Gemeentelijke regelgeving

Structuurvisie Kom Winterswijk 2010 - 2020

Gemeente Winterswijk · geldt sinds 6 april 2024

Aanhef

Vastgesteld door de gemeenteraad van Winterswijk op 24 februari 2011, nr II­3

5. Hoofdstuk Uitvoeringsparagraaf

5.1. Inleiding

5.1.1. Waarom een uitvoeringsparagraaf?

Eén van de weinige wettelijke verplichtingen bij een structuurvisie is het opnemen van een uitvoeringsparagraaf waarin staat hoe de gemeente de genoemde ontwikkelingen wil realiseren. Onder andere moet worden aangegeven hoe deze ontwikkelingen worden gefinancierd. De Wro biedt gemeenten bovendien de mogelijkheid om bovenplanse kosten te verhalen en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen te vragen van andere ontwikkellocaties.

In de uitvoeringsparagraaf moet een aantal keuzes worden gemaakt:

•Welke projecten uit de vorige hoofdstukken van de structuurvisie worden in de planning opgenomen en wat is de prioritering van de projecten?

•Welke investeringen die het plan overstijgen voldoen aan de kostensoorten en kunnen in de structuurvisie worden opgenomen?

•Hoe zijn de kosten onder te verdelen en toe te rekenen aan de grondeigenaren?

•Welke opbrengstlocaties kunnen worden aangemerkt als ‘kostendrager’, en zodoende een bijdrage leveren aan het dekken van de investeringen?

Deze keuzes worden in deze uitvoeringsparagraaf toegelicht.

5.1.2. Uitwerking structuurvisie in M.i.r.

De gemeente Winterswijk heeft bewust gekozen om geen bedragen in de uitvoeringsparagraaf te noemen omdat deze aan verandering onderhevig zijn. Het exacte bedrag voor het verhalen van kosten, en een meer gedetailleerde planning en prioritering wordt in een Meerjaren investeringsplanning ruimtelijke projecten (M.i.r.) verder uitgewerkt.

Dit heeft een aantal voordelen:

•De structuurvisie, en de uitvoeringsparagraaf blijft een document op hoofdlijnen (conform artikel 2.1 van de Wro)

•De uitvoeringsparagraaf hoeft niet periodiek te worden aangepast, en opnieuw vastgesteld te worden.

De M.i.r. wordt in 2011 vastgesteld. De volgende onderdelen worden behandeld:

1Benoeming investeringsprojecten

2Indicatie periode uitvoering

3Prioritering projecten

4Globale inschatting kosten

5Op welke manier worden de tekorten gedekt

6Verdere uitwerking kostenverhaal uit de uitvoeringsparagraaf.

Het M.i.r. werkt intern en wordt jaarlijks geactualiseerd, bij voorkeur gelijktijdig met de gemeentebegroting. De eerste vier jaar van de M.i.r. zijn verwerkt in de gemeentelijke meerjarenbegroting, zodat de financiële dekking verzekerd is en kredieten op tijd beschikbaar worden gesteld.

Kostenverhaal in relatie met grondpolitiek

De uitvoeringsparagraaf biedt een basis voor het kostenverhaal. Kostenverhaal is van toepassing indien particuliere eigenaren grondbezit hebben en beroep willen doen op zelfrealisatie. De gemeente heeft in dat geval een faciliterende rol.

De gemeente Winterswijk kiest voor een actief grondbeleid. Dit betekent dat de gemeente bij voorkeur zelf de grond verwerft en bouw- en woonrijp maakt. Bij de uitgifte van de gronden ontvangt de gemeen te opbrengsten. Daarvan worden de kosten gedekt. Kostenverhaal is dan niet aan de orde.

5.1.3. Welke kosten worden in de Uitvoeringsparagraaf opgenomen?

Voor het kunnen plegen van ‘kostenverhaal’ (in het geval dat de gemeente niet in bezit is van de grond) vereist de Wet ruimtelijk ordening dat het type kosten die het plan overstijgen in de structuurvisie zijn benoemd. Hierbij onderscheidt de wet twee typen kosten:

•bovenplanse kosten

•bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen

Om duidelijk te maken wat onder kostenverhaal en de begrippen bovenplanse kosten en bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen wordt bedoeld, worden deze hieronder toegelicht. Deze onderverdeling is overgenomen uit de Handreiking Grondexploitatiewet.

Bij het exploiteren van grond (grondexploitatie) worden in de Wro vier soorten kosten onderscheiden:

1Maatregelen, werken, voorzieningen binnen het exploitatiegebied die enkel en alleen worden uitgevoerd ten behoeve van de nieuwe gebiedsontwikkeling. Voorbeeld: een woonstraat.

2Maatregelen, werken, voorzieningen buiten het exploitatiegebied die enkel en alleen worden uitgevoerd ten behoeve van de nieuwe gebiedsontwikkeling. Voorbeeld: een retentiegebied of waterberging.

3Maatregelen, werken, voorzieningen buiten of binnen het exploitatiegebied worden uitgevoerd, die van belang zijn voor de gebiedsontwikkeling maar ook van belang zijn voor omliggende bestaande wijken en omliggende exploitatiegebieden. Voorbeeld: een rondweg.

4Maatregelen, werken, voorzieningen buiten het plangebied welke mede bekostigd kunnen worden uit de toegestane bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeeld: een bomenlaan.

De kostensoorten 1 en 2 worden uitsluitend gemaakt vanwege de nieuwe gebiedsontwikkeling Er is geen sprake van een bovenplans karakter. Een beschrijving in de structuurvisie is niet nodig, omdat er van uit wordt gegaan dat deze kosten binnen het gebied worden verhaald via een exploitatieplan of een overeenkomst.

Voor kostensoorten type 3 en 4 is wel sprake van een bovenplans karakter dat niet één op één toegerekend kan worden aan een project. Het verschil tussen de kostensoorten is dat kostensoort 3 via een exploitatie- plan of een posterieure overeenkomst verhaald kan worden, en kostensoort 4 alleen via een anterieure overeenkomst (op vrijwillige basis). Omdat meerdere gebieden profijt hebben aan de investering, moeten deze in de structuurvisie nader worden toegelicht.

Het kostenverhaal voor type 3 en 4 wordt in onderstaande voorbeelden uitgelegd.

Een voorbeeld van kostensoort type 3 is zichtbaar in onderstaand plaatje. Vanuit de bestaande stad, wordt de gebiedsontwikkeling project A en project B gerealiseerd. Voor beide ontwikkelingen wordt een ontsluitingsweg aangelegd.

Voorbeeld kostensoort 3 – bovenplanse kosten

Bij kostenverhaal via een exploitatieplan dienen de kosten te voldoen aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit:

•Profijt: de kostendrager moet nut ondervinden van de investering

•Toerekenbaarheid: er bestaat een causaal verband tussen de investering en de kostendrager

•Proportionaliteit: als meerdere locaties nut ondervinden van de investering, dan moet deze naar rato verdeeld worden.

Kostensoorten van het type 3 beslaan maatregelen waarbij de gebiedsontwikkeling wel direct profijt heeft van de uit te voeren maatregel, maar niet de enige gebiedsontwikkeling is die profijt heeft van die maatregel. Daarnaast zijn kostensoorten van het type 3 toerekenbaar: er is een causaal verband tussen het realiseren van het project en de maatregelen buiten het exploitatiegebied. Daarmee valt het onder de mogelijkheid om de kosten via het exploitatieplan te verhalen, in de vorm van bovenplanse kosten.

Hoe moeten de kosten van de aanleg van deze weg nu tussen beide gebiedsontwikkelingen worden verrekend?

•Als gekeken wordt naar het criterium profijt dan blijkt dat zowel project A als project B profiteren van de nieuwe ontsluitingsweg.

•Als gekeken wordt naar het criterium toerekenbaarheid dan is er een duidelijke causaal verband: zonder ontsluitingsweg geen nieuwe gebiedsontwikkeling.

Vervolgens zal gekeken moeten worden naar proportionaliteit. Een criterium kan bijvoorbeeld zijn het toekomstig aantal woningen of het toekomstig aantal bewoners van de twee nieuwe buurten dat profiteert van de ontsluitingsweg, of het aantal te verwachten autobewegingen vanuit beide buurten op de ontsluitingsweg.

In het onderhavige geval is uitgegaan van het aantal woningen. Dit betekent dat de kosten voor Project A voor 60% (60 woningen) en voor Project B voor 40%(40 woningen) zijn toe te delen.

Voorbeeld kostensoort 4 – bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen

Bij kostensoorten van het type 4 zijn het profijt en de toerekenbaarheid slechts indirect. Dit is dan ook niet vast te leggen in een exploitatieplan. Wel is het mogelijk om een bijdrage te vragen aan ruimtelijke ontwikkelingen, mits verantwoord in de structuurvisie. De bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst vastgelegd.

Een voorbeeld van kostensoort type 4 is zichtbaar in onderstaand plaatje. In de stad wordt de straat doorgetrokken. De gemeente zal hier aanzienlijke onrendabele investeringen moeten doen (bijvoorbeeld sloop, verplaatsing, aanpak voorzieningen), maar verwacht wordt dat de stad als geheel hiervan profiteert. De vraag is of project A en project B een bijdrage kunnen doen aan de doortrekking van de straat.

Dit is een bijdrage van type 4, de bovenplanse verevening of bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen. De tekorten van de doortrekking van de straat kunnen worden gedekt met positieve resultaten uit gebiedsontwikkelingen project A en project B, mits hierover afspraken zijn gemaakt in een anterieure overeenkomst. Voor de goede orde, deze bijdragen zijn niet af te dwingen door een exploitatieplan maar alleen in een anterieure overeenkomst af te spreken. Een belangrijke voorwaarde bovendien is dat de ruimtelijke ontwikkeling ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Indien dit niet het geval is, dan kan een eigenaar/ontwikkelaar die een bijdrage heeft betaald alsnog een beroep doen op onverschuldigde betaling.

Het essentiële onderscheid tussen kostensoorten 3 en 4 is hun afdwingbaarheid. Kostensoorten van het type 3 kunnen, mits profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid voldoende zijn aangetoond, afgedwongen worden via het exploitatieplan. Kostensoorten van het type 4 kunnen alleen worden verhaald op vrijwillige, anterieure basis.

In onderstaande tabel zijn deze vier kostensoorten samengevat. Tevens is te zien of de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit moet worden toegepast op deze type investeringen. Ten slotte is weergegeven welke kosten in de structuurvisie nodig zijn:

Indien de kosten van type 3 en 4 niet toe te rekenen zijn aan kostendragers, zullen de kosten gedekt moeten worden uit de algemene middelen. De voorzieningen in het algemene belang, zoals sportvelden, scholen en herinrichting bestaande wegen kunnen niet worden verhaald via het exploitatieplan. Deze kosten kunnen ook niet opgenomen worden in een anterieure overeenkomst. Indien de bestaande bebouwing ook profiteert van de investering, dan komt dit gedeelte ten laste van de algemene dienst. Binnen de bestaande bebouwing wordt hier bedoeld locaties waar geen ontwikkelingen plaatsvinden. De kosten kunnen daarom niet toegerekend worden aan de eigenaren omdat zij geen opbrengstpotentie hebben.

Type

1en 2

3

4

Profijt

ja

ja

niet noodzakelijk

indirect

Toerekenbaarheid

volledig

Ja, zonder ontwikkeling geen kosten

niet noodzakelijk, indirect

Proportioneel

100%

voor een deel

niet noodzakelijk

Onderbouwing structuurvisie

niet nodig

noodzakelijk voor kostenverhaal

noodzakelijk voor

kostenverhaal

Kosten verhaalbaar in anterieure

overeenkomst

ja

ja

ja, mits 6.24 Wro

Kosten verhaalbaar in exploitatie- plan / posterieure overeenkomst

Ja, evenredig

ja, evenredig

nee

Tabel G kostensoorten en hun eigenschappen

5.1.4. Hoe kunnen kosten worden verhaald?

De structuurvisie beschrijft verschillende ambities, die zijn uitgewerkt in concrete projecten. De projecten vergen enerzijds investeringen (bv aanleg rondweg), die voor rekening van de gemeente komen. Anderzijds zijn er ontwikkellocaties die juist opbrengsten genereren na aftrek van de directe kosten binnen het plangebied (bijvoorbeeld de realisatie van woningbouw), de zogenaamde kostendragers. Binnen die ontwikkellocaties bevinden zich (mogelijk) particuliere eigenaren die zelf willen ontwikkelen, realiseren, en daarmee financieel profiteren van die ontwikkelingen.

Door de investeringen en kostendragers op een goed onderbouwde wijze met elkaar in relatie te brengen, inclusief prioritering, tijd en geld, ontstaat de basis om bij de particuliere eigenaren een deel van deze kosten in rekening te brengen (=kostenverhaal). Dit kostenverhaal kan op drie manieren plaatsvinden:

•Via een vrijwillige overeenkomst met een grondeigenaar vóórdat een exploitatieplan (zie 2) en bestemmingsplan zijn vastgesteld. Dit wordt een anterieure overeenkomst genoemd. In een anterieure overeenkomst kan de gemeente met de grondeigenaar over alle mogelijke onderwerpen afspraken maken;

•Via een exploitatieplan. Dit is het publiekrechtelijk instrument om kostenverhaal af te dwingen. Het exploitatieplan dient tegelijkertijd met het bestemmingsplan of projectbesluit te worden vastgesteld indien nog niet met alle grondeigenaren een overeenkomst is gesloten. Kostenverhaal vindt plaats bij de aanvraag van de bouwvergunning;

•Nadat een exploitatieplan is opgesteld en vastgesteld kan de gemeente alsnog een overeenkomst met een grondeigenaar sluiten over kostenverhaal. Dit wordt een posterieure overeenkomst genoemd. De inhoud van de posterieure overeenkomst moet overeenkomen met de inhoud van het exploitatieplan. De contractvrijheid ten opzichte van een anterieure overeenkomst is daarom beperkt.

5.2. Uitwerkingen uit de structuurvisie

5.2.1 Inleiding

De visie uit hoofdstuk 3 en 4 bevat een groot aantal projecten. De projecten kennen een heel verschillend uitwerkingsniveau. Waar sommige projecten al heel concreet en tastbaar zijn, zijn andere projecten nog vrij globaal of bestaan er nog onzekerheden over de uitvoering. Het kan zijn dat er de komende jaren nog projecten wijzigen, bijkomen of afvallen. Van de nu bekende projecten zal in deze paragraaf worden aangegeven welke vormen van kostenverhaal mogelijk zijn. Deze mogelijkheden worden, zoals gezegd in paragraaf 5.1, in een m.i.r. nader uitgewerkt. Dan moet ook blijken hoe de financiering rondom projecten geregeld kan worden. In hoeverre sprake kan zijn van kostenverhaal en in hoeverre de financiering uit algemene middelen zal moeten plaatsvinden.

In hoofdstuk 3 is de visie ingedeeld in thema’s, welke in hoofdstuk 4 gebiedsgericht verder is uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden voor het overzicht de thematische indeling aangehouden (zie tabel pagina 86 voor deze indeling). Per thema worden de projecten benoemd. Bij het beschrijven van de kostenverhaalsmogelijkheden komen andere projecten aan bod. Hier vullen hoofdstuk 4 en 5 elkaar dus direct aan. In hoofdstuk 4 staan de inhoudelijke relaties tussen projecten beschreven, in hoofdstuk 5 staan dus de financiële relaties tussen projecten.

5.2.2. Systematiek van het kostenverhaal

Er worden in deze uitvoeringsparagraaf, zoals toegelicht in paragraaf 5.1.3, twee typen kosten onderscheiden:

a.Kostensoort type 3, bovenplanse kosten

b.Kostensoort type 4, Via een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen

(ad. a)

Kostenverhaal van kostensoort type 3 (bovenplanse kosten) verloopt via een fonds of via direct kostenverhaal op basis van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Hierbij lichten we toe op welke manier de omslag van de kosten over de gebieden die profijt hebben kan plaatsvinden. Dit kan via een omslag op basis van woningequivalenten of een omslag op basis van het verkeerscirculatieplan.

Woningequivalent

De basis van woningequivalenten zijn de grondprijzen en kavelgrootten van verschillende functies. Het uitgangspunt is een woning met een gemiddelde kavelgrootte en een gemiddelde grondprijs. Alle andere functies (inclusief kantoren, winkels, bedrijven) worden aan de hand van deze woning berekend naar één woningequivalent. De toerekening van de kosten vindt vervolgens plaats op basis van het aantal woningequivalenten naar de bestaande wijken en de kostendragers. Dit maakt het mogelijk om de kosten te verdelen naar de locaties die profijt hebben van de investering. De kostendragers genoemd in deze structuurvisie moeten bijdragen aan de investeringen. Het deel van de kosten dat naar de bestaande locaties wordt toegerekend, moet uit de algemene middelen worden gefinancierd.

Onderstaand tabel geeft een voorbeeld van de berekening naar woningequivalenten. De grondprijs voor winkels is door de gemeente bepaald op € 667 per m2. De berekening is dan € 100.000,-/ € 667,- = 150 m2. Met andere woorden: 150 m2 winkels in het centrum staat gelijk aan één woningequivalent.

Functie

Grondprijs

Grootte (m2)

Kavelprijs

Woningen

€333

300

€100.000

Winkels

€667

150

€100.000

Kantoren

€222

450

€100.000

Bedrijven

€155

645

€100.000

De verdere uitwerkingen van de kosten zal bij voorkeur op basis van de systematiek van de woningequivalent worden uitgewerkt.

Verkeersstudie

Bij infrastructurele voorzieningen is de verdeling op basis van de toename van het aantal verkeersbewegingen een logischere keuze. De kosten kunnen verdeeld worden op basis van het aantal verkeersbewegingen naar de gebieden die profijt hebben van de investering. Het gebied waar de verkeersbewegingen als gevolg van de aanleg van de infrastructurele voorziening het meest toeneemt, zal ook het meest moeten bijdragen. De kostendragers kunnen naar rato bijdragen aan de investering. De verhouding verkeersbeweging die naar de bestaande gebieden gaat, zal gefinancierd moeten worden uit de algemene middelen.

(ad. b)

Bij de investeringen, die niet vallen onder groep 3, maar wel een relatie hebben met kostendragers, wordt aangegeven of deze via een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden verhaald.

Algemene dienst

Enkele investeringen zijn van algemeen belang en kunnen niet worden gekoppeld met de kostendragers. Indien dit niet mogelijk is wordt onderbouwd waarom de kosten ten laste komen van de algemene dienst.

Criterium

Toelichting

Toets ruimtelijke besluit

Past het initiatief binnenhetbestemmingsplan of projectbesluit?

Toets aan gemeentelijk beleid

Past het initiatief binnen de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente?

Beoordeling op basis van wet- en regelgeving

De initiatiefnemer dient zelf aan te tonen dat het initiatief kan voldoen aan geldende wet- en regelgeving

Planologische procedure

Als het initiatief voldoet aan de bovenstaande toetsing en beoordelingsaspecten wordt een planologi- sche procedure opgestart

Sluiten van een intentie-, ontwikkelings- of realisatieovereenk

Parallel aan de planologische procedure wordt een anterieure overeenkomst gesloten

De structuurvisie stelt enkele integrale herstructureringen voor. Op deze kaart staat weergegeven welke kostendragers aan deze gebiedsontwikkeling bijdragen.

Beoordeling particuliere initiatieven woningbouw

Er kunnen binnen de periode van deze structuurvisie tot 2020 nog nieuwe particuliere initiatieven ontstaan. Deze worden in eerste instantie getoetst aan de structuurvisie. Indien dit initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie, wordt onderzocht of het initiatief inpasbaar is in de directe omgeving en aan welke investeringen ze op basis van de structuurvisie kunnen worden gekoppeld. Hiermee dragen particuliere initiatieven in belangrijke mate bij aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.

Indeling van de projecten

In de navolgende hoofdstukken worden de projecten per thema’s ingedeeld. Een overzicht van de projecten staat in de tabel op pagina 86. Per project worden keuzes gemaakt die invloed hebben op de manier waarop projecten met elkaar worden gekoppeld, en hoe kostenverhaal gaat plaatsvinden.

De volgende onderdelen worden vervolgens per project behandeld:

1Doel, ambitie, inhoud en programma. De kenmerken en de doelstelling worden per project kort beschreven.

2Betreft het een investering of een kostendrager?

3Relationele verbinding i.v.m. kostenverhaal. Op basis van een duidelijke functionele relatie worden de investeringen en kostendragers met elkaar gekoppeld. De systematiek waarmee het kostenverhaal plaatsvindt staat in toegelicht in paragraaf 5.3.2.

4Risico’s. Bovenstaande keuzes zullen leiden tot een aantal risico’s. Deze worden kort beschreven.

5Planning. Er wordt per project een globale planning aangegeven.

In bijlage 1 worden alle investeringen en opbrengsten schematisch samengevat.

5.3. Thema Demografie en Wonen

5.3.1. Nieuwbouwprojecten

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

In de tabel in paragraaf 4.6. (pagina 77) staan de nieuwbouwprojecten voor wonen opgesomd (lijst per 09 juli 2010). In deze paragraaf wordt beschreven op welke manier deze projecten kunnen bijdragen aan investeringsprojecten.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

De projecten betreffen voornamelijk inbreidingslocaties, waarbinnen enkele eigenaren zijn die zelf willen realiseren. De projecten hebben door de functieverandering een opbrengstpotentie, waardoor de partijen die zelf gaan realiseren mee kunnen betalen aan de kosten. Deze nieuwbouwprojecten zijn daarom kostendrager.

Overzicht van potentiële woningbouw die in procedure zijn (op 9 juli 2010)

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld? De kostendragers worden gekoppeld aan de volgende investeringen:

•Doortrekking Dingstraat en opwaarderen Parallelweg

•Herstructurering in de wijken

•Aanleg nieuwe fietspaden

•Realiseren centrale parkeervoorzieningen

•Spoorzone deelgebied 1

•Afwaarderen doorgaande radialen zonder stroomfunctie

•Opwaarderen Bataafseweg

•Whemerbeek

•Verbeteren groenstructuur

•Sportpark Jaspers en de Hunenbulten

•Herinrichting Meddosestraat / Sellekamp

De manier waarop de kosten worden toegerekend is afhankelijk van het type investeringen, en zal per investering worden toegelicht.

4.Risico’s

Het risico bestaat dat projecten niet doorgaan omdat de behoefte naar nieuwbouwwoningen afneemt. Andere risico’s zijn vertragingen van het project, verandering in het woningbouwprogramma (en daarmee de opbrengstpotentie) en locatiegebonden risico’s waardoor minder kostenverhaal kan worden gepleegd. Van veel investeringen kan wellicht slechts een zeer beperkt deel worden toegerekend aan plannen en zal hoe dan ook het grootste gedeelte uit de algemene middelen of uit subsidies moeten worden gefinancierd.

5.Planning

2010-2030

5.3.2. Herstructureringsprojecten in de wijken

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Het doel van de herstructureringsopgave is het herkenbaar maken van de ruimtelijke structuur van Winterswijk. De werkzaamheden betreffen onder meer het realiseren van een meer gedifferentieerd woonmilieu, het verhogen van de ruimtelijke kwaliteiten en het opheffen van overlastsituaties.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Het investeren in de ruimtelijke structuur betreft voornamelijk een investering. Mogelijk kan door ontwikkeling in de wijk zelf opbrengsten worden gegenereerd. De opbrengsten binnen het plangebied zullen naar waarschijnlijkheid de kosten niet overstijgen. De projecten zullen daarom niet functioneren als kostendrager.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Indien er een relatie is met omliggende projecten kunnen de investeringen worden gekoppeld, en kunnen kosten worden verhaald via een bijdrage (type 4). Dit zijn naar verwachting de omliggende nieuwbouwprojecten en de particuliere projecten, afhankelijk van de werkzaamheden en de relatie met de kostendragers.

4.Risico’s

Veel kosten betreffen opwaardering in de bestaande wijk. De kosten zijn moeilijk toe te rekenen aan andere projecten omdat enkel de bestaande wijk profijt heeft aan de aanpassing. Per investering zal de gemeente daarom kijken of er een relatie is tussen de nieuwbouwprojecten en de particuliere projecten. Indien er geen relatie is, zullen de kosten gefinancierd moeten worden uit algemene middelen.

Koppeling van projecten in de spoorzone. In hoofdlijnen dragen kostendragers in de spoorzone bij aan het versterken / aanleggen van de groenzone, het aanleggen van ffetspaden, de ffetstunnel en opknapwerkzaamheden in de directe omgeving van het spoor.

5.Planning

2010-2020

5.3.3. Transformatie omgeving Narcisstraat

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Bestaand verouderd bedrijventerrein gelegen te midden van woonwijken, omvormen naar woongebied. Het maken van een aansluiting tussen de spoorzone met het zuidelijk gelegen woongebied.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering: de herstructurering zal kosten met zich meebrengen die hoger zijn dan de opbrengsten binnen het plangebied.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De voorkeur is om via een bijdrage (type 4) in een anterieure overeenkomst een deel van de kosten te verhalen. Dit zijn de woningbouwprojecten die een relatie hebben met de transformatie. Ook kan de transformatie bijdragen aan de aanleg van de spoorfietstunnel en de doortrekking van de Dingstraat.

4.Risico’s

Kostenverhaal is afhankelijk van ontwikkeling van de particuliere projecten in de omgeving van de Narcisstraat waar een bijdrage kan worden gevraagd.

5.Planning

2010-2020

5.3.4. Herontwikkeling Laan van Hilbelink

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Revitalisering en/of functieverandering bestaande oudere bedrijventerreinen met als doel creëren van een nieuwe werkomgeving door transformatie naar combinatie van wonen en werken en publieksgerichte functies. De toekomstige invulling is nog geheel open.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

De programmering is tot nu toe onduidelijk. Kostenverhaal is afhankelijk van de vraag of op het terrein sprake is van functieverandering of uitbreiding van bestaande functies.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Als er een opbrengstpotentie ontstaat door uitbreiding van functies kan het project als kostendrager dienen en kan een deel van de investeringen gekoppeld worden aan dit gebied. Als er geen functieverandering plaatsvindt, moeten de investeringen die worden toegerekend aan het gebied uit de algemene middelen van de gemeente betaald worden. Het gebied kan mogelijk bijdragen aan:

•De ontwikkeling van de Whemerbeek.

•De doortrekking van de Dingstraat

4.Risico’s

De invulling van het project ligt nog open. Er is daarom nog veel onzekerheid over het kostenverhaal.

5.Planning

In principe project op langere termijn (na 2020).

5.3.5. Spoorzone

De spoorzone betreft de gehele zone rondom het spoor in de kom van Winterswijk en wordt globaal begrensd door de Europalaan – Parallelweg aan de zuid- zijde en de Stationsstraat – Landbouwstraat aan de noordzijde. Het betreft geen homogeen gebied, maar is juist heel divers. De volgende deelgebieden worden in de visie onderscheiden:

•Deelgebied 1 tussen Misterweg en Verlengde Dingstraat, zuidzijde van het spoor. Verbetering stedenbouwkundige invulling van het gebied gelegen tussen Misterweg, Houtlading, Parallelweg en Uni-locatie Driemark (ca 1,8 ha). Verplaatsing bedrijven, nieuwe functie GOLS-station en verbetering kwaliteit openbare ruimte (o.a. onderdeel nieuwe invalsweg over Parallelweg).

•Deelgebied 2 Tussen Misterweg en Verlengde Dingstraat, noordzijde van het spoor; “aanleg van een stationspark”

•Deelgebied 3 Tussen spoorwegovergang Tuunterstraat en Misterstraat, de Silo. Invulling en herontwikkeling Silo-terrein met stedenbouwkundig en maatschappelijk gewenste functies. In het huidige plan is er ruimte woningen en detailhandel.

•Deelgebied 4 Tussen spoorwegovergang Tuunterstraat en Misterstraat. “Europalaan. Ontwikkeling van een handelscentrum.

•Deelgebied 5 Ten oosten van de Verlengde Dingstraat

•Deelgebied 6 Ten westen van de Tuunterstraat, ten zuiden van het spoor

•Deelgebied 7 Ten westen van de Tuunterstraat, ten noorden van het spoor.

Naast het feit dat verschillende deelgebieden een heel eigen potentie hebben, is ook de termijn waarop de gemeente ambities hoopt waar te maken verschillend. Voor de deelgebieden 4 en 6 zijn geen concrete projecten benoemd, die op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Ze worden in deze uitvoeringsparagraaf niet verder behandeld.

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Herontwikkeling braakliggend terrein langs het spoor tot woon- en werkgebied en PDV.

Doelstellingen:

•Realiseren toegankelijk gebied, dat noord- en zuid- zijde van het spoor met elkaar verbindt

•Ontwikkeling moet bijdragen aan een goede bereikbaarheid en het realiseren van een stadsecologische zone.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Deelgebied 1, 3 en 5 kunnen als kostendrager dienen omdat er nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn in het gebied in de vorm van woningbouw, kantoren en deels andere bedrijvigheid (PDV). Indien het kostenverhaal binnen het gebied valt, vallen de kosten binnen type 1 en 2.

Deelgebied 3 bestaat uit nieuwe woningen, en zal mogelijk binnen het plangebied gefinancierd worden. Het betreft de invulling en herontwikkeling Silo-terrein met stedenbouwkundig en maatschappelijk gewenste functies. In het huidige plan is er ruimte voor woningen en detailhandel. De investeringen en opbrengsten bevinden zich in één exploitatiegebied, en hoeven niet verevend te worden met andere locaties. De investeringen vallen met andere woorden onder de kosten type 1 en 2 en hoeven daarom niet in deze uitvoeringsparagraaf opgenomen te worden. Een koppeling in de structuurvisie is dan niet nodig.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De programmering van deelgebied 3 is tot nu toe nog onduidelijk. Kostenverhaal is niet mogelijk omdat het gebied naar waarschijnlijkheid onvoldoende opbrengsten genereert om als kostendrager te functioneren voor type kosten 3 en 4.

De hele spoorzone kan meebetalen aan de aanleg nieuwe fietspaden in en langs de spoorzone op basis van de criteria profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (type 3). Andere projecten, waaraan ontwikkelingen in de spoorzone kunnen meebetalen zijn:

•Doortrekking Dingstraat

•Herontwikkeling Driemarklocaties Zonnebrink

•Parallelweg

•Transformatie omgeving Narcisstraat

•Aanleg spoorfietstunnel

4.Risico’s

Het risico bestaat dat niet alle kosten verhaald kunnen worden binnen de ontwikkelingslocaties in de spoorzone en er een tekort ontstaat. Voor deelgebied 3 bestaat het risico dat de woningbouw niet wordt ontwikkeld op het deel De Lorijn i.v.m. de ernstige bodemverontreiniging op die plek. Op die manier kan de ontwikkeling van het exploitatiegebied onrendabel worden.

5.Planning

2010-2020

5.5. Thema Verkeer en infrastructuur

5.5.1. Doortrekking Dingstraat

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Doortrekken van de Dingstraat door het spooremplacement, zodat de Dingstraat aansluit op de Parallelweg, via een overweg of een tunnel. Dit wordt de nieuwe hoofdverkeersontsluiting naar het centrum toe. De parallelweg wordt opgewaardeerd tot invalsweg.

Door het opheffen van de barrière werking wordt een omvangrijke gebiedsontwikkeling mogelijk (de zogenaamde spoorzone). Doordat nu een sterke centrale ontsluitingsroute ontstaat kan het parkeren ten behoeve van het winkelcentrum veel beter georganiseerd en geconcentreerd worden en wordt het mogelijk om luwe zones in het centrum te ontwikkelen. De verkeersdruk in en rondom het centrum wordt verminderd.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Het doortrekken van de Dingstraat betreft een investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Alle gebieden rondom de Dingstraat hebben door de betere bereikbaarheid en verminderde parkeerdruk profijt, en dus een relatie met de beoogde ontwikkeling. De kostendragers zijn onder meer:

•Stedelijke As Dingstraat

•Herontwikkeling Driemarklocatie Zonnebrink

•Nieuwbouwprojecten

•Herontwikkeling Laan van Hilbelink

•Herontwikkeling Narcisstraat

•Herontwikkeling Spoorzone

De kosten worden in de vorm van kosten type 3 toegerekend aan de kostendragers, omdat goed te onderbouwen is welke kostendragers en in welke mate deze profijt hebben aan de investering. De verdeling wordt op basis van woningequivalenten verder onderbouwd indien er meer bekend is over de invulling van het project.

Naar verwachting zal een groot deel van de kosten toegerekend worden naar de bestaande kern van Winterswijk waar geen ontwikkelingen plaatsvinden. Dit deel dient de gemeente uit de algemene middelen te dekken.

4.Risico’s

Vanwege de forse investeringen van de Dingstraat en de parallelweg zullen niet alle kosten uit de omliggende projecten gefinancierd kunnen worden. Bovendien is er nog veel onzekerheid over uitvoering van het project. Naar verwachting zal een groot gedeelte gedekt moeten worden uit externe subsidies en de algemene middelen.

5.Planning

2012-2020

5.5.2. Realiseren spoorfietstunnel

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Aanleg van een fiets- en voetgangerstunnel Spoorzone.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering, er zijn geen andere ontwikkelingen binnen dit gebied.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Particuliere projecten in de omgeving van de fiet tunnel, gehele herontwikkeling Spoorzone en Narcisstraat. De kosten worden in de vorm van kosten type 3 toegerekend aan de kostendragers, omdat goed te onderbouwen is welke kostendragers en in welke mate deze profijt hebben aan de investering. Het grootste deel zal uit de algemene dienst moeten worden betaald. Op basis van woningequivalenten kan een deel naar de genoemde projecten worden gerekend.

4.Risico’s

Het risico bestaat dat de particuliere projecten niet worden ontwikkeld, en daardoor de kosten volledig ten laste van de algemene dienst komen. Het krediet hiervoor is reeds beschikbaar, en de subsidies zijn begroot.

5.Planning

2010-2015

5.5.3. Verbeteren Rondweg Zuid

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Beperken aantal directe aansluitingen op de Rondweg Zuid. Aanleg van een parallelweg. Verbetering beeldkwaliteit te bereiken door de rondweg in te richten als een groene laan en door de beeldkwaliteit van aanliggende bedrijven te verbeteren.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De nieuwbouw in de omgeving van de rondweg heeft profijt aan deze ontwikkelingen, waaronder:

•De herontwikkeling bedrijven aan de Rondweg Zuid

•Nieuwbouwprojecten omgeving rondweg

•Particuliere projecten

De Rondweg Zuid is een provinciale weg. De uitvoering van de maatregelen is afhankelijk van de medewerking van de provincie. Wenst de provincie mee te werken, dan bestaat er een kans dat de gemeente een deel van de kosten draagt. De overige kosten worden in de vorm van kosten type 3 toegerekend aan de kostendragers, omdat goed te onderbouwen is welke kostendragers en in welke mate deze profijt hebben aan de investering. De verdeling wordt op basis van een verkeersstudie verder uitgewerkt. Een deel wordt toegerekend aan de “bestaande kern Winterswijk”. Dit moet gefinancierd worden uit de algemene middelen.

4.Risico’s

Het risico bestaat dat geen kostendragers worden ontwikkeld, en geen kostenverhaal mogelijk blijft.

5.Planning

2010-2020

5.5.4. Afwaarderen functie doorgaande radialen zonder stroomfunctie

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Afsluiten van de wegen voor doorgaand verkeer ten behoeve van verkeersveiligheid: Morgenzonweg, Wooldseweg en Kottenseweg.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

De herinrichting van de wegen betreft een investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten zijn voornamelijk onderhoudskosten en komen volledig ten laste van de algemene dienst. Indien de investeringen nodig zijn ten behoeve van nieuwe projecten, waaronder de particuliere initiatieven, dan kunnen deze kosten worden afgedwongen via type 3 kostenverhaal op basis van verkeersbewegingen.

4.Risico’s

Geen, het was al bekend dat de kosten uit de algemene middelen gefinancierd moeten worden.

5.Planning

2010-2015

5.5.5. Realiseren nieuwe aansluiting Beatrixpark en realiseren nieuwe kruising

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Verbeteren aansluiting Beatrixpark op Rondweg West en het realiseren van een nieuwe aansluiting Arrisveld op Groenloseweg. Hiermee verbetert de doorstroming van het verkeer op de Rondweg West.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten zijn toe te rekenen aan de herontwikkeling Arrisveld, deze heeft direct profijt aan de investering en kan via type 3 kosten direct worden verhaald op basis van verkeersbewegingen.

4.Risico’s

Het is nog onzeker of de provincie medewerking verleend en bereid is een deel van de kosten te financieren.

5.Planning

2010-2015

5.5.6. Opwaarderen Bataafseweg

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Aanleg rotonde op de kruising Vredenseweg – Bataafseweg en aanleg vrijliggende fietspaden langs de Bataafseweg.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering, er zijn geen ontwikkelingen voorzien in het gebied

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

•Particuliere projecten die een directe relatie hebben met de investeringen

•Nieuwbouwprojecten, o.a. de Rikker fase 5 en 6

•Bedrijventerrein Gaxel

De kosten kunnen via een verkeerscirculatieplan worden toegerekend aan de kostendragers (type 3).

4.Risico’s

Naar verwachting zal de Bataafseweg ook veel profijt opleveren voor de bestaande stad waardoor een groot deel gefinancierd moet worden uit de algemene middelen.

5.Planning

2010-2020

5.5.7. Aanleg nieuwe fietspaden

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Ter bevordering van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid worden nieuwe fietspaden aangelegd, zoals: fietsroute Whemerbeek en omgeving Laan van Hilbelink, fietsroute Kobstederstraat en fietsroute spoorzone.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Indien de investering leidt tot een verbeterde bereikbaarheid kunnen de kosten deels worden toegerekend aan de kostendragers die er profijt van hebben. Indien de investering een verbeterde verkeersveiligheid betreft, zijn de kosten voor de gemeente.

De kosten kunnen via type 3, op basis van een verkeerscirculatieplan, worden toegerekend aan de kostendragers:

•Ontwikkeling langs Whemerbeek – Laan van Hilbelink: Herontwikkeling Laan van Hilbelink

•Langs Kobstederstraat: de Rikker fase 5 en 6

•Ontwikkeling Spoorzone: particuliere projecten, spoorzone

4.Risico’s

Veel kosten zullen naar verwachting door de verbetering van de verkeersveiligheid worden toegerekend aan de gemeente.

5.Planning

2010-2015

5.5.8. Veilige oversteken Vredenseweg / Groenloseweg

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Verbetering veiligheid aan de Vredenseweg/ Groenloseweg

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De werkzaamheden betreffen aanpassingen aan de wegen. Deze komen volledig ten laste van de algemene dienst.

4.Risico’s

Financierbaarheid van het project.

5Planning

2010-2015

5.5.9. Realiseren centrale parkeervoorzieningen Dingstraat / Zonnebrink/ Vredensestraat/ Spoorzone

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Aanleggen van openbare parkeervoorzieningen aan de nieuwe hoofdontsluiting voor het centrum.

Uitvoering zo mogelijk in combinatie met Stedelijke AS (Dingstraat/ Zonnebrink/ Vredensestraat). Concentratie van parkeren ten behoeve van het centrum om het winkelgemak te vergroten en de verkeersoverlast te verminderen.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten zijn volledig ten behoeve van de kern Winterswijk en zullen gefinancierd moeten worden uit de algemene middelen van de gemeente Winterswijk, Indien de parkeerplaatsen worden aangelegd ten behoeve van de omliggende projecten Spoorzone en Stedelijke As Dingstraat, dan kunnen deze verhaald worden binnen het project. Ten slotte kunnen nader te concretiseren commerciële projecten of voorzieningen nabij de parkeerplaatsen mogelijk bijdragen aan de kosten.

4.Risico’s

Voor mogelijk kostenverhaal moet goed onderscheid worden gemaakt tussen parkeerplaatsen ten behoeve van de omliggende projecten, en de parkeerplaatsen ten behoeve van de kern Winterswijk.

5.Planning

2010-2020

5.6. Voorzieningen

5.6.1. Project sportparken Jaspers en De Hunenbulten

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Herinrichting en uitbreiding sportcomplexen in Winterswijk-west en Winterswijk-oost; toevoeging verenigingen die nu gebruik maken van andere locaties; o.a. 3 voetvalverenigingen, hockey, schietbaan, tennis en honkbal.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten zijn voorzieningen van algemeen belang en kunnen niet toegerekend worden aan projecten. De kosten komen volledig ten laste van de algemene dienst.

4.Risico’s

De kosten worden gedekt uit de algemene middelen. Er is geen kostenverhaal mogelijk. De beoogde winst op de herontwikkelingslocatie “voetbalvelden WVC” is aangewezen voor het dekken van de kosten van dit project. Het risico is aanwezig dat minder winst wordt behaald dan nu beoogd.

5.Planning

2010-2015

5.6.2. Uitbreiding sportpark TRIAS

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Door de groei van het aantal leden is uitbreiding van het aantal sportvelden nodig.

1.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

2.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten zijn voorzieningen van algemeen belang en kunnen niet toegerekend worden aan projecten. De kosten komen volledig ten laste van de algemene dienst.

3.Risico’s

Er zijn geen risico’s. De kosten worden gefinancierd uit de algemene middelen.

4.Planning

2010-2020

5.6.3. Herontwikkeling Schoollocaties Brede Scholen Vlierstraat en Pelkwijk - Impuls Winterswijk Oost (IWO).

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Vlierstraat: vervanging bestaande gebouwen door nieuwbouw voor basisonderwijs, kinderopvang, ruimte ten behoeve van woningcorporatie en ontwikkeling Turkse culturele vereniging. Gekoppeld aan de nieuwbouw ten behoeve van de hierboven genoemde bebouwing wordt het openbaar gebied heringericht.

Pelkwijk: vervanging bestaande gebouwen (incl. sporthal) door nieuwbouw voor basisonderwijs, kinderopvang, gymzalen. Invulling deel terrein met woningbouw. Gekoppeld aan de nieuwbouw ten behoeve van de hierboven genoemde bebouwing wordt het openbaar gebied heringericht.

Op deze kaart staan groenprojecten benoemd en de projecten die hieraan als kostendragers kunnen bijdragen. Dit gebeurt via een (groen)fonds (type 3) of via een bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen (type 4)

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Het project kent zowel investeringen als opbrengsten. De opbrengsten kunnen mogelijk de kosten dekken binnen het project.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De opbrengsten kunnen een deel van de kosten dekken binnen het project. De investeringen zijn niet toerekenbaar aan andere kostendragers omdat het algemene voorzieningen zijn.

4.Risico’s

Indien er binnen de locaties een tekort ontstaat, moet de gemeente het tekort dekken.

5.Planning

2010-2015

5.7. Groenstructuur en openbare ruimte

5.7.1. Inrichten Whemerbeek

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Via deelprojecten, daar waar de gelegenheid zich voordoet, uitvoering geven aan de visie Whemerbeek via uitvoeringsprojecten. Ecologische verbeteringen, waterberging, beeldkwaliteit en groen. Indirect levert dit een bijdrage aan de groenstructuur als geheel en daarmee aan de woonkwaliteit en recreatieve aantrekkelijkheid van de kern.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De Whemerbeek en-zone bepaalt de identiteit van Winterswijk en zal grotendeels toegerekend moeten worden aan de gehele kern Winterswijk. Afhankelijk van de ontwikkeling van de Whemerbeek, kunnen delen van de gebieden in fasen worden ontwikkeld en aan enkele locaties worden toegerekend.

De kosten kunnen op twee manieren worden toegerekend. De kosten kunnen worden afgedwongen in een exploitatieplan via de bovenplanse kosten (type 3). In dat geval is het noodzakelijk om de kosten door middel van woningequivalenten toe te rekenen. De voorkeur bij deze investering is het vragen om een bijdrage voor de omliggende gebieden die profijt hebben aan de verbetering van de Whemerbeek. Dit zijn met name de particuliere projecten, de Herontwikkeling Laan van Hilbelink en de stedelijke As Dingstraat. Afhankelijk van de ontwikkeling van de Whemerbeek kan een bijdrage worden gevraagd aan deze kostendragers.

4.Risico’s

Het vragen om een bijdrage is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de Whemerbeek, en de relatie met de ontwikkeling van de kostendragers.

5.Planning

2010-2030

5.7.2. Groene inpassing bedrijventerrein Zuid en Misterweg

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Groene uitstraling van de bedrijventerreinen naar de hoofdwegen door de aanleg van een bosstrook aan zuid- en zuidoostzijde. Verwerving landbouwgronden en aanplanten.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten kunnen direct worden toegerekend indien ze een relatie hebben met de kostendragers, op basis van woningequivalenten (type 3). Dit is de herontwikkeling van het Bedrijventerrein Rondweg Zuid.

4.Risico’s

Het betreffen voornamelijk verbeteringen in het groen waar de hele kern Winterswijk profijt van heeft. Een goede relatie met de kosten is noodzakelijk.

5.Planning

2010-2015

5.7.3. Verbetering groenstructuur

1.Beschrijving project

Versterken groene structuur op wijkniveau met ecologische en maatschappelijke kwaliteiten; inrichten groene zones rondom de Whemerbeek; inrichten zone met groene kwaliteiten in de spoorzone. Hierbij gaat het ook om de verhoging van de leefbaarheid en het welbevinden.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De kosten kunnen worden verhaald op de projecten die profijt hebben aan de verbetering van het groen. Dit zijn onder meer de Rikker en de particuliere projecten.

De kosten kunnen op twee manieren worden verhaald:

1Via een fonds (type 3). Van belang is dat duidelijk wordt aangegeven hoe het fonds wordt besteed.

2Via een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen (type 4).

Een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen heeft de voorkeur, omdat de relatie tussen de investering, en de kostendragers niet altijd 1 op 1 te maken is.

4.Risico’s

De mogelijkheid om een bijdrage te vragen is afhankelijk van de relatie tussen de investeringen voor de verbetering van de groenstructuur en de kostendragers die op dat moment een bijdrage kunnen betalen.

5.Planning

2010-2025

5.7.4. Herinrichting Meddosestraat / Sellekamp

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

De openbare ruimte grenzend aan de Scholtenbrug herinrichten.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Particuliere projecten die profijt hebben van de herinrichting van de openbare ruimte. Dit zal via een bijdrage (type 4) in een overeenkomst moeten worden afgesproken.

4.Risico’s

Naar verwachting zal een groot deel van de investering ook toe te rekenen zijn aan de bestaande kern Winterswijk. Dit moet gefinancierd worden uit de algemene middelen.

5.Planning

2010-2015

5.7.5. Realisatie Parkeer- en groenvoorzieningen Spoorzone

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Realiseren van parkeer- en groenvoorzieningen, gekoppeld aan de nieuwbouw van de school.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

Het betreft een investering van algemeen belang. De openbare parkeervoorzieningen kunnen mogelijk worden verhaald op particuliere woningbouw en/of commerciële projectontwikkeling die in de omgeving van het project worden gerealiseerd.

4.Risico’s

Indien er een tekort ontstaat, moet deze gedekt worden uit de algemene middelen.

5.Planning

2010-2015

5.7.6. Herinrichting markt

1.Doel, ambitie, inhoud en programma

Herinrichting van de markt met als doel de aantrekkelijkheid van het centrum te vergroten met inbegrip aanleg van een semipermanente tent met podium.

Beoogd wordt toename van het aan tal activiteiten op de markt.

2.Betreft het een investering of een kostendrager?

Investering.

3.Aan welke gebieden kan het project worden gekoppeld?

De voorzieningen zijn bedoeld voor de gehele kern Winterswijk en kunnen niet specifiek toegerekend worden aan projecten. De kosten komen volledig ten laste van de algemene dienst.

4.Risico’s

De kosten moeten volledig betaald worden uit de algemene middelen.

5.Planning

2016-2020

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.