte daarvan op zaterdag:

a.met kramen, tafels, weegtoestellen, hand- of andere wagens, auto's enz., alsmede voor uitstallingen daarnevens, die kennelijk bij de ingenomen standplaats behoren, per vierkante meter € 1,21;

b.met kramen en stands voor de verkoop van vis, patates frites en andere eetwaren, die ter plaatse worden bereid, boter en/of kaas en/of eieren, geslacht gevogelte en wild, waarvoor extra kosten moeten worden gemaakt, voor het schoonhouden van dat deel van de markt, per vierkante meter € 1,64.

a.Voor de tarieven genoemd in het tweede lid van dit artikel geldt een minimum verschuldigd bedrag van € 10,00

b.Voor de tarieven genoemd in het derde lid van dit artikel geldt een minimum verschuldigd bedrag van € 20,00.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak voor het innemen van een vaste standplaats is een kwartaal.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal aanvangt, is het recht verschuldigd over zoveel dertiende gedeelten van het voor dat kwartaal verschuldigde recht als er in dat kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel dertiende gedeelten van het voor dat kwartaal verschuldigde recht als er in dat kwartaal, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. Hier dient schriftelijk om verzocht te worden binnen één jaar na afloop van de belastingplicht.

Artikel 8 Wijze van heffing

1Het marktgeld voor een vaste standplaats wordt geheven bij wege van aanslag.

2Het marktgeld voor een niet-vaste standplaats wordt geheven door middel van een genummerde kwitantie, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

Artikel 9 Tijdstip van betaling

1De aanslagen als genoemd in artikel 8, lid 1 zijn invorderbaar in één termijn, welke vervalt 14 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.

2Indien de verschuldigde bedragen door middel van een automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn. De termijn vervalt 14 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

3Het marktgeld voor niet-vaste standplaatsen, zoals genoemd in artikel 8, lid 2, moet bij de aanvang van de markt worden voldaan en zijn derhalve direct invorderbaar.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en Citeertitel

1De “Verordening Marktgeld 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Marktgeld 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.