Gemeentelijke regelgeving

Verordening gemeentelijke Rekenkamer Aalten, Oost Gelre, Winterswijk 2024

Gemeente Winterswijk · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Winterswijk;

overwegende dat:

per 1 januari 2023 de wetswijziging Wet Versterking decentrale rekenkamers in is gegaan;

naar aanleiding daarvan de verordening Gemeentelijke Rekenkamercommissie Aalten, Oost Gelre en Winterswijk uit 2013 op een aantal punten aangepast dient te worden;

gelezen het voorstel van de klankbordgroep Rekenkamer van 6 september 2023, nr. 2230131;

besluit:

1de Verordening Gemeentelijke Rekenkamer Aalten, Oost Gelre en Winterswijk 2024 per 1 januari 2024 in te laten gaan;

2de Verordening Gemeentelijke Rekenkamercommissie Aalten, Oost Gelre en Winterswijk 2013 in te trekken per 1 januari 2024.

Verordening gemeentelijke Rekenkamer Aalten, Oost Gelre, Winterswijk 2024

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

-de wet: de Gemeentewet

-college: college van burgemeester en wethouders;

-Rekenkamer: gemeentelijke Rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet;

-directeur: Directeur van de Rekenkamer.

-samenwerkingsovereenkomst: de bij raadsbesluit d.d. 30 november 2023 vastgestelde ‘Samenwerkingsovereenkomst 2024 inzake de instelling en instandhouding van een gemeentelijke Rekenkamer’.

Artikel 2 Rekenkamer

1Er is een Rekenkamer.

2De Rekenkamer bestaat uit één lid, zijnde de directeur.

3De raad benoemt ook een plaatsvervangend lid.

4Benoeming vindt plaats voor de duur van zes jaar.

Artikel 3 Klankbordgroep

1Er is een klankbordgroep voor de Rekenkamer.

2De klankbordgroep bestaat uit tenminste zes leden. Iedere gemeente binnen de samenwerkingsovereenkomst levert twee leden.

3De raad kan daarnaast een aantal plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.

Artikel 4 Herbenoeming

Het lid van de Rekenkamer kan maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

Een (plaatsvervangend) lid van de Rekenkamer kan door de raad uit zijn functie ontslagen worden of op non-actief gesteld:

1op eigen verzoek;

2bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap;

3indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

4indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

5indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen;

6indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

7indien hij handelt in strijd met artikel 81h.

Artikel 6 Ambtelijke ondersteuning

1De Rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris.

Artikel 7 Onderzoeksonderwerpen

1Jaarlijks vóór 1 mei stuurt de Rekenkamer - na overleg met de klankbordgroep - aan de raad een voorstel met onderwerpen die mogelijk voor onderzoek in aanmerking komen.

2Als de raad dat wenst, licht de Rekenkamer het voorstel mondeling toe in de betreffende raadscommissie.

3De te onderzoeken onderwerpen sluiten aan bij de voorkeuren van de deelnemende gemeenteraden.

4De raad kan zijn gevoelens over de in het voorstel genoemde onderwerpen kenbaar maken en suggesties toevoegen binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel.

5De Rekenkamer bepaalt vervolgens zo spoedig mogelijk beargumenteerd de definitieve onderwerpen die ze gaat onderzoeken. De Rekenkamer omschrijft of en zo ja in welke mate de in lid 4 bedoelde gevoelens en suggesties van de raad aanleiding hebben gegeven het voorstel te wijzigen.

6De Rekenkamer informeert de raad - via de klankbordgroep - over de definitieve onderzoeksonderwerpen.

7De raad kan de Rekenkamer vragen een extra onderzoek uit te voeren. De Rekenkamer bericht de raad binnen een maand in hoeverre zij aan dat verzoek voldoet. Als de Rekenkamer niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor goede redenen aanvoeren. Over extra onderzoeken maken Rekenkamer en raad aparte afspraken.

8De Rekenkamer kan in bijzondere gevallen, gemotiveerd, afwijken van de door haarzelf bepaalde onderzoeksonderwerpen.

Artikel 8 Wijze van onderzoek

1De Rekenkamer zorgt er voor dat onderzoeken en rapporten objectief, onderbouwd, consistent, bruikbaar, onafhankelijk, doelmatig en controleerbaar zijn. In een onderzoeksprotocol omschrijft de Rekenkamer hiervoor kwaliteitscriteria.

2De Rekenkamer zorgt er voor dat onderzoeken en rapporten tot stand komen volgens een zorgvuldige werkwijze. In een onderzoeksprotocol omschrijft de Rekenkamer haar werkwijze.

3De Rekenkamer kan onderzoek uitvoeren in de vorm van regulier onderzoek, quick scan, controle-onderzoek of onderzoek met behulp van beschikbaar onderzoeksmateriaal.

4De Rekenkamer zorgt er voor dat rapporten begrijpelijk en toegankelijk zijn.

Artikel 9 Bevoegdheden bij onderzoek

1De Rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat nodig vindt voor de uitvoering van haar taken.

2Als de zorg voor een administratie is uitbesteed aan een derde, geldt lid 1 ook voor de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde uitvoert.

3De Rekenkamer is bevoegd bij alle leden van de bestuursorganen van de gemeente en bij alle bij die bestuursorganen in dienst zijnde medewerkers mondeling en schriftelijk inlichtingen in te winnen nodig voor het onderzoek. De leden van het gemeentebestuur en de medewerkers zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen een door de Rekenkamer gestelde termijn te verstrekken.

4De Rekenkamer heeft de bevoegdheden genoemd in artikel 183 en 184 van de gemeentewet.

5De Rekenkamer is bevoegd onderzoeksmedewerkers en externe deskundigen in te huren.

Artikel 10 Rapportage en terugkoppeling

1De Rekenkamer geeft betrokkenen bij een onderzoek gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn van minimaal twee weken hun zienswijze te geven over een concept onderzoeksrapport. De Rekenkamer bepaalt wie betrokkenen zijn.

2De Rekenkamer zendt een definitief onderzoeksrapport en de conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen naar de raad en een kopie naar de klankbordgroep en het college.

Artikel 11 Monitoring aanbevelingen

1Het college verstrekt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane aanbevelingen van de Rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door het college moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

2De griffier verstrekt de raad jaarlijks een overzicht van de aan de raad gedane aanbevelingen van de Rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

Artikel 12 Taak en werkwijze

De Rekenkamer overlegt minimaal vier keer per jaar met de klankbordgroep over de uitvoering van haar taken. Bij dat overleg bespreken Rekenkamer en klankbordgroep ook:

a.de keuze van de onderzoeksonderwerpen

b.de kwaliteit van de onderzoeken en rapporten

c.de communicatie tussen raad, klankbordgroep en Rekenkamer.

Artikel 13. Budget

1Het lid van de Rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de Rekenkamer.

2Voor de uitvoering van haar taken heeft de Rekenkamer jaarlijks een door de raad in de gemeentebegroting beschikbaar gesteld budget beschikbaar, ter hoogte van het in de samenwerkingsovereenkomst overeengekomen bedrag.

3Ten laste van het budget komen alle vergoedingen en overige kosten nodig voor de uitvoering van de taken van de Rekenkamer.

4De Rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording schuldig aan de raad. In het op grond van artikel 185, lid 4 van de wet uit te brengen jaarverslag, rapporteert de Rekenkamer over de besteding van het budget.

Artikel 14 Vergoeding

1Het lid van de Rekenkamer ontvangt voor zijn werkzaamheden een vaste halfjaarlijkse vergoeding.

2Het lid van de Rekenkamer ontvangt daarnaast een vergoeding voor zijn reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed.

3De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding van raadsleden.

Artikel 15. Slotbepalingen

1Besluiten, genomen krachtens Verordening Rekenkamercommissie 2013, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2De oude verordening wordt ingetrokken.

3Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke Rekenkamer Aalten, Oost Gelre en Winterswijk 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.